"Het afscheid verlengen is niets waard; je verlengt niet de aanwezigheid, maar het vertrek." - Bibesco
"Hoe
gaat het nou verder met Nick en jou?" vroeg Allison nieuwsgierig.
Lucy keek uit het keukenraam.
"Daar, eh, hebben we het eigenlijk
nog niet zo over gehad."
"Vanmiddag ga je weg!"
"Dat
weet ik wel, maar..." Lucy schuifelde met haar voeten. Het was drie
dagen geleden dat Nick haar had gezoend. Sindsdien hadden ze dat wel
meer gedaan, net als praten. Dat laatste over allerlei dingen –
behalve over haar naderende vertrek.
"Ik vind hem gewoon
hartstikke leuk, ik wil hem niet kwijt."
Terwijl ze dit zei,
voelde Lucy hoe rood haar wangen werden. Allison glimlachte
vertederd.
"Ga gewoon naar hem toe en zeg hem dat."
"Maar
dat durf ik niet!"
"Natuurlijk wel!"
"Ik..."
hulpeloos liet Lucy haar armen langs haar lichaam vallen. Allison had
gelijk, ze moest naar Nick toe.
"Ga nou maar," spoorde Allison
haar aan. Lucy stak haar handen op.
"Oké, oké, ik
ga al."
Zwijgend liep ze naar beneden en ze trok haar winterjas
aan. Toen ze over het knerpende tuinpad liep, zag ze dat de dunne
laag sneeuw bijna was verdwenen. Overal lagen kleine plasje water en
Lucy stapte er voorzichtig omheen met haar enkellaarsjes.
"Hoi,
Luce."
Met een ruk keek ze op en ze zag Nick in de deuropening
van zijn huis staan. Uitnodigend hield hij de deur open.
"Wil je
binnenkomen? Pa en ma zijn naar de stad."
Lucy
glimlachte.
"Graag."
Terwijl ze langs hem heen liep, voelde
ze de inmiddels o zo bekende rilling weer over haar rug lopen. Ze
deed haar jas uit en besefte dat nog nooit een jongen haar dit gevoel
had gegeven.
"Mooie bloemen," zei ze, toen ze de huiskamer
binnenliep. Ze wist niets beters en was al een paar keer eerder hier
binnen geweest. Toen Gary, Allison en zij op Nick hadden moeten
wachten, bijvoorbeeld, die zijn zwemspullen nog niet klaar had staan.
Of gisteren, toen Nick Lucy had meegenomen naar zijn kamer. Hij had
zijn ouders laten geloven dat ze hem ging helpen met wiskunde, of zo.
Ze hielden hun relatie, of wat ze dan ook hadden, nog liever even
geheim voor hun vaders en moeders.
"Is dat alles?" grijnsde
Nick en hij kwam achter haar staan, terwijl hij zijn armen om haar
middel sloeg. "'Mooie bloemen,' meer niet?"
Lucy lachte.
"Ah,
voel je je verwaarloosd?" ze draaide zich om en schrok even toen ze
zag hoe dichtbij zijn gezicht was. Ze werd nog steeds bijna duizelig
van geluk, iedere keer als zijn gezicht de hare bijna raakte. Ze
sloot de gapende ruimte tussen hen in en een paar minuten later
-althans, dat dacht ze, want haar gevoel voor tijd leek wel weg te
zijn- lieten ze elkaar weer los. Lichtjes hijgend keken ze elkaar
allebei aan.
"Ik zal je missen, McKay," zei Nick uiteindelijk.
Zijn prachtige, bruine ogen keken haar aan met een oprechte blik.
Lucy woelde met haar hand door zijn haar.
"Ik jou ook."
"Nee,
ik meen het," serieus pakte hij haar hand beet. "Ik zal gek
worden als je hier niet meer bent. Ik ben gek op jou, Luce. Echt
waar. Hoe stom het ook mag klinken... Ik weet dat ik geen talent heb
om mooie dingen te zeggen, daarom klinkt dit misschien raar, maar ik
zal echt gek worden."
"Wie zegt dat je geen talent hebt? Dat
zijn hartstikke mooie woorden," Lucy keek hem aan en wist dat zij
ook gek zou worden. Ze was zo gehecht aan hem geraakt, de laatste
weken.
"En weet je waarom ik dit zeg?" ging Nick verder,
"omdat ik het meen én ik niet wil dat je me vergeet als je
straks, in Minnesota, wordt versierd door een of andere blonde
basketballer die ook ziet hoe leuk en mooi je bent."
Lucy
bloosde. Nick leek enigszins opgelaten, maar had ook iets van
zelfverzekerdheid in zijn houding. Hij stond daar, rotsvast en
onweerstaanbaar. Lucy trok hem naar haar toe, iets waar ze een paar
dagen geleden het zelfvertrouwen niet voor zou hebben
gehad.
"Misschien komt er inderdaad een blonde basketballer,"
zei ze ernstig. "Misschien, maar dat weten we niet. Wie weet
ontmoet jij morgen een blonde cheerleader met een betoverende
glimlach en, weet ik veel, een vader die miljonair is. Het kan
allemaal gebeuren... Maar voordat het ook daadwerkelijk gebeurt,
moeten we ons daar niet druk om maken."
"Je hebt gelijk."
Nick veegde een haarlok uit haar gezicht. "We bellen,
goed?"
"Natuurlijk. En we mailen."
"Beloofd. Weet je,"
nadenkend keek hij voor zich uit, "over twee maanden word ik
zeventien. Mijn ouders kunnen dan geen excuus meer gebruiken dat ik
te jong ben... En misschien zou ik dan naar Minnesota kunnen komen in
de vakantie. Met Gary en Allison, bijvoorbeeld. Kun je je halfzus en
halfbroer ook weer zien."
Hij keek haar glimlachend aan en ze
glimlachte terug.
"Klinkt goed."
"En wanneer word jij ook
al weer zeventien, ukkie? Oktober, toch?"
"Schaam je! Achttien
november."
Hij begon haar te kietelen, "ik zat in de
buurt."
"Echt niet, je, hahahaha, Nick, hou op..." lachend
viel ze in zijn armen en hij kuste haar op haar voorhoofd.
«·´·.(·.¸(·.¸ ¸.·´)¸.·).·´·»
Epiloog
Iemand
klopt op mijn kamerdeur.
"Binnen!" roep ik en dan staat
Allison voor mijn neus.
"Hoi," groet ze. "Ik kwam alvast
afscheid nemen."
We omhelzen elkaar.
"Weet je, sorry nog
van mijn gedrag tijdens de begrafenis," verontschuldigt ze zich,
"ik bedoelde het niet zo. Ik was gewoon... verdrietig."
"Ik
was het al vergeten," zeg ik, hoewel dat niet helemaal waar is.
"Je bent al aan het inpakken?"
"Ja, bijna klaar."
"Heb
je nog kleren over?"
"Hoe bedoel je?"
"O, ik breng één
keer in het halfjaar altijd wat kleren van me naar een
tweedehandszaak, en dan koop ik daar weer nieuwe. Nieuwe oude, zeg
maar. Zo wissel ik een beetje met mijn kleding."
"Aha."
Ik
kijk naar het bed, waar mijn spijkerbroek netjes opgevouwen ligt.
Mijn Geluksbroek, zo had ik hem een paar weken geleden gedoopt. Ik
pak hem op.
"Hier zo, neem deze ook maar mee."
"Deze? Die
heb je bijna de hele vakantie gedragen, toch?"
"Oma heeft 'm
gisteren nog gewassen."
"O, zo bedoelde ik het helemaal niet,"
lacht ze, "ik dacht alleen dat je erg aan 'm gehecht was."
"Ben
ik ook," antwoord ik. Maar nu verdient iemand anders alles wat de
Broek mij heeft gegeven: liefde, geluk, familie en waarheid. Al ben
ik dan pas zestien en zal de liefde misschien snel verwelken, ik heb
het nú in ieder geval. Ik ben nu gelukkig. Ik ken mijn familie
eindelijk en zal met ze in contact blijven. En ik weet de waarheid
nu, hoe pijnlijk en vreemd deze ook was. Misschien ben ik walgelijk
kinderachtig, maar voor mij is de Broek magisch.
Ik neem afscheid
van Allison, van Gary, Sarah, David en oma. Van Nick, die voor zijn
huis staat en me voorzichtig kust. Papa en mama kijken een beetje
glazig.
De Broek verdwijnt in Allison's rugzak en ik verdwijn in
de auto.
Einde
