Hoofdstuk 7: Licht.

Lights go out and i can´t be saved.

Tides that i tried to swim against,

Textausschnitt aus dem Song Clocks von Coldplay

Lily Potter veegde haar tranen uit haar gezicht en betrat uiteindelijk het huis. Ze lachte, toen ze de oude schoolvrienden van James zag en begroette hen hartelijk:

"Hallo Sirius. Hallo Peter."

"Lily!" riep Sirius Zwarts blij en liep op haar af.

Hij gaf haar een kus op de wang en keek toen ook naar Harry. "Hoe gaat het de kleine?"

"Heel goed, dank je. De frisse lucht heeft hem goed gedaan", antwoordde Lily.

"Lieveling, kom ga zitten, Sirius heeft mij een voorstel gedaan wat helemaal nog niet zo slecht is." James wenkte haar en legde zacht een arm om haar schouders.

Vragend keek ze haar man aan, deze maakte een beweging met zijn hand en gebaarde naar Peter. "Sirius meent, dat Peter beter onze geheimhouder kan worden."

Lily bekeek Peter met een strenge blik. Ze mocht hem niet, hij was haar gewoonweg te slijmerig. James had altijd medelijden met hem gehad en de kleine Peter altijd geholpen. Zonder de hulp van Lily, James, Sirius en Remus, had Peter de school nooit beëindigd.

"James ik weet niet", mompelde ze. "Weet Remus ervan?"

"Lily het is zo simpel", begon Sirius. "Voldemort zal achter mij aan gaan. Niemand absoluut NIEMAND zal Peter verdenken. En nee, Remus weet het niet."

Twijfelend keek ze naar haar man. "We hadden toch ook Perkamentus kunnen nemen."

Toen trad Peter naar voren, hij was bijna een heel hoofd kleiner dan Lily. Zijn kleine zwarte knoopoogjes twinkelden toen hij sprak: "Ik beloof jullie, jullie geheim zal goed bewaard zijn bij mij."

James vertrouwde zijn vrienden, en Lily? Nog altijd twijfelend keek ze de kleine man aan. Ze wierp een korte blik op Harry, ze had al het mogelijke gedaan wat ze kon. Ze had haar kind een beschermer gegeven. Nu was het aan haar, zonder bevelen, zonder twijfel iemand anders haar leven toe te vertrouwen. Het was een verontrustende gedachtegang, weer eindigden haar gedachten bij Sneep. Dat was de enige verontruste gedachte. Severus Sneep, dooddoener en spion, hij zou voor Harry daar zijn, als het zover zou zijn. Toen ze langzaam knikte en zo haar toestemming voor deze plotselinge wissel gaf, bad ze naar alle goede geesten, dat de dooddoener nooit haar bevel hoefde uit te voeren.

"Goed! Uitstekend! Dan is alles geregeld. Ik ga dan weg. Tot ziens!" zei Sirius en een jeugdige vreugde spiegelde zich op zijn gezicht. Hij greep naar zijn mantel, toen Lily twee stappen naar voren deed. "Sirius pas op jezelf!" zei ze zachtjes.

"Hey, geen zorgen! Je kent me toch!" Zei hij tegen haar en knipoogde, daarna verliet hij het leegstaande huis.

"Precies daarom", mompelde Lily zo zacht, dat niemand haar verstond. Voor de deur knetterde een motor weg.

Hagrid pakte weer zijn spullen bijeen. Wollen deken en een goede thee. Het zou een lange nacht worden. Hij liet Thoa in de hut achter, en maakte zich op, voor de weg naar het verboden bos. Een lied voor zich uit fluitend, ging hij op weg naar het dalletje. Hij was gelukkig. De Potters waren gewaarschuwd en bijna zou Voldemort geen kans meer hebben hen schade te berokkenen. Hij wierp een blik naar de hemel, de sterren straalden helder. Het was een betoverende nacht. Rubeus Hagrid floot verder. De dieren van het bos keken de terreinknecht na. Zelden hadden ze hem zo vrolijk gezien.

In Zweinstein streelde Albus Perkamentus zacht over de mantel. Het was geen normale mantel, het was een onzichtbaarheidmantel. James had hem aan Perkamentus gegeven, hij moest hem voor zijn zoon bewaren. Albus had zich in het begin daartegen geweerd, James zou toch niet sterven! Hij moest de mantel zijn zoon zelf overhandigen. Maar James had er op gestaan, precies zoals hij er op stond, dat Albus een stuk perkament voor hem bewaarde. Het testament van Lily en James.

"Perkamentus! We weten niet wat nog komt. Nog nooit was het leven zo gevaarlijk en dan is het toch vanzelfsprekend, dat we voor alles voor gezorgd hebben, toch?" had hij tegen Albus gezegd.

Vastbesloten vouwde de oude man de mantel samen en legde hem voorzichtig in een kist. Hij voelde in zijn handen als geweven water aan. Het perkament stopte hij bij zijn belangrijke documenten, in een geheimvak in de boekenkast. Terwijl hij het geheimenvak sloot, wierp hij een blik uit het raam. Hij wenste de Potters al het goede en, zo ver mogelijk, een lang leven.

In een klein huis in Godric's Hollow gloeide het geheimvol, er lag magie in de lucht. De voorbijgaande dreuzels zagen weliswaar het gloeien uit het huis, maar vergaten het snel weer. Ook zag niemand de kleine man, die zich kort daarna uit het huis sloop en dan plotseling met een zachte plop verdween.

Sneep verscheen weer in zijn woning. Deze nacht nog zou de fidelius-spreuk uitgesproken worden, Sirius Zwarts zou het geheim in zijn ziel bewaren. Hij was moe. Bijna zou Voldemort hem roepen, direct als hij erachter kwam, dat het niet makkelijk was de Potters te vinden. Al zijn gedachten zouden zich op deze familie richten en natuurlijk zijn ressources. Wat slaap voor de grote knal zal zeker niet schaden. Hij dacht aan Hagrid, die weer zonder groot succes in het bos moest wachten. Hij wou net zijn mantel afdoen, toen hij een beweging vanuit zijn ooghoeken waarnam. Hij draaide zich om, maar iemand brulde: "STUPOR!" en een verblindend wit licht raakte hem. Na het licht volgde het zwart. Zijn knieën knikten in en Sneep zakte op de grond in elkaar.

Evan Rosier stond over de geschokte persoon en lachte grimmig.Hoe dan ook, hij zou informatie krijgen. Sneep zou hem alles vertellen. Hij had veel tijd, eindelijk! Hij zou in de rij van de dooddoeners machtiger worden, als alle anderen. Hij gierde naar deze macht en wou ze hebben! Maak niet uit om welke prijs, en als de prijs het leven van Sneep was, jammer dan! Hij pakte Sneep bij zijn arm en verschijnselde in een oud landhuis van zijn familie. De Rosiers waren een zeer oude tovenaarsfamilie en bezaten meerdere woningen en 2 landhuizen. Evan Rosier was de laatste levende van deze familie en zo had hij vele mogelijkheden open, om Sneep te verstoppen. Hij koos voor het landhuis, dat dicht bij de zee lag, het huis lag zeer afgelegen. Het gebeurde zelden, dat hier een verdwaalde dreuzel of tovenaar aanwaaide.

Maar dit huis, had net als zo veel oude huizen van heksen en magiërs kerkers.

Tevreden keek hij naar de kerker. Precies goed! Enkele ijzeren ringen waren aan de muur bevestigd, er was zelfs een stenen bank. In een klein bad druppelde steeds wat fris water. Alsof het een lastig pakket was, liet hij Sneep los. Geen ramen en maar een deur. Dit hier, was werkelijk een goede plek voor een klein gesprek. Hij nam Sneep zijn toverstaf af en toverde zelf een antiverdwijnsel-spreuk in de muren. Hij wou niet, dat zijn gast hem vroegtijdig verliet. Zijn vingers jeukten, hij wou direct beginnen, meteen de informatie hebben.

"Geduld. Geduld Evan", fluisterde hij zichzelf toe. Hij ging wat dichter na Sneep toe en keek in het bleke gezicht.

"Wij hebben de tijd."