A/N Sorry, beetje laat. Ik was druk met het doen alsof ik aan het leren was.. ^^ Of nou ja... Ik heb wel echt geleerd hoor... Stomme examens... D: Ik haat ze! Uit de volheid mijn harten.. XD

Maar! Hier is het hoofdstuk. Het langste hoofdstuk tot nu toe.. ;)

Dus: veel leesplezier! :D

Will kreunde. Hij duwde het overweldigende zwart weg en probeerde zich bewust te worden van de omgeving. Hij voelde zich ongemakkelijk en even wist hij niet wat hem zo verontrustte. Toen drong de pijn tot hem door in een hevigheid die hem zijn adem benam.

Toen herinnerde hij zich alles weer. Hoe hij het hopeloze gevecht was aangegaan zonder gespannen boog maar met een lange rechte stok en twee messen. Hij had twee mannen gedood en de anderen wist hij nog een tijd van zich af te houden maar toen was zijn ongespannen boog doormidden gebroken en hadden de over gebleven mannen hem snel overwonnen, handig zijn messen ontwijkend.

Will dwong zijn ogen half open en het eerste wat hij zag was het dak. Het plafond was laag en hij kon de kringen in de houten balken goed zien. Hij zag ook de ijzeren haken die in een deel van het plafond waren geschroefd. Zijn blik viel op de rest van de omgeving. Hij was blijkbaar in een klein hutje met een enkele kamer. Er was maar een raam, maar de ijzeren tralies maakten het onmogelijk te ontsnappen. De deur was ook geen optie, die zat op slot waarschijnlijk.

Toen pas zag Will dat hij niet op de grond lag, maar op een tafel. Toen pas werd hij echt wakker. Met wijd open ogen beoordeelde hij de situatie, de helse pijn negerend.

Hij lag plat op een ijzeren tafel. Zijn handen en armen zaten aan het blad vastgeketend, zijn enkels ook. En aan de kou om zijn nek te voelen zat ook zijn nek aan de tafel vast. Hij zuchtte; veel bewegingen waren onmogelijk gemaakt, dus hij kon zichzelf niet op wonden controleren behalve ze te ontdekken via de pijn. Iets waar hij niet bepaald zin in had.

Maar hij bewoog één voor één zijn ledematen en besloot toen dat er een lange en diepe snee zat in zijn linkerarm maar dat zijn armen en benen voor de rest alleen maar prikkelden van de lange tijd dat ze stevig waren vastgebonden. De stekende pijn in zijn rechterzij was echter zorgelijk, en de pijn boven zijn rechteroor ook.

Toen hij moeizaam een blik naar zijn zij probeerde te werpen voelde hij de kleine snee in zijn nek, maar dat negeerde hij toen hij zag dat zijn mantel om zijn middel was gebonden. Ook al was hij doorweekt van het bloed dat aan de randen al een tikkeltje koperkleurig was. Hij wist dat hij zwak zou zijn van het bloedverlies, maar op dat moment voelde hij de adrenaline door zijn systeem razen en merkte daardoor het zachte geluidje bij de deur op.

Hij wist wat hem te wachten stond en hij had ervoor gekozen toen hij zag hoe bang Azura was geweest. Hij zou zich hierdoorheen slaan. Halt wist waar hij was, probeerde hij zichzelf te vertellen. Maar erg overtuigend was het niet en hij richtte zijn aandacht op de deur, onderwijl de angst wegdrukkend, of in ieder geval proberend de angst weg te drukken.

XXX

Lilith en Coran waren achter de mannen aan gelopen. Het was al bijna ochtend dus de mannen zouden waarschijnlijk terug gaan naar het dorp. Misschien zouden ze de situatie uitleggen aan de anderen. Hen waarschuwen weg te blijven uit het bos. Maar Lilith besloot dat ze dit keer niet alleen maar zou luisteren naar de wanhopige kreten waarvan ze zeker wist dat die uit het huisje zouden komen.

Zodra het huisje in zich was nam Lilith Coran met zich mee en slopen ze samen van het pad af, wachtend totdat de mannen weg zouden gaan.

Toen de mannen eindelijk het huisje verlieten zat Coran tegen haar aangeleund, bijna in slaap gevallen. Ze schudde hem zachtjes wakker en zorgde dat hij geen geluid maakte toen de mannen langs liepen.

Uit angst dat ze terug naar het huisje kwamen besloot ze een tijdje te wachten. Maar na een klein kwartiertje besloot ze het erop te wagen.

Met Coran op sleeptouw liep ze naar het huisje. Voor de deur twijfelde ze even, ze wist dat de mannen erachter zouden komen dat hij geholpen werd, maar de gedachte aan de laatst keer dat er iemand in dit huisje opgesloten zat overtuigde haar.

Lilith haalde diep adem en haalde de balk voor de deur weg. Ze legde haar handen op de deur, haalde nogmaals diep adem in duwde toen de deur open.

Zodra ze een stap naar binnen zette struikelde ze achteruit. Twee diepe bruine ogen boorden zich in die van haar. Ze zag de verborgen pijn en de altijd aanwezige nieuwsgierigheid in de chocoladebruine kleur en ze wendde snel haar blik af.

Met Coran aan haar kleren hangend liep ze naar binnen. Ze hield haar hoofd schuin en schatte de situatie in.

Lilith wist dat ze niet lang had. De mannen zouden hooguit een half uur, misschien een uur, wegblijven. Maar ze bleef bij haar besluit om te helpen. Ze was dan wel pas vijftien, maar ze had van haar moeder geleerd om wonden te verbinden, voor het geval een van de kleine kinderen iets zou overkomen en alleen zij in de buurt was.

Ze schoof haar rokken ophoog en onthulde een klein tasje dat onhandig aan haar been zat gebonden. In het tasje zaten de middelen waarvan ze wist dat ze ze nodig zou hebben. Ze zou haar oude onderrok gebruiken als verband. Hij was schoon genoeg daarvoor en ze had hem speciaal daarvoor uitgezocht omdat ze wist dat haar moeder hem niet zou missen.

Ze zette een stap naar voren en hief haar handen op toen de een donkere blik over de jongeman zag trekken. Ze liet de medische spullen zien om hem gerust te stellen en te laten zien dat ze hem wou helpen.

Even aarzelde ze. Toen bedacht ze dat ze terwijl ze bezig was hem vragen wou stellen. Hij moest antwoorden hebben. Dat wist ze zeker.

De wond in zijn zij was het eerste waar ze naar keek. Ze wist dat die wond het gevaarlijkst was. Dat kon ze zien aan de natte, rode mantel.

Lilith slikte even toen ze de mantel aanraakte maar vermande zich en haalde de mantel om de mans middel vandaan. Ze zag aan zijn op elkaar geklemde kaken dat het pijn deed maar ze deed haar best om hem zo zacht mogelijk te behandelen.

'Wie ben jij?' vroeg hij opeens en zijn schorre stem deed haar opschrikken.

Na een kleine stilte zei ze: 'Lilith. En dat is Coran. Wees stil, wij willen je geen pijn doen. In tegenstelling tot een aantal anderen uit het dorp.' Haar stem klonk bitter.

'Je wilt hier weg.'

Het was geen vraag, besefte Lilith, en ze keek de jongeman verbaasd aan. Toen knikte ze. 'Ja. Ik, Coran en Azura willen hier al weg sinds een jaar geleden toen ze…'

Ze stopte. Ze wou er duidelijk niet over praten.

'Azura?' vroeg de jongeman toen hij doorhad dat verder vragen geen zin had. 'Azura Miller?'

Lilith keek verbaasd op. 'Ken je haar? Weet je waar ze is? Is ze veilig? Geen pijn?'

Ze zag hem grinniken en hield beteuterd haar mond zodat hij haar vragen kon beantwoorden.

'Ja,' zei hij. 'Ik ken haar. Ze viel flauw bij mijn huis. Ik heb haar mee naar binnen genomen en haar gerustgesteld. Ze was gezond. Doodsbang, dat wel, maar gezond. Geen wonden. Ze opende net op toen er zes mannen bij mij binnen kwamen.'

Even leek hij zichzelf iets te verwijten, toen leek hij de gedachte van zich af te schudden en keek hij weer met een serieuze blik naar haar.

'Ik heb haar uit het raam gezet en we zijn naar de stal gehold. Daar heb ik haar op mijn paard gezet en heb haar weggestuurd naar Halt. Ik wist zeker dat dat de beste beslissing was. Ze was zo bang. Ik wist niet wat ze haar aan zouden doen, maar ze keek zo bang!'

Hij leek zichzelf in de herinnering te verliezen en kreunde toen Lilith iets te hard op de wond drukte. Ze had hem schoongemaakt en gehecht. Slordig, weliswaar, maar goed voor een meisje van vijftien. Ze verbond zijn middel en begon aan de hoofdwond terwijl de jongeman verder praatte.

'Ik ben achtergebleven. Ik kon haar niet geven. Dat verdient ze niet. Toen hebben we gevochten. Heb er twee uitgeschakeld en de rest nog een tijd van me af weten te houden. Had ik mijn boog maar kunnen spannen,' voegde hij er triest aan toe. 'Dan was het heel anders gelopen.'

Hij zuchtte.

'Ik ben trouwens Will. Will verdrag.'

De naam werd gevolgd door een stilte terwijl Lilith verder werkte. Maar aan haar blik te zien wist ze wie hij was.

'Ik vertrouw Trek en Halt mijn leven toe. Ze zullen haar helpen. Ze is daar veilig,' vervolgde Will. Hij leek te zien dat ze bijna haar kalme houding verloor.

Lilith knikte en dwong haar tranen weg. Azura was veilig.

Maar Will niet, wist ze.

'Maar jij niet,' zei ze. Ze zag hem slikken.

'Nee,' zei hij. 'Dat dacht ik al.'

A/N Zo... Dat was het dan.. Wat vonden jullie ervan? Zaten er veel fouten in? Zoals altijd ben ik te lui om het te herlezen... Hehe.. XD

Had wat moeite met dit hoofdstukkie... Maar hij is er, gelukkig.

R&R! Ik wil weten wat jullie ervan vinden. En tips en tops zijn natuurlijk altijd welkom. PM me of laat een review achter! :D Ik zal ze beantwoorden! Geen nood! (alleen bij gasten is dat moeilijk aangezien ik ze niet een PM kan sturen... ^^)