Chapter Ten: The First Hunt

Harry zat met gesloten ogen nog steeds in kleermakerszit op de allumium tafel, en liet zich wegdrijven op de muziek die ergens in het huis werd gespeeld. Hij probeerde koste wat kost het vuur in zijn lichaam en het opkomende brandende gevoel in zijn keel te negeren.

Een hele tijd verstreek. De ex-leerling van Zweinstein baseerde zich op het langzaam wegstervende geluid van zijn hartslag om te weten hoelang hij die pijn nog moest onderstaan.

Opeens hield de muziek op. Harry keek naar buiten, waar een heldere sterrenhemel was opgedoken, en zocht iets om zich op te concentreren. Gelukkig kwam de afleiding zich al snel zelf aanmelden.

De bronzen vampier, Edward (het verbaasde hem hoe snel zich die naam kon herinneren, maar een uitstekend geheugen was een van de eigenschappen van een vampier realiseerde hij zich daarna) stak zijn hoofd om de deur.

"Mag ik erbij komen zitten?" De jongen knikte.

Edward stapte voorzichtig door Carlisles operatiekamer en ging zitten op de stoel waar hij ook al had gezeten voor Alice Jasper en hem de kamer had uitgejaagd. De magiër volgde hem met zijn ogen die nu een vreemde mengeling waren van rood en groen.

De getalenteerde pianospeler wist dat Nieuwelingen – hiervoor baseerde hij zich op zijn eigen eerste jaren als onsterfelijk wezen en Jaspers ervaring – extra gevoelig waren voor alles en, nog meer dan oudere vampieren, de drang hadden om alleen te zijn.

Een heleboel vragen spookten door zijn hoofd, lagen op het puntje van zijn tong. Maar hij hield zich in. De jongen verloor algauw zijn interesse in hem staarde weer naar buiten.

Zijn lippen waren samengetrokken tot een dunne streep. Zijn handen lagen samengebald in zijn schoot. Somberheid overheerste zijn gedachten. Hij maakte zich zorgen om de zoon van de Newtons en toekomst.

"Hij was gewond aan zijn arm, maar het was niet ernstig. Het komt wel goed met hem, Harry." Fluisterde hij hem toe om hem gerust te stellen.

Harry begreep het. Zijn gedachten toonden even opluchting.

"Ik vrees dat je eerst een paar maanden bij ons zult moeten blijven."

"Ik weet het. Uit voorzorg voor de Volturi." Knikte de ex-Griffoendor.

Toen kon Edward het niet meer aan. Voor hij er erg in had, flapte hij er al uit: "Hoeveel weten jullie eigenlijk over ons?"

Er verschenen rimpels op het voorhoofd van de Nieuweling. "We?"

"Het Magische ras."

"Oh."

Harry moest even nadenken over die benaming. Het klonk hem vreemd in de oren. Daarna drong er iets tot hem door. Hoe weet hij dat ik…

"Ik kan gedachten lezen. Het is mijn gave."

De Nieuweling liet zich dat even bezinken en besloot toen maar antwoord te geven op de vraag die de oudere vampier hem had gesteld.

"De tovergemeenschap – zo noemen onszelf," voegde Harry eraan toe en Edward knikte begrijpend, "staat al eeuwenlang op goede voet met de vampierenwereld. Jullie machtigste clan, de Volturi, heeft zelfs een verbond gesloten met allerlei Ministeries van Toverkunst van over de hele wereld wat inhoudt dat de twee groepen elkaar met rust laten en elkaars geheimhouding niet verklappen aan de gewone stervelingen."

"En wat gebeurt er als één van de twee groepen dat verbond overtreedt?" klonk er vanuit de deuropening. Harry gromde geschrokken naar de nieuwkomer. Edward zag hoe de gigantische vampier zijn spieren opspande om zich te verdedigen als dat nodig was.

Hij legde kalmerend een hand op de schouder van de Nieuweling, wat het averechtse effect had. Carlisle kwam binnengelopen en ging tussen Emmett en Harry staan. "Hou je kalm, oké? Deze vampier is één van mijn clan en als je je niet gedraagt bind ik weer vast."

Dat bracht de jonge magiër bij zinnen. Hij liet zijn dreigende houding varen. Ook Emmett ontspande zich weer. Harry keek enigszins schuldbewust en zocht naar een antwoord. "Dan word de overtreder gestraft door het Ministerie of de Volturi. Het hangt ervan af of je een tovenaar of een vampier bent."

"En als je de twee bent?" Blijkbaar was nu hun hele clan op de hoogte van de magiër.

De ex-Griffoendor haalde zijn schouders op en zette zich weer op de tafel in kleermakerszit. Zijn gedachten drukten zijn irritatie uit, veroorzaakt door het vele volk dat de kamer vulde.

"Ik denk dat we hem nog maar wat met rust moeten laten." Mompelde Carlisle, die zijn gedrag juist geïnterpreteerd had, tegen de andere twee jonge mannen.

Emmett knikte en liep de kamer uit om naar een baseballwedstrijd te gaan kijken, maar Edward ging weer op de stoel bij de Nieuweling zitten.

Het was toen de hemel in het oosten roos begon te kleuren, dat Harry voelde dat zijn hart aan zijn laatste slagen toe was. Het vuur was bijna weg, op een tintelend gevoel in zijn vingertoppen na. Het brandende gevoel daarentegen was erger dan ooit. Hij moest iets hebben om zijn dorst te lessen. En vlug. Uiteindelijk was het muisstil in de kamer.

Edward nam hem mee naar beneden, naar de woonkamer waar de rest van de clan hen opwachtte. De magiër was een beetje overdonderd – en dat was nog zacht uitgedrukt – door hun aantal. Hun clan, die zeven (met hem erbij acht) leden telde, moest wel de grootste clan zijn op de Volturi na. Het liefst wilde hij het grote huis onmiddellijk uitrennen.

Edward had hem de voorbije nacht nog verteld over de drie begaafde vampieren in zijn clan, hun vegetarische levenstijl en de andere clan, de Denali, die in Canada woonde.

Harry had voor zichzelf besloten om het erop te wagen en uit te testen of hij genoeg wilskracht had om die menslievende manier van voeden vol te houden.

"Het is niet moeilijk. Je moet gewoon je instinct volgen."

Harry en de Cullens stonden tussen de bomen, vlakbij een weide met een rivier. Hij wist niet precies waar ze waren. Hij was immers gewoon meegerend met de clan.

Dezelfde clan die nu een eindje verder stond, waarschijnlijk om hem nog niet meer nerveuzer te maken dan hij al was, vermoedde de magier. Alleen Carlisle stond vlakbij hem, met slechts een paar meter tussen hen in.

Alhoewel het nog donker was in het woud en de zon haar eerste stralen nog op dit werelddeel moest werpe, maakte dat niet uit voor de vampiers. Met hun gevoelige zintuigen konden ze makkelijk de groep grizzly's niet alleen zien, maar ook horen en ruiken. De geur van de wilde dieren deed hem watertanden en de vlammen in zijn keel nog meer oplaaien.

Achter hem hoorde Harry de brede vampier ongeduldig grommen. Carlisle wierp de ongeduldige een boze blik toe en het geluid stopte.

Blijkbaar was hij niet de enige met dorst. Dus dacht hij aan wat de clanleider hem zojuist had verteld en liet zich meevoeren door de heerlijke geur die hem ondertussen zowat gek maakte.

Met een elegantie die de ex Griffoendor nog steeds verraste, sloop hij geluidloos door het hoge gras. Gelukkig lag de wind goed zodat hij ongestoord de groep grizzly's kon benaderen. Sommige exemplaren waren aan het vissen in de rivier, niet wetende dat zij straks de prooi zouden worden.

Harry richtte zij aandacht op het grootste dier van de groep, een reusachtig mannetje dat vanop een rots de omgeving in de gaten hield. Het prachtige en imposante dier was slechts vijf meter van hem verwijderd.

Hij dook in elkaar. Elke spier in zijn lichaam stond gespannen. Hij zag alleen nog maar het grote grizzly-mannetje, hoorde het hart dat bij elke slag van dat overheerlijke bloed rondpompte, rook de wilde geur die zijn neusgaten vulde.

Plots begon de wind te draaien. Het mannetje stak snuffelend zijn neus in de lucht. In een reflex, voor het dier de groep kon verwittigen, zette Harry zich af van de grond en sprong naar de beer. Het volgende moment verbrijzelden zijn ijzersterke kaken de luchtpijp van het dier. Het berenbloed stroomde uit de slagader en hij zoog het gulzig op.

Een paar seconden vergat hij zijn omgeving. Hij merkte niet hoe de Olympische clan zich op de andere grizzly's stortten en zich ook tegoed deden. Even dacht hij nergens anders meer aan dan het hemelse bloed waar hij zo de hele tijd naar had verlangd.

Toen er geen druppel rode vloeistof meer in het slappe lichaam zat, werden Harry's gedachten niet langer meer beheerst door het bloed en hij keek om zich heen.

De rest van de groep vampiers had ook enkele slachtoffers gemaakt, die nu her en der verspreid en leeggezogen op de grond lagen.

Plots joeg de wind een vreemde geur over de weide. Ze was verleidelijker dan alle geuren die hij tot nog toe had geroken met zijn nieuw ruikvermogen.

Slechts weinig vampieren in een dorstige bui zouden eraan kunnen weerstaan, laat staan een Nieuweling. Het was daarom ook dat de jongen nauwelijks besefte dat hij van de rots sprong en het bos in liep, geleid door de geur van zijn natuurlijke voedselbron.

Edward en Alice hadden – als gedachtelezer en helderziende van de familie - het gevaar direct in de gaten. Edward spoedde zich achter de magiër, de rest van zijn familie volgde, maar hij liet ze algauw achter zich.

In zijn vele uren vrije tijd had hij zich niet alleen beziggehouden met de wonderlijke kunst van het pianospelen, maar ook met onder andere lopen. En dat kwam nu goed van pas. Hij haalde met weinig moeite de Nieuweling in.

In het hoofd van de jonge vampier woedde er een hevig gevecht tussen zijn gezond verstand dat ervoor pleitte om de mensen met rust te laten en aan de verleiding te weerstaan en zijn instinct dat smeekte om volwaardig bloed, mensenbloed.

Helaas was de magiër zijn zelfbeheersing nog niet zo sterk, al had het hem wel verbaasd hoe ongewoon rationeel hij al was.

Edward besloot om dezelfde truc toe te passen die Carlisle eerder bij hemzelf had gedaan. Hij tackelde Harry. De jongen vloog tegen een rotsblok dat door de klap in stukken barstte.

De anderen arriveerden en Emmett, de enige die de ex-tovenaarsleerling aankon qua kracht, nam hem in een klemgreep.

Jasper bedaarde hem met zijn gave en weldra voelde ieder zich heel rustig.

Harry trilde een beetje, hij wist nauwelijks wat er was gebeurd. Zijn keel brandde nog steeds. Maar Carlisle spoorde hem aan om nog wat te jagen. Deze keer bleven Jasper, Emmett en Edward dicht in zijn buurt als emotionele, lichamelijke en geestelijke controle.

Wanneer de zon weer aan haar dagelijkse klim was begon en soms door de wolken piepte, voelde Harry het bloed in zijn maag klotsen. De vlammen in zijn keel waren een beetje getemperd, maar daar had Edward hem al voor gewaarschuwd. Met een vegetarische levenstijl zou de dorst nooit helemaal verdwijnen.

Oké, dat was het dan voor dit hoofdstuk! Hoop dat jullie ervan genoten hebben. Maar verder nog een paar mededelingen:

1) Mijn grootste dank aan LaFlorinevoor haar review en goede raad om mijn story te verplaatsen naar Twilight.

2) Degenen die mijn profiel kortgeleden hebben bezocht (en je dat nog niet gedaan hebt: DOEN! Dit komt het verhaal alleen ten goede) zullen gemerkt hebben dat ik een nieuwe poll heb geplaatst. Ik ben namelijk van plan om misschien de rating te veranderen en het verhaal wat 'gewaagder' te maken, maar daarbij wil ik heel graag jullie mening. Moet het T blijven of willen jullie dat ik het verander naar M? (Als je niet weet wat precies wordt bedoeld met deze ratings raadpleeg dan even de site) Dus please: VOTE!

3) Broodje aap verhaal:
Titel: Alleen in het donker
Jane en Melissa deelden samen een studentenflat op de campus van een Amerikaanse universiteit. Rond 9 uur 's avonds herinnerde Jane zich dat ze haar bibliotheekboek nog terug moest brengen. Ze vertelde haar huisgenote dat ze naar de bibliotheek ging en waarschijnlijk nog even de kroeg in zou duiken. Ze vroeg Melissa of ze meeging, maar die vertelde dat ze vroeg ging slapen. Ze vroeg Jane of die de lichten uit wilde doen als ze naar buiten ging.

Jane deed dit en ging op weg naar de bibliotheek. Onderweg kwam ze een vriendin tegen, met wie ze even bleef praten. Opeens realiseerde ze zich dat ze het boek was vergeten. Ze ging terug naar huis om het op te halen. Om haar huisgenote niet wakker te maken, zocht Jane in het donker naar het boek. Met het boek onder haar arm ging ze vervolgens opnieuw naar de bibliotheek, waarna ze met een paar vrienden de kroeg inging.

Toen Jane midden in de nacht terugging naar huis, stonden voor haar deur een ambulance en een politie-auto. Een agent nam haar mee naar haar studentenflat. Daar zag Jane twee dingen die ze haar hele leven niet meer zou vergeten: de matras van haar huisgenote zat onder het bloed, en iemand had met lipstick op de muur geschreven:

"Ben je niet blij dat je het licht niet hebt aangedaan?"

4)Nog vragen/feedback? REVIEW!