A/N: Harry Potter is niet van mij. Dit is een verhaal van een fan.

(BTK 4) H8 Wat te doen met Harry.

Het was vijf uur later toen Tops, Amalia bij het hek van het Prosper landgoed zag verschijnen. Naast haar liep Romeo en die keek net zo vermoeit als Amalia eruit zag. Tops zag dat Amalia meteen een verslag wilde hebben en ging dan ook meteen op haar vingers na wat er allemaal was gebeurd en wat Harry en zijn vrienden hadden gedaan.

"Op het moment dat ik hier aan kwam was het duidelijk dat de kinderen alle voor bereiding hadden getroffen die wij van het ministerie hadden moeten doen. Ze hadden een opvang tent geplaatst en een nood ziekenhuis in de zijkamer gemaakt.

Daarbij hebben ze de hulp van St. Holisto en van Poppy Plijster gekregen. Alle gewonden waren binnen het uur buiten en alleen David en Augusta waren er het ergste aan toe". Ze verzweeg de situatie van Minerva met opzet het was een klap die ze als laatste wilde doen.

"Iedereen die niet gewond was of waren geholpen werden naar een van de tenten geleid. Daar hielden Sirius en Andromeda alles in de gaten en werden daarbij geholpen door Ginny Potter en Aristona Goedleers.

Bij alles wat ze hier hebben gedaan hebben we de hulp gekregen van dame Zweinstein en de huiselfen van Zweinstein. Het zijn ook die zelfde huiselfen die op dit moment alle gasten naar huis aan het brengen zijn.

En volgens de laatste geruchten worden de gasten naar het Zwerkbal terrein gebracht. Daar pakken de huis elfen alle spullen in om ze daarna naar huis te brengen. En dat doen ze nu al voor de laatste drie uur. Ik heb net van Sirius gehoord dat ze daar bijna klaar mee zijn.

Alleen de Bulgaarse minister en zijn gevolg zijn nog in het kasteel en bevinden zich in het gasten verblijf. Het zelfde geld ook voor de Franse minister en zijn gezin. In beide gevallen zijn ze zeker niet te spreken over onze eigen minister. Het is hun namelijk op gevallen dat toen er problemen waren, hij de eerste was die vluchtte.

Ze waren wel te spreken over heer Potter en zijn vrienden. Zij hadden alles goed geregel en waren voorbereid op een eventuele verandering in se situatie. Dat terwijl ze niet eens bij de wedstrijd aanwezig waren. Ik weet wel dat ze van Bella nog een week mogen blijven als ze dat willen maar volgens mij gaat iedereen behalve Apolline Delacours de vrouw van de Franse minister morgen al naar huis".

Tops haalde opnieuw adem en keek naar de grond. Hoewel ze net pas bij de schouwers was had ze het toch moeilijk met Amalia als haar baas.

Echter Amalia zag veel meer in Tops dan dat Tops zelf wist. Een van de dingen was dat ze zoveel op haar zelf leek. En met een vinger onder haar kin haalde Amalia het hoofd van Tops iets naar boven. "Tops jij bent goed genoeg en een van mijn beste schouwers maar ook ik weet dat je nu wat achter houd.

Als Bella de beslissingen neemt van Heer Potter dan is er wat meer aan de hand. Het maakt me niet uit wat het is, het is een van de dingen van ons vak. De goede en de slechte , ze horen er allebei bij". Amalia gaf Tops een klein aanmoedigend knikje en zei. "Vertel het gewoon Tops, hoe langer jij het stil houd hoe zwaarder het is, en word voor jou".

Tops knikte opnieuw maar keek meteen weer naar haar voeten. "H.. H… PPFFF" stamelde Tops. "H.. Het is Minerva. Ze was zwaar gewond en licht nu in een coma. Het is geen magische coma maar een natuurlijke. En de vraag is niet wanneer Minerva eruit komt maar of ze eruit komt".

Tops was nog maar niet uit gesproken of Amalia rende al naar binnen. Het eerste wat ze wilde was naar de vrienden. Alles wat er tot nu toe was gebeurd was gestart met Bella, Harry, Arabella maar voor al Minerva. En dan was er vooral Harry. Hoe zou hij hier onder zijn. Met snelle passen liep ze het kasteel in en regelrecht naar de zij kamer waar nu de tijdelijke ziekenzaal was. Bij de deur hield ze stil en greep met haar hand naar haar hart.

Daar naast het bed zat Harry. Hij had een blik in zijn ogen van angst verlies en wanhoop. Een blik die niet bij hem hoorde. Ze hoorde Bella en Daphne tegen hem praatte maar er was niets wat hem uit zijn houding haalde. Hij staarde alleen maar naar zijn oma en zei niets. Zijn hand had hij op die van zijn oma en zijn kin lag op haar arm. Met moeite ging ze naar de andere kamer en nam plaats bij de anderen.

*#*

Een dag later zat Harry nog steeds bij zijn oma. Hij was even naar de wc geweest en had zijn tanden gepoetst om daarna meteen weer plaatst te nemen naast zijn oma. Hij at niet en dronk ook bijna niets. Hij wilde onder geen bedwang zijn oma los laten en hield zijn ogen op haar gezicht gericht.

Twee dagen later zat Harry nog steeds bij haar zijde. Het was ook nu dat Bella en Daphne zich zorgen begonnen te maken. Harry had in twee dagen een geroosterd broodje op en zelfs daar zat niets op. Hij wilde niets, hij nam niets en sloot zich op in zich zelf.

Drie dagen later zat Daphne naast hem en keek net als Harry naar Minerva. Ze zag zijn pijn maar begreep het niet. Ze probeerde hem aan het eten te krijgen maar het lukte weer niet. Hij had nu wel thee op maar ook dat was met moeite.

De vierde dag was het nog erger. Harry had nog steeds niets tot bijna niets gegeten en bijna niets gedronken. Zijn ogen waren half dicht. In de vier dagen had hij bijna niet geslapen en als hij even had geslapen was het met zijn hoofd op de arm van zijn Oma.

"Mama, wat voelt Harry nu" vroeg Daphne aan haar moeder. Toen ze net als iedereen Harry even alleen had gelaten met zijn oma.

Isabella keek naar Harry en liet een traan over haar wang heen glijden. Ze wist dat iedereen nu naar haar keek en dat ze de volledige aandacht had van iedereen. "Harry voelt zich wanhopig. Ik weet niet waarom maar heb een vermoede. Hij heeft een gevoel van angst en verlating".

"Iedereen naar buiten en nu meteen" gilde Bella.

De meeste keken geschokt en een beetje boos naar Bella, maar Bella trok zich daar niets van aan. Met een beetje moeite trok ze Daphne naar binnen en duwde de rest naar buiten. Ze wilde alleen met Harry zijn en duwde dus ook Poppy de ziekenzaal uit, die er nog als enige was.

"Wel heb ik ooit, bij Merlijns naam ik" begon Poppy maar die werd tegen gehouden door een lachende Isabella.

"Kom Poppy, Bella zal Harry uit zijn gevoel halen en als mijn vermoedens kloppen dan is zij en Daphne de enige die het eventueel zouden kunnen. Hij houdt van ons allemaal. Maar vertrouwd alleen hun tweeën en zijn oma".

Meteen brak er een tumult aan geluid uit. Iedereen begon tegen Isabella te praten over de vertrouwen van Harry. Vooral dat iedereen vond dat Harry hen vertrouwde.

"EN NOU IS HET GENOEG" gilde Isabella.

Iedereen had een geschrokken blik maar hield zich stil.

"Wees eens redelijk en denk eens na" snauwde ze. "Harry vertrouwd ons allemaal maar dat is niet de vertrouwen dat ik bedoel. Hij vertrouwt ons met dingen en beslissingen maar niet met zijn gevoel.

Door alles wat Harry heeft mee gemaakt is en blijft zijn hart een slot. Niemand weet wat hij voelt en hoe zijn gedachten zijn. Als er twee mensen zijn die het hem kunnen vragen zijn het Bella en Daphne en niemand anders". En met nog een duidelijke blik verliet Isabella de kamer en zocht een plekje voor zichzelf. Zij was als een van de weinig die nooit vergeten was hoe de gedachten van Harry er uit hadden gezien. Vooral niet die zwarte leegte die zich in zijn gedachte kamer bevond.

*#*

Sirius die nog niet terug was gegaan naar het huisje om Peter Pippeling in de gaten te houden had om Snot geroepen en was verdwenen met Augusta en Tops aan zijn hand.

Het was twintig minuten later dat Tops en Augusta terug kwamen met iemand aan hun handen. Zij wezen naar de deur en gingen zelf bij de anderen zitten die met openmond naar de persoon keek die nu de deur van de zijkamer open gooide.

*#*

Harry zat nog steeds gebogen naast het bed van Minerva en keek niet op toen Bella de anderen de kamer uit duwde. Het was zelfs niet zeker of dat Harry überhaupt wel wat had gehoord of meegekregen daarvan.

Bella deed de deur dicht en hoopte dat Isabella haar had begrepen. Langzaam liep ze naar Harry toe en legde een hand op zijn schouder. Het was nu meer dan ooit dat ze hoopte dat ze volwassen was. Ze wist dat ze Harry uit zijn schulp moest halen alleen wist ze niet hoe en hoopte dat ze hier goed aan deed. Maar hoopte opnieuw dat ze een volwassen oplossing kon hebben.

Met zachte handen trok ze Harry bij zijn Oma weg. Eerst trok hij terug maar ze hield vol.

Het ging met moeite maar toen Daphne haar voorbeeld volgde ging Harry toch mee. Gezamelijk brachten ze hem naar een bank waar hij oog op zijn oma kon houden.

Ze voelde hoe hij terug trok maar ze hielden hem tegen. Langzaam brachten ze hem op de bank en zorgde ervoor dat hij ging zitten. Zijn ogen waren geplakt op zijn Oma en zijn houding was verstijfd. Bella voelde het en wist dat Daphne het ook voelde.

Door haar been over dat van Harry heen te leggen hield ze hem tegen om op te staan. Gelukkig zag ze hoe Daphne haar voorbeeld volgde en het ook deed. Maar ondanks dat was Harry nog steeds in zich zelf gekeerd en had zijn ogen op zijn oma gehouden.

"Harry praat tegen ons. Alsjeblieft vertel wat er is" zei Bella zachtjes tegen hem terwijl ze haar hoofd op zijn schouder legde. "Je weet dat we er allemaal voor je zijn en je met alles willen helpen. Maar we kunnen niets doen als je ons buiten sluit en niet eens tegen ons praat".

Harry echter zei nog steeds niets en wilde weer gaan opstaan. Maar het was ook nu weer dat Bella en nu ook Daphne hem tegen hield.

"Harry, Poppy heeft alles gedaan wat moest gebeuren. Je weet dat ze alles voor Minerva zal doen wat het ook maar is, of hoeveel tijd het ook zou kosten. Alleen is het nu aan jouw oma. Zij moet het doen maar jij helpt haar niet door niets te eten of te drinken" Zei Daphne op bijna een smekende toon.

En op nieuw drongen de woorden van Daphne net als die van Bella niet tot Harry door. Het enige wat ze zagen was dat zij zijn ogen vol met tranen had zitten. Zijn adem schokte maar hij hield zich groot.

Bella keek hem aan en wist dat het net zoals altijd was. Hij hield zich sterk omdat hij het zo had geleerd. Hij mocht niet huilen hij mocht zijn pijn niet laten zien. Het was opnieuw de Harry die ze had leren kennen bij de Duffelingen. Harry was opnieuw die kleine jongen die vol met ellende zat en voor de buiten wereld deed alsof er niets aan de hand was.

Ze knuffelde hem en bracht haar handen om zijn middel heen. Met een hand trok ze Daphne die aan de andere kant zat ook tegen Harry aan en fluisterde zacht tegen hem. "Wij zijn er voor je Harry. Ik zal jou niet laten gaan. Ik hou van jou".

Daphne hoorde de woorden en wist nog steeds niet echt wat Bella wist. Wel zag ze dat de woorden van Bella Harry aan het huilen had gebracht. Ze wist dat door de woorden van Bella de muur van Harry een beetje was afgebrokkeld. "Bella heeft gelijk Harry wij houden van jou en zullen altijd bij je blijven. Het maakt ons niet uit wat er is gebeurd jij bent van ons en wij houden van jou. Ik hou van jou" zei Daphne op een zachte toon.

Het schokken van Harry werden meer en hij huilde nu echt, hoewel het nog steeds zonder geluid was. Het was nu dat de deur open werd gegooid met een klap en dat iemand met grote stappen naar binnen kwam rennen.

Bella Harry en Daphne schrokken op en keken alle drie met grote ogen naar de persoon die nu in de kamer stond. Harry die zijn ogen vol met tranen had zitten en zijn bril die hij op zijn benen had liggen kon het niet echt zien maar hoorde het wel.

"Wat, Hoe Waarom". Stamelde Daphne.

*#*

Sirius hoorde wat Isabella had gezegd en wist ongeveer wat ze bedoelde. Maar net als een aantal anderen had hij nooit de beelden gezien of het rode boekje gelezen. Dus hij wist ook niet echt hoe diep het bij Harry zat. Wel wist hij dat het erg moest zijn geweest om zo een reactie te krijgen van Isabella Goedleers. Zei was iemand die zelden uit haar slof schoot. En de manier waarop ze het nu had gedaan was duidelijk genoeg voor hem geweest.

In zijn gedachten wist hij wat hij moest doen. Zijn eerste reactie was Tops en Augusta bij de hand pakken en mee te nemen naar de hal. Daar riep hij om Snot en vroeg of die hen naar het ministerie wilde brengen.

In de ontvangst ruimte van het ministerie vertelde Sirius dat ze Bellatrix moesten halen. Zij was de genen die Harry uit zijn schulp kon brengen. Tuurlijk Bella en Daphne konden het ook maar ze waren nog te jong. Bellatrix had de volwassenheid die Bella nu nodig had en was daarom hun beste oplossing.

Augusta die als enige van de drie het boekje had gelezen kon inzien dat Sirius bestwel eens gelijk kon hebben. "Oke Sirius waarom heb je ons mee genomen en waarom zijn we hier op het ministerie".

Sirius gaf een glimlach en wees over zijn schouder heen. Achter hem bevond zich het kantoor van Azkaban. En het was toen dat Tops ook begreep waarom ze mee was getrokken.

"Sirius weet je het zeker, je weet dat alleen het hoofd van een huis het kan doen" zei Tops.

"Precies" zei Sirius. "Ik zal de plaats van Bellatrix in nemen in Azkaban en Augusta zal als plaatsvervangend heer Zwart de garantie waarborgen van de terugkeer van Bellatrix. Als heer kan ze een van haar Familieleden de plaats in laten nemen voor een gevangenen voor de duur van maximaal drie dagen. En als hond kan ik de Dementors van mij af houden.

Bella kan het ook in haar vorm. Alleen kan ze in haar vorm niet ontsnappen zoals ik dat een jaar geleden heb gedaan. Anders had ik haar mee genomen".

Nu achteraf gezien waren ze blij dat het niet gebeurd was. Bellatrix moest uitgebroken worden door Voldermort zelf. Anders zou ze nooit terug gestuurd kunnen worden, En dat was het belangrijkste wat ze nu moesten bereiken. Dus terwijl Sirius bij Tops bleef staan ging Augusta naar binnen.

Het formulier dat ze nodig had was zo gevonden en in gevuld. Alleen bij een verblijf buiten de gevangenis van een gevangen was een Schouwer verplicht. Gelukkig had Sirius daar ook aan gedacht en had juist om die reden Tops mee genomen. Iets wat weer makkelijk te regelen was met Amalia. En als hooft van huis Zwart werd alles geheim gehouden omdat het een aloude en nobel huis was.

En tien minuten later stonden ze dan ook buiten aan de kade van de haven naar de gevangenis toe. Snot had ze afgezet en zou hen bij hun terugkeer weer daar komen om ze op te halen en ze meteen naar het Potter kasteel te ploppen. Maar voordat dat kon gebeuren moesten ze eerst Bellatrix uit haar cel gaan halen.

De meeste bewakers keken op toen Sirius Zwart die nog geen jaar geleden was ontsnap al weer terug naar binnen liep onder de begeleiding van een schouwer.

Augusta bleef bij de ingang staan. Zij wilde namelijk niets te maken hebben met de dementors.

Tops gooide het papier op de toonbank en liep meteen door met Sirius aan de arm. Bij de cel van Bellatrix hielden ze stil.

"Sirius, ben je eindelijk vrij en dan kom je me nu alweer op zoeken. Ik zou bijna denken dat je van mij houd:" Zei Bellatrix in een overdreven vriendelijk stemmetje. "En vertel me eens Sirius vond je de herinneringen leuk die ik aan mijn man heb mee gegeven".

Sirius keek boos en begon zachtjes naar zijn nicht te grommen. "Bellatrix gedraag je anders laat ik jouw hier zitten".

De woorden die Sirius net had gezegd kwamen langzaam bij Bellatrix naar binnen. "WHAT, Wil je zeggen dat ik weg mag, ben ik vrij" gilde Bellatrix bijna, maar zag meteen hoe Sirius nee schudde.

Het was echter Tops die haar het antwoord op haar ongestelde vraag gaf. "Het is mijn broertje. Zoals je weet zijn mijn moeder en ik nu Potters. Maar mijn broertje heeft jou weer harder nodig dan wie dan ook".

"Wat heeft hij nu weer voor iets doms gedaan" vroeg Bellatrix meteen. "Ik zweer het als ik hier ooit uit kom leg ik hem vast aan een ketting dan weet ik zeker dat hij zich niet meer zal bezeren".

Sirius lachte luid maar kreeg meteen een dodelijke blik van Bellatrix."En jij bent de eerste die ik laat castreren" beet ze Sirius toe.

"Nee Bellatrix het is Minerva" viel Tops haar in de reden voor dat zij en Sirius het op een partijtje bekvechten zouden zetten. "Ze is er zwaar aan toe en we weten niet of ze het wel gaat halen. Harry zit alleen maar aan haar bed, Hij eet en drinkt nauwelijks en heeft ook bijna niet geslapen. Hij zegt niets en reageert nergens op. Volgens Isabella Goedleers heeft hij verlatingsangst" vertelde Tops haar.

"tuurlijk heeft hij een verlatingsangst wat denk je zelf" snauwde Bellatrix bijna. "Hij is opgegroeid als een slaaf. Hij was nog minder waard dan het vuil onder de schoenen van zijn oom en tante. En nu na ruim elf jaar heeft hij eindelijk een familie. Hij had een oma die van hem hield zijn eigen familie in bloed. En die familie dreigt hem nu te worden ontnomen.

En als hij nu drie jaar van liefde had gehad dan had het niet zo erg geweest. Maar nee tot twee keer toe heeft hij Voldemort moeten weerhouden van een terugkeer. En dit jaar heeft hij gehoord dat hij die terugkeer moet laten door gaan. Maar om dat te kunnen laten doen moet hij mee gaan doen in een tornooi waar hij tot drie keer toe zijn leven moet wagen om Voldemort te laten terug komen.

Ik heb zijn leven gezien en het is zo erg dat je het je ergste vijand niet zou toe wensen. En nog is Harry de liefste man die ik ooit heb gezien. En de dood van zijn oma kan de duistere heer van hem maken die diep van binnen in hem zit.

Tops jij heb het zwarte gat in zijn gedachten gezien is het niet" vroeg Bellatrix ineens van uit het niets.

Tonks moest even na denken en dacht terug aan het begin van het tweede jaar. Het was de dag na dat hij was aan gevallen door die Smalhart. "Ja ik weet het weer het is het gat van verderf. Isabella heeft ons verteld dat het pure haat was. Iets wat door Voldemort was achter gelaten of zo iets".

Bellatrix knikte. "Juist en dat is waar iedereen bang voor moet zijn. Mocht Harry zijn oma verliezen. Nu hij haar eindelijk in zijn leven heeft. Dan kan het zo maar zijn dat het gat der verderf zijn gedachte opslokt. En mocht dat gebeuren dan zal Harry de volgende duistere heer zijn die er is. En ik kan je nu vertellen dat Voldemort een watje is vergeleken bij een duistere Harry".

Sirius wilde wat gaan zeggen maar werd opnieuw het zwijgen opgelegd door Bellatrix.

"Nee Sirius. Harry heeft nog steeds geen jeugd gehad en ik vraag me af of hij dat ooit nog eens zal krijgen. Hij is heer over vier huizen. Waarschijnlijk vijf omdat jij geen kinderen meer zal kunnen krijgen door onze Dementor vriendjes hier.

De rijkste tovenaar die er ooit zal zijn en voor wat. Een oude gek die zijn leven wil beheersen. Een minister die net zo content is als een slak op pepperupdrank, Zo lang als die luis van Lucius Malfidus aan zijn draaitje blijft trekken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de nachtelijke tripjes in de gedachtes van mijn kleiner ik waar hij Voldermort constant zal moeten bevechten".

"Dat is heel mooi Bellatrix" brak Sirius haar tirade. "Maar ik ben hier om jouw plaats in te nemen voor een dag. Jij hebt tot morgen avond de tijd om jouw man en mijn erfgenaam tot ons te brengen. Ik weet dat op dit moment jouw kleiner ik bezig is om jullie toekomstige man terug te laten komen tot haar en jou. En jullie mede gezel is daar ook mee bezig. Ik weet namelijk ook dat jouw kleinere ik daar nog te jong voor is".

Bellatrix begon langzaam nee te schudden. "Sirius zeg me dat het niet waar is. Ben jij hier om mijn naar Harry te laten gaan zodat ik hem te bedden kan brengen. Denk je dat Harry dat zou toe laten. Denk je dat ik hem op die manier zal verlijden om hem terug te brengen".

Sirius zei niets maar lachte wel".

Pats, Pats. De vlakke hand van Bellatrix maakte contact met de beide wangen van Sirius. Het is niet Harry die geholpen moet worden maar Minerva jij hitsige Hond, echt waar soms denk ik echt dat castratie echt de enige oplossing is voor jou.

En ja ik zal gaan maar niet om te doen wat jij mij vraagt. Met die woorden duwde ze Sirius haar cel in en trok de deur achter zich dicht. Met een kleine lach richting Tops duwde ze de toverstok van Sirius tussen haar borsten en liep met haar nichtje mee naar buiten.

Bij de boot begroete ze Augusta en liep samen met haar en Tops de boot op. Bij de wal zagen ze hoe een groep van ministerie werkers hun kant op kwamen gelopen. Het had de reden om Bellatrix in bewaring te nemen wegens het ontsnappen uit de gevangenis. Het was namelijk te verwachten dat het nooit geheim zou blijven wat er uit naam van huize zwart werd gedaan.

Het was alleen jammer dat Sirius ook hier op voor bereid was geweest.

Terwijl de medewerkers van het ministerie nog op zo'n honderd meter afstand stonden verschenen Snot en Dobby naast hen van uit het niets. Ze pakte de handen van de heksen en plopte hen naar het Potterkasteel.

Bellatrix keek de gang rond en liep vervolgens regelrecht naar de kamer die haar werd aangewezen.

*#*

David en Isabella keken net als alle anderen raar op. Maar er was er geen een die wat zei.

Andromeda Zag haar zusje en wees met haar hand naar de deur die ze moest hebben.

Bellatrix knikte en sloeg beide handen tegen de deur en drukte hem met een klap open. Daar op de bank zag ze haar man. Haar kleinere ik en hun zuster vrouw zitten. Met een paar passen stond ze voor hem en zakte door haar knieën.

*#*

"Bellatrix, Wat, Hoe Waarom". Stamelde Daphne toen Bellatrix voor hen door haar knieën zakte.

Met beide handen pakte Bellatrix de wangen van Harry en trok hem in een kus. Hij huilde nog wel maar hield geschrokken op bij het voelen van haar lippen op die van hem.

Bellatrix nam de handen van Daphne in die van haar en trok ook haar even in een kus. Door daarna Harry op haar schoot te nemen en tussen Daphne en Bella in te gaan zitten.

Beide dames namen haar voor beeld en kropen dicht tegen haar en Harry aan. Bellatrix deed haar eigen armen om de middel van Harry heen en legde haar hoofd van achter op zijn schouder.

"Oke Harry vertel me eens waarom trek jij je zo terug".

Harry zei niets en keek meteen naar zijn oma.

Bellatrix zag hem kijken en trok hem nog wat strakker tegen zich aan. "Kom op Harry wij gaan niet eerde weg of je hebt het ons verteld".

Harry zuchtte en keek weer naar zijn oma. "Wat moet ik nu doen Bellatrix, ze is de enige hulp die ik heb tegen Albus. Ik ben nog lang niet sterk genoeg en ik kan niet zonder haar. Ik weet ik heb Bella en Daphne naast me staan maar oma is mijn bloed. Het is de enige dat ik nog over heb van mijn moeder".

Daphne en Bella keken beide met tranen in hun ogen op naar Harry. Ze wisten allebei wat zijn oma voor hem betekende maar dat het zoveel in zich had dat wisten ze niet. Tuurlijk ze zagen hem als zijn familie maar nu begrepen ze het ook. Minerva was echt de enige familie die hij nog had.

Bellatrix trok hem nog eens tegen zich aan en fluisterde in zijn oor. "En denk je dat ze het goed zou vinden als jij je zelf zo aan het uithongeren ben".

"Nee, Oma zou het nooit goed vinden"zei Harry zachtjes.

"Goed zo Harry, kom ga je wassen je stinkt namelijk, Ga eten en drinken. Dan zal ik Minerva terug gaan halen. Een coma is niets anders dan gevangen zitten in je gedachten" vertelde Bellatrix hem.

Alle drie keken ze haar met open mond aan.

Bellatrix lachte en keek even naar Bella. "Ja schat jij gaat het ook allemaal leren. Jouw krachten over de gedachten zijn nog niet helemaal daar. En die van mij kwamen vrij nadat mijn man was overleden. Ik kan bij iedereen in de gedachten treden als ze openstaan voor ontvangst. Nu huphup. Ik wil niet dat mijn man stinkt als ik zijn oma heb terug gehaald".

Alle drie knikte en rende meteen de kamer uit en de badkamer binnen.

Bellatrix lachte en ging op de rand van het bed van Minerva zitten. "Zo en nu is het de buurt aan jouw grootmoeder van me". Met die woorden hing ze iets naar Minerva toe, en mummelde wat.

A/N: Zo dat was weer een hoofdstuk. Bedankt voor het lezen en tot over twee weken. Groetjes Winmau.