10

10.

' Als we binnen zijn, jullie maken Huma los en pakken zijn zwaarden, en ik maak Acedia los, oké?' zei Humil, ze stonden in een smal straatje. Edward, Alphonse en Temper stonden voor hem, ze knikte.

' Temper wacht hier buiten als Acedia naar buiten komt hou haar hier totdat Alphonse of Ed uit het huis komen, zij weten de weg naar de kamer waar Char en Chastity zijn' ging Humil verder. Temper knikte.

Edward, Alphonse en Humil liepen naar het huis toe, ze trapte de deur open en rende van de stenen trap af, de deur zat op slot.

' Laat mij maar' zei Edward, hij klapte zijn handen, maar stopte. ' Sorry'

' We doen het wel op de ouderwetse manier' zei Humil, hij een paar keer tegen de deur aan, de deur vloog open.

' Humil!' riep Acedia toen ze de jongen met lang bruin haar zag staan. Hij rende meteen naar haar toe en probeerde haar los te maken.

Edward en Alphonse hadden Huma los gemaakt, en hadden hem zijn zwaarden gegeven. De deur waar ze net naar binnen waren gekomen zwaaide open, een man met grijs haar liep de kamer in. Hij schrok toen hij iedereen in de kamer zag staan. Hij stotterde iets onverstaanbaars, Edward en Alphonse gingen voor Huma en Humil staan. Huma pakte zijn zwaarden steviger vast en sloeg tegen de kettingen aan, de kettingen om Acedia haar rechter arm braken. Huma sloeg de andere kettingen ook van Acedia af, ze stond op de grond maar zakte meteen door haar voeten. Humil tilde haar op.

' Gaat het? Kan je verder lopen?' vroeg hij bezorgt. Acedia knikte flauwtjes. Huma pakte Acedia vast en tilde haar op, Acedia haar ogen werden steeds kleiner, en haar adem werd steeds zwaarder.

' We moeten snel weg' zei Huma. ' Hé kleintje, jij met die blonde…'

' WIE NOEM JE HIER KLEIN!' riep Edward, hij draaide zich om en keek de jongen aan die nu voor hem stond, hij was bijna anderhalve kop groter. Acedia grinnikte zachtjes, maar het gelach veranderde in hoesten. Haar gezicht kleurde rood, en zweet druppels dropen over haar gezicht. Huma negeerde Edward en gaf hem zijn twee zwaarden.

' Kan je ermee overweg?' vroeg hij, Edward knikte, maar wou zijn handen klappen om te laten zien dat hij zijn eigen zwaard had. Maar toen hij zijn automail wou veranderen realiseerde hij zich dat hij geen alchemie kon gebruiken in het bijzijn van Huma, Humil en Acedia. Hij pakte de zwaarden vast en richtte zich op de man die voor hem stond.

' Breng haar veilig weg' zei Humil, hij ging naast Edward staan en viel de man aan, hij sloeg hem in zijn gezicht hij viel op de grond. Huma zag zijn kans en rende de stenen trap op, hij trapte de deur open en rende de straat over.

' Huma, hier!' riep Temper ze stond aan de overkant van de straat. Huma rende naar haar toe.

' We moeten op Alphonse wachten hij weet de weg' zei Temper.

' We hebben geen tijd om te wachten' zei Huma, hij keek naar Acedia die hij in zijn armen had. Haar gezicht werd steeds roder en het hoesten werd erger, haar ogen waren spleetjes.

' Daar is ie!' zei Temper ze wees naar het grote schild dat over de straat kwam rennen. Huma rende naar hem toe, Alphonse wees Huma en Temper de weg.

Toen ze de kamer in kwamen zagen ze alleen Char op een stoel zitten. Huma legde Acedia snel op een bed neer, en ontknoopte de bovenste knoopjes van Acedia haar blouse. Hij rende de badkamer in en legde een nat doekje op haar voorhoofd.

' Waar is Chastity?' vroeg Temper aan Char, die naast het bed van Acedia stond.

' Ze… er stond een meisje aan de deur en Chastity herkende haar' zei Char, hij keek Temper aan.

' Waar is ze?' vroeg Temper.

' In het kantoor van Roy' antwoordde Char.

' Ik weet waar het is' zei Alphonse snel. Hij bracht Temper naar het kantoor van Roy.

Char keek naar Acedia die op het bed lag, haar gezicht was rood en haar ademhaling was zwaar. Huma had Acedia haar hand vast en hij keek haar bezorgt aan zijn ogen hadden haar gezicht nog geen seconde verlaten. Char zette het raam open en ging naast Huma zitten, hij was bang om te vragen wat er was gebeurd en staarde roerloos naar Acedia. De deur zwaaide open en Humil kwam binnen lopen, hij had krassen op zijn armen. Hij rende naar Acedia toe toen hij haar op het bed zag liggen.

' Trek haar blouse uit' commandeerde Humil, hij rende de badkamer in om een handdoek te pakken.

' W-w-waarom' stotterde Huma zijn wangen kleurde rood.

' Ze word alleen maar zieker als ze deze kleren aanhoudt' legde Humil uit.

Edward was inmiddels ook in de kamer, zijn kleine broertjes stond achter hem. Edward keek bezorgd naar het meisje dat in de kamer lag. De deur zwaaide open en Char stormde de kamer in gevolgd door een meisje ze had lang zwart haar en groene ogen.

' Ze hebben Temper meegenomen' bracht Char uit.

Humil keek geschrokken maar keek daarna naar Acedia, wat moest hij doen.

' We kunnen haar niet gaan zoeken, er moeten mensen bij Acedia blijven, en als we terug gaan naar de maker hebben we Acedia nodig' zei Huma. Hij keek zijn broer aan. Humil knikte en concentreerde zich weer op Acedia.

' We hebben andere kleren nodig' zei Humil hij keek Edward aan.

' Komt eraan!' riep Edward hij rende de badkamer in en gooide een wit shirt naar Humil toe.

' Dit zal ze zeker op prijs stellen' lachte Humil, toen hij het shirt bekeek.

Acedia kreunde zachtjes ze greep het laken waar ze op lag vast.

' Wat is er gebeurd?' vroeg Humil, toen ze Acedia andere kleren aan hadden gedaan.

' Ik weet het niet precies, maar de maker heeft haar allemaal spuitjes gegeven' vertelde Huma. ' Ik denk dat dat de reden is dat ze zo ziek is'

' En heeft hij nog wat bij jou gedaan?' vroeg Humil.

' Nee, hij heeft me alleen vleugels gegeven en ze daarna laten verdwijnen' zei Huma. ' Waar zijn jouw vleugels!' riep Huma, zijn stem sloeg over.

' Rustig maar, ik heb hetzelfde als jou gekregen. Die blonde jongen heeft me geholpen ; Edward Elric' zei Humil.

' Dus die kleine heeft jou geholpen?' zei Huma, hij keek de alchemist aan.

' VOOR DE LAATSTE KEER IK BEN NIET KLEIN!!' gilde Edward.

Iedereen begon te lachen, Humil keek het meisje dat in een hoek van de kamer stond aan. Ze bloosde toen ze zag dat Humil haar aankeek.

' Mag ik vragen wie jij bent?' vroeg Humil beleefd, hij stond op en liep naar het meisje toe.

' Ik..uh.. ben Patience' zei het meisje zachtjes. Humil zijn ogen werden groter toen hij de naam hoorde.

' Dan ben jij één van ons' zei Humil. Het meisje knikte.

' Ik ben Humil' zei Humil, hij stak zijn hand uit. Het meisje pakte hem vast een kleine glimlach verscheen op haar gezicht. Ze had ze gevonden, de mensen die net zoals haar waren. Ze keek naar het meisje dat op het bed lag en liep er langzaam naartoe. Ze zag er slecht uit haar haar zat door de war, ze had krassen op haar arm, haar gezicht zat onder het zweet.

' Wat is er met haar gebeurd?' vroeg Patience.

' Ik weet het niet precies, ze weet het zelf het beste' zei Huma, hij keek het meisje aan, hij had Acedia haar hand weer vast gehouden. Ze kneep nu niet meer in de lakens maar in Huma zijn hand.

' Ik kan haar misschien helpen' zei Patience.

' Hoe bedoel je?' vroeg Huma verbaast, hij keek het meisje dat naast hem stond aan.

' Ik kan mensen genezen' zei Patience. Patience legde haar handen op het hoofd van Acedia, langzaam kwamen ze omhoog, een wit licht verscheen.

De deur ging open en Chastity en Roy kwamen de kamer inlopen.

' W-w-wat gebeurt er!' stotterde Edward, Alphonse en Roy tegelijk.

Yo mensen! Ik denk dat dit het laatste hoofdstuk word voor de vakantie ! Nog maar 2 daagjes en dan ben ik in Kroatië. Dus dan word schrijven heel erg lastig! Ik hoop dat jullie het verhaal leuk vinden. En PLEASE review! En zeg me wat je er van vind! En dan niet alleen ; het is goed. Maar ook wat je er goed aan vind !! D x Enuh…

Fijne Vakantie Iedereen!!