Een teken van dank

Uit de gang klonk het geluid van naderende voetstappen. Grindelwald sloot het boek waarin hij aan het lezen was en legde het op zijn bureau. De deur ging zachtjes open. De man die zonet was binnengekomen bleef in het donker staan.
"U had mij geroepen," zei de man.
"Dat klopt," antwoordde Grindelwald, "heeft iemand je gezien?"
"Eén iemand. Maar die zal het niet meer kunnen navertellen,"
"Hoe ver sta je in je onderzoek?"
"De Relieken zijn moeilijk op te sporen, maar ik denk dat ik nu een goed spoor heb gevonden. Toen u me opriep was ik net terug van een kerkhof in Engeland. Daar lag het graf van een Protser, één van de mogelijke families die iets te maken kunnen hebben met de Relieken. En op dat graf stond het teken van de Relieken. De jaartallen zouden ook wel eens kunnen kloppen, omdat de man zo'n 120 jaar is geworden. Volgens de feiten was er maar één die een oude leeftijd bereikte, en daarvan leid ik af dat die man de onzichtbaarheidsmantel in zijn bezit moet hebben gehad."
"Goed werk. Waar was het ergens in Engeland?"
"Goderics Eind"
Toen Grindelwald die naam hoorde, rilde hij over zijn hele lichaam. Had hij er dan ooit zo dicht bij gezeten, die paar weken bij zijn tante? Waarom was hij niet een kijkje gaan nemen op het kerkhof? En, nog belangrijker, als dat graf dan ook echt van één van de drie broers is, wie heeft nu de mantel dan? wie heeft dan nu de mantel? Hij kende maar een paar tovenaarsfamilies in Goderics Eind. Zijn eigen oudtante en de Perkamentussen. Zou Albus de mantel de hele tijd voor hem verborgen gehouden hebben, ook al waren ze steeds bezig met te fantaseren over de Relieken? Toen kwam het in hem op dat de Perkamentussen niet altijd daar hadden gewoond. De mogelijkheid dat Albus de mantel zou hebben was klein, maar toch. Misschien betekende het iets, dat deze man weer opdook. Die paar weken hadden hem geïnspireerd in grootse dingen, die hij nu eindelijk verwezenlijkt zag. Albus. Oude herinneringen kwamen weer bovendrijven, misschien was het beter dat hij het onderzoek zelf zou voortzetten.
De man stond nog steeds in de schaduwen te wachten op een antwoord.
"Zozo," begon Grindelwald, "je hebt goed werk uitgevoerd. Ik denk dat ik het onderzoek nu voor een tijdje alleen verder zet. Maar in tussentijd heb ik nog een andere opdracht voor jou."

Het zachte geklop op de deur deed Peter ontwaken. Slaapdronken stond hij op en liep hij naar de deur van zijn slaapkamer. In de deuropening stond Marcel.
"Goedemorgen-" Marcel had blijkbaar niet verwacht om Peter nog in pyjama aan te treffen, "Euh…Stoor ik?"
Peter gebaarde dat hij mocht binnenkomen, en liep naar de spiegel om zijn haar te fatsoeneren, en deed zijn uiterste best om een geeuw te onderdrukken.
"Ik ben net terug van onze zoektocht. We denken dat we een goede schuilplaats hebben gevonden," begon Marcel.

"Het is een huis wat verder in de bergen, de eigenaar heeft het blijkbaar al een hele tijd verlaten. Er is genoeg ruimte voor ons. Maar dat is niet waarom ik naar hier gekomen ben. Ik ben hier om je nog eens te bedanken voor wat je hebt gedaan. Zonder jou zouden we hier niet meer zijn."
"Het stelde niks voor,"antwoordde Peter, "jij zou net hetzelfde hebben gedaan."
"Waarschijnlijk," zei Marcel, "maar toch als een teken van dank wil ik je dit geven."
Marcel tastte in de zakken van zijn gewaad en haalde er een gouden zakhorloge uit.
"Het is ooit nog van mijn vader geweest," zei Marcel, "maar ik denk dat jij er nu meer recht op hebt. Het is een van de weinige dingen die we nog hebben kunnen meenemen in de haast van ons vertrek. Hier."
Marcel drukte het gouden zakhorloge in de handen van Peter.
"Dat hoeft echt niet,"antwoordde Peter.
"Ik sta erop dat je het aanneemt, alsjeblieft," zei Marcel, "oh voor ik het vergeet, binnen tien minuten is er een kleine vergadering in de eetkamer. Boris is er ook bij. Tot straks," zei Marcel en hij ging terug de kamer uit. Peter keek naar het gouden zakhorloge, als hij het goed gokte was het gemaakt door Kobolden, dus het zou zeker een hoge waarde hebben. Voorzichtig legde hij het op zijn nachtkastje. Het was een mooi gebaar,maar Peter vond dat hij het sieraad niet zomaar kon aanvaarden. Aan Marcels blik van daarnet had hij gezien dat het horloge hem nauw aan het hart lag, hij zou het hem wel eens teruggeven.

Toen Peter de eetkamer binnenkwam zaten de anderen al op hem te wachten. Hij schoof aan tafel en keek Tom aan. Je kon de zorgen zo van zijn gezicht aflezen, de laatste dagen was er alleen maar slecht nieuws binnen gekomen. Grindelwald had een heel Koboldendorp uitgemoord in de nacht dat zij Marcel hadden gered van de Zuiveren. Boris was naar het dorp gegaan toen het nieuws bekend raakte, maar er was niks meer van over gebleven buiten de verbrande resten van huizen. De Koboldenlijken lagen allemaal opgestapeld op het plein dat vroeger het dorpsplein was. Voor Boris was het ook een zware tegenslag, hij had gehoopt om samen met de opstandige Kobolden één front te vormen tegen Grindelwald, maar van die hoop bleef niets meer over.

Peter schrok op uit zijn gedachten, Tom was inmiddels recht gaan staan en stond op het punt om de vergadering te openen.
"Jill is er niet bij," zei Tom, "ze is met de kinderen naar haar kamer gegaan zodat ze ons niet zouden kunnen storen."
Gelukkig zijn de kinderen er nog, dacht Peter. Zij zorgen ervoor dat we soms vergeten in wat voor ellende we zitten, door hun kinderlijke onbezorgdheid.
"Marcel, Boris en ik hebben een geschikte schuilplaats voor jouw en je gezin gevonden. We kunnen het beste de Fideliusbezwering gebruiken om hen te beschermen,"
"Maar wie gaat dan de geheimhouder zijn?" onderbrak Marcel.
"Wel, ik wilde voorstellen dat jij de geheimhouder zou zijn, jij bent dan ook het hoofd van het gezin,"antwoordde Tom.
"Ja, klinkt goed," zei Marcel.
"Mag ik even?" vroeg Arthur, "Ik wil nog een ander voorstel doen, als we nu eens naast die Fideliusbezwering ook nog eens zorgen dat er steeds iemand van ons bij hen is. Voor het geval dat."
"Bedoel je soms dat iemand van ons hen zou verraden?" antwoordde Boris driftig.
"Je moet op zeker spelen", bedaarde Arthur hem. "Er valt wel over te praten, wat vind jij ervan Marcel, het is tenslotte jouw huis", vroeg Tom.
"Ik heb er niks op tegen, maar ik vertrouw iedereen hier dus ik denk niet dat iemand ons zou kunnen verraden, maar als jullie dat het beste vinden ga ik wel akkoord," antwoordde Marcel.
"Goed, dan zullen we stemmen. Wie voor de bewaking is, steekt zijn hand omhoog," zei Tom.
Arthur en Emma staken meteen hun hand in de lucht, Peter deed. Ze mochten geen risico nemen, je wist maar nooit. Jonathan stak na wat te aarzelen ook zijn hand op. Enkel Boris bleef bij zijn standpunt, hij was ervan overtuigd dat iedereen hier aanwezig te vertrouwen was en bleef de Fideliusbezwering als een schending in vertrouwen zien. Peter had wel een beetje begrip voor Boris' standpunt, het vertrouwen was zeer belangrijk. Maar wat als er ooit iemand zou worden gevangengenomen? En Grindelwald al deze informatie verkrijgt? Ze moesten het zekere voor het onzekere nemen, en dat kon enkel maar door te zorgen voor een optimale veiligheid.
"Dan zullen we het plan uitvoeren, de meerderheid beslist. Wanneer vertrekken jullie naar jullie huis?" vroeg Tom
"Zo snel mogelijk, niet dat we het gezelschap hier niet leuk vinden, maar met vieren in zo'n kleine kamer leven is nogal lastig. Dus binnen enkele dagen hopen wij weg te zijn," antwoordde Marcel.
"Mooi, dan hebben we nog genoeg tijd om het verder voor te bereiden en-"
"Hoe gaan jullie naar jullie schuilplaats reizen?"vroeg Peter.
"Goh, dat weten we nog niet. Haardvuur zal moeilijk gaan vrees ik. Nu het Ministerie is gevallen en alles bij de Zuiveren terechtkomt. Per bezem is nogal riskant."
"Neem dan een Viavia," antwoordde Emma, "dat is ook het makkelijkste voor de kinderen."
"Ja dat lijkt me ook het veiligst, ik zal wel voor de Viavia zorgen,"zei Arthur.
"Goed dat probleem is dan ook opgelost. Ik zal zelf de coördinatie doen voor die bewaking, ik neem aan dat iedereen wil meewerken om te bewaken?"vroeg Tom aan iedereen die rond de tafel zat.
Het bleef stil.
"Goed, ik denk dat we verder niets hoeven te bespreken, dus wat mij betreft is de vergadering afgelopen," concludeerde Tom.
"Raffel, geef iedereen die aan tafel zit een flesje Boterbier en wil je ook zeggen tegen Jill dat ze terug binnen mag komen met de kinderen?" vroeg Marcel.
"Ja, meester," zei Raffel terwijl hij met een groot dienblad met de flesjes boterbier de keuken uitkwam.

"Ze kunnen elk moment aankomen," zei Peter en hij stopte het zakhorloge weg.
"Ik hoop dat ze het hier zullen redden, ik wil er niet aan denken wat er gebeurt als…" Emma durfde haar zin niet af te maken. Maar Peter wist wat ze bedoelde.
Beiden stonden voor het raam naar buiten te staren. Vandaag zou Marcel aankomen samen met zijn gezin, daarom hadden ze het hele huis een opknapbeurt gegeven.
"Ik denk het wel," antwoordde Peter, "we hebben het hier zo comfortabel en zo veilig mogelijk gemaakt. Het huis is nu in perfecte staat, ik zou hier zelfs met mijn gezin durven wonen," hij zuchtte even en dacht aan zijn eigen familie in Londen, "Alles komt wel goed."
"Laten we het hopen," antwoordde Emma en ze liep naar de salon waar ze in een leren fauteuil ging zitten.
Het monotone getik van de wandklok zorgde ervoor dat er geen stilte viel in de kamer.
Peter bleef door het raam staren, wachtend totdat Marcel, Jill en zijn kroost zouden verschijnen. Met een zucht van onzekerheid, keek hij nog eens op het horloge. Het was twee uur, en ze hadden er al moeten zijn. Bij elke tik van de klok nam de ongerustheid toe.

Plotseling verschenen ze. Twee volwassenen en twee kinderen, verkleumd in het witte sneeuwtapijt met in hun handen de weinige bagage die ze nog hadden kunnen redden. Maar het belangrijkste was dat ze hier waren. Nu waren ze veilig.
Peter opende de deur en stapte af op de groep die langzaam het huis naderde.
Maar Marcel gidste zijn gezin naar het huis toe. Toen ze Peter bereikten "Is alles vlot verlopen?"
"Ja, geen enkel probleem gehad," vertelde Tom.
"Goed zo. Laat ons dan nu naar binnen gaan, daar is het een stuk warmer," zei Peter en hij gebaarde naar de voordeur.
Het gezelschap volgde hem naar binnen waar Emma hen stond op te wachten.
"Oh God, wat ben ik blij dat alles goed is gelopen. Zet de koffers daar maar neer, Raffel. Peter brengt ze straks wel naar boven,", verwelkomde Emma het gezin.
"Ik hoop dat jullie het hier naar je zin gaan hebben," zei Tom, "we hebben ons best gedaan om het hier zo comfortabel mogelijk te maken."
"Bedankt," zei Jill.
"Kom, ik laat de kinderen hun kamer wel even zien,", zei Emma en volgde de kinderen die langzaam de trap op klauterden.
"Peter?" vroeg Marcel, "Heb je even?"
"Ja natuurlijk."
"Laten we even naar buiten gaan. Dat praat makkelijker."
Ze stapten het huis uit, en gingen op een bankje zitten dat voor het huisje stond.
"Nog eens bedankt voor wat jullie doen voor ons," zei Marcel.
"Het is geen enkele moeite, dat heb ik je toch al eens gezegd. Maar waarom wil je me spreken?"
"Wel het zit zo. Ik en Jill hebben het gisteren besproken en zij is er akkoord mee," begon Marcel.
"Met wat?"
"Of we jou als Geheimhouder zouden nemen. Zou je dat voor ons willen doen?"
Peter keek verrast op, dit had hij niet verwacht.
"Euh … je overvalt me wel een beetje."
"Ik weet het. Maar jij bent de enige die we vertrouwen voor dit. Alsjeblieft Peter, doe het voor de kinderen" smeekte Marcel.
"Maar waarom doe jij het niet?"
"De Zuiveren hebben het nog altijd op mij gemunt, en moest ik ooit door hen worden vermoord. Dan wil ik dat mijn gezin veilig blijft, en zolang ik niet de Geheimhouder ben zijn zij veilig moest ik… Jeweetwel."
Peter besefte hoe Marcel zich nu voelde, hij en zijn gezien waren tenslotte een doelwit voor Grindelwald en wat voor zware verantwoordelijkheid het zou zijn. Maar tegen dat laatste bezwaar kon hij niet op. Hij zou er alles voor doen om het hele gezin te beschermen, hij wist wat het was om zelf ook een gezin te hebben dat je ten koste van alles wilt beschermen tegen al het mogelijke kwaad.
"Goed ik doe het. Laten we beginnen met de bezwering."