8, Dat ding van jou
"Heb je ooit iets zo graag willen vergeten dat het je niet uit maakte hoe?" Harry zuchtte. "Ik denk dat ik wilde dat het zou stoppen, maar achteraf denk ik dat er betere manieren waren om dat te kunnen bereiken."
"Nee, dat heb ik niet gehad," knikte Schmitt, "alvast bedankt meneer Zwart."
"Geen probleem," Harry opende zijn ogen en kreeg er onmiddellijk spijt van omdat het voelde alsof twee hete strijkijzers door zijn oogkassen heen geramd werden. "Ik zal het boek eens doorbladeren, en daarna geef ik jullie mijn antwoord."
"Ik vraag alleen dat u het overweegt," zei meneer Schmitt voordat hij de deur achter zich sloot.
"Hoe beland ik toch altijd in dit soort situaties?" Vroeg Harry aan zichzelf toen hij eindelijk rechtop wist te gaan zitten. "Ik kan net zo goed nu al in dat boek beginnen."
Om bekwaam te worden in het controleren, plaatsen en verwijderen van magische beveiliging moet een tovenaar of heks eerst leren om zijn of haar magisch zicht te gebruiken. Allereerst moet men zich al zijn of haar magie voorstellen in de kern van zijn of haar lichaam. Daarna moet men (met gebrek aan een betere term) al die gebundelde magie volledig in zijn of haar ogen persen. Daarna is het een kwestie van oefening. Een ervaren gebruiker van het magisch zicht kan deze vrijwel zonder moeite gebruiken.
"Klinkt makkelijk genoeg," zei Harry tegen zichzelf terwijl hij zich begon te concentreren op zijn magie. "En nu moet ik dus... aargelmarthergh" dempte hij zijn gewelde schreeuw. Misschien was het geen goed plan om de gevoeligheid van de ogen te vergroten wanneer ze al als versleten pingpongballetjes voelden.
Minuten lang lag Harry te kronkelen op de vloer van de pijn totdat hij zijn lijf genoeg onder controle had om de volgende alinea te lezen.
Waarschuwing: Probeer dit NIET wanneer je last hebt van een kater. Wanneer je deze waarschuwing in de wind slaat krijg je gruwelijke pijn en het ZAL een van de volgende gevolgen hebben. Blindheid, krankzinnigheid, doofheid, neuroses of dood. Zeer zelden komt het voor dat het slachtoffer een zeer geavanceerde vorm van magisch zicht ontwikkeld.
De daaropvolgende minuten besteedde Harry met het vervloeken van de auteurs van het boek omdat ze zo achterlijk waren zo een belangrijke waarschuwing in het klein onder aan een pagina te zetten. Harry controleerde zichzelf en was blij te zien dat hij nog kon zien, luisteren, geen neuroses leek te hebben, niet krankzinnig was, en nog leek te leven. Terwijl hij zijn schouders ophaalde, verbaasd over zijn geluk, werd hij afgeleid door geklop op de deur.
"Ja?"
"Ik heb hier de dingen waarom u gevraagd had, meneer Zwart," een andere man in het vreemde gestreepte uniform terwijl hij een wagentje de kamer in duwde. "Ze hebben me trouwens ook gevraagd om je te zeggen dat het soort magische beveiliging dat je hier zou inspecteren het Arachne type is."
"Dankjewel," knikte Harry terwijl hij een hand vol pijnstillers en maagtabletten wegspoelde met water. "Was dat alles?"
"Ja meneer Zwart." De man in het uniform excuseerde zich en sloot de deur toen hij de kamer verliet.
Harry pakte het boek weer op, en begon verder te lezen.
Bekend onder de magische beveiliging is de Arachne beveiliging. Deze beveiliging krijgt haar naam door het feit dat ze wanneer ze bestudeerd worden door middel van het magisch zicht ze de opbouw lijkt te hebben van een spinnenweb. Het startpunt van een dergelijk beveiligingsweb is dat wat beveiligd moet worden. Net als spinnenwebben zijn de Arachne beveiligingswebben erg complex.
Om die reden is het ook gebruikelijk om de beveiliging eerst een 'kaart' van uit te tekenen op perkament. Dit soort kaarten verduidelijken het doel van de beveiliging, en mensen die getalenteerd met het plaatsen van beveiligingswebben kunnen hun eindresultaat dan ook vergelijken met de kaart – het oorspronkelijke plan.
Het type Arachne beveiligingswebben hebben twee grote valkuilen: de eerste is dat ze bijzonder kwetsbaar zijn als het centrum waar de beveiliging aan gekoppeld is word aangetast, en de tweede is dat hun bereik beperkt is tot slechts een radius van een paar kilometer vanaf het middelpunt van hun centrum.
Harry nam nog een paar minuten de tijd om door de rest van het boek te bladeren totdat hij opschrok van nog een keer kloppen aan zijn deur.
"Kom binnen," Harry keek op van zijn leesmateriaal.
"En heeft u al besloten of u onze magische beveiliging wilt inspecteren?" Vroeg Schmitt met een opgetrokken wenkbrauw.
"Met plezier," stemde Harry in, "op de voorwaarde dat je een derde persoon mijn conclusies laat controleren."
"Die voorwaarde zal geen probleem zijn, meneer Zwart," ging Schmitt snel akkoord. "Dan denk ik dat we nu kunnen bespreken voor hoeveel we u inhuren."
"Als je dat wilt," zei Harry schouderophalend.
"We zullen twaalfhonderd dukaten op de door jou aangewezen account storten, gaat u daarmee akkoord?"
"Ja," zei Harry, terwijl hij zichzelf afvroeg wat een dukaat was.
"Bij welke bank wilt u dat wij u betalen?"
"Uhm..." Harry twijfelde, hij wilde niet graag dat zijn echte naam prijsgeven.
Bij het zien van Harry's twijfel vond Schmitt snel een oplossing. "We kunnen natuurlijk ook een nieuwe privé account voor u openen bij de Kabouters, als u dat liever hebt."
"Kom dan maar met mij mee," zei Schmitt terwijl hij Harry door verschillende gangen heen navigeerde totdat ze voor een groot stambeeld kwamen te staan. "Je hoeft alleen te kijken of de reparaties die in het midden van het centrum weer kloppen – toen een vandaal de Pietà te lijf ging was niet alleen het beeld maar ook de magische beveiliging beschadigd. We willen graag bevestiging hebben of er niet geknoeid is met de reparaties."
"Mag ik daar de schematische kaart van zien?" Harry hield wachtend zijn hand op.
"Maar natuurlijk, zei Schmitt terwijl hij het document overhandigde.
Harry nam ruim de tijd om zowel de kaart als de echte magische beveiliging uitgebreid te bestuderen, "alles lijkt te kloppen, behalve..."
"Behalve wat?" Vroeg Schmitt nerveus.
"De nieuwere magische beveiliging lijkt een andere kleur te hebben dan de rest van de eerdere magische beveiliging," Harry keek nog eens goed naar de schematische kaart, "ik kan niets terugvinden over de kleuren, of een kleurverschil, of of dat zou moeten uitmaken, maar als ik jou was, zou ik er nog iemand naar laten kijken."
"Dankjewel meneer Zwart, dat zullen we zeker doen," stemde Schmitt met hem in. "Zou je ook nog een tour willen hebben door het Vaticaan, nu je er toch bent?"
"Graag," glimlachte Harry. "Ik kan niet wachten om de kunst te zien waarvan ik gehoord heb dat die hier zou hangen."
Schmitt bleek een gids te zijn die veel wist over wat hij liet zien, en wist veel leuke feitjes bij zijn verhalen over de geschiedenis van de architectuur, een object of een schilderij te vertellen. Tegen het einde van de tour kon Harry's dag niet meer stuk.
"Het ziet er naar uit dat we alles gezien hebben, meneer Zwart." Lachte Schmitt vriendelijk, "heb je nog vragen?"
"Ja ik heb er nog een," knikte Harry, "wie was die tweede man in jou verhaal over dat stuk marmer?"
"De tweede man?" Schmitt stopte om er over na te denken. "Een man met veel kunde, hij is de zelfde man die dit uniform ontworpen heeft."
"Dank je," knikte Harry beleefd, terwijl hij zichzelf stilletjes afvroeg hoe je jezelf een kunstenaar kon noemen als je uniformen bedacht zoals het uniform dat zijn nieuwe vriend aan had. "En tot ziens."
"Tot ziens, meneer Zwart."
Harry liep de Eeuwige Stad in met het voornemen alles te zien dat Rome te bieden had... tot ongeveer vijf minuten later toen hij door had hoe moe hij eigenlijk was geworden van het controleren van de magische beveiliging. Harry stak zijn hand omhoog om een taxi aan te houden met het voornemen een dag of twee rust te nemen voordat hij Rome zou gaan ontdekken.
De dag daarop werd hij laat wakker en at een vroege lunch in de hotel lobby met het voornemen nog een dag uit te rusten voordat hij de stad zou gaan verkennen. Ook de daaropvolgende dag werd Harry laat wakker, hij besloot dat hij genoeg had uitgerust, en pakte zijn reisgids voor de instructies om magisch Rome in te gaan.
Een van de meest toegankelijke magische districten in Rome is de Via Venefiucs, de ingang hiertoe kan vrijwel overal in Rome gevonden worden. Om daar binnen te treden moet men een kruising met drie wegen vinden, na een kort moment wachten komt de vierde van zelf te voorschijn. Vele van deze ingangen naar de Via Veneficus zijn gemakkelijk te herkennen omdat er vaak een beeld bij staat van de Romaanse godin Trivia; dit is een beeld van een drie koppige vrouw, een honden hoofd, een slangen hoofd, en een paardenhoofd.
Hij stopte zijn gids terug in zijn rugzak en liep het hotel uit om de eerste de beste ingang te vinden. Slechts twintig meter van zijn hotel vandaan vond Harry wat hij zocht. Schouderophalend trad Harry het magische district van Rome binnen.
Om direct tegen een winkel aan te lopen met de naam Curio's en Relieken, Harry was meteen nieuwsgierig en kon het niet laten de winkel over te slaan.
"Goede middag meneer, hoe kan ik je helpen?" Vroeg de winkelbediende toen hij opkeek van achter de toonbank.
"Ik zag het uithangbord en ik was nieuwsgierig naar wat je hier verkocht." Harry keek om zich heen en zag van alles – van landbouw werktuigen tot vreemd gevormde trompetten en andere voorwerpen die hij niet eens kon identificeren.
"Ik verkoop van alles," de winkelbediende rommelde wat achter de toonbank, "maar ik heb iets waarvan ik denk dat jij het wel kunt waarderen."
"En wat is dat dan?"
"Een pugio," de man rok een vreemd gevormde dolk te voorschijn. "Ik heb dit leuke ding een tijdje terug gevonden, hij heeft bezweringen die er voor zorgen dat hij altijd scherp blijft, er zo goed als nieuw uit blijft zien en het holster heeft een bezwering die er voor zorgt dat hij niet op valt zolang je de pugio netjes op je heup draagt. Ik denk dat dit voor jou geen slechte aankoop zal zijn."
"Wat kost ie?" Zei Harry terwijl hij de vreemd gevormde dolk wat beter bekeek.
"Ik heb er zo'n vijftig sestertiën voor neer gelegd... dus ik denk dat ik 'm wel aan je kan verkopen voor... laten we zeggen twee aurei?"
"Deal," zei Harry enthousiast en gaf hem twee gouden munten. "Fijne dag nog."
"U ook, meneer," knikte de winkelbediende vriendelijk.
Nadat hij de winkel uit gelopen was besteedde Harry nog een tijdje op de marktplaats totdat hij een vreemd gesprek hoorde dat zijn aandacht trok.
"Heb je over de Britse minister gehoord?" Vroeg een visboer aan een van zijn klanten, "Ze zeggen dattie gaat uitleggen waarom z'n regering niks aan die heer van 't duister gedaan heeft. Blijkbaar heeftie 'n reden verzonnen over waarom ze 'm niet de bons moeten geven."
"Ik denk dan dat ie weinig te zeggen heeft, maar 't kan misschien wel interessant zijn om te horen." Reageerde een klant, "jammer dat ik de tijd niet heb om naar huis te gaan om naar de magische radio te luisteren."
"Je hoeft niet naar huis te gaan," zei de visboer tegen zijn klant, "loop gewoon 'n kroeg binnen, ik denk dat ze allemaal de radio aanhebben om die speech te horen."
Harry knikte onbewust, het klonk namelijk als een prima idee om ergens te gaan zitten, een liep de eerste de beste kroeg in die hij zag.
Hij keek om zich heen in een rokerige verduisterde ruimte en liep naar de dichtstbijzijnde lege stoel.
"Zou ik hier mogen zitten?" Vroeg Harry aan de oude man die al aan dat tafeltje zat. "Ik zou graag willen horen wat Droebel te zeggen heeft."
"Ga je gang," zei de oude man met een kleine knik.
De twee hoefden niet lang te wachten voordat de stem van minister Droebel op de radio te horen was. Met lange, moeilijke en nietszeggende zinnen wist de minister ruim twintig minuten vol te praten waarin hij eigenlijk niet veel zei. Dat wat hij zei kwam er op neer dat de enige reden dat het ministerie nog niet de Heer van het Duister verslagen had was omdat de georganiseerde misdaad hem steunde en zich zelfs bij 'Hij Die Niet Genoemd Mag Worden' aangesloten hadden waardoor zijn troepen enorm waren gegroeid. Waardoor het ministerie natuurlijk 'op het moment' een zeer kleine 'tegenslag' had, maar dat het ministerie van toverkunst onder Droebel's leiding snel zou overwinnen.
"En wat denk jij van de speech van de Engelse minister van toverkunst meneer...?"
"Zwart. En ik denk dat de man een idioot is." Zei Harry hoofdschuddend, terwijl hij de schok op het gezicht van de oude man miste omdat hij zich direct omdraaide om richting de bar te gebaren dat hij graag nog een drankje had.
"Ik ging er eigenlijk van uit dat de top binnen de georganiseerde misdaad veel te intelligent is om zich met de Idioot van het Duister in te laten."
"En waarom zeg je dat?" Vroeg de oude man terwijl hij geïntrigeerd naar meneer Zwart toe leunde.
"De Magische Syndicaten zijn over het algemeen niet gewelddadig – ze willen geld verdienen, en over het algemeen is het zonder goede reden vermoorden van willekeurige mensen niet bepaald winstgevend." Harry nam een slokje van zijn nieuwe drankje voordat hij verder praatte, "de doden die er vallen binnen de georganiseerde misdaad is over het algemeen criminelen die andere criminelen liquideren."
"En waarom zouden ze zich niet bij de Heer van het Duister aansluiten vanwege het geld en de macht die hij kan bieden?"
"Zoals ik al eerder zei, de meeste doden die überhaupt voorkomen zijn criminelen die andere criminelen om zeep helpen. De rechtshandhaving maakt zich over het algemeen niet druk om dat soort dingen, die grijpen pas in als er onschuldige mensen bij betrokken raken." Harry's stem werd kil, "ik vermoed dat ze dan wel de fluwelen handschoenen uittrekken, het zou een bloedbad betekenen. Als de georganiseerde misdaad zich wil bemoeien met deze oorlog, dan mogen ze ook verwachten dat het oorlog is met alles dat daar bij komt kijken."
"Ach zo," knikte de oude man. "Dankjewel voor het advies, meneer Zwart."
"Ik ben blij dat ik je kon helpen," zei Harry terwijl hij weer vrolijk werd. "Als je me nu zou willen excuseren, ik kwam vooral omdat ik Droebel's speech wilde horen en nu die voorbij is..."
"Maar natuurlijk, ik begrijp dat je een druk man bent, laat mij je consumpties betalen als bedankje voor je advies."
"Dankjewel," knikte Harry, "en nog een fijne dag hè?"
De oudere man wachtte totdat zijn gast de bar uit was voordat hij zich draaide naar de man die direct naast hem zat aan een ander tafeltje. Trommel alle bazen op, we moeten een vergadering hebben."
"Wat wil je dat wij doen met die man die zojuist tegen je gepraat heeft?"
"Ik wil dat je daar helemaal niets mee doet," reageerde de oude man snel.
"Maar meneer," protesteerde de gangster, "hij heeft u beledigd!"
"Dat heeft hij helemaal niet gedaan," de oude man nam nog een slokje uit zijn glas, "ik kon zien dat hij zichzelf terughield en zelfs barmhartig was. Ik wil helemaal niet zien wat er gebeurt wanneer we zijn waarschuwing in de wind slaan."
"Wat bedoeld u meneer?"
"Heb je zijn naam niet gehoord?" De oude man keek nog eens om zich heen voordat hij naar de man toe leunde, "meneer Zwart is een van de meest gevaarlijke mensen in Europa en als hij werkt voor wie ik denk dat hij werkt, zelfs wanneer het je zou lukken om hem te executeren..." De oude man huiverde.
"Maar meneer," reageerde de gangster die het nog steeds niet helemaal begreep. "Waarom neemt u dit zo serieus?"
"Omdat ik goed heb geluisterd naar wat die man te zeggen had," zuchtte de oude man. "Zoals ik al zei, ik zag barmhartigheid in zijn ogen. Hij nam de tijd om hier heen te komen, om mij te vertellen wat de nieuwe regels zijn volgens hem; sluit je niet aan bij de Heer van het Duister, en liquideer niemand buiten de families. Hij vertelde rustig wat er zou gebeuren wanneer we niet zijn regels zouden volgen, hij had ons makkelijk allemaal koud kunnen maken en opnieuw kunnen beginnen met wie hij ook in onze positie terug zou zetten."
"Is hij echt zo machtig, meneer?" De gangster begon langzaam misselijk te worden toen hij bedacht dat hij een paar minuten terug nog achter hem aan wilde gaan om hem 'een lesje te leren'.
"Hij liep deze kroeg in, ging direct naast me zitten, en vertelde me hoe het vanaf nu af aan zou zijn." De oude man grinnikte nu, "niemand doet zoiets tenzij ze de middelen hebben om het waar te maken."
Buiten verstijfden verschillende mensen wiens taak het was om de meest machtige mannen in Italië in de gaten te houden spontaan van angst.
"Tony, jij en Agatha schaduwen Zwart. Antonio, jij gaat hier verslag van uitbrengen." De teamleider likte zijn lippen, "Ik... Ik hou de bar wel in de gaten."
…
Een pandemonium brak los in het hoofdkwartier van de Praetoriaanse Wacht toen een officier met ogen nog groot van de schok naar binnen stormde en geen tijd verspilde met het binnenvallen van het kantoor van zijn baas.
"Meneer," riep Antonio terwijl hij op de deur bonsde van de Praefectus Pratorio, "meneer u moet dit horen!"
"Kom binnen," zei een bars uitziende man met grijs haar, "ik hoop voor je dat je wat belangrijks te vertellen hebt."
"Meneer, meneer Zwart is in Rome," zei de officier in een adem.
"En waarom sta je daarvoor als een halve gare op mijn deur te bonzen?" Vroeg de Praefectus Pratorio op een misleidend kalme toon.
"Omdat hij Alberto Nachelli's bar binnen is gelopen en hem verteld heeft dat als hij zich niet houd aan de nieuwe regels, er zich een bloedbad zal plaatsvinden."
"En hoe reageerde Nachelli daar op?"
"Hij bedankte meneer Zwart voor zijn advies en heeft direct een vergadering voor de families geregeld." Antonio's handen beefden. "Ook zei hij tegen een van zijn mannen dat ze zich aan de regels van Zwart gingen houden. Hij zei zelfs dat wanneer ze Zwart van kant zouden kunnen maken ze nog steeds te maken zouden hebben met de mensen voor wie Zwart werkt."
"Goed werk, ga zitten en neem wat te drinken." De Praefectus Pratorio stak zijn hoofd uit zijn kantoor, "Zorg dat er twaalf man Nachelli's bar in de gaten houden en zorg dat alle officieren die op het moment vrij thuis zitten terug naar het kantoor."
"Ja meneer," reageerde verschillende stemmen terwijl iedereen opsprong om de instructies van hun commandant op te volgen."
"En nu, zei de Praefectus Pratorio toen hij zijn deur sloot en naar Antonio keek, "vertel je mij alles dat er gebeurt is."
"Ja meneer. Zwart liep de bar in en ging naast Nachelli zitten. Ze luisterden naar Droebel's speech op de radio, en toen zei Zwart dat Droebel een idioot was over het gedeelte van de speech waar Droebel beweert dat de Maffia zich heeft aangesloten bij de Heer van het Duister." De man pauzeerde om op adem te komen, "Zwart zei dat wanneer zoiets zou gebeuren er een bloedbad zou ontstaan, zei dat zolang als de Maffia zich focust op geld verdienen en de moorden binnen de familie houd, hij ze met rust zou laten."
"En hoe reageerde Nachelli daar op?"
"Hij bedankte Zwart en betaalde voor zijn consumpties," Antonio schudde zijn hoofd. "Een van Nachelli's mannen wilde achter Zwart aan gaan maar hij heeft hem gestopt. Hij zei dat Zwart barmhartig was door de nieuwe regels bekend te maken terwijl hij ze makkelijk allemaal van kant had kunnen maken als een lesje voor de groep die het gat op zou vullen."
"Je hebt goed werk geleverd, ga naar de kantine en ontspan jezelf daar maar een paar uur."
"Meneer, als u het goed vind zou ik liever terug gaan naar mijn post." Antonio likte zijn lippen nerveus, "de kapitein is daar nog steeds en ik laat hem liever niet alleen."
"Dat snap ik," knikte de Praefectus Pratorio, "ga maar."
"Dank u meneer," riep Antonio over zijn schouder terwijl hij al naar de dichtstbijzijnde Verschijnsel-plek rende.
"Meneer," riep een andere man terwijl hij aan kwam snellen. "Ik moet iets met u bespreken."
"Maak het snel, Folchini," gromde de Praefectus Pratorio. "Tijd is kostbaar op het moment."
"Ik heb zojuist gesproken met Gunter Schmitt over de magische beveiliging," Folchini leek te barsten van opwinding. "De man die ze hebben ingehuurd om de beveiliging na te lopen merkte op dat de kleuren van de nieuwe en de oude beveiliging verschilden."
"Dus?"
"Magisch Zicht is normaal zwart wit." Antwoordde Folchini meteen, "dat hij kleuren kon zien betekend dat de man die ze hebben ingehuurd iets ongelofelijk gevaarlijks gedaan heeft om dat te bereiken."
"En waarom is dat zo belangrijk?" De Praefecto Pratorio wreef in zijn ogen, "ik zie niet in waarom dit niet kon wachten totdat we klaar zijn met de nieuwste crisis die Zwart in onze schoot gegooid heeft."
"Omdat," lachte Folchini, "de naam van de man die ze gehuurd hadden 'meneer Zwart' is."
"Vertel alles."
"Ze zijn Zwart tegengekomen en hij zei ze dat hij niet veel van magische beveiliging af wist, dus ze hebben een paar boeken aan hem gegeven uit hun archieven zodat hij zich opnieuw in kon lezen."
"Kon natuurlijk ook zijn dat hij graag boeken uit hun archieven wilde lezen," mopelde de Praefectus Pratorio tegen zichzelf. "Of het kon zijn dat hij vond dat hij niet veel van magische beveiliging wist, maar vertel door."
"Hij heeft een paar uur een boek doorgebladerd, en nog een paar uur om de magische beveiliging na te lopen." Folchini keek naar zijn notities, "Schmitt heeft hem daarna nog een tour gegeven over het terrein. Zwart vertrok daarna."
"En wanneer was dat?"
"Drie dagen terug, meneer."
"Dus we hebben meneer Zwart al God weet hoe lang in mijn stad rond lopen?" De Praefectus Pratorio dwong zichzelf om te kalmeren. "Kijk of je kunt uitvinden wat ie uitgespookt heeft, controleer alle dossiers om te zien of er iets geks gebeurd is, en meld het zodra ik terug kom."
