18:34 Steve

Ik rij al ruim een uur, maar voel me nog steeds niet ver genoeg verwijderd van de schaamte die ik achter me probeer te laten.

Ik ben al ver genoeg van het hoofdkwartier weg gereden om te zorgen dat ik het niet meer in mijn achteruit kijk spiegels kan zien, maar rij nog steeds door NewYork, de suburbs weliswaar. Ik ken de weg hier amper, ik heb niet echt tijd gehad om het nieuwe NewYork goed te verkennen. En ik heb er ook nooit echt last van gehad dat ik de weg niet kende, een van mijn vrienden had altijd wel geweten waar we heen moesten, en als we in gevecht waren had ik geen kennis van de omgeving nodig, alleen van wat er direct om me heen was, natuurlijk ken ik wel een deel van de stad, maar voornamelijk het gebied rond het hoofdkwartier. Het stoplicht waar ik voor sta springt op groen.

Ik druk het gaspedaal in en schiet weer vooruit. Het eind van de suburb waardoor ik rijdt komt ondertussen in zicht, daarachter begint een bos op te doemen. Een goede plek om me schuil te houden, denk ik, terwijl ik door de laatste straten van NewYork race.

Om me heen beginnen de huizen groter te worden en de afstand ertussen kleiner. Mijn aandacht word meerdere malen getrokken door een kinderlach in een tuin, of het geblaf van een hond achter een hek. Het doet me glimlachen.

Als ik uiteindelijk de stad volledig achter me gelaten heb en het bos, waar ik van plan ben me op te houden, heb bereikt, bedenk ik me pas waar ik aan begonnen ben. Ik zal de komende tijd alleen in een bos doorbrengen, en dat alleen omdat ik te bang ben Tony nogmaals in de ogen te kijken.

Ik haal mijn schouders op en zet het uit mijn hoofd. Nog even en ik ben goed en wel in het bos, dan kan ik stoppen met vluchten.