AN: Alles wat je herkent, is van JK Rowling; de rest is van mij.
Hoofdstuk 9: Gedachten
De volgende ochtend zat Harry in de woonkamer diep na te denken over woorden uit Sirius' brief en testament. Hij had slecht geslapen en had de hele nacht liggen tobben over het feit of hij Remus nu moest aanvaarden als peetvader of niet. Uren had hij in het donker liggen staren, maar dat had hem geen antwoord geboden op die prangende vraag.
Hij wilde heel graag de laatste wens van Sirius respecteren en zijn ex-professor aanvaarden als nieuwe peetvader, maar toch kon hij een gevoel van verraad niet van zich afschudden. Harry wist dat als hij ooit iemand zou aanvaarden, dat het dan Remus zou zijn, maar toch bleef het knagen aan hem dat iemand Sirius moest vervangen. Sirius was uniek en niemand kon zijn plaats innemen. En toch moest iemand dat doen. Hij was ondertussen wel al zestien, maar nog steeds niet volwassen. Het zou nog een jaar duren voordat hij zelfstandig beslissingen mocht nemen. Iemand moest hem daarmee de komende maanden nog helpen. Remus was de meest voor de hand liggende keuze, maar waarom was het dan zo moeilijk om die te aanvaarden? Waarom voelde hij zich zo onzeker over zijn keuze, terwijl er maar één mogelijkheid was.
De jongen zuchtte en zette zich recht. Hij begon door de kamer te ijsberen, met zijn chaotische gedachten als het ritme waarop hij elk been bewoog bij een volgende stap. Zuchtend staarde hij naar het tapijt dat onder zijn voeten ingedrukt werd en, nadat hij zijn voet verzette, weer langzaam zijn originele positie terug innam, alsof er niets gebeurd was.
Harry wenste vurig dat zijn leven zo simpel zou zijn, maar hij wist dat het tevergeefs hopen was. Elke beslissing die hij nam, legde zijn leven in een andere plooi en maakte het onmogelijk om naar het verleden terug te keren. Nee, zijn leven was geen tapijt, dat had hij al meerdere keren, tot groot verdriet en schande, moeten ontdekken.
De tiener liet de adem ontsnappen die hij blijkbaar, zonder er zich bewust van te zijn, had ingehouden. Hij liep naar het raam en steunde zijn handen op de vensterbank. In een poging om even wat afleiding te vinden, tuurde hij naar buiten.
De zon scheen vrolijk aan de hemel en contrasteerde fel met Harry's gemoedstoestand van de laatste weken. In de bomen die zich op Grimboudplein bevonden, voerden vogels een opgewekte conversatie met elkaar in een mengeling van timbres en toonhoogten. Op het pleintje waren een aantal kinderen aan het voetballen. Ze lachten het vaak uit en leken volop van de zomervakantie te genieten, niet denkend aan het lot dat hen misschien wachtte en aan de horror die zich afspeelde in een wereld die ze niet kenden.
Harry zou alles gegeven hebben om één van hen te zijn, om eveneens te baden in onwetendheid, zorgeloosheid en, vreemd genoeg, zweet.
Sinds gisteren spookte niet alleen Grimboudplein 12 door zijn gedachten; ook een ander huis verscheen regelmatig in zijn overpeinzingen. Nu hij Grimboudplein geërfd had, vroeg hij zich meerdere malen af wat er met het huis in de Halvemaanstraat gebeurd was. Hij wist dat er het ingestort was op de avond dat hij Voldemort versloeg, maar hij had nooit iets gehoord over wie de eigenaar was van het stuk grond waar het huis het opgestaan.
Het geluid van de deur die opende, klonk ongewoon hard in vergelijking met de stilte die in de kamer hing. Remus Lupos stond in de deuropening. Zijn hele lichaam leek uit te schreeuwen dat de man uitgeput was en de grootste moeite had moeten doen om naar boven te komen.
'Daar ben je,' zei hij. Een kleine glimlach speelde even om zijn lippen, maar al snel nam de vermoeidheid weer de dominante plaats in op zijn gelaat. 'Ik heb bijna alle kamers van dit huis moeten afgaan om je te vinden.' Hij stapte binnen en deed de deur achter zich dicht. 'Hermelien en Ron zeggen dat je vandaag bijna nog geen woord hebt gesproken.'
Harry verliet zijn plaats aan het raam en plofte neer in de zetel die hij een paar minuten eerder had verlaten. Zijn billen raakten het oppervlak en Harry zag hoe honderden stofdeeltjes de lucht in werden geblazen en in het zonlicht schitterden als zilver.
Remus kwam in de andere zetel zitten en wachtte tot Harry de stilte doorbrak.
'Ik wilde alleen zijn,' antwoordde de tiener vlakjes. 'Ik moest kunnen nadenken.' Hij wachtte even voor hij verder ging. 'Ik heb gisteren Sirius' testament gelezen.'
Remus keek hem aan, maar doorbrak de stilte niet. In zijn ogen brandden, naast begrip, ook vragen.
'Hij heeft me dit huis nagelaten.'
'Je lijkt er niet echt blij mee.' Remus was een goede observator.
'De Orde mag het gebruiken. Ik wil het niet.' Hij vond het verschrikkelijk om het huis te bezitten dat zijn peetvader zo had gehaat.
'Teveel herinneringen.' Het was geen vraag.
Harry doorbrak het oogcontact en staarde naar het tapijt.
'Ik weet zeker dat de Orde je dankbaar zal zijn en er goed voor zal zorgen. Maak echter geen overhaaste beslissingen waar je later spijt van zou kunnen krijgen.'
Harry knikte.
'Het huis is niet de reden waarom je moest nadenken, of wel?' Remus boog voorover en liet zijn ellebogen rusten op zijn bovenbenen. Zijn kin werd ondersteund door zijn handen, die hij tot losse vuisten had gebald.
Harry scheurde zijn blik los van het tapijt en keek de man aan aan. Net op het moment dat hij diens reactie wilde zien, was het gezicht voor hem uitdrukkingsloos.
'Sirius wilde dat jij zijn taak als peetvader overnam.'
Remus knikte. 'In zijn laatste brief heeft hij dat aan mij gevraagd.'
'Zou jij dat willen?' vroeg Harry aarzelend.
'Ik zou niets liever willen,' antwoordde Remus met een glimlach. 'Wat ik wil, doet er echter niet toe. De vraag luidt of jij dat wil.'
Gedurende enkele seconden bleef het stil in de kamer, maar toen antwoordde de jongen: 'Ik weet het niet.'
Remus keek hem aan. In zijn ogen waren sporen van verdriet en pijn te bespeuren. Harry's twijfel hadden de man blijkbaar diep gekwetst.
'Ik zou niemand anders willen,' antwoordde Harry vlug. 'Als ik iemand als peetvader wil, dan ben jij het wel. Sirius kon niemand beter voorstellen, maar…,' hij zocht naar de juiste woorden.
'Je hebt het gevoel dat je Sirius dan moet opgeven.'
Harry knikte wederom.
'Ik begrijp je aarzeling, Harry, maar ik heb niet te bedoeling Sirius te vervangen. Merlijn, dat zou ik zelfs niet willen en kan ik ook niet. Het zou een smet op zijn naam zijn, want Sirius is niet vervangbaar.' Even wachtte Remus. 'Ik begrijp dat Sluipvoet een speciale plaats in je hart heeft, een plaats die ik nooit kan opvullen, maar ik hoop dat er daarnaast wel nog plaats vrij is voor mij.'
De knoop die Harry in zijn borst voelde, leek minder strak te zitten. Ademen ging een stuk gemakkelijker dan een paar minuten eerder. Remus was de laatste link met zijn ouders en Sirius. De man gaf echt om hem. Niet op dezelfde manier als Sirius, maar op zijn eigen manier die daarom niet minder oprecht zou zijn.
'Natuurlijk is er nog een plaats voor je!' riep Harry verontwaardigd uit.
Remus lachte zwakjes en leek plotsklaps een aantal jaar jonger uit. De rimpels in zijn gezicht werden minder diep, de littekens schenen te vervagen en zelfs zijn haar leek een tintje minder grijs te zijn.
Harry zag het effect van een paar simpele woorden op de man en hakte de knoop door.
'Zou jij mijn peetvader willen zijn?'
Remus' ogen straalden. Hij stond op en liep naar Harry toe. Hij omhelsde de jongen, wat vrij lastig was, aangezien die neerzat in de zetel.
'Natuurlijk,' antwoordde zijn ex-professor met een duidelijk geëmotioneerde stem.
Even voelde het onwennig aan om Remus te omhelzen, maar toen sloeg Harry zijn armen om de man en gaf zijn nieuwe peetvader zijn eerste omhelzing.
Na een verrukkelijke maaltijd van mevrouw Wemel, was het al bijna twee uur. Harry besloot het schoolhoofd zijn geduld niet op de proef te stellen en alvast naar boven te gaan.
Toen hij bij de deur van de zitkamer aankwam, hoorde hij een vreemd gezoem. Het leek op een grote, dikke hommel en Harry vroeg zich af wat het zou kunnen zijn, maar plots herkende hij het: het was een persoon die het geluid maakte. Hij klopte aarzelend op de deur. Het zoemen hield op en een stem die hij heel goed kende zei: 'Binnen.'
Harry deed de deur open en zag Perkamentus op een groot, paars kussen zitten. In de hoek zag Harry nog een heel pak meer kussens liggen. De zwarte lederen zetels die ooit nieuw geweest waren, maar er nu oud en versleten uitzagen, stonden in de hoek recht tegenover de kussens. De muren van het vertrek waren lang geleden groen geverfd, maar konden duidelijk een nieuw laagje gebruiken.
'Ah, Harry. Goede middag,' zei het schoolhoofd vrolijk. 'Ga zitten.' Hij wees naar het rode kussen recht tegenover hem.
De jongen deed wat hem gevraagd werd.
'Je hebt van het Ministerie toestemming gekregen om te toveren tijdens de schoolvakanties, maar misbruik zal niet geduld worden: enkel tijdens de lessen van mij en Remus, en in levensbedreigende situaties mag je je toverstok gebruiken,' sprak hij op serieuze toon.
Harry knikte, hij voelde ook geen enkele behoefte om te toveren als het niet echt nodig was. Kleine dagelijkse karweitjes zorgden er voor dat de radertjes in zijn hoofd wat trager gingen draaien. Na een opruimbeurt voelde zijn geest altijd helderder en meer geordend aan.
'Ik heb je deze ochtend gezegd dat je waarschijnlijk één van Voldemorts eerste doelwitten zal zijn, maar hij gaat geen risico's nemen en wil eerst de profetie kennen. Daarom is het belangrijk dat je Occlumentie leert. Tijdens je slaap ben je het minst alert en misschien zou Voldemort daar misbruik van kunnen maken, iets dat we ten allen tijde willen vermijden.'
Weer knikte Harry. Hij wilde koste wat het kost Voldemort uit zijn geest kunnen houden. Tot zijn grote spijt had hij al de gevolgen kunnen zien van wat er kon gebeuren als Voldemort er wel in slaagde om zijn geest binnen te dringen. Vergelijkbare situaties wilde hij het liefst vermijden.
'Kun je mij vertellen hoe de lessen met Severus verliepen?'
'Sneep –' Perkamentus keek hem verontwaardigd aan. 'Professor Sneep,' zuchtte Harry. 'Hij vertelde dat ik mijn geest moest leegmaken en dan riep hij Legilimens.'
Perkamentus streek even over zijn baard. 'Vertelde hij je ook hoe je je geest moest leegmaken?'
Harry schudde zijn hoofd. Sneep had hem met moeite een paar seconden gegund om zijn gedachten te ordenen, laat staan zijn geest volledig leeg te maken.
'Geen wonder dat de lessen zo'n fiasco waren,' bracht Perkamentus uit, meer tegen zichzelf dan tegen de tiener. 'Severus is zo'n goed Occlumens dat hij vergeet dat anderen misschien wat meer moeilijkheden ondervinden.' Hij wachtte even, maar sprak toen weer. 'Harry, ik ga je eerst leren hoe je je geest kunt leegmaken. Eens je in jezelf die rustige plaats gevonden hebt, is het makkelijker om snel je geest leeg te maken in een paar seconden. Zou je alsjeblieft in kleermakerszit willen zitten?'
Harry deed wat hem gevraagd werd en legde nadien, net zoals Perkamentus, zijn handen op zijn knieën.
'Sluit nu je ogen en adem rustig in door je neus en uit door je mond. Probeer met elke adem die je uitblaast ook de gedachten uit je hoofd te krijgen.'
Harry ademde langzaam in en uit en voelde dat hij rustiger werd, maar het lukte hem moeilijk om zijn geest ook helemaal tot rust te laten komen. Na een paar seconden kropen de muizenissen weer terug zijn hoofd binnen, hij moest steeds denken aan de pijn die hij nu in zijn benen begon te voelen en aan hoever hij nog verwijderd was van zijn doel.
'Probeer de opkomende pijn in je benen te negeren. Door eraan te denken dat je pijn hebt, wordt het alleen maar erger.'
Harry probeerde de pijn wel uit zijn hoofd te bannen, maar het kostte hem heel veel moeite. Steeds vroeg hij zich af hoelang hij daar nog zou moeten blijven zitten en hoelang hij dit zou volhouden.
'Eventueel kan je ook zacht zoemen, dan is het makkelijker al je gedachten los te laten.' Perkamentus begon zachtjes te zoemen.
Het zoemen leek te gek voor woorden. Harry deed één oog open en keek het schoolhoofd aan. Nog meer dan anders straalde hij een rust uit die Harry alleen nog maar zelden bij het hoofd van de Orde had gezien. Harry sloot zijn ogen weer en begon ook langzaam te zoemen. Eerst voelde hij zich belachelijk, maar langzaam ging het beter en werd zijn hoofd alleen nog maar gevuld door het gezoem; voor de rest was er alleen een grote, zwarte leegte over en de pijn verdween zelfs helemaal uit zijn gedachten.
'Heel goed, Harry,' verbrak Perkamentus de stilte. 'Beeld je nu rond je geest een grote muur in die ondoordringbaar is.'
Harry probeerde het. De eerste minuten lukte het hem niet, maar na een tijdje proberen had hij het gevoel dat zijn muur er stond. Zijn geest was helemaal leeg en hij voelde een rust in zijn hoofd die hij de laatste jaren niet meer had gekend.
'Open je ogen en probeer die muur staande te houden terwijl ik je geest probeer binnen te dringen.'
Harry opende zijn ogen.
'Klaar?' vroeg Perkamentus.
Harry knikte langzaam. Zou hij ooit klaar zijn voor een aanval op zijn geest? Gelukkig was hij nu pakken beter voorbereid op wat komen ging dan met Sneep. Het feit dat hij Perkamentus meer vertrouwde dat Sneep, hielp ook enorm.
'Legilimens.'
Harry had een overweldigende kracht verwacht, maar tot zijn groot verbazing voelde hij bijna niets. Perkamentus' geest leek rond zijn muur te zweven. Hier en daar probeerde het schoolhoofd tegen de muur te duwen, maar meer dan wankelen deed Harry's muur niet. Tot plots allerlei flarden van herinneringen door zijn geest flitsten: Sirius die door het gordijn viel, Sirius die bij het meer aangevallen werd door Dementors, Voldemort die bezit van hem nam in het Ministerie. Dat beeld leek als een signaal te zijn voor de tiener en met alle macht die hij bezat, duwde hij Perkamentus uit zijn geest. Hij haalde diep adem en ging terug naar die lege, zwarte plek in zijn hoofd. Eens hij die gevonden had, bouwde hij zijn muur weer op. Nadat hij de laatste steen weer op zijn plaats gelegd had keek hij Perkamentus aan.
'Niet slecht, Harry, maar je moet je muur steviger bouwen en hem ook in stand houden. Je verwachtte een krachtige aanval op je geest, maar toen die er niet kwam, verslapte je aandacht en verloor je je vastberadenheid. Niet elke aanval op een geest moet krachtig zijn; soms is het beter om ongemerkt de vijand af te tasten en dan op zijn zwakste moment toe te slaan. Probeer opnieuw je geest leeg te maken en bouw je muur steviger op.'
Harry keerde terug naar die lege, rustige plek in zijn geest en bouwde er een stevigere, hogere muur rond.
Deze keer moest het schoolhoofd langer rond Harry's muur zwerven en probeerde hij meerdere malen om die muur te doorbreken. Harry's geest wankelde meer dan eens, maar het was pas toen de jongen na een paar minuten moe werd en zijn concentratie verloor, dat Perkamentus er ook in slaagde om binnen te dringen.
Tegen het einde van het uur, dat verbazend snel vooruit ging, had Harry het gevoel dat hij meer bereikt had dan tijdens al zijn lessen met Sneep. Hij kon Perkamentus minuten uit zijn geest houden, zelfs wanneer die al meer kracht gebruikte. Hij was echter nog ver verwijderd van het einddoel: Voldemort uit zijn geest kunnen houden. Hij had pas zijn eerste pasjes gezet op een weg waarvan het einde nog lang niet in zicht was.
'Heel goed, Harry. Ik denk dat we het best hierbij laten voor vandaag, want ik merk dat je moe begint te worden,' zei de oude tovenaar tevreden. 'Ik zou je willen vragen om elke avond je geest leeg te maken als je in bed ligt.'
Harry wist meteen dat hij deze wel de moeite zou doen. Het was noodzakelijk dat hij Occlumentie beheerste en dat hij Voldemort ook 's nachts uit zijn geest kon houden. Bovendien gaven de lessen met Perkamentus hem een veel beter gevoel dan die met Sneep
Had ik dit vorig jaar maar geweten, dacht hij triest.
'Ik zie je overmorgen weer,' zei het schoolhoofd terwijl hij op stond.
'Professor?' vroeg Harry aarzelend, 'ik zou graag de Halvemaanstraat bezoeken.' Hij had al langer met het idee gespeeld. Hij wilde na al die jaren eindelijk de plaats bezoeken waar hij Voldemort de eerste maal had verslagen en waar hij het litteken had gekregen. Hij wilde ook het graf van zijn ouders bezoeken. Het was al bijna vijftien jaar geleden dat zij hun leven gegeven hadden, in de hoop hem te kunnen redden; het werd tijd om hen eens te bedanken.
'Ik had eerlijk gezegd dit verzoek al eerder verwacht. Ik zal met de Orde bespreken wanneer dit het beste past en ik zal je zo snel mogelijk iets laten weten.'
'Dank u, professor,' zei Harry. Het zou moeilijk worden om weer met die plaats geconfronteerd te worden, maar het was een bezoek dat hij al veel te lang had uitgesteld.
R & R please
