Hoofdstuk 8.
Boos opende Draco de deur van zijn woning nadat het ministerie hem eindelijk had laten gaan. Hij was de hele nacht ondervraagd door verschillende schouwers die bijna wel vastbesloten leken om hem een bekentenis te ontlokken. Draco werd opnieuw kwaad nu hij terugdacht aan hoe hij behandeld was op het ministerie. Waren ze daar soms vergeten hoe zijn vader zo vaak donaties aan hen had gedaan? Ze behandelde hem gewoon als één of andere misdadiger. Alsof ze hem al veroordeeld hadden. En dan te bedenken dat Potter niet eens ondervraagd werd. Draco schudde zijn hoofd terwijl hij de deur weer achter zich sloot. De enige reden dat hij nu al thuis was, was omdat hij de belachelijk hoge borgsom betaald had en de naam Malfidus voor sommige mensen toch nog iets betekende. Dat hij het slachtoffer was geweest van afgelopen avond leek het ministerie al vergeten te zijn.
Harry hoorde hoe de deur hard dichtgeslagen werd en ging wat rechter zitten. Hij wist dat het gesprek dat zou komen nooit goed kon gaan. Aan het harde dichtslaan van de deur te horen was Malfidus zelfs nog bozer dan hij al dacht. Hij zag hoe Draco de kamer inliep en haalde een keer diep adem. Wat hij nu zou gaan zeggen zou Draco waarschijnlijk alleen maar kwader maken, maar na gisteravond konden ze zo echt niet doorgaan. Hij glansde even naar de weekendtas die in de hoek van de kamer stond. Erin zaten zijn verkleinde bezittingen die hij hier had. Waar hij nu heen zou moeten gaan was nog één groot vraagteken. Het enige waar hij op dit moment zeker van was, was dat langer deze show met Draco voortzetten niet goed voor zijn gezondheid kon zijn.
"Wat heb je ze verteld Potter? Dat grote gemene Draco ervoor gezorgd heeft dat je aangevallen werd?" Zodra Draco Potter in het oog had gekregen kon hij zich niet meer inhouden. Hoewel hij ergens wel wist dat zijn beschuldigingen niet klopte moest hij zijn frustraties tegenover het Ministerie kwijt en Potter was op dit moment daar een goed slachtoffer voor.
"Wat?" zei Harry een beetje verward. Hij had deze beschuldigingen van Malfidus niet verwacht.
"Heb je gezegd hoe ik kleine zielige Harry gechanteerd heb? Hoe ik de aanvallers betaald heb om jou te vermoorden? Want dat is toch wat je denkt nietwaar? Dat is waarom je vriendjes van het ministerie mij de hele avond vasthielden nietwaar? Waarom jij gewoon naar huis mocht terwijl ik daar vastgehouden werd. Hoe ik de hele nacht ondervraagd werd terwijl jij gewoon je schoonheidsslaapje kon doen. Iets wat je nog steeds niet echt geholpen heeft zo te zien," sneerde Draco terwijl hij Harry's wilde kapsel bekeek.
"Ik heb helemaal niets tegen het ministerie of tegen de schouwers gezegd," zei Harry verdedigend.
"En kijk, dat is nou net het probleem niet waar? Jij had kunnen zeggen dat we allebei het slachtoffer waren. Dat ik er niets mee te maken had! Maar nee, jij hield je mond. En tja, het ministerie trekt zijn eigen conclusies wel. Er moet een dader zijn en aangezien de held van de toverwereld met een dooddoenerszoon zat te eten kan er maar één de dader zijn hè?"
Ondanks deze pijnlijke beschuldigingen probeerde Harry zich rustig te houden. Het was duidelijk dat Draco op dit moment niet voor rede vatbaar was. Het enige wat hij nu kon doen was proberen om zo snel mogelijk weg te komen met zo min mogelijk discussie.
"Je vind het daarom vast niet erg als we deze 'show' stopzetten en een punt zetten achter deze rare weddenschap," zei Harry terwijl hij opstond en al richting zijn tas liep.
Draco keek een beetje verward, duidelijk verbaasd over de wending die het gesprek ineens nam.
"Natuurlijk Potter," zei Draco terwijl hij met zijn ogen rolde.
Harry, die op dat moment precies zijn tas oppakte, stond met zijn rug richting Draco en zag diens gezichtsuitdrukking dus niet.
Hij hoopte dat Draco meende wat hij zei en dat hij weg kon komen voordat Draco zich zou bedenken. Snel liep hij richting de deur, maar ver kwam hij niet. Voordat hij de kamerdeur door kon lopen sloeg hij vlak voor hem dicht. Geschrokken keek hij om en zag nog net hoe Draco zijn toverstok weer wegstopte.
"Sorry Potter, maar we hadden een afspraak," zei Draco terwijl hij keek naar de tas die Harry in zijn handen had. "En de maand is nog niet voorbij."
Draco zette een stap richting Harry toe en onwillekeurig stapte Harry naar achteren terwijl hij de tas op de grond liet vallen. Draco keek met een grijns en opgeheven wenkbrauw van de tas naar de achteruit gestapte Harry. Voordat Harry er erg in had werd hij hard tegen de deur geduwd waarbij de deurklink gelukkig net naast hem was.
Geschrokken keek hij richting Draco maar hij kreeg de tijd niet om te protesteren. Hij zag nog net Draco's grijns voordat hij de Zwadderaar's lippen op de zijne voelde. Hij wist dat dit niet kon. Dat hij dit niet fijn mocht vinden. Zoenen met een man, en dan nog wel met Malfidus. En het was niet dat er hier toeschouwers waren die overtuigt moesten worden van hun zogenaamde relatie. Dus de enige logische stap zou zijn het wegduwen van Draco. Maar hoewel zijn hersenen dit allemaal bedachten liet zijn verraderlijke lichaam hem in de steek. Van wegduwen was duidelijk geen sprake, eerder het tegendeel. Ook hij drukte zijn mond gretig op die van Draco en hij zoende hem vol overgave terug. Alle redenen waarom hij dit niet zou moeten doen wegstoppend naar de achtergrond.
Harry voelde hoe Draco zijn mond wegtrok van de zijne en staarde naar de grijzige ogen die nu zo dichtbij waren. Verschillende gevoelens gingen door hem heen. Angst dat Draco verder zou gaan en hij niet in staat zou zijn om te stoppen, maar ook angst dat Draco wel zou stoppen. Zijn gevoelens leken één grote achtbaan en hij wist niet wat er uiteindelijk zou gaan overheersen. Veel tijd gaf Draco hem ook niet meer om erover in te zitten, want al snel maakte hij verder logisch nadenken onmogelijk. Harry voelde hoe Draco's lippen een pad vormde op zijn nek en leunde met zijn hoofd naar achteren tegen de deur. Opnieuw koos zijn lichaam voordat zijn hersenen het besluit uit handen konden nemen.
Snel ademend en geschrokken opende Harry zijn ogen. Hij graaide naar zijn bril die op het nachtkastje lag en zette deze vlug op. Langzaam nam hij zijn omgeving in. Hij lag in bed in de hotelkamer waar hij de vorige dag naar toe verhuisd was. Opgelucht haalde hij wat haren uit zijn gezicht. Het was allemaal maar een droom, of nachtmerrie, hij wist nog niet hoe hij het noemen moest. Het einde van zijn droom was toch iets heel anders dan de werkelijkheid. Tot het oppakken van zijn tas en het naar de deur lopen had zijn droom de feiten wel goed gevolgd. Het deel wat daarna kwam zorgde op dit moment voor zijn geschrokken gedachten. Want anders dan in zijn droom werd de deur niet vlak voor zijn neus dichtgeslagen door Draco. Integendeel, hij liep zo naar de deur zonder gestopt te worden of ook maar iets van Draco te horen. Zonder verder echt een plan te hebben of een locatie om heen te gaan was hij nu in een klein hotel in Zweinsveld beland. Jep, hij had het weer eens voor elkaar, zijn leven was opnieuw één grote puinhoop.
--
Chagrijnig liep Draco richting de deur waar zojuist aangebeld werd. Hij maakte zijn ochtendjas onderweg vast terwijl hij zijn best deed om zijn ogen open te houden. Nee, drank de vorige avond en dan nu vroeg opstaan gingen niet goed samen. Welke idioot ging dan ook op dit vroege tijdstip bij hem aanbellen? Hij had wel verwacht dat Potter de fout van zijn keuze zou inzien en weer terug zou komen, maar moest dat precies nu? Kon hij niet een paar uur wachten zoals een normaal persoon? Ach, wie hield hij voor de gek, Potter had nog nooit iets gedaan wat een normaal persoon deed.
De huiself stond al klaar om de deur te openen maar Draco hield hem tegen. Hij zou zelf de deur wel openen zodat hij de persoon die het waagde hem wakker te maken gelijk een uitbrander kon geven. Met een chagrijnig gezicht trok hij de deur open en was verrast over wie hij er zag staan. Want hoewel ook deze persoon zwart haar had, was dit zeker niet Potter.
Een beetje achterdochtig keek Draco naar Blaise die voor zijn deur stond met twee tasjes in zijn handen. Hij kon toch niet al weten dat Potter de ochtend ervoor kwaad weggegaan was?
"Wat kom je doen?" zei Draco die in zijn toon duidelijk door liet klinken dat hij het maar niets vond dat Blaise hier op dit tijdstip was.
"Ook een hele goede morgen," zei Blaise op vrolijke toon terwijl hij langs Draco heen de gang in glipte. "Ik dacht laat ik eens een ontbijtje verzorgen voor de twee tortelduifjes."
"Kon je niet wachten tot het diner?" snauwde Draco terwijl hij de deur sloot.
Blaise negeerde Draco's opmerking en keek in het rond op zoek naar Potter.
"Waar is Potter?" vroeg hij terwijl de grijns op zijn gezicht groter werd.
"Waar denk je?" antwoordde Draco mat.
"Ergens bij het modderbloedje en de wezel misschien?" antwoordde Blaise hoopvol.
Draco keek Blaise een beetje onderzoekend aan, calculerend of Blaise inderdaad wist dat Harry weg was of dat dit allemaal bluf was van zijn kant.
"Hij ligt boven op bed. Hij houd namelijk, net als ik, van slapen zo vroeg in de ochtend."
"Dan zal ik hem maar eens wakker gaan maken hè. We kunnen de broodjes natuurlijk niet oud laten worden," Blaise liep al richting de trap, klaar om Draco eens te gaan controleren.
"Stop daar nu Zabini."
Draco zorgde ervoor dat hij eerder bij de trap was dan Blaise en blokkeerde deze voor de donkere Zwadderaar.
"Je mag dan wel mijn vriend zijn maar dat betekend niet dat ik je zomaar de kamer inlaat van mijn halfnaakte vriend. Ik zal hem zelf wel wakker gaan maken."
Draco keek Blaise dwingend aan, hopend dat dit genoeg zou zijn om hem tegen te houden.
"Schiet je dan wel een beetje op. En zorg dat je niet teveel afgeleid wordt," terwijl Blaise dit zei gleden zijn ogen langs Draco's lichaam en bleven uiteindelijk ter hoogte van zijn middel rusten. Draco trok zijn ochtendjas nog wat strakker aan en gaf Blaise een kwade blik.
"Al die ochtendgymnastiek is ongezond en je wilt toch niet dat ik per ongeluk bij jullie binnen loop?"
"Blijf hier beneden wachten Zabini," zei Draco terwijl hij de trap opliep.
Blaise grijnsde slechts terwijl hij zich omdraaide om de meegebrachte tasjes aan een huiself in de keuken te geven.
Draco's hoofd bonkte terwijl hij weer richting zijn eigen kamer liep. Hoe moest hij dit nu weer oplossen? Hij kon moeilijk Harry zomaar ergens vandaan halen, hoewel….
Eerst moest hij zijn kamerdeur maar eens goed op slot doen, Blaise geduld kennende zou die anders over vijf minuten al in zijn kamer staan en hij had geen idee hoe lang dit zou gaan duren.
Toen hij dit gedaan had liep hij naar de openhaard die in zijn kamer stond. Hij had één van zijn huiselfen Potter laten volgen voor het geval dat Potter echt weg zou blijven. Zij hadden immers een afspraak en daar kon Potter echt niet zomaar onderuit.
Nu kwam de informatie die de huiself hem gebracht had echter heel goed van pas. Hij wist waar Potter zich bevond en hij hoefde hem nu alleen maar weer zo snel mogelijk hierheen te krijgen, in ieder geval voordat Blaise argwaan zou krijgen.
Hij pakte een hand brandstof en gooide die in de vlammen. Hij ging erin staan en sprak duidelijk de naam van het hotel en het kamernummer. De laatste gedachte die door zijn hoofd flitste was, wat als Potter zijn haardrooster uit had staan….
