Hoofdstuk 10: De nachtmerrie
Het dorpje lag er rustig bij. Iedereen hield zich bezig met zijn eigen zaken. De burgemeester van de stad maakte zijn dagelijkse routine door de stad om te zien of er moeilijkheden waren. De laatste tijden stond hij zonder het zelf te weten aan de rand van het dorp naar de horizon te kijken. Hij moet nog steeds denken aan die drie vreemdelingen dat een paar dagen geleden hier kwamen. Het verhaal dat ze hadden over vanwaar ze kwamen en waarom ze hier waren was nog steeds moeilijk te slikken maar hij wist dat het waar was. Hij hoopte steeds dat hij ze terug zag, dat ze bij hun verstand kwamen en terugkeerde. Hij had nog steeds spijt dat hij die woestijn had laten ingaan. Waarom had hij ze laten gaan? Vroeg hij zichzelf steeds en het antwoord bleef ook altijd hetzelfde. Ze hadden een bepaalde glinster in hun ogen, een kracht, doorzettingsvermogen. Ze zouden kunnen slagen of dat hoopte hij toch. De zon begon al langzaam te zakken en hij besloot maar terug huiswaarts te gaan, terug naar de warmte van het huis, naar zijn vrouw. Het mocht hier dan wel in de dag zeer warm zijn maar s'nachts was het veel te koud om buiten te blijven. Als je niet goed uitgerust was kon je wel doodvriezen. Wanneer hij rustig door de straten liep huiswaarts zag hij dat de mensen allemaal naar binnen aan het gaan was en de luiken van hun huizen dichtdeden om de warmte binnen te houden. Hij kon zijn huis al in de verte zijn en ging er recht op af totdat hij een vreemd geluid hoorde. Het leek vanuit het niets te komen. Toen ontstond er een fel licht voor hem waardoor hij zijn ogen al moest bedekken. Het licht had meer een oranje schijn. Het licht was stilaan aan het vervagen waardoor hij weer kon zien. Hij zag drie schaduwen in het licht komen en vorm nemen. Toen het licht weg was zag hij twee mensen met een tijger.
"Kyala", stotterde hij toen hij de gezichten beter kon zien.
"Nonkel", zei Kyala stil en viel dan bewusteloos neer. Dean was nog snel genoeg om haar op te vangen.
"Snel, breng haar naar mijn huis", zei de oude man en liep voorop.
De vrouw van de oude man verschoot toen ze Kyala naar binnen brachten. Ze brachten Kyala direct naar een bed terwijl de vrouw wat klaarmaakte voor haar.
"Wat is er gebeurd", vroeg de man terwijl ze Kyala in bed brachten.
"Ze is uitgeput van ons naar hier te brengen, die teleportatie heeft veel van haar gevergd", zei Dean. Kyala begon opeens te mompelen en hard te zweten.
"Nee, pap! Mam! Laat ze met rust", riep Kyala toen Dorono's haar ouders doodde. De gebeurtenis speelde constant voor haar ogen af. Eerst haar vader die voor haar ogen gedood word en dan haar moeder en tot slot in de verte haar grote broer die gedood wordt. Maar nu kwam er iets bij, ze zag nu Rhand voor haar springen waarbij hij doorboord wordt door een zwarte pijl en tot slot als een zak in elkaar zakte. Ze probeerde steeds Rhand weg te houden maar ze kon niet bewegen net zoals bij haar ouders. Haar voeten plakte vast aan de vloer, ze trok ze hard als ze kon aan haar benen om haar voeten los te krijgen maar het lukte niet. Ze was steeds verplicht om de doden te zien. Er was deze keer wel iets anders, de beelden blijven terug komen. Normaal zag ze alles maar één keer maar nu bleven ze terug komen. Telkens als ze de beelden zag brak er iets in haarzelf, ze voelde zich zwakker worden, ze voelde zich schuldig. Ze hoorde na een tijd ook een lach in de verte. Ze kreeg er kippenvel van. "Hahahahaha, waarom verzet je nog. Je ziet wat er gebeurd als je mij verzet", riep een stem in de verte. Haar ouders en Rhand verschenen nu allemaal tegelijk voor haar maar lijkbleek. Rhand stond daar met de zwarte pijl recht door zijn hart en haar ouders met een doorboord gat van een zwaard. De drie personen keken haar gewoon aan zonder emotie.
"Geef je over of onderga hetzelfde lot als je dierbare familie. Je kunt toch niet winnen", riep de stem.
Er rolde tranen over Kyala's wangen toen ze de drie personen zag. Ze hadden alledrie hun leven gegeven om haar te beschermen. Ze waren dood vanwege haar.
Ze begon lichtjes nee te knikken en achteruit te stappen. Dit is maar een droom dacht ze bij zichzelf.
"Ha, als je voortgaat zullen er meer sterven, door u. Stop er nu meer en ik laat ze misschien leven", zei de stem.
Kyala stapte nog altijd langzaam achteruit nee knikkend. Ze wou die stem negeren, doen alsof ze die niet hoorde en uit deze droom weggaan, nee nachtmerrie.
"Als je niet stopt met dit belachelijk verzetje zul je de gevolgen moeten dragen", zei de man.
Twee figuren verschenen uit het niets voor haar. Één was een dier en de andere een man met een speer op zijn rug.
"Redria, Dean", zei ze stil. Opeens stonden twee dorono's achter hen en hielden hun zwaard stevig vast.
"NEE, PAS OP ACHTER JULLIE", riep ze uit.
Maar het was te laat de twee werden doorboord door het zwaard en vielen slap neer op de grond.
"NEEEEEEEEE", riep ze uit en veld dan snikkend op de grond neer.
"Hahahaha, kijk maar goed naar hun lichamen. Als je niet stopt zal dat in het echt gebeuren", riep de stem.
Ze hief haar hoofd op en zag de twee lichamen nog voor liggen. Ze kroop er langzaam henen en legde Dean's hoofd op haar schoot. Ze keek recht in die wijd starende ogen van hem en begon harder te snikken. Redria lag ernaast en bewoog ook niet. Ze had de kracht niet meer om te verzetten. Ze wilde niet dat nog iemand stierf. Ze omhelsde Dean en begon harder te snikken.
"Wat, zie ik nu. We gaan toch niet opgeven hé", riep een andere stem nu. Ze herkende maar dat kon niet.
"Meester?"
"Kyala, je was altijd mijn beste studente geweest. Waarom ga je nu opgeven omdat je valse beelden gezien laten worden."
"Meester, ik…ik kan dit niet meer aan", riep ze snikkend uit.
"En al die training gewoon overboord smijten. De opoffering van je ouders overboord smijten. Ze zijn dan voor niets gestorven je weet dat toch."
Opeens verdwenen de lijken van Dean en Redria in het niets. Maar ze bleef op de grond zitten
"Ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen"
Opeens voelde ze een hand op haar hoofd. Ze keek op en zag haar meester naast haar staan. Ze sprong recht omhelsde hem terwijl ze nog steeds snikte.
"Rustig maar, je bent veilig", zei Rhand terwijl hij over haar wild haar streelde.
"Waarom moest je sterven, waarom moest je weggaan"
"Het was mijn tijd gewoon, ik heb al lang geleefd en ik kon het me niet veroorloven dat jouw iets overkwam. Ik had aan je vader beloofd dat ik je zou beschermen en trainen zodat je voor jezelf kon zorgen", zei de oude man.
Kyala ging een beetje naar achter en keek recht in die groene ogen van hem, het deed hem veel denken aan zijn vader. Hij had ook van die helder groene ogen.
"Mijn vader?", zei ze vragend.
"Kyala, ik ben niet volledig eerlijk met je geweest. Het wordt tijd dat je een paar dingen moet weten over mij en je vader", zei hij en bracht dan zijn hand naar zijn voorhoofd. De ruimte rond om hem begon langzaam te veranderen in een salon kamer. Het had in het midden van de kamer een tafel met twee stoelen en aan hun linkerkant stond een open haard te branden. Voor de rest waren er geen deuren of ramen.
"Kyala heb je, je nooit afgevraagd waarom dat je vader en ik geen staart hadden", vroeg de man toen hij ging zitten.
"volgens mensen in het dorp zouden jullie die staart zijn kwijtgeraakt in een ongeluk", zei ze.
"Nee, wij hebben nooit staarten gehad, wij zijn niet van deze planeet. Waarom denk je dat ik je naar aarde heb laten gaan toen je vroeg dat er een manier was. Ik ben van aarde", zei de man.
Kyala keek vol ongeloof, hij kon dat nu. Maar nu ze weer naar die groene ogen van hem keek herinnerde ze zich weer Dion, hij had ook van die groene ogen en hij had gezegd dat hij tot een ras van de Ancients behoorde.
"Betekent dat jij een Anc…"
"Ja, ik ben een Ancient", zei de man en begon dan de hele uitleg te geven over hij hoe hij naar deze planeet is gekomen en wat er geburd was dat hij niet meer terug kon naar de aarde.
"Wie waren de drie andere die meekwamen, waarom heb ik ze nog niet gezien", vroeg Kyala.
"Hm, je kent ze wel of toch twee van hen", zei de man. Kyala keek de man vragend aan.
"Ze heten Radius, Kanto en Riven"
Kyala werd bleek toen ze die laatste naam hoorde, ze kende die man zeker het was haar vader.
"Toen we hier aankwamen leefde je volk nog in vrede. Zonder enige mogelijkheid om terug te keren gingen we naar de mensen die ons met open armen ontvingen. Riven had nog meer geluk hij werd verliefd op je moeder en kregen twee kinder. Maar de schone schijn bleef niet duren. Corino kwam en alles veranderde, hij werd net als ons opgevangen in het dorp en als snel had hij een hoge functie. Niemand zag wie hij was op een paar na wie wij konden overhale. We probeerde een verzet op te richten maar we werden te snel ontdekt waardoor we één voor één werden gedood. Maar voor Riven werd gedood vroeg hij of ik u en je broer wou beschermen en trainen. Ik ben spijtig genoeg je broer kwijtgeraakt maar gelukkig jouw niet. Je bent mijn beste studente en daar blijf ik", zei de man
Kyala keek gewoon met ongeloof aan. Haar vader zelf was van een andere planeet. Waarom wist ze dit niet eerder, dit zou iets moeten zijn dat ze direct hoorde te weten.
"Het spijt me dat ik het niet direct vertelde maar als ik zei dat wij van een andere planeet kwamen voordat jij zelf naar aarde ging. Zou je mij dan geloven?"
"Ik weet het niet, maar het veel om door te slikken"
"Ik weet het maar ik wil wel dat je door blijft vechten. Je bent sterk dat weet ik en dat weten die aardlingen ook. Ze zullen je hulp nodig hebben"
"hm, dan zullen Dean en ik maar zeker naar de andere gaan zoekn", zei ze en glimlachtte weer.
"Dat is mijn studente dat ik ken", zei de oude man en lachtte dan ook.
"Maar waar kunnen ze zijn"
"hm, ik zou je willen aanraden om naar het oosten te gaan over de woestijn. Daar zal je iemand ontmoeten. Een oude vrioend van mij. Misschien kan hij je helpen", zei de man.
"oké, bedankt voor alles Rhand", zei Kyala en stond recht om haar oude meester voor een laatste keer te omhelzen.
"Je, bent mijn beste studente, anders zou ik je de Soul Hunter niet gegeven hebben", zei de man terwijl hij zijn student omhelsde.
"Vaarwel mijn kind. Houw je sterk en blijf sterk", zei de man nog voordat hij in het niets verdween.
Kyala hoorde opeens stemmen waarna ene fel licht verscheen waardoor ze haar ogen moest bedekken.
"Kijk ze wordt wakker", zei de oude vrouw. Dean en de burgemeester kwamen direct rond het bed staan.
"Gaat het kindje", vroeg de oude man.
"Ja, nonkel", zei ze stilletjes en kwam rechtzitten.
"Niet te snel, je was behoorlijk uitgeput", zei Dean bezorgd.
Redria grauwde wat en sprong dan op het bed naast haar.
"Zo, te zien was zij ook bezorgd, ze verliet u zijde niet net als deze jongeman", zei de oude vrouw.
Dean bloosde even toen ze hem aankeek.
"Bedankt alle twee", zei ze en streelde Redria haar hoofd.
"Rust nog wat uit en jij ook. Je mag dan jong zijn maar de uitputting zal je rap inhalen", zei de oude vrouw en duwde Dean de kamer uit. Kyala moest even lachen voordat ze zich terug neerlegde en haar ogen dichtdeed.
Toen ze terug wakker werd voelde ze opgewekter dan anders. Ze had geen nachtmerrie's meer. Geen doden in haar dromen, geen schuldgevoelens. Ze voelde zich sterker dan anders. Ze ging naar de salon waar iedereen al zat. Nonkel zat in zijn vertrouwde stoel schuins over de haard terwijl Dean in de driezit zat. Tante was in de keuken bezig met thee te zetten.
"Zo, je bent wakker. Ik hoop dat je een goede nachtrust had", zei de oude man.
"Ja, dank je nonkel."
De oude vrouw kwam binnen met een plateau waar thee opstond. Ze schonk voor iedereen een tas in en ging dan in een zetel zitten naast de oude man.
"We hebben alles gehoord van Dean, toen jij bewusteloos. Onze diepste mededeling. Iedereen in deze stad wist dat het een leugen was van Rhand", zei de oude man.
"Bedankt, en Rhand zou hetzelfde gezegd hebben"
"En wat zijn je verdere plannen. Je kunt gerust hier blijven. De dorpelingen willen jullie met plezier verbergen", zei de vrouw.
"Nee, dat gaat niet. Als Corino maar enig vermoede krijgt dat wij hier zijn zla hij heel dit dorp platleggen. Wij moeten weggaan", zei Kyala.
"Hm, maar waarheen"
"Naar een oude vriend van Rhand, naar het Oosten", zei Kyala.
De oude vrouw en man keken alle twee verbaasd naar haar.
"Wat is er", vroeg Dean bezorgd.
"Een andere groep die hier een paar dagen geleden waren gingen ook naar het oosten", zei de oude man.
"Wie waren ze, heb je hun naam", riep Dean opgewonden uit.
"Het waren er drie. Twee meisjes en een jongen. Ik denk dat het Elena, Ami en Lee waren", zei de oude vrouw.
"Het zijn ze, we hebben ze eindelijk een spoor", zei Kyala opglucht.
"We moeten direct vertrekken", zei Dean en stond direct recht.
"Rustig, jonge…", begon de oude man toen ze opeens een luid geknal hoorde.
"Donder, hier", riep de vrouw.
"Nee, dat is geen donder. Dat is een geweer, een zwaar geweer", zei Dean en nam direct zijn speer. Kyala nam de soul Hunter en liep de jongeman achterna.
