Warnings: niet heel veel eigenlijk, kijk wel uit voor een paar flauwe grappen ^_^'
Het was de bedoeling dat het langer zou worden, maar dat zou betekenen dat ik langer achter de computer zou moeten zitten en dat het hoofdstuk later geupdate zou worden. Bovendien kon ik hier mooi een kleine cliffhanger forceren. Ga morgen weer druk aan de slag, al moet ik nog wel een hoofstuk voor mijn andere verhaal schrijven, dus het zal wel weer druk worden dan.

Disclaimer: Zeker niet van mij, want mijn versie van Harry Potter zou er toch heel anders hebben uitgezien.

Hoofdstuk 07

14 september 1996

Het weer was gedurende de afgelopen twee weken drastisch opgeklaard en het leek nu meer zomer dan ooit. Het zonnetje scheen in een strakblauwe lucht. De leerlingen lagen buiten in de zon bij het meer, als ze niet naar de lessen hoorden te gaan. Ook de meest serieuze studenten hadden hun huiswerk naar buiten gesleept om de laatste zonnestralen van het jaar mee te kunnen pikken.

Vandaag hun er echter een zekere spanning in de lucht. Het was alsof er een wolk voor de zon was geschoven. Perkamentus had namelijk bekend gemaakt dat vandaag de 'uitverkorenen' werden opgehaald voor hun avontuur in het buitenland. Hij was blij, dat kon je aan hem zien. De normale twinkel in zijn ogen leken wel sterretjes te zijn geworden. Hij liep de hele tijd te fluiten en niemand kon hem uit zijn slechte humeur halen. Er was ook niemand die het durfde, want dit gedrag maakte hem een beetje griezelig.

Al vroeg in de ochtend zat Harry, samen met Ron, Hermelien en de andere zesdejaars Griffoendors te ontbijten in de grote hal. Hun koffers waren ingepakt en stonden in opgesteld bij de grote trap. Het was stil aan tafel. Iedereen was in zijn eigen gedachten verzonken. Af en toe werd er wat over en weer gefluisterd, maar niemand sprak echt hardop. Ze wisten niet wat ze moesten verwachtten van deze uitwisseling. Perkamentus had maar weinig losgelaten over de school zelf en de studenten die er leefden. Telkens als er een vraag over werd gesteld, wist hij het met succes te ontwijken en over te gaan op andere zaken.

"Volgens mij kunnen die andere studenten echt niet zo heel erg gevaarlijk zijn. Ik bedoel, ze zullen ons echt niet met mensen laten samenleven die ons zomaar zouden kunnen doden. Dat is niet verantwoord." Hermelien keek op van haar ontbijt, terwijl ze dit zei. "Ik bedoel, we zijn in oorlog. Ze zouden ons nooit naar een gebied sturen waar het gevaarlijker is dan hier." Ze keek zeer zelfverzekerd, maar Harry wist dat ze meer zichzelf probeerde te overtuigen dan alle anderen.

"Weet je Hermelien." Ron slikte met moeite een stuk van zijn toast met bacon, ei en nog een laag bacon, door en keek haar aan. "Je zult vast wel gelijk hebben. Maar ik zou me er niet zoveel zorgen over maken. We zijn sterk genoeg en kunnen ze er best wel onder krijgen als het moet." Hij vond dat hij wel weer genoeg gezegd had en begon voor de tweede keer op te scheppen.

"Hoeveel eet jij wel niet?". Ginny was komen aanlopen en had de hoeveelheid eten op Ron's bord wel gezien. "Zeg, ga eens opzij, ik wil vanochtend naast Harry zitten. Wie weet hoe lang ik daar straks nog op moet wachten." Ze schoof Ron met bord en al aan de kant en propte zich tussen hen in. "Zo, en wat zal ik nou eens eten?".

De dag leek wel langer te duren dan normaal. De uren kropen voorbij. Alle dertig waren ze uitgeroosterd voor die dag en ze nu zaten ze ongeduldig te wachten tot het vier uur was. Op dat tijdstip zou de delegatie komen. Maar aan alles komt een eind, zo ook aan de dag. Om half vier werd iedereen bijeengeroepen in de grote hal en toegesproken door Perkamentus.

"Zoals ieder van jullie wel zal weten is het vandaag de dag waarop enkelen van onze leerlingen ons zullen verlaten. Niet voorgoed, wees maar niet bang, maar wel voor geruime tijd. Over ongeveer een half uur, zullen wij hier drie collega's verwelkomen die hen zullen begeleidden. Zij zullen tevens daar ook hun leraren zijn. Dit is dus een geweldige kans om ze beter te leren kennen".

Perkamentus stond letterlijk te stralen, terwijl hij ze nog wat verder de hemel in prees. Harry voelde alleen maar een nieuwe hoofdpijn op komen. Hij was blij dat zijn nachtmerries zoveel mogelijk onderdrukt werden en hij daardoor minder vaak moe was of hoofdpijn had. Maar bij de heldere toespraakjes over harmonie en broederschap van het schoolhoofd begon het altijd weer te steken.

"Ik wil dus dat jullie je gedragen en onze gasten met een beetje respect ontvangen.". Perkamentus sloot zijn speech af met de gebruikelijke geluk-wensingen en gebaarde toen dat iedereen moest gaan zitten.

Het duurde niet lang of het was vier uur. En het was op klokslag vieren dat er een enorme knal klonk vanuit het trappenhuis. Waarna men opgewonden geschreeuw hoorden, van mensen die het overduidelijk ergens niet over eens waren.

"Ik had het je nog gezegd, dat we niet via dat chemische brouwsel van hem moesten reizen! Het is heel erg experimenteel en hij heeft het project gisteren pas afgerond!". Het was een volle, diepe stem, die over de hele ruimte reikte.

"Oscuro, ik kon toch ook niet weten dat het zo zou aflopen. Volgens mijn berekeningen moest het allemaal kloppen. En ja dat er dan zulke foutjes inzitten, dat kan. Het is tenslotte zoals je zelf al zei: experimenteel". De man had een zalvende stem, met een kleine rasp erin. Het was niet heel erg prettig. Het leek alsof hij een chronische keelontsteking had.

"Dat heeft er niets mee te maken! Je zegt altijd dat je berekeningen kloppen, toch gaat er heel vaak iets fout! Soms vraag ik me af hoe jij het tot leraar hebt kunnen schoppen". De man snoof nog eens.

"Jongens, dit leidt helemaal nergens toe. Ja, ik geef toe dat we beter de vertrouwde route konden nemen, maar zo nu en dan moet je ook risico's durven nemen. Dat houdt het leven spannend". De derde stem was die van een vrouw. Ze zuchtte nog maar eens diep. Blijkbaar was ze dit soort gedrag wel gewend. "Laten we ons nu maar bij onze gasten voegen. We kunnen ze tenslotte niet eeuwig laten wachten". En daarmee was de discussie gesloten.

Nauwelijks een seconde later vlogen de deuren van de grote hal open en kwamen er drie mensen doorgelopen. De vrouw liep voorop, op de hielen gezeten door een gespierde man en een iel-oogend ventje. Ze had er flink de pas en liep door het midden van de ruimte direct naar voren. Daar stond Perkamentus haar al met gespreide armen op te wachten.

"Veronique, het is me weer een eer je te mogen ontvangen op onze school. Wat fijn dat je deze keer niet het raam hebt genomen. Maar gewoon de deur". Hij boog zich naar haar toe. "Je hebt toch wel de deur genomen hè? De bouwkosten zijn de laatste tijd de pan uitgerezen en ik heb geen behoefte aan een nieuwe verbouwing." Hij keek haar bezorgd aan. Veronique gaf hem echter alleen een mysterieus lachje en draaide zich toen weer om naar de zaal, haar medeleraren gingen naast haar staan. Ze konden elkaar nog steeds niet luchten of zien.

"Stilte allemaal", Perkamentus hief zijn armen in de hoogte om de menigte tot stilte te manen. "Mag ik jullie voorstellen aan mijn waarde collega, professor Veronique Bordeaux. Zij is het zittende schoolhoofd in Nederland. Zij zal erop toezien dat deze hele uitwisseling gladjes verloopt." Hij gebaarde naar Veronique dat ze naar voren mocht komen om haar zegje te doen.

"Beste leerlingen van Zweinstein. Het doet mij groot plezier jullie straks te ontvangen, bij mij op school. Ik weet zeker dat we een heerlijke tijd tegemoet gaan. Jullie zullen straks in drie groepen worden verdeeld en dan onder begeleiding worden vervoerd. Ikzelf zal één van de groepen begeleidden en mijn collega's professor Oscuro en professor Sceile de andere twee groepen." Hierbij gebaarde ze naar de twee mannen die nog steeds nors op de verhoging stonden. Oscuro gaf haar een kort knikje en Sceile zond een slinks lachje de zaal in. Harry voelde zijn nekharen overeind staan. 'Een heerlijke tijd, zeg je? Ik denk dat, dat nog wel te bezien valt'.

Eén voor één werden de leerlingen naar voren gehaald, waar ze de huidarmbanden omkregen. Een zwarte inkt kwam uit de punt van Perkamentus toverstok. Als een dikke, vloeibare draad draaide het zich om de polsen van de leerlingen. Elke armband had een andere vorm, maar elk had hetzelfde doel.

"Zo, nu iedereen een armband draagt, wil ik dat iedereen zijn koffers gaat halen en zich verzamelen voor de school. Vanaf daar zullen jullie vertrekken". Perkamentus zette een brede glimlach op en joeg alle leerlingen vriendelijk de zaal uit.

Eenmaal buiten en in drie groepen verdeeld, zonderde Veronique zich nog eenmaal af. Ze ging in het midden van het grasveld staan en stak haar handen omhoog. In haar linkerhand hield ze een dunne staf, gekromd en verweerd door de tijd, maar des al niettemin zeer krachtig. Ze begon te mompelen en grijze wolken pakten zich samen boven het kasteel. Razendsnel kwamen ze dichterbij en begonnen nu een spiraal te vormen. Meer en meer wolken kwamen erbij tot er een kolkende massa ontstond. Er was nu ook een stevige wind op komen zetten. Veronique liet haar armen weer zakken en draaide zich om.

"Oké, ik denk dat we er zo wel klaar voor zijn! Ik weet niet hoe lang Saffier de poort open kan houden, dus ik wil at iedereen er zo snel mogelijk doorheen gaat! Oscuro jij gat met je groep als eerste, daarna Sceile en ik neem mijn groep als laatste mee!". Ze moest schreeuwen om boven het huilen van de wind uit te komen.

De eerste groep werd naar voren gedirigeerd, zo te zien zonder al te veel vertrouwen dat dit goed zou gaan. Professor Oscuro gebaarde dat iedereen in het midden van de cirkel moesten gaan staan. Zelf voegde hij zich er ook bij. Als op een teken begon iedereen te leviteren en werden ze omhoog gezogen, door het oog van de wolkenmassa. Er klonken kreten van schrik, maar deze verstomden al snel toen men merkte dat het allemaal wel mee viel.

Zodra de eerste groep door het gat in de lucht verdwenen was, werd de tweede opgesteld. Ook zij verdwenen via het oog. Veronique draaide zich eventjes om. "Nou ik denk dat dit het wel zo'n beetje was. Als er iets mis is dan hoor je het wel. Het was me een genoegen". Ze gaf iedereen een lichte buiging en liep toen met ferme pas naar de anderen toe. En net als de anderen verdwenen ook zij door het gat in de storm.

"Nou, dat is ook weer achter de rug. Hup, hup, iedereen naar binnen. Ik heb trek gekregen van al die opwinding." Perkamentus huppelde bijna het kasteel weer in. Anderling sloeg haar ogen ten hemel. War was ze aan begonnen.

Het was koud in de lucht, echt ijzig koud. Aan de reis leek geen einde te komen. Ze vlogen maar door. Harry was doorweekt en had al geen gevoel meer in zijn lijf. Hij hoopte alleen maar dat ze zo snel mogelijk zouden landen en dat het daar warm zou zijn. Plotseling voelde hij een ruk aan zijn benen en werd hij omlaag getrokken. Hij viel steeds sneller en sneller. Ze kwamen met z'n allen onder het wolkendek uit en de grond kwam steeds dichterbij.

Harry zette zich schrap voor de landing en dat was maar goed ook, want met een harde klap landde hij op de zanderige ondergrond. Om hem heen vielen alle andere leerlingen bij bosjes. Net op het moment dat hij van de grond wilde opstaan, werd zijn lichaam met grof geweld naar beneden geduwd.

"Sorry maat. Ik weet niet hoe ik mijn landing moet coördineren.". Ron was met zijn volle gewicht terecht gekomen op Harry's rug. Deze gaf alleen een moeizaam gekreun. Hij zou nu, behalve met nachtmerries en hoofdpijn, ook nog met rugklachten moeten rondlopen. Nee echt, zijn dag kon niet beter.

"Ja, ja, het is al goed. Gelukkig ben ik niet de enige die bedolven wordt". Hij keek eens om zich heen. Overal lagen bosjes leerlingen over elkaar heen gedrapeerd. "Sorry iedereen. Ik had jullie natuurlijk moeten waarschuwen dat het landen geen pretje zou zijn." Veroniques stem schalde over het veld. "Nou, als jullie allemaal even jullie spullen bijeenrapen en hierheen komen, dan kunnen we wel vertrekken.". Daarmee was alles gezet en ze begon alvast te lopen. Iedereen pakte in allerijl zijn spullen bijeen en volgde haar op een drafje.

Onder het lopen werd er druk gefluisterd en gepraat. De mensen keken hun ogen uit. Het was hier zo anders dan op Zweinstein. Thuis had je donkere bergen en grote meren. De wouden waren dik en er scheen constant een wat kille atmosfeer te hangen. Hier was het allemaal zo vlak en er was enkel een rivier te zien. De bossen bestonden voornamelijk uit loofbomen, die het groen van hun bladeren inruilden voor goud. De atmosfeer was weliswaar drukkend, maar zeker niet kil. Het was alsof hier nog nooit een kwade kracht geweest was.

Men had er flink de pas in en het duurde dan ook niet lang of ze kwamen bij een poort; de toegang tot het schoolterrein. Hij zwaaide uit zichzelf open en het eerste wat zichtbaar was, was een brede rivier. Er liep een grote stenen brug overheen. De leuningen waren gegraveerd met symbolen uit de oudheid en twee beelden hielden de wacht. Aan de ene kant stond een tijger en aan de andere kant een vos. Hoewel ze als dieren waren afgebeeld hadden ze duidelijk menselijke trekken. Toen ze er langsheen liepen had Harry even het idee dat hij de ogen van de vos zag oplichten. Maar toen hij nogmaals keek, zag hij niets meer.

Ze liepen de lange laan over op weg naar het kasteel. Het zag er zo anders Zweinstein. Veel kleiner en met slechts één toren. Langs de laan konden ze een enorm veld zien liggen. Maar tot de schrik van de vele zwerkbalfans waren de kenmerkende palen nergens te bekennen.

Veel tijd om hier over na te denken kregen ze echter niet, want plotseling was de groep tot stilstand gekomen. Voor de leraren stond een meisje, duidelijk een student van de school. Ze stond druk te overleggen met het schoolhoofd, haar knalrode, krullende haar vloog in het rond. Dankzij de nieuwe armbanden kon Harry prima verstaan wat er gezegd werd.

A/N: en nu maar afwachten wat ze te zeggen heeft. Geloof me, het wordt nog leuk. (Ik heb een nogal sadistisch gevoel voor humor en leef voor leedvermaak).
BTW, er zijn wat personages gebaseerd op mensen uit mijn omgeving, maar die laatste ben ik niet. Voorlopig kom ik er nog niet in voor.
R&R