Wat kan ik zeggen... eindelijk! ^^
Ik zat even volledig vast, en kan dan ook alleen maar Jade Lammourgy (ga haar verhaaltjes lezen!) bedanken om het begin (de helft) te schrijven. Vandaar dat het ook zo lang is. XD
Ik heb zo'n idee dat enkele van mijn lezers blij gaan zijn met dit hoofdstuk. En ja ik weet dat het nu niet meer canon is, maar het is een Fanfiction dus... koffiekan, melkkan, alles kan. (...) *kuch* Het is al laat, oké. ^^
Hopelijk zijn jullie blij met dit hoofdstukje, en vergeet niet te reviewen op het eind...
XxX
De dagen die daarop volgden, spraken noch ik, noch Severus over de date-die-geen-date-was of het de ruzie die daarop was gevolgd. Hoewel het feit dat hij een dooddoener zou kunnen zijn me ontzettend verontruste, slaagde ik erin het naar mijn achterhoofd te verhuizen. En daarbij, Perkamentus vertrouwde hem. Er was geen enkele reden waarom ik dat niet zou doen. Toen de kerstvakantie aanbrak, was ik het hele voorval dan ook bijna vergeten.
Het was een rustige morgen toen er op de deur werd geklopt van mijn kamer. Ik haalde verbaasd mijn wenkbrauwen omhoog, omdat ik dit zeker niet had verwacht. Het was morgen kerst, dus vandaag gingen alle leerlingen en de meeste leraren naar huis of naar vrienden toe. Ik stopte met het inpakken van mijn koffer (ik was van plan terug te gaan naar mijn appartement in Londen), stond op en deed met een verbaasd gezicht de deur open.
"Severus?" vroeg ik nog verbaasder dan eerst. Hij knikte.
"Wel… Jessica," hij had zo te zien nog steeds moeite met die naam. "Ik en Perkamentus wilde je graag even spreken, over iets belangrijks." Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik keek hem aan met een blik van: Geef-me-alsjeblieft-meer-informatie-want-ik-moet-weten-wat-er-gaande-is-anders-flip-ik-straks-en-je-weet-dat-jij-daar-niet-tegen-kan-blik.
Hij stuurde enkel nog een dwingende blik mijn richting uit, draaide zich om en liep weg. Ik keek hem na en besloot dat het toch wel slim was om hem te volgen. Ik deed snel mijn deur snel op slot en liep op een drafje achter Severus aan. Eindelijk haalde ik hem in, half lopend half hijgend en hij keek me verbaasd aan.
"Wat?"
"Waarom hijg je zo?"
"Er zijn veel trappen in dit kasteel weet je!" ik keek hem uitdagend aan. Hij rolde met zijn ogen en sloeg een hoek om. Ik besloot dat ik maar beter heel erg aardig kon doen als ik wilde weten wat er gaande was.
"Zeg Severus -" Ik werd meteen al door hem onderbroken, zonder dat ik mijn zin af kon maken.
"Nee ik vertel je niet waarom Perkamentus ons wilt spreken."
"Weet jij waarom hij ons wil spreken?" Hij antwoordde niet, maar keek stoïcijns vooruit en ik glimlachte triomfantelijk.
Opeens stopte hij, waardoor ik bijna tegen hem opbotste, en gaf het wachtwoord aan het standbeeld voor Perkamentus' kamer. We liepen de draaiende trap op en even later klopte ik op zijn deur.
"Binnen?" We deden de deur open en zagen Perkamentus achter zijn bureau zitten. Ik gaf hem een warme glimlach en zag zijn ogen even tussen mij en Severus flitsen. Ze begonnen fervent te twinkelen. Ik had die twinkel al vaak gezien. Hoewel ik hem in deze omstandigheden liever niet zag.
"Jessica?" ik werd uit mijn gedachten geholpen doordat Severus me porde en keek vervolgens naar Perkamentus, die zo te zien iets tegen me had gezegd. Wat ik weer niet door had.
"Ga zitten…" Zei hij opnieuw, lichtjes geamuseerd. Ik nam plaats naast Severus en keek daarna naar de vele schalen snoepjes die op Perkamentus' bureau stonden.
"Jessica, ik weet niet of je ooit al eens hebt gehoord over De Orde van de Feniks?" Ik keek hem verbaasd aan. Dit was wel het laatste wat ik had verwacht.
"Uhm… Ja. Het is een groep mensen die tegen Jeweetwel strijdt zonder hulp van het Ministerie toch?" Hij knikte als bevestiging, terwijl hij zich omdraaide en Feniks over zijn hoofd aaide.
"Wel… we hebben net te horen gekregen dat er een gevangene van Azkaban is ontsnapt… Een gevaarlijke gevangene. Sirius Zwarts." Ik keek hem met grote ogen aan, maar schrok door een klap links van me. Severus had zijn stoel naar achter gegooid (hij lag nu ergens tegen de deur), en leek elk moment te kunnen uitbarsten.
"WAT?!" barste hij dan ook uit, geen twee seconden later. Ik keek hem verbaasd aan, maar Perkamentus had dit zo te zien verwacht.
"Er zitten toch al ergere mensen in Azkaban?", merkte ik op. Ik bedoel, Zwarts was toch gewoon maar een dooddoener? Oké, hij heeft een gezin verraden, maar -"
Toen flipte Severus helemaal… wat ik niet had zien aankomen.
"Gewoon een dooddoener? Gewoon een dooddoener?! GEWOON EEN DOODDOENER?!", schreeuwde hij in mijn richting. Ik was even van mijn stuk gebracht.
"Ja! Ik snap het wel!" Ik sprong ook op uit mijn stoel en keek hem boos aan.
"Sirius Zwarts is het vuilste, goorste geval wat er op deze aarde rond loopt!", zei Severus met een sissende ondertoon. De Zwadderaar begon duidelijk bij hem omhoog te komen.
"Severus, ga zitten. Ik denk niet dat Jessica snapt waar je op doelt met je boosheid…" Severus keek hem ook even boos aan, maar gaf daarna een zwiep met zijn toverstok en ging zitten in de stoel die naar hem toe was gekomen.
Perkamentus fixeerde zijn helderblauwe ogen op mij. "Het ligt ietsje ingewikkelder, vrees ik. We zijn er een tijdje geleden achter gekomen dat Sirius Zwarts onschuldig zou kunnen zijn." Ik kreeg een vreemd gevoel van déjà vu, toen Severus zijn stoel naar achter gooide.
"Hoe kan hij nu onschuldig zijn?! Wil je soms beweren dat die onderkruiper niks misdaan heeft? Dat hij James en…en Lily niet heeft verraden?" Perkamentus keek hem kalm aan.
"Dat is exact wat ik wil zeggen. Ik heb namelijk uit betrouwbare bron vernomen dat niet Sirius Zwarts, maar Peter Pippeling de geheimhouder was van de Potters."
"Wat?" Severus' toon was gevaarlijk laag. Perkamentus ging verder alsof hij nooit was onderbroken.
"En daarom hebben we dus extra versterking nodig bij De Orde, omdat Sirius Zwarts nu ergens ronddoolt. Als het ministerie hem terugvindt, is Azkaban wel het minst van zijn zorgen." Ik knikte begrijpend naar Perkamentus, terwijl Severus verloren terug in zijn stoel zakte.
"Dus Jessica, ik wilde je vragen of je lid wilde worden van De Orde. Severus is het al, dus die kan je begeleiden vandaag naar het huis van Remus, dat is onze voorlopige locatie, totdat we een iets groter huis hebben…" ik knikte en stemde natuurlijk in. Die middag vertrok ik nog met Severus naar Remus Lupos die ik voor het eerst zou ontmoeten. Ook al deed Severus een beetje ongemakkelijk over hem, toch had ik er best zin in.
De eerste indruk van Remus Lupos' huis, was dat ze inderdaad een groter hoofdkwartier zouden moeten zoeken. Het was een doodgewoon rijtjeshuis, maar duidelijk het kleinste van de straat, wat al iets wilde zeggen. De verf bladerde van de muren, en het huis gaf al bij al een nogal verwaarloosde indruk.
Zonder aarzelen stapte Severus de trede op, terwijl ik even op straat bleef aarzelen. Even later werd de deur geopend door een man die er al even verwaarloosd uitzag als het huis dat hij bewoonde. Hij had bruin haar en vermoeide ogen, en droeg een gewaad dat duidelijk al meerder malen was versteld. Buiten zijn gehavende indruk, en het feit dat hij er ouder uitzag dan hij waarschijnlijk was, was het een knappe man.
Severus stond ondertussen al binnen, en keek me met een vreemde blik aan. Terwijl ik door de deur stapte, glimlachte ik warm naar de man die, naar Severus' beschrijving, Remus Lupos moest zijn. Hij glimlachte ook, en zijn gezicht zag er opeens verbazingwekkend jonger uit. Ik kon het niet helpen te bedenken dat Severus er waarschijnlijk ook jonger uit zou zien als hij zou lachen… en dat die hoop tevergeefs was. Daarom schudde ik dus gewoon maar Remus' hand.
"Remus Lupos, is het niet?" Hij knikte.
"Wel, het is een plezier om je te ontmoeten. Ik heb al veel over je gehoord. Niet allemaal even positief eerlijk gezegd." Alsof we het hadden afgesproken, keken we op dat moment allebei naar Severus. Remus lachte.
"Het is ook een plezier jou te ontmoeten… Jessica." Ik wilde net antwoorden, toen Severus me met een geïrriteerde blik naar, wat ik aannam het salon was, meesleurde.
Er waren niet veel mensen, maar ik merkte op dat ik er toch een paar herkende. Ik zag Hagrid en Anderling, die met Perkamentus aan het praten waren. In de andere hoek van de kamer zat een zwarte man, die ik vaag herkende, en professor Dolleman, die me met zijn rondtollende oog aankeek. Rillend keek ik snel de andere kant op.
Met haar rug naar me toe, stond een jonge vrouw met lang, zwart haar, die in gedachten verzonken leek. Glimlachend liep ik op haar af.
"Hey." Layla draaide zich om.
"Jessica! Wat geweldig om je weer te zien!" Ze omhelsde me, en ik lachte breed. Toen ze me weer losliet, keek ze naar een punt ergens achter me.
"God, Jessica! Hoe gaat het tegenwoordig met je… is dat Secretus?"
"Severus."
"Wat?" Ze keek me vragend aan, en ik gaf haar een geërgerde blik.
"Zijn naam is Severus." Eerst leek ze een beetje uit het veld geslagen, maar toen werd haar glimlach steeds breder. Nu was het mijn beurt om "Wat?" te zeggen.
"Severus zei je? Ik wist niet dat jullie zo… close waren?"
Ik was net van plan om haar te vertellen waar het op stond, toen Severus (ik zweer dat hij ons gesprek had gevolgd, en me nu gewoon wilde pesten), naast me kwam staan. Alleen kwam hij niet gewoon naast me staan. Hij sloeg zijn arm om mijn middel. En toen vroeg hij met zo'n onschuldig gezicht: "Een vriendin van je, Jessica?" Ik was niet eens verbaasd meer dat hij deze keer geen problemen met mijn voornaam leek te hebben.
Layla grijnsde breed, en ik bloosde. Waarom bloosde ik? Waarom bloosde ik? Waarom bloosde ik?
Soms wilde ik echt dat ik in het niets kon oplossen…
