Hoofdstuk 6 De Doos van Pandora

'Nee, nee, nee!'

De hoge uitroepen werden gevolgd door een hoop kabaal. Draco herkende enkel de stem van hun huis-elf, die half angstig en half boos klonk, maar hij had geen flauw idee waardoor de andere geluiden veroorzaakt werden.

Geërgerd legde hij zijn boek opzij en stond op om zich met lange passen naar de hal te begeven. Met een zucht gooide hij de deur open en stond toen stokstijf stil. Later zou hij ontkennen dat zijn mond openhing. Tenslotte was dat niet iets waar men een Malfidus ooit op zou kunnen betrappen.

De huis-elf rolde over de vloer in een worsteling met een vogel, die op dat moment half verscholen ging onder de stroken vitrage. Het dier kraste oorverdovend en leek een gevecht op leven en dood te leveren. Draco zou er echt geen Sikkel op in durven zetten wie er zou winnen.

Juvie krijste uit alle macht: 'Geef hier. Geef aan Juvie!'

Er verscheen een grijze snavel door de vitrage heen die de huis-elf in haar dunne beentje begon te prikken. Met een verontwaardigde kreet begon Juvie wild te trappelen waarmee ze vaker wel dan niet de scherpe snavel raakte. De wapperende vitrage onthulde nu een middelgrote ransuil die uit alle macht probeerde weg te komen. Maar Juvie had een lichtbruine poot vast en was vastbesloten het vastgebonden rolletje perkament aan de vogel te ontfutselen.

Draco grijnsde toen hij de familie-uil van de Zabini's herkende. Die arrogante vogel was dusdanig getraind dat hij zijn boodschappen enkel af mocht geven aan de geadresseerde. Hij aarzelde net of hij tussenbeide zou komen – het entertainmentgehalte was enorm – toen de huis-elf een triomfantelijke kreet slaakte en het perkament met een gebalde vuist in de lucht stak. De uil lag amechtig op het hoogpolige tapijt, maar slaagde er desondanks in een moordzuchtige blik op Juvie te werpen.

'Een brief, meester Draco. Juvie heeft een brief!'

Struikelend over een stuk vitrage kwam ze aangesneld. Draco wees ernaar; hij zat echt niet te wachten op de aanblik van een blote huis-elf. Het was al erg genoeg dat hij zijn vader onverwachts tegen het naakte lijf was gelopen toen hij dertien jaar oud was.

'Een brief, dat had ik nooit kunnen raden,' zei hij toen spottend.

Juvie reageerde niet op de klank van zijn woorden, maar reikte hem het rolletje aan. 'Voor meester Draco. Een brief voor u!'

Oké, dat was onverwachts, dacht Draco verrast. Afgezien van Brulbrieven en dreigbrieven was er de laatste dagen nauwelijks persoonlijke post bezorgd en al zeker niet voor hem. Augustus Park was niet de enige die zijn handen aftrok van enige betrokkenheid bij de familie Malfidus. Wat zou Blaise hem te zeggen hebben? Hij pakte het rolletje aan en draaide zich om naar de zitkamer.

'Geef die uil wat water,' beval hij over zijn schouder.

o~0~O~0~o

'Ronald Virus Wemel!' De scherpe stem van tante Marga leek te echoën tegen het tentdoek.

'Oh, shit,' zei hij zachtjes, maar Hermelien had het blijkbaar toch gehoord, want voor de tweede keer in een minuut hoorde hij zijn volledige voornaam.

'Ronald!' Het ging vergezeld van een vermanende por in zijn zij.

'Oi!' riep hij. 'Ik ga al hoor.' Met zichtbare tegenzin liep hij in de richting van zijn tante. Toen hij Harry passeerde, die met Ginny en Loena stond te praten, pakte hij hem bij zijn arm en trok hem mee.

'Wat...?'

'Sorry, maat. Je moet me helpen. Tante Marga Alarm!'

'Gaan Harry en Ron samen dansen?' klonk de dromerige stem van Loena, toen Harry zich, ondanks Ginny's protesten, liet meeslepen. 'Wat lief.'

Toen ze voor tante Marga stopten, keek ze hem afkeurend aan en zei: 'Je hebt je tijd genomen, jongeman! Ontliep je me soms?' Terwijl Ron met klem ontkende dat hij haar ontlopen had, wees ze met een koninklijk gebaar naar een stoel naast zich. Ron keek smekend naar Harry, die zijn schouders ophaalde.

'Jij ook, Harry Potter! Ik zie je met iedereen praten behalve met de tante van je vriend. Of moet ik zeggen van je vriendinnetje?' En haar priemende blik gleed langs hen heen naar de plaats waar Ginny en Loena nog steeds stonden. Harry bloosde en Ron grinnikte inwendig, maar beiden gingen braaf zitten.

'Dat is beter!' Ze wendde zich naar Harry. 'Wanneer kunnen we een biografie over jou verwachten, Harry Potter?'

Ron schoot bijna in de lach door de verbijsterde uitdrukking die op Harry's gezicht verscheen.

'Wat? Wie? Ik?' stamelde hij.

'Ik begreep dat Rita zeer geïnteresseerd was,' vervolgde ze.

'Wat? Nooit!' riep Harry, de afschuw in zijn stem benadrukte het laatste woord. Ze trok overdreven verbaasd haar wenkbrauwen op.

'Oh, ik dacht dat jullie zo goed bevriend waren? Ik was wel benieuwd welke overeenkomsten ze zou trekken tussen het leven van Albus Perkamentus en dat van zijn pupil. Bovendien zou het interessant zijn om de antwoorden te leren op de vragen die ze vanmorgen stelde.'

Ron, die zijn vriend goed genoeg kende om te weten dat een uitbarsting niet lang op zich zou laten wachten, viel haar haastig in de rede.

'Hoe vond u de begrafenisdienst, tante Marga?' De afleiding had effect, al had Ron het idee dat hij nu van de regen in de drup was beland.

'De begrafenisdienst?' Haar stem was luid genoeg dat verschillende mensen in de nabije omgeving zich omdraaiden. Hij zag dat Ginny met leedvermaak naar hen keek. 'Vertel me eens, Ronald, van wie kwam het ongepaste idee om vuurwerk af te steken op een begrafenis?'

Ron vroeg zich verontwaardigd af of ze niemand anders die vraag had kunnen stellen, of dat ze er al zijn gezinsleden mee lastig viel.

'Het was niet mijn idee, tante Marga, maar ik vond eigenlijk wel dat het heel goed bij Fred paste. Het leek net op de keer toen hij en George twee jaar geleden van school vlogen.' Hij besefte gelijk dat dat geen bijster tactische opmerking was.

Ze snoof minachtend. 'Precies! Dat was ook al zo'n staaltje van onverschilligheid van dat tweetal. Molly had ze toen al duidelijk niet meer in de hand. Als ze toen wat krachtiger was opgetreden ... '

'Dan zou Fred nu nog leven, bedoelt u?' Ron zag het plotseling rood voor de ogen worden. Hij sprong overeind en beet haar toe: 'Ik hoop dat u in ieder geval het fatsoen heeft gehad om dat niet tegen haar te zeggen!'

Zonder een reactie af te wachten, stormde hij weg. De overige gasten negerend, vond hij de uitgang van de tent en liep gelijk door naar de keukendeur.

Hij hield zich nog net lang genoeg in om de deur niet met een knal achter zich dicht te gooien, maar eenmaal binnen schopte hij gefrustreerd tegen de muur aan. 'Vervelend, oud takkewijf!' schold hij.

Op dat moment kwam zijn moeder de keuken in lopen. Nog voor ze iets kon zeggen, mompelde hij al: 'Sorry, ma, maar ... tante Marga …'

Hij haalde hulpeloos zijn schouders op. Onder geen beding ging hij vertellen wat die heks gezegd had.

Ze liep naar hem toe en gaf hem even een klopje op zijn arm. 'Ach Ron, je weet toch hoe ze is. Laat je toch niet door haar op stang jagen!

'Ja maar, ma …!'

Ze glimlachte kleintjes en liep naar de voorraadkast. 'Kom, help me maar even met de cake. Jij snijdt altijd van die lekker dikke plakken.'

Deze afleidingsmanoeuvre had een veel beter resultaat, dacht hij met een mond vol cake, terwijl zijn toverstaf het goudgele baksel verder in stukken verdeelde.

Hij keek opzij naar zijn moeder, die een nieuwe ketel water naar het fornuis liet zweven. Ze zag er bleek uit en ze leek ook opeens kleiner. Hij realiseerde zich dat hijzelf waarschijnlijk nog een stuk gegroeid was het afgelopen jaar, maar de aanblik overrompelde hem.

'Kun je het allemaal nog een beetje aan, ma? Ik wil zo wel even de cake naar buiten brengen hoor.'

De ketel kwam iets harder neer dan normaal en ze draaide zich om. Haar ogen glansden plotseling verdacht.

'Oh, Ron,' zei ze. Ze deed een stap naar voren en sloeg haar armen om hem heen. Onhandig beantwoordde hij het gebaar. Zwijgend hielden ze elkaar een moment vast. Toen stapte zijn moeder naar achter, keek hem met een waterig glimlachje aan en zei: 'We zullen ieder de helft meenemen.'

o~0~O~0~o

Ellen liep de trap op en grimaste pijnlijk toen niet de treden, maar haar knieën protesterend kraakten. Alles leek momenteel zo veel meer moeite te kosten.

's Avonds moest ze zich bijna naar haar bed slepen en 's morgens had ze het gevoel dat ze hooguit een uur geslapen had. Ze stapte de logeerkamer aan haar linkerhand binnen, waar al jaren niemand meer overnacht had. De enige uitzondering was de sporadische keer geweest dat Severus een nacht was blijven slapen voordat hij weer op pad moest voor Hij Die Niet Genoemd Mag Worden.

Haar uitdrukking versomberde een moment, maar ze schudde de negatieve gedachten snel van zich af. Wat Severus wel of niet had gedaan, was nodig geweest in zijn ogen. Een moeder moest niet te lang blijven dralen bij die details. Harry Potter had zijn keuzes ontzettend moeilijk en vreselijk dapper genoemd. Ze dacht met trots aan de woorden die DeOchtendprofeet aan haar enige kind gewijd had. Bij de gedachte aan die andere jongen, die vast ook heel veel moeilijke keuzes had moeten maken in zijn jonge leven - ze had waarschijnlijk geen besef hoeveel – liep ze naar de grote linnenkast, waarin voornamelijk kleding hing die niet meer werd gedragen, maar die ze om sentimentele redenen bewaarde. Zoals Severus' eerste schooluniform, het galagewaad dat ze gedragen had tijdens Severus' afstuderen en – ze herkende het met een schok toen ze de hangertjes opzij schoof – haar trouwjapon.

Herinneringen aan Tobias hadden een té bittere smaak om niet door te dringen in de idyllische beelden die het witte kanten lijfje en de uitwaaierende rok opriepen. Ze schoof met onvaste hand de hangers terug, onwillig om de jurk nog langer te zien, maar toch nog steeds niet in staat om hem weg te doen.

Op de plank boven de kleding stonden diverse dozen. Ze herbergden delen van het verleden; de pastelkleurige die van haar, en de donkerbruine had Severus bij haar in bewaring gegeven. Hij had haar nooit verteld wat er inzat en ze had nooit gekeken. Niet alleen uit respect voor zijn privacy, maar meer nog uit angst voor wat de onschuldig ogende dozen zouden bevatten. Toen hij ze drie jaar geleden had gebracht, net een week na de terugkeer van Voldemort en ze hem had gevraagd hoelang ze op zijn bezittingen moest passen, had hij alleen cryptisch geantwoord: 'Tot één van ons beiden begraven wordt.'

Destijds had ze gedacht dat die cynische opmerking op haarzelf en hem sloeg, maar in de daaropvolgende jaren had ze zich dikwijls afgevraagd of hij niet op Voldemort duidde.

Vooruit, Ellen, lang genoeg gedraald, spoorde ze zichzelf aan. Met een Zweefspreuk verhuisde ze een doos naar het elegante bureautje dat voor het raam stond. Beheerst volgde ze de doos en ging op het antieke stoeltje zitten. Ze legde haar handen een moment bovenop de doos en staarde in gedachte naar de pigmentvlekjes op haar huid. Waarhebjememeeopgezadeld,Sevvie? De naam die ze lang geleden gebruikt had voor haar kleine jongen hielp niet, en dus opende ze de doos en wapende zich voor wat ze zou aantreffen.

De stoffige geur van gedroogde bloemen ontsnapte. Een eerste blik toonde haar een bundeltje brieven, dat bijeengehouden werd door een verschoten groen lint. Het soort dat zij zelf ook vroeger gebruikt had. Het perkament zag eruit alsof het bij het minste of geringste uit elkaar kon vallen, de vouwranden waren praktisch versleten. Er lagen wat foto's in, die ze zich herinnerde zelf gemaakt te hebben met Tobias' Dreuzelcamera. Een paar van Severus zelf, een paar waarop hij met wat buurtkinderen was. Ze schatte hem een jaar of tien. De rest van de inhoud werd bedekt door de gedroogde bloem die bovenop lag. De tijd had verschillende blaadjes verpulverd en ze over de memento's gestrooid, maar Ellen herkende de geelwitte bloemen desalniettemin.

Lilliumacandidum, beter bekend als Madonna Lily.

Lily. Peinzend gleden haar ogen weer naar het stapeltje brieven. Lily Evers, het roodharige meisje dat in hetzelfde jaar als Severus naar Zweinstein ging. Ze herinnerde zich opeens hoe opgelucht hij was geweest toen ze met haar ouders op perron 9 ¾ was gearriveerd. En hoe opgewonden Lily was geweest. Dezelfde Lily Evers die acht jaar later met James Potter trouwde.

'Oh Sevvie,' zuchtte ze verdrietig. Zo veel werd duidelijk met het openen van de doos. Een stukje verleden ontrafeld. Ze begreep nu waarom haar zoon het niet veilig had geacht deze aandenkens in zijn eigen huisje te bewaren.

De tijd verstreek terwijl Ellen allerlei herinneringen als puzzelstukjes in de grote afbeelding kon plaatsen.

Tenslotte stond ze op, sloot de doos en liep de trap af naar de keuken. Voor vandaag waren dat wel genoeg onthullingen, vond ze. Nu wilde ze eerst een kopje Earl Grey.

o~0~O~0~o

Voorzichtig manoeuvreerde Ron de schotel met cake voor zich uit, terwijl hij achter zijn moeder aan in de richting van de tent liep. Dezelfde tent die er vorig jaar gestaan had, maar nu had hij een stemmige parelgrijze kleur gekregen. Ze hadden eerst gestemd voor diezelfde roze-paarse kleur als van de gewaden van de Topfopshop, maar daar had zijn vader een stokje voor gestoken. Het kleed over de kist was één ding, maar de hele tent zou vooral bij de oudere familieleden niet in dank afgenomen worden. Hij had natuurlijk tante Marga bedoeld.

Vanuit de tent nam het geroezemoes plotseling toe en er klonken kreten van ontzetting. Zijn moeder versnelde haar pas en Ron haastte zich om haar bij te benen, voorzichtig zodat hij niet over het oneffen pad zou struikelen.

Bij de ingang van de tent haalde hij zijn moeder in. Bij de eerste aanblik op het gezelschap in de tent, vielen zijn armen slap langs zijn lichaam. De schalen, niet meer in bedwang gehouden door zijn toverstaf, vielen met een enorm gerinkel op de vloer. Het meest verbijsterende was dat zijn moeder niet eens reageerde. Maar ook zij was met stomheid geslagen. Geen van de gasten in de tent zat stemmig aan een tafeltje thee te drinken. In plaats daarvan probeerden ze allemaal elkaar te overstemmen en wezen ze elkaar op andermans ... neus!

Ron zag niemand met zijn eigen neus. In feite kon hij op het eerste gezicht nergens nog een normaal uitziende neus ontdekken. Sommige mensen hadden vreemde varianten; extreem grote, hoekige, uitstekende of vreemde vormen die hem aan groenten deden denken. Sommige mensen hadden niet eens een menselijke neus, maar een dierlijke variant. Hij zag een kattenneus, compleet met snorharen, en een giraffeneus met bijbehorende vlekken, die zich uitbreidde tot de wangen.

Een ongewoon geluid trok zijn aandacht en toen hij de bron vond, wenste hij dat er een fotograaf van DeOchtendprofeet in de buurt was; tante Marga had namelijk een enorm lange, grijze slurfachtige neus.

'Sodeknetter!'

Die uitroep scheen zijn moeder uit haar trance te halen. Met het automatisme van jaren, gilde ze: 'Fred en George We– !'

Hoewel weinig mensen haar hadden kunnen verstaan, zag Ron hoe ze lijkbleek wegtrok en wankelde, geschokt door haar eigen woorden. Ron schoot op haar af en ondersteunde haar terwijl ze haar evenwicht weer vond.

Hij kon het echter niet laten om een steelse blik door de ruimte te laten gaan en zag zijn vader zich een weg worstelen door de menigte. Hij maakte met zijn roze snuit knorrende geluiden. Ron kneep zijn lippen op elkaar want hij dacht niet dat zijn ouders het zouden waarderen als hij zijn vader zou uitlachen ten overstaan van al hun gasten.

Zijn vader gebaarde van de toverstok die zijn moeder vasthield, naar zijn neus en terug. Een hoopvol gesproken 'Finite Incantatem' bracht echter geen uitkomst. Dat verbaasde Ron niet echt.

Aan haar gezicht te zien, had zijn moeder er ook niet op gerekend. In plaats daarvan wees ze met een driftig gebaar naar haar eigen mond en zei: 'Sonorus!' Haar volgende woorden deden het tentdoek wapperen: 'STILTE, ALLEMAAL!'

Geschokt hield iedereen zijn mond en de plotselinge stilte was bijna onwerkelijk. Totdat het plotseling leek alsof er achterin de tent een olifant verontwaardigd tetterde en iedereen zich massaal omdraaide naar tante Marga. Haar roodomrande ogen sproeiden vuur en haar slurf zwaaide nijdig heen en weer.

Ron zag dat hij niet de enige was die op het punt stond in lachen uit te barsten. Zelfs de ogen van zijn vader keken geamuseerd over zijn roze snuit naar tante Marga. Naast hem begon zijn moeder echter opnieuw te praten.

'KAN IEMAND ME MISSCHIEN IN GODERICS NAAM VERTELLEN WAT ER AAN DE HAND IS?'

Een meisje dat vlak vooraan stond, en dat Ron herkende als een Ravenklauw uit hun jaar, deed een stap naar voren en antwoordde: 'Ik denk dat de oorzaak bij die petit fours ligt.' Ze wees naar de schotels die op iedere tafel stonden. Op een aantal tafels lagen nog wat kleine vierkante gebakjes.

Ron vroeg zich een seconde af waarom hij cake had staan snijden, terwijl zijn moeder blijkbaar gebak had. Toen merkte hij op dat aan de tafels waar nog gebakjes op de schalen lagen, mensen zaten die hun eigen neus nog hadden. Al was dat van sommigen moeilijk te zeggen, grinnikte hij stiekem.

Het meisje, wiens champignonvormige neus haar uiterlijk niet verfraaide, maar dat compenseerde met het vermogen te observeren, vervolgde: 'Ongeveer tien seconden nadat we de eerste hap namen, veranderde ...' Ze wees gegeneerd naar het midden van haar gezicht. '… dit.'

Het gezicht van zijn moeder was inmiddels allang niet bleek meer.

'Willem Arthur Wemel!' klonk het door de tent. Maar Bill, uitgerust met een donkergrijze snavelachtige bek, schudde vrolijk zijn hoofd.

'IJ eeft et niet kedaan,' verduidelijkte Fleur. Zelfs met de lange, dunne neus, die Ron aan Dobby deed denken, was ze knapper dan de meeste andere meisjes in de tent.

'Charlie!' Het klonk lichtelijk vragend.

'Sorry, ma! Ik weet nergens van,' klonk het ergens van achterin de zaal. Ze keek even rond, zag haar middelste zoon en vroeg aarzelend: 'Percy?'

'Nee, natuurlijk niet, moeder.' Maar hij klonk lang niet zo ontstemd als Ron van hem gewend was. Haar ogen gleden opzij en voordat ze zijn naam kon noemen, schoot hij uit: 'Ma, ik was de hele tijd bij je in de keuken om cake te snijden.' Hij gebaarde naar beneden, en zag een Kabouter met een flink stuk cake op sleeptouw, onder het tentzeil verdwijnen.

Ze knikte, zichtbaar verwilderd en keek rond naar een mogelijke dader. Toen galmde er opnieuw een magisch versterkte stem door de tent: 'Dames en heren, ter nagedachtenis aan Fred Wemel, een grappenmaker extraordinaire, presenteert Tovertweelings Topfopshop u de Elfensnufferd. Het neusje van de zalm op het gebied van tijdelijke Transformaties. U hoeft niet langer dan een uur op uw neus te kijken. Of die van een ander.'

De reacties waren gemengd. Sommige mensen konden dit wel zien als iets dat Fred geweldig zou hebben gevonden. Anderen, vooral de wat oudere mensen, waren van mening dat een begrafenis, of de receptie nadien, geen plaats was voor grappen en grollen, en hadden het vuurwerk – net als tante Marga – al ongepast gevonden.

Tante Marga tetterde verontwaardigd, maar vond geen gehoor. Ook zijn moeder was niet geamuseerd en wendde zich tot zijn vader, die wat hulpeloos gebaarde dat hij weinig in te brengen had.

Aangezien hij niet verwachtte dat er nog iemand cake wilde, sloop hij uit het zicht van zijn moeder, schopte een Kabouter onder het tentdoek door en ging op zoek naar Harry, Hermelien en Ginny.

o~0~O~0~o

Volgende week hoofdstuk 7: Percy's Redder