Het was een
belofte waaraan hij zich hield. Gedurende de kerstvakantie was Hannah
eigenlijk de enige met wie hij omging. Logisch, want alles wat hem
bezig hield was de SVP en Hannah was de enige in het kasteel die daar
van wist. Toch hadden ze het niet altijd daarover, vooral omdat hun
pogingen zich te verzetten tijdens de feestdagen noodgedwongen op een
laag pitje waren gezet, maar het gaf een veilig gevoel te weten dat
ze er net zo over dacht. Bij anderen, niet SVPleden, moest je altijd
uitkijken dat je niks zei over Voldemort dat opgevat kon worden als
pro-Perkamentus.
'Verheug jij je op de terugkomst van de anderen?'
vroeg Hannah tijdens een lange en zwijgzame wandeling over het
terrein op de laatste dag van de vakantie. Marcel haalde zijn
schouders op.
'Als de anderen terug zijn gaan we door met het
opnemen tegen de Kragges, niet? Dat is niet echt iets om je op te
verheugen, maar het is goed dat we het doen. In dat opzicht, ja.' Hij
stopte even. 'En jij?'
'Oh, jawel,' antwoordde Hannah ontwijkend
en ze leek dat niet erg te menen. 'Het is wel erg stil op het kasteel
zo en ze hebben vast veel te vertellen over de buitenwereld.'
'Loena
neemt de Kibbelaars van de laatste paar maanden mee en de familie van
Ginny wordt constant bewaakt, dus misschien hoort ze nog wel wat
interessants van die Dooddoeners.'
'Je mag ze graag, hè?' vroeg
Hannah. Het was niet duidelijk wat ze dacht. Het duurde even voor
Marcel antwoord gaf.
'Ja, ik mag ze graag,' besloot hij
uiteindelijk. 'Als vrienden.'
'Ze zeggen dingen over Ginny Wemel
en jou,' ging Hannah voorzichtig verder.
'Wat voor dingen?'
'Dat
jullie verliefd zijn,' antwoordde Hannah quasi-nonchalant en ze
haalde haar schouders op met een verontschuldigende glimlach.
'Och,
ze zeggen wel meer.' Het was inmiddels gaan sneeuwen en Marcel keek
een moment naar de vlokken die naar beneden dwarrelden. 'Zo lang
Harry Potter er is zouden we nooit meer voor elkaar zijn.'
'Maak
het goed met haar.' Hannah keek hem doordringend aan en Marcel vroeg
zich af of ze wist wat er tussen hem en Ginny speelde en hoe ze daar
dan van op de hoogte kon zijn. 'Ze is vast niet meer boos op je,'
vervolgde ze. 'En daarbij, we zijn allemaal tegen de Kragges. We
moeten geen ruzie met elkaar maken.' Marcel lachte. Dat was de derde
keer al dat hij dat hoorde in korte tijd en hij was er nu nog
zekerder van dat het waar was. In ieder geval was het sportief van
Hannah dat ze hem dat advies gaf, terwijl het haar misschien beter
uit zou komen als hij en Ginny kwaad bleven op elkaar. Daaruit bleek
toch wel dat haar opmerking over eensgezindheid geen hypocrisie was,
maar dat ze het zelf ook na probeerde te streven. Zonder een woord te
zeggen kwamen ze langs Hagrids huisje.
'Hij is er niet,' merkte
Marcel op bij het zien van de donkere ramen en de schoorsteen, waar
geen rook uit kwam. 'Anders hadden we langs kunnen gaan. Eigenlijk
heb ik hem al zeker een paar dagen niet meer gezien.'
'Hij schijnt
weg te zijn,' verklaarde Hannah alleen en haar stem klonk nogal
monotoon.
'Weg?' vroeg Marcel verbaasd. Ze knikte.
'Het
schijnt 's nachts gebeurd te zijn. Hij had een Hoera voor
Harry-feestje willen organiseren. Niet zo slim natuurlijk, maar
afijn, dat is genoeg om naar Azkaban te worden gestuurd
tegenwoordig.' Marcel staarde haar ontzet aan.
'Dus hij zit nu
in...'
'Oh, nee,' onderbrak Hannah hem snel. 'Hij wist te
ontsnappen, naar het schijnt. Maar als ze hem alsnog vinden zit hij
goed in de problemen.' Marcel zei niks meer en hoopte vurig dat hij
Hagrid ooit nog levend terug zou zien.
Massa's leerlingen gingen via het
bordes de Ontvangsthal in en vervolgens naar de Grote Zaal of hun
leerlingenkamers en al gauw was er een grote hoeveelheid sneeuw naar
binnen gelopen, hetgeen Vilder nog chagrijniger maakte dan hij al
was. Marcel en Hannah stonden tegenover de eikenhouten deuren te
wachten.
'Ha, Marcel!' Simon Filister kwam op hen aflopen zodra
hij hen had opgemerkt tussen de menigte. 'Een beetje geschikte
feestdagen gehad?' Marcel knikte alleen.
'Jij?' Simon gaf ongeveer
eenzelfde reactie en vertrok vervolgens met een paar andere
Griffoendors naar de leerlingenkamer.
'Oh, daar heb je Ernst!'
Hannah stormde op de Huffelpuffer af en begroette hem op een manier
alsof ze elkaar in geen jaren hadden gezien. Marcel ging op zijn
tenen staan en keek over de hoofden heen uit naar de rode haren van
Ginny en Loena's blonde lokken. Zeker honderd leerlingen passeerden.
Sommigen begroetten hem, maar de meesten liepen gewoon door.
Eindelijk zag hij Ginny! Ze was bijna achteraan de lange stoet mensen
die vanuit de koetsen het kasteel in wandelden en keek naar de grond.
Bij het zien van Marcel hief ze plotseling haar hoofd op en versnelde
haar pas tot op het punt dat ze naar hem toe rende en hem om de hals
vloog.
'Alsjeblieft, laten we erover ophouden. Het ging nergens
over. Het spijt me. Ik...'
'Sst,' zei Marcel alleen en de ruzie
die ruim een maand had geduurt leek op slag vergeten. 'Is Loena niet
bij jou?' Ginny hield hem nog steeds stevig vast en Marcel ving een
glimp op van Hannah, druk in gesprek met Ernst, maar met een
twijfelachtige blik op hen gericht. Het kon hem niet zoveel
schelen.
'Oh, Loena,' begon Ginny. Ze zei dat op een toon alsof ze
het over een ernstig zieke had en dat beviel Marcel niet.
'Er is
toch niets gebeurd?' vroeg hij ongerust en bij het zien van haar
gezicht wist hij dat hij zich op slecht nieuws voor moest bereiden.
'Kom mee.' Hij loodste haar langs nieuws uitwisselende groepjes
leerlingen en bracht haar mee naar de Kamer van Hoge Nood. Ginny zei
niks en Marcel vroeg haar ook niet zich nader te verklaren. Pas toen
ze drie keer over de verdieping waren gelopen, veilig zaten op hun
favoriete schuilplaats en Ginny de kamer om thee had gevraagd sprak
ze weer.
'Het gebeurde op de heenreis,' begon ze. 'Loena en ik
stapten samen uit de trein toen we aankwamen in Londen en daar
stonden zeker vijf Dooddoeners haar op te wachten. Eerst dachten we
dat ze daar gewoon waren voor controle of voor iemand anders. We
waren ons in ieder geval van geen kwaad bewust.' Ze stopte en nam een
klein slokje van haar thee. Marcel snapte het nog steeds niet.
'Maar
ze waren daar voor Loena, als ik het goed begrepen heb?' Ginny knikte
langzaam en zette bedachtzaam haar kopje neer.
'Ja, we snapten er
niks van, maar die Dooddoeners bleven volhouden dat ze onder arrest
stond en ze hadden ook een heel officieel uitziend papier bij zich,
dus wat wil je? We hadden het misschien uit moeten vechten, maar je
hebt geen idee. Het was heel druk en ze vormden echt een overmacht.
Het spijt me zo...'
'Maak jezelf geen verwijten,' fluisterde
Marcel alleen. 'Niet om je toverkunsten te onderschatten, maar als je
het uit had proberen te vechten was je nu of dood geweest of bij
Loena in Azkaban.' Ginny knikte, niet erg overtuigd.
'Ik heb de
hele vakantie aan Loena gedacht.'
'Had ik het maar geweten,'
fluisterde Marcel. Het leek verkeerd dat hij niks nuttigs had gedaan,
had genoten van een overdadig kerstdiner en zich zorgen had gemaakt
over kleine dingen terwijl een van zijn beste vriendinnen in de
gevangenis zat. Toch was er iets dat hij niet snapte. 'Maar Ginny, ze
moeten toch een reden hebben gehad?' Bij het zien van haar
verontwaardigde blik voegde hij er snel aan toe: 'Oh, vast een heel
onredelijke reden, maar...'
'Ik dacht dat niks Xeno het zwijgen
op kon leggen.' Ginny stootte een vreugdeloze lach uit. 'Kennelijk
dus wel.' Marcel gaf geen antwoord en ze vervolgde ter
verduidelijking: 'Wat hij in de Kibbelaar schreef was een beetje in
strijd met Voldemorts ideeën, hè. Nou, Xeno wist heel goed dat hij
daar Azkaban mee riskeerde, maar dat nam hij voor lief. En dus namen
ze Loena maar.' Marcel was verontwaardigd.
'Kortom, nu hoor je de
waarheid alleen nog maar van Met Het Oog Op Potter?' zuchtte hij
moedeloos.
'Marcel, je kunt het hem niet kwalijk nemen. Het gaat
wel om zijn dochter.' Ginny stopte even en beet op haar lip. 'Wat zou
jij doen?' Marcel gaf opnieuw geen antwoord. Ze had gelijk.
Xenofilius Leeflang zat in een erg benarde situatie en daar had hij
geen oordeel over te vellen.
'En je hebt er verder niks over
gehoord?' Ginny schudde haar hoofd.
'De vakantie was vreselijk! Je
kon echt helemaal niks zeggen. We werden constant in de gaten
gehouden. Ik snap niet hoe Pa en Ma het uithouden! En ik maakte me
zo'n zorgen om Loena. Gelukkig is ze sterk.'
'Maar het is wel
Azkaban waar we het over hebben!' bracht Marcel er tegen in. Hij
dacht aan Loena's rol van de laatste weken. Zonder haar was de ruzie
tussen Ginny en hem veel erger geweest. 'En ze is onmisbaar
hier.'
'We gaan door met de SVP, hoor!' zei Ginny fel en ze sprong
op. 'En wel meteen!'
'Ik had het niet over... Hè, wat?' Het
duurde even voor Marcel begreep wat ze bedoelde.
'Nu ja! Ik wil
een spoedberraad!'
'Nee!' Marcel moest haar bij haar arm pakken om
te voorkomen dat ze meteen aan de slag ging. 'Dat is te riskant. Dat
verwachten ze vast! En op klaarlichte dag! Nee, Ginny...' Maar Ginny
draaide zich abrupt om en keek hem aan met die blik in haar ogen. Die
blik die het onmogelijk maakte 'nee' te zeggen.
'Haal Simon en de
anderen die geen munt hebben,' zei ze doodkalm en ze haalde haar
eigen Galjoen uit de zak van haar vest. 'Ik ontferm me over de rest.'
Marcel schudde zijn hoofd.
'Nee, Ginny, wees redelijk. Het is
niet strict noodzakelijk en het zou iedereen in gevaar kunnen
brengen.' Marcel kreeg de indruk dat ze iedereen graag wilde zien en
eventueel plannen maken om zichzelf moed in te spreken. Vooral
vanwege dat gevoel fluisterde hij: 'Maak je geen zorgen. Het komt
allemaal wel goed.'
