Wat Coreena's moeder precies is kom je nog wel te weten ;) En wat die tijdssprongen betreft, je hebt helemaal gelijk, natuurlijk! Ik had tweemaal ge-entered, maar dat zie je dus blijkbaar niet… Ik pas het zo snel mogelijk aan =) Dankjewel om te reviewen!

Hoofdstuk Tien

Er werd hard op de deur geklopt. 'Coreena! Ik ben het. Harry. Open snel de deur!'

Stomverbaasd hoorde ik hem aan. Ik lag nog steeds op bed en was niet in staat me te bewegen.

'Coreena! Er is geen tijd om te aarzelen. Snel!'

Nog versuft door de onnatuurlijke slaap dwong ik mezelf op te staan en naar de kamerdeur te lopen. Ik wilde ze openen, maar er was geen sleutel. Ik zat opgesloten.

'De deur is op slot,' mompelde ik gespannen. 'Ik kan ze niet openen.'

'Geen probleem,' antwoordde Harry en ik hoorde een paar gemompelde woorden. Een seconde later opende hij de deur en trad binnen in de krappe ruimte. Hij werd bleek bij het zien van mijn gezicht. 'Gaat het wel?' vroeg hij bezorgd.

'Ik denk het,' zei ik nogal onzeker. Ik had nog niet de kans gekregen in een spiegel te kijken en wist dus niet hoe slecht ik eruit zag. Te oordelen naar Harry's reactie moest het wel heel erg zijn.

'Luister, ik heb nu geen tijd om alles uit te leggen, maar je moet met me meekomen.'

Mijn hersenen werkten nog niet zoals het zou moeten. Ik keek hem aan en probeerde te bevatten wat hij net had gezegd. 'Meekomen? Naar waar? En mijn moeder? Waar is – '

'Er is geen tijd om alles nu uit te leggen,' zei hij haastig. 'Ik vertel je later alles. Dat beloof ik.'

De gedachte kwam in me op dat dit een nieuwe valstrik van mijn moeder kon zijn. Tenslotte kende ik de man amper en had ik geen enkel bewijs dat zijn loyaliteit bij de juiste persoon lag.

'Ik kan niet… ' begon ik aarzelend.

De tovenaar zuchtte en haalde iets vanonder zijn gewaad tevoorschijn. Voor de zoveelste keer die dag viel mijn mond open van verbazing, want hij hield de kartonnen doos met Rosalie's vermeende spullen in zijn hand.

'Hoe heb je die gevonden?' stamelde ik.

'Ik ben bij jullie thuis geweest. Ik heb gezien hoe je moeder je meenam en ben jullie gevolgd.'

Het werd steeds moeilijker om te geloven dat dit geen droom was. Ontvoeringen en achtervolgingen hoorden toch zeker niet thuis in mijn leven, dacht ik vertwijfeld. Uiteindelijk stelde ik de vraag die mij op dat moment het meest bezighield. 'Waar is ze, mijn moeder?'

'Enkele minuten geleden heeft ze je kamer verlaten. Daarom moeten we nu gaan, Coreena. Ik weet niet hoe lang ze weg zal blijven,' zei Harry, en als vanzelf wierp hij een snelle blik in de richting van de geopende deur.

'Maar wat gaat er dan met haar gebeuren?' kon ik niet nalaten te vragen.

'Ik breng jou eerst naar een veilige plek en later kom ik terug om haar in te rekenen.'

Hij zei dat op zeer rustige toon, maar de betekenis was desondanks heel duidelijk. Harry beschouwde mijn moeder als een misdadigster en ik wist dat dat terecht was. Toch moest ik even slikken.

'Het spijt me, Coreena. Alles is vreselijk ingewikkeld voor jou op dit moment, maar ik heb nu echt geen tijd om uitleg te geven. We moeten nú gaan.'

Een kort knikje en toen bood Harry me zijn arm aan. Deze keer wist ik wat ik kon verwachten, maar het gevoel werd er niet minder onaangenaam door. In tegendeel, doordat ik nog half gedrogeerd was voelde het nog erger dan die eerste keer. Opnieuw had ik het gevoel dat mijn hoofd uit elkaar zou barsten door de druk, maar vooraleer dat kon gebeuren was het alweer voorbij.

'Alles in orde?' vroeg Harry toen we beiden weer frisse lucht inademden.

Ik kon het niet opbrengen te zeggen dat alles in orde was. Dat zou een grote leugen zijn geweest.

'Dit is Goderics Eind,' zei Harry en hij begon te wandelen in de richting van het centrum.

'Wat doen we hier? vroeg ik na enkele minuten, want Harry had nog geen verdere uitleg gegeven.

'Oh, sorry,' zei hij verontschuldigend. 'Dit is het dorpje waarin we wonen.'

'We?'

'Mijn vrouw, kinderen en ik, bedoel ik,' legde Harry vriendelijk uit. 'Ik denk dat Lily en Loena ondertussen ook gearriveerd zijn. Ik heb ze uren geleden een Patronus gestuurd om te zeggen dat ik je moeder zou volgen en jou zou meenemen naar Goderics Eind.'

'Je hebt ze een beschermer gestuurd?' vroeg ik verbaasd. 'Een Patronus?'

Harry knipperde met zijn ogen. 'Weet je wat een Patronus is?'

'Het is een Latijns woord,' verklaarde ik. 'Het betekent beschermer of schild.'

Op de mans gezicht was verwondering te lezen, maar toen glimlachte hij. 'Weet je, Coreena, ik heb al honderden keren een Patronus opgeroepen, maar nooit beseft wat het betekende. En het is precies wat je zegt: een beschermer. Een Patronus kan dienen als wapen tegen een duister wezen, maar tegenwoordig gebruiken vele tovenaars en heksen het als communicatiemiddel.'

Er schoot me opeens iets te binnen. 'Die zilveren haas? Hij sprak met de stem van Loena.'

'Dat was inderdaad Loena's Patronus.'

'Waarom een haas?'

'Dat is een interessante vraag,' begon Harry terwijl hij een straatje aan de linkerzijde insloeg. 'Men zegt dat een Patronus een soort weerspiegeling van iemands persoonlijkheid is.'

'Dan vind ik dat Loena beter een uil als Patronus zou hebben,' antwoordde ik zonder nadenken.

De tovenaar keek me lachend aan. 'Waarom dan?'

'Ze ziet dingen die anderen niet zien. Ze bezit een vreemd soort wijsheid en ze lijkt me iemand die in harmonie met de natuur leeft. Verder betekent haar naam maan en dat is het symbool van de nacht, en iedereen weet dat uilen nachtvogels zijn.' Ik merkte pas na enkele seconden dat Harry stil was blijven staan.

'Je beoordelingsvermogen is erg goed,' sprak hij langzaam. 'Hoe wist je dat?'

'Dat weet ik niet precies. Mijn fantasie werkt erg snel en daardoor vorm ik altijd een beeld van de mensen die ik ontmoet. Soms klopt het, maar soms ook niet.'

'In dit geval klopt het helemaal,' zei Harry nog steeds een beetje verbaasd, maar hij liep wel terug verder en zwijgend volgde ik hem doorheen de smalle straatjes. Ondertussen keek ik nieuwsgierig om me heen. Hoewel mijn gedachten nog steeds erg verwarrend waren kon ik het niet nalaten aandachtig naar de huizen en straten te kijken. Nieuwe plaatsten waren altijd interessant en dit dorpje straalde zo veel geschiedenis uit dat ik wel bewondering moest voelen. Mijn interesse voor oude plaatsen was altijd al aanwezig geweest.

'Dit is het,' hoorde ik Harry opeens zeggen en ik schrok op uit mijn gedachten over de verhalen die hier zeker moesten leven. Verhalen die kenmerkend waren voor kleine dorpjes als dit.

Ik keek naar het huis dat voor me lag en glimlachte blij. Even had ik gevreesd dat Harry in een grote villa in één of andere dure buitenwijk zou wonen, maar dat was zeker niet het geval. Voor me lag een relatief klein huis met houten lambriseringen en luiken. De woning was omgeven door een fleurige tuin met heel wat planten en bloemen waarvan ik de namen niet kende.

'Ik kan niet blijven, Coreena. Ik moet meteen terug naar dat hotel. Mijn vrouw verwacht je,' klonk het opeens en ik keek Harry enigszins beangstigd aan.

'Ga maar gewoon naar binnen. Ik zie je later deze avond,' voegde hij er nog aan toe en hij verdween met de mij inmiddels welbekende knal.

Enkele seconden bleef ik bewegingloos staan voor het hek, maar toen duwde ik het open en liep nerveus naar de voordeur.