Stupid dat er tegenwoordig maar 1 reviewer is en ik ben haar veel dank verschuldigt: LaFlorine. Zonder haar zou dit negende chapter nooit het levenslicht gezien hebben.

Ik was het in mijn vorige chapter vergeten te vermelden (en sorry dat ik wat te laat ben!) maar een fijne Pasen voor iedereen!

Broodjeaap:

Titel: Tentamentijd
Twee studievrienden waren zo overtuigd van hun eigen kunnen, dat ze aan de vooravond van een belangrijk tentamen de hele nacht doorgingen in hun favoriete stamkroeg.

Op de dag van hun tentamen waren ze te beroerd om hun bed uit te komen. Ze belden daarom naar de universiteit met de mededeling dat ze door een lekke band niet konden komen. De docent stemde erin toe dat de twee studenten de dag erna hun tentamen alsnog maakten.

Die avond besteedden de twee studenten volledig aan hun studie. Volledig voorbereid betraden zei het leslokaal. De leraar liet de studenten echter in aparte kamers plaatsnemen. Daar gaf hij hen een papier waarop de vragen van het tentamen stonden. Vraag 1, goed voor 5 punten, was een makkie. "Phew. Dit gaat goed," dachten de studenten.

De tweede en tevens laatste vraag was 95 punten waard. "Welke band?"

Chapter Nine: One Of Them.

Het warme water liep over Edwards schouders en voerde de verrukkelijke geur van het mensenbloed mee naar het riool. Nadat hij het ook uit zijn warrige bronzen haren had gewreven met citroenshampoo, stapte hij uit de douche en nam een handdoek van het rek.

Met druipnatte haren en de handdoek rond zijn middel, stapte hij de inloopkast in en trok wat kleren aan. Vervolgens sprong hij uit het raam en rende in de richting van het bos om te gaan jagen. De zon stond al laag aan de hemel, de avond begon te vallen.

Hij volgde de geur van een poema. De zoete geur zorgde dat zijn keel nog meer begon te branden. Op zo'n vijf meter afstand van het zwarte dier dook Edward in elkaar. Hij vergat zichzelf en zijn omgeving. Zijn jagers instincten namen het over en het enige wat nu nog telde was de prooi.

Voorzichtig en tegen de wind in sloop de vampier naar het nietsvermoedende beest. Hij had zo'n dorst dat hij zich niet langer meer kon bedwingen en vloog het naar de keel. Zijn vlijmscherpe tanden verbrijzelden met luid gekraak de keelholte. Voor het dier het besefte, was het al dood. Het bloed vloeide eruit en Edward dronk het gulzig op.

Het beest was veel te gauw leeg en hij snuffelde in de lucht, op zoek naar nog wat lekkers. Helaas, op wat klein ongedierte na, was er niet anders te vinden. Hij besloot naar de bergen te gaan.

Opeens hoorde hij enkele takken breken achter zich. Geschrokken draaide hij zich vampiersnel om, maar het was loos alarm. Carlisle kwam verontschuldigend uit de struiken gerend. Hij keek even naar de leeggezogen poema naast hem.

Blijkbaar heb jij deze al te pakken gekregen.

Edward knikte ter bevestiging. "Ik wilde juist naar de bergen gaan. Zin om me te vergezellen?"

Carlisle stemde toe. De rest let op de magiër. Het is te hopen dat er niets gebeurt als we weg zijn.

Edward glimlachte even. Hij wist hoe de man die hij als zijn vader beschouwde bezorgd kon zijn. Het lag nu eenmaal in zijn aard om het goede te doen voor iedereen wanneer maar ook.

Ze liepen door het bos, bomen flitsten langs hen heen, takken braken af wanneer ze geraakt werden. De bronzen vampier hield zijn pas een beetje in zodat de oudere met blonde haren hem kon volgen. Uiteindelijk bereikten ze het gebergte, na nog een hert gepasseerd te zijn die Carlisle voor zijn rekening nam.

De zon deed hun huid schitteren, maar omdat ze beiden geen spoortje van mensengeur in de wijde omtrek bespeurden kon het geen kwaad.

De bergen krioelden van het wild. Grizzly, lynxen en wolven waren maar een paar voorbeelden van het gevarieerde aanbod.

Opeens werd Carlisles aandacht getrokken door de verleidelijke geur van een carnivoor. Maar nu zou die de prooi worden. Hij spurtte ervandoor, om de hielen gezeten door Edward. Ze wedijverden wie de snelste was, wie als eerste het beest te pakken zou krijgen.

Carlisle besefte dat hij het onderspit zou moeten delven voor de snellere, jongere vampier. Maar dat was buiten zijn driehonderd jaar ervaring gerekend. Hij had Jasper en Emmett genoeg zien vechten en verschillende tactieken geleerd.

Edward was met zijn gedachten op het dier, waarschijnlijk een lynx op zijn geur afgaande, gericht en merkte te laat hoe de gedachte in Carlisles hoofd oprees. Twee seconden later werd hij getackeld en rolde nog een paar meters over de grond.

Boos grommend ging hij hem achterna, maar het was al te laat. De spoedarts sloeg zijn ijzersterke armen om de middel van de lynx en na een korte worsteling bewoog het niet meer. Edward hoorde het gulzige drinken. Zelf kreeg hij daardoor ook weer een brandende dorst. Dat deed hem denken aan de jongen die weldra één van hen zou zijn.

Nadat ze nog verscheidene dieren hadden verschalkt en hun dorst was herleid tot slechts een vaag gevoel, keerden ze terug naar Forks.

Toen ze het grote, witte huis naderden, stond Esmé hun op te wachten bij de achterdeur. Ze omhelsde Edward zoals alle moeders deden. Hij probeerde maar niet op de liefdevolle en passionele begroeting te letten van haar en Carlisle terwijl hij de keuken doorliep en zich naar de operatiekamer begaf.

Jasper zat naast de operatietafel op een stoel. Hij probeerde met zijn gave de gevoelens van de kreunende jongen onder controle te houden. Die worstelde tegen de sterke riemen waarmee hij was vastgegespt. Toen Edward de kamer binnentrad, draaide hij zijn hoofd naar hem toe en keek hem aan met twee gloeiende rode ogen. Hij was wakker en het gif had zijn zintuigen al aangepakt. Jasper keek Edward met een scherpe blik aan.

Waag het niet om ze los te maken. Hij kan één van ons aanvallen.

Edward negeerde die gedachte. Hij liep naar de magiër en begon aan de riemen te prutsen. Jasper kwam grommend overeind en greep Edward bij zijn arm.

Carlisle kwam ongerust binnengelopen. Hij ging tussen de twee mannen staan en keek ze vragend aan.

"Hij probeert de riemen los te maken!"

"Hoe zou jij het vinden om op een tafel vastgebonden te liggen en helse pijn te lijden?" snauwde Edward zijn broer toe.

"Rustig aan, jongens." Carlisle klonk waarschuwend. Zelf knielde hij toen bij de jongen en keek hem in de ogen. "Beloof je dat je mijn clan met rust zal laten, Harry?" vroeg hij hem.

Harry knikte. Hij zou er veel voor over hebben om wat meer ruimte te hebben. De pijn was al een beetje teruggetrokken en hij had het gevoel dat zijn transformatie veel sneller dan normaal ging.

Bij deze gedachte fronste ook Edward zijn wenkbrauwen.

Hij wendde zich tot Carlisle:"Is het mogelijk dat hij sneller verandert dan normaal?"

Carlisle, die bezig was met de riemen los te maken onder het oog van een protesterende Jasper, glimlachte flauwtjes. "Inderdaad ja. Ik heb nog wat extra gif bij hem ingespoten via zijn hart."

Harry was blij dat hij bevrijd was van de vervelende druk van de riemen en begon nu pas ten volle de veranderingen die het gif had teweeggebracht, te beseffen.

Zijn nieuwe zintuigen waren overweldigend. Hij hoorde het verschil in de stappen van de vampieren, hun ademhaling wanneer ze lucht nodig hadden om te praten, hun stem en intonaties. Hij besefte dat het trage geboenk dat hij de hele tijd hoorde, zijn stervende hart was. De geuren van de verschillende kleren, meubelen en chemicaliën die in de kamer waren, om maar te zwijgen van het hele huis en bos. Hij wist zeker dat hij nu ook beter zag dan eender welk soort op de planeet. Het was zelfs mogelijk om de verschillende tinten te zien in de kleuren van het haar en de kleren van de vampieren. Hij bleef even gefascineerd staren naar de littekens van de vampier de Jasper werd genoemd.

Harry kwam er gauw achter dat hij het beste gewoon kon zitten of liggen op de tafel en niet te veel bewegen. De pijn raasde bij elke beweging door zijn lichaam en deed hem knarsetandden.

Jasper en Edward bleven in de kamer, terwijl Carlisle zich bij Esmé voegde en ze naar het bos gingen. Rose en Emmett zaten vast ook in hun huisje.

De jongen zat in kleermakerszit op de tafel. Hij bestudeerde de verschillende patronen op de muren en het plafond en ook de krassen die hijzelf had gemaakt in de metalen tafel.

Edward begreep dat hij zich rustig probeerde te houden en niet aan de hevige dorst probeerde te denken die brandde in zijn keel.

Het stilzwijgen in de kamer werd doorbroken door voetstappen op de gang. Ze waren licht en het leek alsof de eigenaar aan het dansen was. Op dat moment stak Alice haar hoofd door de deuropening met enkele kleren in haar armen. Ze glimlachte naar de magiër.

Harry hield zich een beetje terughoudend tegenover de meisje. Hij voelde dat zijn nieuwe instincten, die er ook voor zorgden dat vampiers over het algemeen alleen leefden of met hun partner, stillaan de bovenhand begonnen te nemen. Het had hem moeite gekost om te wennen aan het verstikkende gevoel van de aanwezigheid van de twee anderen en met dat meisje erbij werd het nog erger.

Het meisje kwam dichterbij en hij schoof achteruit. Hij voelde het uiteinde van de tafel en besloot dat hij maar beter kon blijven zitten, wilde hij er niet afdonderen. De twee anderen waren tenminste op een degelijke afstand gebleven.

Opeens werd hij overvallen door een gevoel van rust. Wie deed dit?

"Het is Jaspers gave om gevoelens te manipuleren of te herkennen." Harry keek de bronzen vampier aan die eerder met de naam Edward was aangesproken.

"Ik heb kleren voor je meegebracht." Fluisterde ze zachtjes om hem niet te doen schrikken. Haar stem klonk als rinkelende belletjes en voelde niet onprettig aan. Met een vlugge beweging legde ze de kleren, die als nieuw roken, op de tafel. Toen wendde ze zich tot de jongens: "En jullie: eruit. Laat hem zich omkleden." De jongens gehoorzaamden, liepen de kamer uit en Alice sloot de deur achter zich.

De jonge tovenaar haalde opgelucht adem. Het was meer een gewoonte uit zijn nog niet zo lang geleden menselijke bestaan en hij merkte dat hij eigenlijk helemaal geen zuurstof nodig had.

Voorzichtig, om niets te vernietigen of om te gooien met zijn ontzagwekkende Nieuwelingenkracht, nam hij het T-shirt dat bovenop het stapeltje kleren lag. Eerst trok hij de kleren uit die men hem net voor zijn transformatie had aangedaan. Ze werden snel herleid tot een hoopje gescheurde stukken.

Hij zuchtte, met de gedachte dat hij in het vervolg nog behoedzamer zou moeten zijn. Wonder boven wonder lukte het hem het nieuwe T-shirt aan te trekken zonder het te vernielen. Nadat hij ook de jeansbroek had aangetrokken, zette hij zich weer op de tafel in kleermakerszit. Met gesloten ogen concentreerde hij zich op wat er zoal gebeurde in het huis, in een poging de brandende dorst te onderdrukken.

Opeens klonk er een betoverende melodie door het huis. Pianomuziek, besefte hij. Het bracht hem tot rust en dat was meer dan welkom nu de honingblonde vampier er niet meer was.

Terwijl de wervelende muziek aahield, luisterde hij ook naar het zwakke slaan van zijn hart. De dokter had gezegd dat zijn transformatie sneller zou verlopen dan normaal. Maar wanneer zou het dan gedaan zijn?

Edward liep de trap af naar de veranda. Hij nam plaats naast zijn geliefde piano. Zijn huisgenoten, vooral Emmett, plaagden hem vaak met liefde voor het instrument. Maar hij had vaak niets anders te doen, vanwege het feit dat hij na bijna een eeuw nog vrijgezel was.

Terwijl hij het partituur waarmee hij deze ochtend was begonnen, hernam, luisterde hij naar de gedachten van de Nieuweling. Om één of andere reden kostte het hem nu geen moeite meer om zijn gedachten te lezen. Misschien omdat hij nu verveeld zat met zijn dorst? Of omdat hij weldra één van zijn soort zou zijn? In elk geval veroorzaakte de jongen voor Alices gave ook geen problemen meer.

De magiër, besefte hij, had zijn muziek opgevangen en luisterde gefascineerd naar de wonderlijke klanken die de bronsharige vampier uit de piano 'toverde'. Het gaf de Nieuweling rust en moed om zijn dringende verlangen naar bloed te stillen.

Alice kwam de veranda binnenvallen en Edward keek naar het visioen dat ze zojuist had gezien. Morgenochtend zou de transformatie gedaan zijn. Het perfecte tijdstip voor een eerste jacht.