Hoofdstuk 9 de aankomst
POV Emma
De meiden liepen samen met Harry en Ron de coupé uit. Ze stapten de trein uit. Buiten was het koud en het perron was piepklein en donker. Emma rilde bij het voelen van de koude avondlucht. Ze keek opzij en Harry rilde ook. Plotseling zweefde er een lamp boven hun. "Eerstejaars! Eerstejaars hierheen. Alles kits, Harry?" zei de reus die we ook op de Wegisweg zagen. "Vooruit, volg mij maar - nog meer eerstejaars? Pas op 't afstappie! Eerstejaars met mij mee. "Dat is Hagrid!" Riep Harry tegen Ron, Emma en Skye.
Ze volgde Hagrid. "zo dadelijk zien jullie Zweinstein voor 't eerst." Riep Hagrid over zijn schouder naar de eerstejaars.
Ze liepen over een smal pad en kwam plotseling uit aan een groot, inktzwart meer. Hoog boven op een berg aan de overkant van het meer, stond een enorm kasteel, met heel veel torens, torentjes en ramen die glimmend afstaken tegen de sterrenhemel. "Niet meer dan vier per boot!" riep Hagrid en hij wees op de bootjes aan de oever. Emma en Skye zaten samen met Hagrid in een bootje. "Iedereen aan boord?" Schreeuwde Hagrid. Hagrid schreeuwde zo hard dat de meiden zeker wisten dat ze een gehoorbeschadiging hadden. "Oké - VAREN!" De bootjes voerden allemaal tegelijk weg en gleden stil over het meer. Ze zagen het kasteel groter en groter worden. En opeens zag Emma de klif. Ze was de hele tijd zo druk bezig met het kasteel dat ze de klif niet zag. Ze tikte Skye op haar schouder. "Wat?" "Kijk een klif." "Daar weet Hagrid heus wel iets op. Maak je niet druk." Toen ze de klif naderde riep Hagrid: "Koppen omlaag!" Ze gehoorzaamde en gleden toen door een gordijn van klimop, dat een grote opening bedekte. Ze dreven nu in een donkere tunnel, die blijkbaar onder het kasteel door voer. Ze kwamen aan bij een haventje. Ze stapte uit de boot, op de kiezels en keken om zich heen. Ze klauterden door een gang naar boven. Eenmaal boven liepen ze naar een grote eiken deur. "is iedereen er?" Hagrid hief zijn grote vuist op en bonsde drie keer op de deur van het kasteel.
