Hoofdstuk 9
- Een glimp van de man -
Het was weer zover. Een sollicitatiegesprek. Dit keer bij de Lekke Ketel. Geen Ministerie meer voor Paul, dacht hijzelf. Het liefst wilde hij nu zover mogelijk van het Ministerie vandaan blijven, je moet er toch immers een diploma hebben als je de baan kreeg. Dat waren de woorden van Brice Harker, zijn voormalige baas voor een paar weken. Waarom hij die baan had gekregen, wist hij nog steeds niet. Het maakte hem ook niets meer uit, want hij had het werkelijke doel van de baan toch niet gekregen. Hij had er geen diploma voor. Nadat het doel van de baan hem was geweigerd, dacht Paul dat hij een saai klusje kreeg, zoals de prullenbakken legen of de documentatiekamer opruimen die dat hard nodig had. Dit wilde hij niet, dat had hij zichzelf verboden.
Paul keek door het autoraam naar buiten. Het raam was vies. Hij moest zijn auto nodig eens een keer weer gaan wassen, want het raam was niet het enige smerige aan zijn auto. Het was dan ook een rammelbak, maar het was zíjn auto. Hij had hem al vanaf zijn achttiende en dat waren al een heleboel jaren. Het was een wonder dat de auto nog steeds reed. Hij parkeerde zijn auto tussen de andere geparkeerde auto's.
Het was drie weken geleden sinds Paul wegliep bij het Ministerie. Drie weken lang heeft hij hard gewerkt om zijn leven terug op orde te brengen. Met zijn vrouw Rosalie, zijn zoon Kevin. Hij had zelfs een brief naar zijn zoon David geschreven, die op Zweinstein zat, om hem te vertellen dat hij iets leuks voor hem had in de kerstvakantie, wanneer hij voor Kerstmis twee weken terug zou komen. Paul keek ernaar uit een gezellig dagje alleen met zijn zoon weer iets te doen. David keek er ook naar uit, want hij had eindelijk zijn vader weer terug.
Hij keek op zijn horloge. Het was tijd. Hij had deze baan nodig, anders zouden ze misschien hun huis verliezen in een paar dagen. Dat dacht hij, en het was zo. Het moest toch niet moeilijk zijn om een baan in een café te krijgen? Hij stapte uit de auto en liep het café binnen.
"Ik kom voor de baan," zei Paul een beetje onzeker en zacht tegen een jong meisje.
Ze leek hem aardig, maar jong. Hooguit twintig jaar, als ze al niet jonger was. Haar lange, rode haren hing in een vlecht op haar rug. Een witte haarband zorgde ervoor dat de kleine, losse plukjes niet voor haar hoofd hingen. Ze glimlachte naar Paul en liep toen weg. Paul keek hoe ze van hem afliep; sierlijk, alsof ze danste.
Paul zag het meisje nog voor zich, hoe ze dansend wegliep, dat hij niet doorhad dat er een andere man voor hem stond.
"Je komt voor de baan?" zei hij met een zware stem. Hij keek Paul serieus aan, waarna hij verder ging. "Kun je afwassen, afdrogen, boterbier tappen, mensen serveren en entertainen?"
Paul keek hem met een volle mond aan. Hij wist niet wat hij moest zeggen, hij wilde alleen maar de baan. Het maakte hem niets uit wat hij moest doen, hij was bereid om nieuwe dingen te leren.
"Ik kan-" begon hij, maar hij werd alweer afgekapt.
"We zoeken iemand die mensen kan serveren en entertainen tegelijk. Niet iemand die met een mond vol tanden alleen maar naar het gezeur van de mensen luistert. Iemand met begrip, een weerwoordje. Hij moet mensen kunnen helpen, maar tegelijk ervoor zorgen winst te maken voor de zaak. Snap je?"
Paul wilde zo graag de baan, dat hij echt bereid was om alles te doen.
"Ik heb een weerwoord, ik heb begrip. Ik ben bereid om alles te doen, meneer…" zei Paul tegen de man.
"Tom, noem me Tom. Mooi dat je het kunt, maar ik wil bewijs. Een proefavond. Vanavond?" zei hij nog altijd serieus en doordacht.
"Nu?" antwoordde Paul vlot en nog altijd onzeker.
"Mooi. Ga naar Gloria, die zorgt wel voor een schort en een beetje wegwijs." En weg was Tom, die een klant ging helpen die net binnen was komen lopen.
Paul nam aan dat Gloria het meisje was waar hij net tegen sprak, aangezien hij geen andere werknemer nog heeft gezien. Hij liep om de bar heen en vond haar achter in het café de tafels aan het schoonmaken.
"Tom heeft je zeker naar mij toe gestuurd om je te helpen, niet waar?" zei ze zonder om te kijken.
"Ja," antwoordde hij.
Het meisje draaide zich om en gooide opeens een schort naar hem toe. Waar die vandaan kwam, wist Paul niet. Hij deed het schort om en pakte een natte doek uit de emmer, waar zij zojuist naar wees. Samen met het meisje maakte hij de stoffige tafels schoon. Al gauw merkte hij dat niet veel mensen in dit deel van het café kwamen. Hij wist zelfs niet of er ooit wel mensen aan deze tafels hebben gezeten, want onder het laagje stof zagen de tafels en stoelen er nog altijd nieuw uit. Geen krasje of kringen waren te zien.
"Komen hier wel eens mensen?" vroeg Paul, terwijl hij bezig was met zijn tweede stoel.
"Nee, niet echt. Eigenlijk alleen maar voor speciale gelegenheden," zei Gloria.
Ze werkte sneller dan Paul. Sinds hij haar hielp had ze al een grote tafel en twee stoelen gedaan, en nu was ze bezig met de derde stoel. Paul bedacht zich dat zij dit vaker moest hebben gedaan. Misschien niet dit deel van het café, maar ze heeft het zeker vaker gedaan. Dat moest wel.
Hij keek even op naar Gloria. Haar rode vlecht ging nu naast haar hoofd, terwijl ze het stof van de laatste tafel afveegde. Het viel hem nu pas op hoe sierlijk ze de vaatdoek op de tafel wreef. En zo snel, en…
Zij keek naar Paul. Plotseling voelde hij hoe warm hij het opeens kreeg. Zijn ogen gingen plots naar de stoel en hij werkte snel verder, maar hij wist dat ze hem aankeek.
"Je hoeft je niet te schamen. Meer mannen kijken naar me hoe jij naar me kijkt, ik ben het wel gewend," zei ze lachend.
Paul niet, hij had nota bene een vrouw. Iemand waarmee hij was getrouwd. Het mocht niet, hij kon niet. Het vreemde gevoel dat hij door zijn hele lichaam voelde mocht hij niet toelaten.
Om het pijnlijke en beschamende moment te vergeten, werkte Paul extra hard door, maar de gedachte bleef hem achtervolgen. Ze stond immers ook maar twee meter van hem af. Hij kreeg neigingen om op te kijken en weer haar sierlijke bewegingen te volgen, maar hij vertikte het. Hij was sneller met de stoel klaar dan hij had gedacht. Hij legde de vaatdoek terug en wilde zich omdraaien om terug te gaan naar Tom, toen Gloria hem aansprak.
"Hoe heet je eigenlijk?" vroeg ze met een zachte stem.
Paul slikte een keer. "Paul." Hij verslikte zich bijna. "McAllister," voegde hij erachter aan.
"Je leert snel, Paul McAllister. Als je het vaker doet ben je misschien zelfs sneller dan mij." Weer een glimlach. "Kom, dan leer ik je hoe we de mensen hier serveren en aanspreken." Ze liep met de emmer en vaatdoeken al weg.
Paul twijfelde. Of was hij gewoon weer in een soort trans door de manier waarop ze zo sierlijk liep? Hij betrapte zichzelf op staren en volgde het meisje terug naar de bar. Terwijl zij ondertussen de emmer wegzette, keek Paul naar Tom. Gloria kwam naast hem staan.
"Telkens als er een gast binnenkomt, kijken we wat hij doet. Als hij aan de bar komt zitten heeft hij een probleem. Nou ja, meestal wel. Soms willen ze gewoon iemand om mee te praten. Als de gast aan een tafel gaat zitten, dan wacht hij meestal op iemand. Die mensen laten we meestal met rust en serveren we alleen. Het zijn alleen de zakenmensen die aan een tafel gaan zitten, maar soms beginnen ze tegen jou te praten. Dan moeten ze te lang wachten en gaan ze praten, of komen ze even naar de bar toe. De meeste mensen die hier aan de bar komen zitten zijn mensen die weer eens de zoveelste ruzie hebben met hun vrouw, problemen hebben op hun werk of gewoon moeite hebben om iemand te vertrouwen. Wat de mensen ook zeggen, wordt niet boos. Ze willen alleen begrip en iemand die luistert. En natuurlijk iemand die helpt met hun probleem."
Het was duidelijk wat de bedoeling was. Luisteren, serveren en begrip. Een motto, dacht Paul. Hij voelde zich wel op zijn gemak, maar hij had alleen nog maar schoongemaakt. Iets wat hij liever had vermeden, maar hij wilde de baan.
"Begrepen; luisteren, serveren en begrip," herhaalde hij zijn eigen woorden uit zijn hoofd.
Gloria lachte; Paul zag het vanuit zijn ooghoeken. Hij kreeg dat vreemde gevoel weer.
Een paar dagen gingen voorbij. Sinds tijden vond hij het weer leuk om naar zijn werk te gaan, iets wat hij al jaren niet meer had gevoeld. Hoewel hij de eerste paar dagen van zijn nieuwe werk in de Lekke Ketel alleen nog maar heeft geserveerd en schoongemaakt, was het nu tijd voor iets anders.
Gloria en Paul stonden weer naast de bar. Ze legde hem uit hoe alles werkte, maar Paul had soms al stiekem zitten kijken hoe zij en Tom het deden. Toch bleef hij knikken bij elke opmerkingen of uitleg die ze maakte. Hij vond het fijn om naar haar stem te luisteren. Wat had hij toch de laatste tijd?
Hij voelde opeens dat ze hem achter de bar drukte, de bedoeling dat hij het nu maar eens moest laten zien dat hij het had begrepen.
Twee mannen zaten er aan de bar, en beide mannen waren met Tom aan het praten. Paul dacht dat hij geluk had en nog even kon kijken hoe Tom het deed, toen hij een man binnen zag lopen. De man had een zwarte mantel aan en zijn donkerbruine haren kwamen onder de kap vandaan. Hij bleef een tijdje stil staan bij de ingang, en het leek alsof hij iets zocht. Hij keek meerdere malen naar de tafels en naar de bar, toen hij besloot naar de bar te gaan.
Paul's hart ging sneller kloppen toen de man de bar bereikte en op één van de lege krukken ging zitten. Hij keek nog een keer om, naar iets. Voor Paul was het niets, hij wist niet waar de man naar keek.
"Gloria," zei de man spontaan, toen hij een glimp van het meisje had ontvangen.
"Hoi, Fred. Ben je weer hier?" Ze lachte, maar bleef in de schaduw staan, zodat Paul de man voor zijn rekening moest nemen. "Dit is Paul," zei ze nog snel.
Paul moest nu wel. Gloria had hem nu immers voorgesteld aan de man, die vriendelijk naar hem glimlachte. Hij bestelde een glas boterbier. Gloria deed het voor, zodat Paul wist hoe het moest. Het gevulde glas bracht hij naar de man, die direct betaalde.
"Houdt de rest maar, ik heb niet zoveel tijd." Hij dronk het glas bier in één teug op en zette het met een bonk terug op de bar.
"Hoezo dat?" vroeg Gloria, die nu naast Paul stond.
Ze keek bezorgd naar de man, die inmiddels alweer was opgestaan. Hij leunde iets over de bar heen en Paul kon de woorden horen die de man fluisterde tegen Gloria.
"Vertel ze niet dat ik hier ben geweest, ik kom terug." Een snelle kus op haar wang en de man was door de achterdeur alweer vertrokken.
Gloria keek hem na, ook Paul deed dit, tot hij was verdwenen. Gloria draaide zich om en keek Paul recht in de ogen aan. Haar blik was straks en haar ogen zagen ijzig aan. Hij had die ogen eerder gezien, maar waarvan?
"Wie was-" begon Paul, maar hij kon zijn zin niet afmaken.
Hoewel het meisje iets kleiner dan hem was en zeker een stuk jonger, zag ze er opeens heel volwassen uit. Haar blik stond strak op Paul gericht en met een serieuze stem fluisterde ze naar Paul.
"Wat er ook gebeurd, zeg niets over dat hij hier is geweest."
Paul wilde nog vragen wat Gloria daarmee bedoelde, toen er opeens een tiental mensen uit het niets Verschijnselden. Paul herkende twee van de mensen; Brice en de grote man, Charles.
"Waar is hij, Gloria," zei Brice serieus tegen het meisje. "Ik weet dat hij hier was, waar is hij heen?"
Paul keek naar Gloria, die Brice nu strak aankeek. Paul probeerde de woorden van Gloria in zijn hoofd te houden; zeg niets. Hij zei ook niets, hij was stil.
