Hoofdstuk 9
Will was even verbaasd. 'Jij was toch dood?' vroeg hij verrast. 'Nee,' antwoordde Tony met een gemene grijns. 'Ik deed alsof ik dood was.' 'Waarom Tony?' vroeg Will gekwetst. Tony werd nu boos en omklemde zijn zwaard steviger. 'Jij hebt haar afgepakt', zei hij op een boze toon. 'Wie?' vroeg Will, ook al wist hij een beetje over wie Tony het had. Tony ging gewoon verder; 'Ik wilde tegen haar zeggen dat ik verliefd op haar was. Ik volgde haar voetstappen over het strand. Toen ik haar zag, was ze al aan het zoenen met jou!' Hij wees met zijn zwaard naar Will en kwam woedend op hem afrennen. Ineens begreep Will het. Hij ontweek Tony en zei: 'Dus jij duwde me toen expres bijna van de boot.' Tony knikte met een vals lachje. 'Hoe kon je', zei Will gekwetst. Tony reageerde niet en stormde met zijn zwaard in de aanslag naar Will. 'Nu zal ik je straffen met de dood!' gilde hij. Hij was blijkbaar helemaal doorgedraaid van woede. Will pareerde de slag, maar Tony was snel en sloeg gelijk weer toe. Hij raakte Will in zijn zij. Die schreeuwde van de pijn. Hij stond met moeite op en omklemde zijn strijdbijl goed. Met elke seconde nam zijn kracht een beetje af. Hij moest dit winnen, anders zou hij Dave nooit meer zien. Ineens werd hij woedend op Tony. Die viel hem zo maar aan om een meisje. Er waren zoveel andere meisjes. Hij dreef Tony naar achteren. Wills ogen werden ineens groot van angst. Ze hadden blijkbaar de beste vechtplek uitgekozen die er was. Ze stonden nu gewoon te vechten naast een afgrond. Tony deed nog een stap naar achter, maar merkte niet dat er een afgrond was. Hij viel achterover en stortte de afgrond in. Gelukkig kon hij zich nog net aan de richel vasthouden. Will kreeg medelijden met Tony en zijn woede was als sneeuw voor de zon verdwenen. 'Tony!' riep hij en bukte. 'Pak mijn hand!' Hij stak zijn hand uit naar Tony, maar die was blijkbaar niet van plan om zich te laten redden door Will, in tegendeel hij wilde Wills hand pakken en hem in de afgrond trekken. Will kreeg het door en trok zijn hand snel terug. 'Tony! Alsjeblieft!' zei hij. Maar Tony schoof een eindje naar beneden, omdat hij niet goed grip had op de richel. Zijn zwaard liet hij los en die viel naar beneden, om na een aantal seconde op de grond te kletteren. Tony had nu echt geen grip meer op de richel en liet los. Schreeuwend stortte hij in de afgrond. 'Nee!' schreeuwde Will. Met een plof kwam Tony op de grond neer. Will boog over de rand en kon nog net een kleine gestalte zien, die zich niet meer bewoog. Hij hoorde een duistere stem over het eiland klinken; 'Het is niet zo slim om een vriend te doden hè Will.' Will huiverde. Herobrine had het tegen hem, en dat vond hij niet echt geruststellend.
Sylvia had het gevoel dat de minuut al over was. Ze had niets gezien; geen bliksemflits en geen zwarte rookpluim. Snel liep ze terug naar de Brine. Daar zag ze Remco staan, maar Will was nergens te bekennen. 'Waar is Will?' vroeg ze aan Remco. 'Geen idee,' antwoordde Remco, 'ik sta hier al een tijdje en ik heb hem nog niet zien aankomen.' Ineens leek het alsof het eiland weer iets duisters kreeg. 'Het is niet zo slim om een vriend te doden hè Will.' Hoorden ze Herobrine zeggen. Sylvia en Remco keken elkaar aan. 'Wat heeft hij gedaan', zei Sylvia. Ze rende de trap af, om Will te zoeken.
Job en Alex liepen nu met z'n tweeën rond. Nog nergens hadden ze een rookpluim of een tweede bliksemflits gezien. 'Misschien moeten we maar terug naar de Brine', zei Alex. Job knikte en ze liepen richting de Brine. Ineens viel Job neer. Hij hield zijn handen op zijn oren. 'Wat is er!' riep Alex paniekerig. 'Die stem…', fluisterde Job. Nu hoorde Alex het ook. 'Het is niet zo slim om een vriend te doden hè Will.' Het was weer over. Job en Alex keken elkaar aan. 'Wat heeft Will gedaan', fluisterde Job geschrokken. Alex wachtte niet en pakte zijn walkietalkie. 'Will! Hoor je mij!' zei hij. Er kwam geen antwoord. 'Will wat is er gebeurd!' riep Alex in de walkietalkie. 'Hoorden jullie ook die stem van Herobrine', klonk Daaf. 'Ja,' zei Alex. 'Maar waarom heeft Will een teamgenoot vermoord, en wie?' 'Ik weet het niet,' zei Daaf. 'Will! Hoor je ons!'
Sylvia rende zo hard ze kon naar beneden. 'Sylvia! Wacht even!' riep Remco achter haar, maar Sylvia was niet van plan te wachten. Ze rende de kant van de afgrond op. Daar was Will heengegaan. Ze bleef even stil staan om op Remco te wachten, maar merkte toen iets op. Er lag daar iemand aan de rand van het ravijn. 'Daar ligt Will!' riep ze. Ze rende met Remco naar Will. Ze boog zich over hem heen. 'Will! Will! Zeg iets!' riep ze paniekerig. In zijn zak had hij zijn walkietalkie nog. 'Will! Hoor je ons!', klonk de stem van Daaf eruit. Sylvia pakte de walkietalkie. 'Hier Sylvia', zei ze. 'Wat heeft Will gedaan!' zei Alex. Sylvia kon het niet meer uithouden. Ze barstte in tranen uit. 'Ik… weet het niet,' snikte ze. 'Hij ligt hier… Hij is bewusteloos en misschien wel dood!' Daaf en Alex waren even stil. 'We komen naar de Brine,' zei Daaf. 'Alex kom jij daar ook heen met Job?' 'Ja, is goed', antwoordde Alex en hij hing op. Daaf hing ook op. 'Wat moeten we doen?' vroeg Sylvia. Remco pakte Will vast en sleepte hem een beetje van de afgrond vandaan. Hij legde hem op zijn rug. Toen zag hij de gapende wond in zijn zij. 'Hij is gewond!' zei Remco. 'Hij heeft waarschijnlijk al veel bloed verloren', zei Sylvia. Ze pakte Will bij zijn benen en Remco pakte Will onder zijn oksels. Zo droegen ze hem de trap op, terug naar de Brine.
Bij de Brine stonden Daaf, Jord, Alex en Job al te wachten. 'Daar is hij', zei Alex. Hij liep naar Sylvia en Remco en hielp ze met Will meedragen. Ze legden hem bij de tafel. 'Hij is gewond in zijn zij', zei Sylvia. Daaf, Jord, Alex en Job gingen dichterbij staan om naar de wond te kijken. 'Die is wel heel groot', zei Daaf. 'Alex, heb jij niet iets voor Will?' vroeg Remco. Alex keek in zijn zakken. Hij haalde er een klein flesje uit. 'Dit is heel gevaarlijk, maar het kan toch helpen. Het is een healing drankje. Als Will dit drinkt, wordt hij als het goed is weer beter', zei hij. Hij haalde de dop eraf en goot de inhoud in Wills mond. Sylvia hield Wills mond open, zodat die alles binnenkreeg. Toen de inhoud op was, keek iedereen verwachtingsvol naar Will. Er gebeurde niets. De wond ging wel langzaam weg, maar Will liet geen teken van leven zien. Alex schudde verdrietig zijn hoofd. 'Hij heeft al te veel bloed verloren.' Sylvia huilde en Remco probeerde haar een beetje onhandig te troostten. Toen bewoog Will even en kreunde. Sylvia hield gelijk op met huilen en knielde bij Will. 'Will? Hoor je mij goed?' vroeg ze. 'Zie je dat dan niet…', zei Will. Hij wees naar voren. Iedereen keek ernaartoe, maar zagen alleen het meer. 'Wat zie je dan Will?' vroeg Sylvia rustig en streek met haar hand door zijn haar. 'Een grote poort, met een wit licht erachter', zei Will. Sylvia schrok even. Dit mag niet gebeuren, dacht ze. '… Daar staan Mart, Danny, Jack…, Josh en…. Luke,' zei Will. 'Ze wenken me… ik ga naar ze toe…' 'Nee!' riep Sylvia ineens. 'Niet naar ze toe gaan Will! We kunnen je hier niet missen! Alsjeblieft ga niet naar ze toe!' Het had geen zin. Het licht in Wills ogen doofde langzaam. 'Will! Denk aan ons!' zei Sylvia. 'Wat voor lol we hebben gehad! Denk aan Dave! Je mag hem nu niet in de steek laten!' Het hielp niets. Het licht in Wills ogen was gedoofd en hij staarde alleen maar voor zich uit. Sylvia snikte. De rest wendde verdrietig hun blikken af. 'Waar zijn ze gebleven?' zei Will ineens. Sylvia gilde het uit. 'Will! Je leeft nog!' riep ze blij. Will leek verdrietig. 'Waar zijn ze gebleven?' herhaalde hij. 'Wie Will?' vroeg Remco. 'Luke, Josh, Danny, Mart en Jack', antwoordde Will. Verdrietig schudde Daaf zijn hoofd. 'Die zijn hier niet Will,' zei hij. 'Je bent nu bij ons.' 'Ik zag Tony,' zei Will. 'Hij heeft mij teruggestuurd. Hij zei dat ik niet dood moest gaan aan wat hij aangericht had. Hij zei dat het hem speet wat hij gedaan had en dat dit zijn straf was. Josh, Danny, Mart, Luke en Jack zeiden dat ik Dave moest redden. Toen hebben ze me teruggestuurd.' 'Hoezo speet het Tony?' vroeg Sylvia. 'Ik zal het jullie uitleggen,' zei Will, terwijl hij rechtop ging zitten. 'Tony was niet dood en was boos op mij, omdat ik zogenaamd Sylvia van hem had afgepakt. Hij viel mij aan en raakte mij in mijn zij. Ik dreef hem naar achteren. Toen viel hij in de afgrond, maar kon zich nog vasthouden. Ik wilde hem helpen, door hem omhoog te trekken, maar hij wilde mij naar beneden trekken. Toen viel hij. Het laatste wat ik me nog herinner was de stem van Herobrine die zei dat het niet slim was om een vriend te doden.' 'Dus Tony zei net dat hij spijt had?' vroeg Sylvia. Will knikte. Hij stond op. Dat lukte, want zijn wond was nu genezen. 'We moeten de tweede shard vinden,' zei hij. 'Deze keer blijven we met één grote groep. Dan kunnen we elkaar in de gaten houden.'
Dit hoofdstuk is al iets langer. Leuk :)
Ik heb dit verhaal eigenlijk meer voor mijzelf geschreven, om later terug te lezen, maar redenen tot verbetering zijn altijd welkom!
Writer's Note: Ik heb zelf alle personen verzonnen (behalve Herobrine, die eigendom is van Minecraft). Dit verhaal is gebaseerd op de Minecraft minigame van The Hive MC: The Herobrine. The Retreat en The Fairground zijn twee mappen in de minigame. Ik bezit dus niets, behalve de personen in dit verhaal.
Ik hoop dat je genoten hebt, en bedankt voor het lezen!
