Tweede Trainingsdag


D2 - Zac Davids POV

"Nee, je moet de lus daar doorheen halen," zegt de trainer tegen mij met een afkeurende blik. Ik geef hem een Houdt-Je-Kop-Als-Je-Weet-Wat-Goed-Voor-Je-Is blik en doe wat hij heeft gezegd. De strik is nu wel goed werkend, maar hij moet niet superieur gaan doen. Hij heeft het wel tegen een beroeps.

"Wat is het nut hiervan," grom ik tegen Shayna, mijn districtpartner die overigens wel perfect knopen kan leggen.

"Om, als we in het bos zitten, eten kunnen vangen," legt ze uit. Ik zucht gefrustreerd en kijk hoe de anderen beroeps het ervan af brengen. Rowan, Shayna, Mayon en Jenna brengen het er goed vanaf, maar Leena heeft net zoveel moeite met knopen leggen als ik. Ik snap het nut er ook niet van. We veroveren de Hoorn des Overvloed en we hebben genoeg te eten voor de hele spelen. Waarom nutteloze knopen leren?

"Oké, ik doe dit niet meer," zeg ik wanneer de volgende knoop ook al mislukt. "Ik ga wel speerwerpen of zoiets, maar geen knopen leggen." Ik gooi het stuk touw waar ik mee bezig was op de tafel en loop weg van dit onderdeel. Knopen leggen is voor watjes die niets anders kunnen.

Bij speerwerpen staan de twee tributen van district drie, maar na één blik van mij druppelen ze langzaam weg en haasten zich naar camouflage. De trainer van speerwerpen geeft mij een goede speer en ik ga stevig op de grond staan voor de dummy's. Ik wacht een paar seconden en gooi dan met volle kracht de speer door de nek van de dummy. Een rood licht geeft aan dat het een dodelijk schot is. Ik grijns. Ik had niet anders verwacht. Dit is wat ik kan. Wat ik doe. Waarvoor ik ben getraind.

Om te doden.

"Goed schot," zegt Jenna die naast me is komen staan. Ik antwoord met een grijns en vang de speer op die de trainer uit de dummy heeft getrokken. Jenna pakt een andere speer en gaat naast me staan. Tegelijkertijd gooien we de speren op de plek waar de dummy zijn lever zou moeten zitten. Het rode licht geeft weer aan dat het een dodelijk schot is, hoewel je er langzamer van dood gaat dan van een schot door de nek. Een schot door de nek zorgt er gelijk voor dat je geen adem meer kunt halen en er niet genoeg bloed naar je hoofd gaat omdat je ook door aders schiet. In de lever zit alle giftige zooi van je lichaam en je zult dus minder snel bewusteloos raken.

Ik heb wel hersenen.

Jenna en ik maken er een wedstrijdje van. Wie de beste schotten lost. Even later doet de rest van de beroeps ook mee en staan we met zijn zessen als bezetene op de dummy's te schieten. Bijna iedereen schiet zuiver en ik zie andere tributen soms angstige blikken naar ons werpen. Alleen maar beter. We zijn toch beter dan hun en dat zullen ze weten ook.

"Beter dan knopen maken," giechelt Leena. Het is de eerste keer dat ze oprecht vrolijk is en het is aanstekelijk. Zelfs Jenna zie ik een beetje lachen, terwijl zij de ijskoningin is. Wij verspreiden ons weer en Jenna en ik gaan naar het onderdeel planten. Het blijkt al snel dat het ons allebei niks interesseert en dat we er even slecht in zijn.

"Ik heb gehoord dat je vredesbewakers hebt aangevallen met je zweep," zeg ik wanneer ik bezig ben met het bestuderen van een plant die er voor zorgt dat je gaat hallucineren.

"Ja, maar ze moesten mijn zweep ook niet afpakken. Hun eigen schuld," zegt ze.

"Heeft jou vader de Hongerspelen een keer gewonnen? Je naam komt me bekent voor," vraag ik haar. Ik heb bijna alle spelen terug gezien en McCoy kwam een aantal keer naar voren.

"Klopt," zegt ze met een klein lachje. "Mijn vader heeft de spelen gewonnen, mijn tante heeft de spelen gewonnen, mijn opa heeft de spelen gewonnen. Ik ben de volgende die gaat winnen."

"Je vader... won hij door de nekken van de anderen tributen te breken met een zweep?"

"Ja. Dat is, ik bedoel was, mijn vader." Ze bijt op haar lip en begint een ander plantje te bestuderen. Ik vraag niet verder. Ik weet wel genoeg. Jenna is ervan overtuigd dat ze gaat winnen, en ik word degene die haar uit die droom gaat helpen.

Want ik ben degene die deze spelen gaat winnen en samen met Stacie, mijn vriendin, in de winnaarswijk ga wonen.


D5 - Analeigh 'Leigh' Ross POV

Messen werpen in een dummy is niets voor mij. Waarom in een dummy? De spelen zijn toch alleen maar acteren...

"Fenton, het lukt me echt niet," zeg ik als ik voor de vijfde keer mis werp. Hij schud lachend zijn hoofd en gaat achter mij staan. Hij geeft mij een mes aan en pakt zelf ook een mes.

"Let op mijn pols," zegt hij. Met en vloeiende beweging werpt hij het mes in de borstkas van de dummy. Een krachtig schot door simpel zijn pols de juiste manier te bewegen. "Probeer het nu ook eens."

Onzeker ga ik klaar staan en probeer dezelfde vloeiende beweging te maken. Het mes blijft net in de schouder van de dummy zitten.

"Zie je, zo moeilijk is het niet!" lacht Fenton. Ik giechel en huppel naar de dummy toe om de twee messen eruit te trekken en om de andere vijf, die langs de dummy zijn gegaan, op te halen. Ik huppel weer terug en ga weer klaar staan. Ik probeer nog een keer zoals Fenton te werpen en het mes komt in het bovenbeen van de dummy vast te zitten. Lupe pakt zelf ook wat messen en begint ook te oefenen. Haar messen blijven steviger zitten en zijn beter gemikt, maar nog steeds niet zo zuiver als Fenton's schot.

Na een tijdje oefenen halen we de messen op en leggen ze weer op de tafel waar ze horen. Gefascineerd kijk ik naar haar aparte ketting met een hemelsblauw knoopje eraan.

"Mooie ketting," complimenteer ik haar. Liefkozend speelt ze met het blauwe knoopje en lacht.

"Dank je. Je hebt zelf ook een mooie ketting."

Ik giechel en voel aan mijn eigen zilveren ketting die van mijn moeder is geweest.

"Dank je. De ketting is van mijn moeder. Als ik terug kom zal ik een mooiere voor haar kopen," lach ik. Ik zie Lupe's gezicht betrekken, maar zeg er niets van.

Ik wil de waarheid niet weten.


D8 - Ilon Guin POV

Als ik nog één keer iets moet leren, gooien of weet ik het, val ik flauw. Ik heb het gehad.

Met een zucht ga ik op de grond met mijn rug tegen de muur zitten en kijk depressief voor me uit. Klote spelen. Klote tributen. Idioten zijn het. Ze snappen maar niet dat ik een geweldige bondgenoot zou zijn. Ik ben knap, sterk en charmant. Dat zij dat nou niet zien...

Ik mis de meisjes van district acht. Die zijn niet zo arrogant als die Chloe Scott van district zes. Trut. Moest zonodig mijn medetribuut gisteren bij me weghalen. Ik wed dat ze gewoon jaloers is dat ik mijn medetribuut wel aandacht geef en haar niet. Dat kan niet anders.

"Mag ik naast je zitten?" zegt een meisje met een lichte stem. Ik kijk op en zie de meisjestribuut van district twaalf voor me staan. Een klein meisje met donkerrood stijl haar en lichtblauwe ogen. Absoluut niet ouder dan twaalf. Als het goed is heet ze Cat.

"Ga je gang," zucht ik. Haar gezicht licht op bij mijn woorden en ze gaat snel naast me zitten. we zijn beide stil, maar ik vind het niet erg. Het is een comfortabele stilte.

Vanuit waar ik zit heb ik goed zicht op wat de andere tributen doen. De beroeps zijn na een wedstrijdje speerwerpen weer opgesplitst bij de onderdelen planten, zwaarden en boogschieten. Een groepje andere tributen staan bij het messen werpen en Chloe staat samen met haar groepje knopen te maken. De tributen van district zeven, die praktisch altijd samen zijn, zijn bezig bij camouflage en voor de rest staan er nog wat tributen her en der verspreid.

"Moet je niet bij de groep oefenen?" vraag ik Cat.

"Nee, heb ik niet," antwoord ze vrolijk. Ik kijk haar vanuit mijn ooghoeken aan en ze kijkt lachend terug, alsof het helemaal niet erg is om geen bondgenoten te hebben. "Jij ook niet?"

Donker lach ik en kijk weer de zaal in. "Ik ook niet, nee."

"Hmm... ik denk dat ze me te klein vinden," zegt Cat in gedachten verzonken.

"Waarom ga je in de arena niet in je eentje ervandoor?" vraag ik haar. Ik heb het zelf ook al overwogen, om gewoon direct beschutting te zoeken en te wachten tot er nog maar een paar tributen over zijn.

Ze lacht bitter, en het past totaal niet bij haar met haar hartvormige gezicht en sproetjes. "Omdat ik eerlijk gezegd betwijfel of ik de volgende morgen haal."

Mijn adem stokt in mijn keel en ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen. Cat kijkt strak voor zich uit en ik bestudeer haar. De twaalfjarige tributen hier hebben een moeilijkere tijd dan de oudere, besef ik. Hun eerste boete, en dan al gekozen worden. Een vlaag van medelijden overspoelt mij, wat vreemd is. Ik heb geen medelijden met anderen. Normaal niet, dan.

Misschien heeft zij een zusje, of meerdere. Of een oudere zus, dat kan ook. Zitten die straks voor de tv te vrezen voor hun zus of zusje? Wetend dat Cat weinig kans heeft om te overleven? Ik kan me alleen maar inbeelden hoe het zou zijn als Yuo, mijn zus, een paar jaar geleden naar de spelen zou zijn gegaan. Zal Yuo straks aan de tv gekluisterd zitten, biddend dat haar broertje het haalt?

Cat kijkt me aan en er breekt een lach op haar gezicht door. "Maar zo moet ik niet denken, toch? Kom." Ze staat op en pakt mijn hand. Ik kom overeind en het kleine meisje voor me is weer dat, een klein meisje van twaalf jaar. "Zullen we naar het onderdeel pijl en boog gaan?"


D11 - Kyra Auburn POV

Lucht. Ik moet frisse buitenlucht hebben.

Het is in de avond, en ik hoor eigenlijk aan het slapen te zijn, maar dat gaat niet. Mijn gedachtes weigeren me met rust te laten en dus ga ik proberen of ik op het dak kan komen. Ik heb het gevoel alsof er overal camera's hangen en ik hoop dat die er niet zijn op het dak.

Ik vind al snel de trap die ernaartoe leidt en als ik de deur naar buiten zie open ik die dankbaar. Frisse wind komt me tegemoet en gelijk voelen mijn longen een stuk vrijer. Ik adem een paar keer diep in en uit voordat ik rond kijk.

"K-Kyra," hoor ik Thomas zeggen met zijn onmiskenbare gestotter. Ik kijk rond en zie hem links van het gebouw staan bij het muurtje dat ervoor zorgt dat je niet naar beneden kan donderen. Zijn rode haar hangt piekerig om zijn gezicht dat door de maan nog bleker lijkt dan normaal.

"Hoi Thomas," begroet ik hem en ik ga naast hem staan, met mijn armen leunend op het muurtje.

"Kun j-je ook niet s-slapen?" vraagt hij mij. Ik kijk op en schud mijn hoofd.

"Te veel gedachtes. Jij?"

"Zelfde."

In stilte kijken we naar het uitzicht. Het Capitool is verlicht en overal zijn nog mensen op straat te zien, terwijl het al over tweeën is. Die mensen kunnen niet wachten tot de spelen beginnen. Ik word er misselijk van en kijk in plaats van naar het Capitool, naar de hemel. Er zijn geen fabriekswolken te zien en in plaats daarvan schijnen de sterren aan een heldere hemel met een halve maan.

"Vreemd, is het niet, dat het Capitool onder dezelfde hemel als de districten ligt?" zeg ik vanuit het niets. Thomas staart ook naar de hemel boven ons en zucht.

"Hmm. Zeker. O-Onze levens zouden b-behoorlijk anders zijn a-als we hier zouden z-zijn geboren."

"Misschien zouden wij dan elk jaar naar de Hongerspelen uitkijken," zeg ik bitter. Thomas schud zijn hoofd.

"I-ik denk het n-niet," zegt hij bitter. Ik kijk hem aan en lach zachtjes. Thomas is niet alleen maar heel verlegen, hij heeft ook een sterke wil. Dat had ik eerder nog niet door.

"Ik wil niet dood," zeg ik zachtjes.

"Ik ook niet," zegt Thomas zonder te stotteren. Zo staan we nog een tijdje in stilte en ik laat, zonder dat hij het ziet, een traan over mijn wang glijden. Dat zal de laatste zijn. Na deze nacht, zal ik sterk zijn.

Maar nu, op dit moment, nog even niet.


AN: Ik weet het, kort hoofdstukje... maarja, deze week heb ik 2x ge-update dus het is wel oké xD

Punten:

Anne - 2 punten
Cicillia - 4 punten
Esmai - 2 punten
Jeroen - 3 punten
Leakingpenholder - 6 punten
Jade Lammourgy - 10 punten
HungerGamesNerd - 1 punt

Ik heb nog een vraag: Als iemand dood gaat/word vermoord, lezen jullie dat dan liever van iemand anders zijn POV of van diegene zelf?

xxx MyWeirdWorld