xxMarith:
DISCLAIMER: Nou, klusjes doen brengt me niet veel verder, blijkbaar is de tafel dekken en mijn huiswerk maken
'iets wat ik hoor te doen' en ik krijg er geen geld voor. Daarom is het verhaal nog niet van mij en dat zal voorlopig ook zo blijven.


"Hey you, don't tell me there's no hope at all. Together we stand, divided we fall."

Pink Floyd, Hey You


De stilte in de kamer nadat de Elf de deur gesloten had was oorverdovend. Juffrouw Darrow bleef op de rand van het bed zitten; haar knieën waren tegen elkaar aangedrukt en ze leunde achterover, haar armen achter zich op de deken voor steun. Het was een gespannen en uitdagende houding en ze keek hem aan, wachtend tot hij zou beginnen.

'Je heult nu met de vijand, zie ik,' merkte Thorin op, nog steeds vanaf zijn plaats bij de deur aan de andere kant van de kamer.

'Niet iedereen kan zo heerlijk bevooroordeeld zijn als jij,' kaatste ze onmiddellijk terug, een tikkeltje meer ontspannen terwijl ze haar opmerking plaatste – ze voelde zich duidelijk meer op haar gemak bij een ruzie met woorden waarbij ze tegen hem in kon gaan in plaats van zijn stille afkeuring te moeten verdragen. 'Ben je wat gekalmeerd?' vroeg ze nadrukkelijk, hem herinnerend aan zijn brute ondervraging van eerder. 'Ik heb niet zoveel zin om tegen meer muren aangesmeten te worden.'

'Als ik genoegen neem met de uitleg die je me verschuldigd bent, dan zal ik daar mijn oprechte excuses voor aanbieden,' zei hij eerlijk met gefronste wenkbrauwen. 'Als ik echter vermoed dat je een verrader bent, zal zelfs het feit dat je een vrouw bent je kunnen niet redden van mijn zwaard.'

'Wauw, ik voel me al stukken beter,' zei ze licht sarcastisch, wat op zijn zenuwen begon te werken. 'En het feit dat jij een uitleg wilt, betekent niet dat ik je er een verschuldigd ben.'

Thorin deed langzaam een paar stappen naar voren, zijn hand onbewust op de knop van zijn oude zwaard dat aan zijn gordel hing. 'Als jij je plaats in mijn gezelschap wilt behouden, dan houd je nu op met het ontwijken van mijn vragen. Ik zou niet aarzelen om je contract hier en nu te verbreken.'

Een deel van haar vechtlust leek weg te ebben en ze beet op haar onderlip, terwijl ze hem van onder haar wimpers aankeek. 'Ik weet niet of Gandalf wel wil dat ik het je vertel.'

'Het kan mij niet schelen wat de Tovenaar wil,' reageerde hij vastberaden.

'Je zult me waarschijnlijk niet geloven,' drong ze verder aan.

Hij stond nu recht voor haar plaats op het bed en torende over haar heen. 'Probeer het eens.'

Ze trok licht uitdagend haar wenkbrauw naar hem op. 'Oké – jemig, het zou mijn taak zelfs een stuk makkelijker kunnen maken als jij de waarheid kent en mijn advies niet elke keer in de wind slaat,' zei ze, hem verbazend met haar plotselinge bereidwilligheid om te praten. 'Je weet dat ik uit een andere wereld kom, maar in mijn wereld is dit – ' ze gebaarde vaag om haar heen – 'allemaal fictioneel. De Zoektocht naar Erebor is een soort… legende in mijn wereld, het is een beroemd verhaal uit een boek.'

Hij had veel dingen overwogen – en tot zover varieerden zijn theorieën van een Orkspion tot een soort hekserij waardoor ze in de toekomst kon kijken, maar het nieuws dat zijn zoektocht niet alleen legendarisch was, maar ook nog eens opgeschreven en uitgegeven in een andere wereld kwam totaal onverwacht.

'Je… gelooft dat wij fictioneel zijn?' vroeg hij in een poging haar onvoorziene onthulling te begrijpen.

Ze rolde met haar ogen. 'Nou, nu weet ik dat jullie echt zijn – op de een of andere manier dan, dat is mij ook nog niet helemaal duidelijk,' zei ze, zijn eigen gedachten uitsprekend. 'Maar inderdaad, in mijn wereld zijn jullie allemaal fictioneel. Een paar van mijn favoriete personages, eigenlijk,' voegde ze er met een wrange glimlach aan toe.

'En daarom lijkt het alsof je kennis hebt van de toekomst,' concludeerde hij langzaam. Hij liet de knop van zijn zwaard los en sloeg zijn armen over elkaar, nog steeds op haar neerkijkend. 'Je bent in de veronderstelling dat je… een legende herleeft.'

Ze knipte met haar vingers. 'Bingo,' zei ze onzinnig, hoewel haar toon leek te bevestigen dat hij gelijk had.

'De trollen, de Orks, zelfs meneer Baggins die zich bij het gezelschap voegde… het staat allemaal in dit boek in jouw wereld, daardoor wist je van deze dingen af,' zei hij en zijn ogen versmalden.

Ze knikte hevig, haar lippen op elkaar geperst.

'Is er een manier waarop je dat kan bewijzen?' vroeg hij, meer uit nieuwsgierigheid dan echte twijfel.

'Uhm…' Juffrouw Darrow dacht even na, met haar hoofd schuin. Plotseling lichtte haar gezicht op en ze wees naar zijn schouder, waar het handvat van zijn nieuwe zwaard zichtbaar was vanaf zijn plaats op zijn rug. 'Jouw zwaard, het heet Orcrist, de Goblinkliever. Het is gesmeed door de Hoge Elven van het Westen,' ratelde ze vlug. 'En dat van Gandalf heet Glamdring, de Vijandhamer.'

Hij knipperde verrast met zijn ogen. Ze had zijn nieuwe wapen niet van dichtbij gezien, dus ze had met geen mogelijkheid de inscriptie op de kling kunnen lezen. Orcrist was een van de woorden die hij van de runen had weten te ontcijferen terwijl hij het zwaard schoonmaakte, en hij had aangenomen dat het een woord in een andere taal was, zoals de rest, maar het leek erop dat dit de naam van het zwaard was.

Haar eigen zwaard, wat ze niet genoemd had, was achteloos naast haar rugzak op het bed gegooid, hoewel hij zag dat ze wel de tijd genomen had om het stof en de spinnenwebben ervan af te vegen.

'Ook al heeft dit boek gesproken van zulke details, hoe kan ik ze bevestigen?' wilde hij weten.

'Neem het zwaard mee naar de lunch, Elrond zal het je vertellen,' zei ze zelfverzekerd.

Hij knikte langzaam en verwerkte zwijgend alles wat ze gezegd had. 'Slagen we?' vroeg hij uiteindelijk. 'In de legende die jij kent, slagen we daar?'

Nu was het haar beurt om verbaasd met haar ogen te knipperen. 'Wacht, je gelooft me echt?' zei ze, een ongelovige ondertoon in haar stem.

'Het is… een redelijke uitleg en de feiten kloppen, hoewel ik wel van plan ben om naar heer Elrond te gaan om te kijken of het klopt wat je over mijn zwaard gezegd hebt,' zei hij logisch. 'Ik vroeg me de eerste keer dat we elkaar zagen al af hoe je zoveel van onze zaken af wist, maar als je kennis van de toekomst hebt kan ik begrijpen waarom Gandalf je aangenomen heeft als onze adviseur.' Hij schonk haar een flauwe glimlach. 'Het is zeker beter dan de gedachte dat je een spion of verrader bent.'

'Oh,' zei ze, hem nog steeds aanstarend. 'Nou… goed.' Plotseling grijnsde ze. 'Wow, dat gesprek was nogal een anticlimax, ik dacht dat je nu echt uit je slof zou schieten.'

Zijn verwarring om haar uitspraak moet overduidelijk geweest zijn, aangezien ze eraan toevoegde: 'Het is een uitdrukking in mijn wereld, het betekent heel boos worden.'

Hij knikte begrijpend: na zijn eerdere gedrag tegenover haar was het niet zo vreemd dat ze dacht dat hij misschien boos zou worden – het had dan misschien nog van haar uitleg afgehangen, maar hij was inderdaad van plan geweest om haar uit het gezelschap te verbannen. 'Ik merk dat je mijn vorige vraag nog niet beantwoord hebt,' zei Thorin. 'Slagen we?'

'Ik wil niets verklappen,' zei ze met een glimlach die alleen maar beschreven kon worden als ondeugend. 'Je mag nooit alvast het einde van een boek lezen, dat verpest het verhaal.'

'Waarom ben je dan hier, als je weigert ons lot te vertellen?' vroeg hij.

Ze rolde weer met haar ogen. 'Ik ben hier niet naartoe gebracht om een waarzegster te spelen, Thorin,' zei ze neerbuigend. 'Het is de bedoeling dat ik een paar dingen verander.'

Die onthulling zorgde ervoor dat al zijn gedachten tot een noodstop kwamen. 'Dingen veranderen?' herhaalde hij met een akelig voorgevoel. 'Je bedoelt dat niet alles volgens plan gaat in het verhaal dat jij kent?'

De plotselinge schuldige blik die over haar gezicht gleed vertelde hem dat hij goed gegokt had met deze conclusie, en zijn gevoel van onrust nam toe. 'Wat gebeurt er?'

Juffrouw Darrow stond op van het bed en probeerde om hem heen te stappen en naar de deur te lopen. Zijn ogen gleden kort naar beneden toen ze rechtop stond – haar jurk had vreemde, asymmetrische vouwen waardoor hij strak over de rondingen van haar slanke lichaam viel, en hij eindigde net boven haar knieën. 'Weet je, we moeten de anderen maar weer eens opzoeken,' zei ze met vastberaden nonchalance.

Hij greep haar ongedeerde arm toen ze langs hem liep. 'Wat moet je hier veranderen?' wilde hij weten, zichzelf dwingend zijn blik op haar gezicht gericht te houden.

Ze schudde hem van zich af en liep verder naar de deur. Hij schoot vooruit en drukte één hand plat op het hout, zodat de deur dicht bleef en ze vergeefs aan de klink trok. Ondanks hun gelijke lengte torende hij boven haar uit en ze keek naar hem op. 'Het duurt waarschijnlijk niet lang meer voordat ze de lunch serveren,' zei ze smekend, duidelijk wensend dat hun gesprek ten einde liep.

'Probeer me niet af te leiden, juffrouw Darrow,' zei hij ferm, opnieuw vastberaden om de antwoorden uit haar te krijgen.

Ze trok opnieuw aan de klink, maar tevergeefs. 'Je gaat me hier niet uitlaten voordat ik het je vertel, hè?' zei ze zuchtend.

'Het lijkt erop dat we elkaar beginnen te begrijpen,' zei hij, haar woorden bevestigend. 'Wat moet je hier veranderen van Gandalf?'

Ze beet weer op haar onderlip, haar tanden erg wit in contrast met het roze vlees. Van zo dichtbij zag hij voor het eerst dat haar gezicht bezaaid was met lichte sproetjes, ongetwijfeld een resultaat van het rijden in de mei- en junizon de afgelopen paar weken. 'Ik weet niet of ik je dit wel moet vertellen,' zei ze zacht, één schouder ongemakkelijk opgetrokken.

'Ik verdien het om te weten of iemand in mijn gezelschap in gevaar is, juffrouw Darrow,' zei hij zachtjes.

Ze keek naar haar voeten en vermeed zijn blik.

'Ze zijn in gevaar,' fluisterde hij, en zijn hart trok samen van paniek en een plotseling schuldgevoel – leidde hij een aantal van zijn naaste vrienden en familie naar hun dood? 'Wie? Wat gaat er gebeuren?'

'Ik moet je dit niet vertellen,' fluisterde ze ongelukkig, haar ogen op zijn borst gericht.

'Juffrouw Darrow,' smeekte hij, bezorgder dan hij ooit in zijn leven geweest was. Toen ze niet antwoordde voegde hij er fermer aan toe: 'Elizabeth.'

Haar blik schoot omhoog. 'Ik… oké, goed,' zei ze, haar strijd opgevend. 'Geen details – geen hoe of wanneer – oh God, ik weet niet of ik je dit wel moet vertellen…' Ze stopte en begroef haar gezicht in haar handen.

Hij liet de deur los, trok haar handen weg van haar gezicht en hield haar polsen in de lucht tussen hen in, zoals hij eerder die ochtend ook gedaan had. 'Vertel het me,' beval hij zacht, en ze legde zich er met een zucht bij neer.

'…Fili en Kili gaan dood,' zei ze zachtjes, haar ogen groot en verdrietig.

'Wat?' zei hij, het woord een nauwelijks hoorbare zucht over zijn lippen.

'Jij herovert de berg en wordt koning, maar zij zullen sterven,' herhaalde ze ellendig.

Thorin liet haar los en liep doelloos van de deur naar het midden van de kamer, diep in gedachten. Zijn grootste angsten waren bevestigd – zijn neven verliezen zou het einde van zijn wereld betekenen. Hij was als een vader voor ze. Toen Fili werd geboren had hij de rol van toegewijde oom op zich genomen, op het jochie gepast en hem meegenomen naar de smederij om hem de basis van het vak te leren – Fili zou geen mijner worden zoals zijn vader, smid was een veel respectabeler beroep voor zijn erfgenaam. Maar toen de man van Dis was omgekomen bij een mijnongeluk, nog voordat Kili geboren werd, had hij een grotere ouderrol op zich genomen en was hij bij zijn zus ingetrokken om haar te kunnen helpen als het nodig was. Hij was getuige geweest van Kili's eerste glimlach, stapjes en woordjes en zijn band met Fili was alleen maar hechter geworden terwijl zijn oudste neefje rouwde om de vader die hij nauwelijks had gekend.

Hij kon ze niet verliezen, niet na de verlammende pijn die hij gevoeld had toen hij Frerin zo jong had verloren. Hij zou het niet overleven.

'Thorin?' Er werd een voorzichtige hand op zijn schouder gelegd. 'Het spijt me, ik had het je niet moeten vertellen,' zei juffrouw Darrow van vlak achter hem, haar stem zacht en volkomen vrij van haar gebruikelijke sarcastische ondertoon.

Hij maakte zijn beslissing en draaide zich abrupt om om naar de deur te lopen. Juffrouw Darrow ging voor hem staan en blokkeerde de deur. 'Wat ga je doen?'

'Ik stuur ze naar huis,' zei hij. Hij staarde haar aan alsof hij haar met de kracht van zijn ogen opzij zou kunnen schuiven. 'Ik twijfelde direct al of ik ze wel mee moest laten gaan op deze zoektocht, maar nu ik dit weet –'

'Dat kun je niet doen!' zei ze en ze verraste hem door haar armen licht voor de deur te spreiden.

'Dat kan ik wel en dat ga ik ook doen,' zei hij vastberaden – nu was het zijn hand die op de klink lag en zij het die zijn weg blokkeerde. 'Ga aan de kant.'

Ze schudde haar hoofd, bijna in paniek. 'Nee, ik kan je dit niet laten doen.'

'Ga aan de kant, juffrouw Darrow, of ik zal je zelf aan de kant moeten zetten,' dreigde hij, zijn gezicht dicht bij dat van haar.

'Als je wil slagen, dan moeten zij in het gezelschap blijven,' zei ze, haar kin heffend en weigerend aan de kant te gaan.

'Mijn neven zijn als zoons voor me, ik hou meer van ze dan van wat dan ook in deze wereld,' gromde hij terwijl hij zich over haar heen boog. 'Als je denkt dat ik ze op zou offeren om mijn koninkrijk te heroveren – '

'Dat doe je niet!' onderbrak ze. 'Je offert ze niet op, Thorin. Luister gewoon even naar me, oké?'

Thorin wist met moeite wat geduld op te brengen, liet de deurklink los en sloeg zijn armen over elkaar. Ze haalde diep adem. 'Je hebt ze nodig als je wil slagen en dat is waarom je mij nodig hebt – Gandalf heeft me hierheen gebracht om ze te redden.'

'En je denkt dat je dat kunt?' vroeg hij, en hij keek haar aan vanonder zijn gefronste wenkbrauwen.

Ze beet weer op haar lip. 'Ik denk dat ik het kan proberen.'

'Weten zij het?' vroeg hij. 'Ze kennen jouw geheim, weten ze – hiervan?' zei hij, niet in staat zijn zin af te maken.

'Nee,' zei ze en ze schudde haar hoofd. 'Ze weten niets van het verhaal, alleen dat ik weet wat er tijdens de tocht zal gebeuren.'

'Als je me zou vertellen hoe ze – '

'Nee,' onderbrak ze weer. 'Nee, je zou helemaal niets moeten weten over de toekomst – weet je wel hoe gevaarlijk het is dat jij iets weet? Jezus, ik heb genoeg Doctor Who gekeken om te weten dat dit helemaal mis zou kunnen gaan.'

Hij knipperde verbaasd met zijn ogen bij haar onzinnige woorden, maar ze was nog niet klaar. 'Ik heb je waarschijnlijk al teveel verteld, dit zou het hele verhaal kunnen veranderen.'

'Wat maakt dat uit?' wilde hij weten. 'Dan verandert er een verhaal in een andere wereld, maar zij zouden tenminste veilig zijn. Ik ben zelfs half van plan om het hele gezelschap om te draaien en weer terug te keren naar Ered Luin.'

Dit was waar – voor het eerst begon hij echt aan zijn missie te twijfelen. Zijn volk leidde een comfortabel leven in Ered Luin, een leven dat steeds welvarender werd. Hij zou de holle rijkdommen en pracht van hun voormalige koninkrijk achter zich kunnen laten en zijn energie in plaats daarvan kunnen richten op het creëren van een betere toekomst voor zijn volk in hun nieuwe thuis. Na verloop van tijd zouden zijn hallen in Ered Luin een nieuw Erebor worden – hij zou misschien niet zo lang leven dat hij het hoogtepunt zou kunnen zien, maar hij zou de beginselen vast kunnen leggen.

'Nee, je begrijpt het niet – het is belangrijk in deze wereld,' zei juffrouw Darrow, terwijl ze duidelijk geërgerd met haar handen zwaaide. 'Jullie zoektocht is niet zomaar legendarisch, er vinden bepaalde gebeurtenissen plaats die van ongekende invloed zullen zijn op de geschiedenis – als jullie niet verder gaan zal het lot van heel Middle Earth veranderen. Het gaat om zoveel meer dan alleen Fili en Kili.'

Hij keek haar woedend aan en zijn stem was een zachte grom. 'Het gaat om niets anders dan Fili en Kili, niet voor mij.'

'Laat mij ze dan redden, laat me doen waarvoor ik hier naartoe gebracht ben,' smeekte ze.

Thorin wendde zich van haar af en begon tussen de deur en haar bed te ijsberen. Hoewel hij de beginselen zou kunnen leggen voor een nieuwe toekomst voor zijn volk, zou dat slechts een pleister zijn op de wond die eronder etterde. Zijn hart verlangde naar hun ware thuis, het thuis dat zijn volk verdiende – en als er een kans was dat hij dat thuis aan hen zou kunnen geven zonder zijn neven in gevaar te brengen…

'Jullie slagen wel, Thorin,' zei ze, zijn gedachten uitsprekend. 'Jullie heroveren jullie verloren koninkrijk en jullie goud, en de Dwergen krijgen een nieuw tijdperk van welvaart… Dus laat de zorgen om Fili en Kili aan mij over.'

Hij stopte met ijsberen en keek haar aan. Ze stond nog steeds voor de deur maar blokkeerde hem niet langer met haar lichaam. Haar grijze ogen waren groot en smekend, maar hij voelde dat ze nog iets verborg, dat ze hem nog niet alles verteld had wat ze over hun zoektocht wist.

'Thorin?' zei ze, en hij besefte dat hij haar zwijgend aan had gestaard.

Hij zuchtte en zakte op de rand van haar bed. 'Geloof je echt dat je ze kan redden?'

'Dat hoop ik wel,' zei ze zachtjes en ze ging voorzichtig naast hem op de deken zitten. 'Ik geef ze gewoon allebei een dreun op hun hoofd voordat ze een gevaarlijke situatie instormen.'

Bij die woorden gleed er een flauwe, trieste glimlach over zijn gezicht – hoewel hij het op prijs stelde dat ze een poging deed om de sfeer te verbeteren, kon hij niet anders dan zich afvragen of ze dit zei omdat zijn neven door hun eigen roekeloosheid aan hun einde zouden komen.

'En als je faalt?' hoorde hij zichzelf vragen, en hij draaide zijn hoofd om haar ogen te kunnen zien.

Haar mond ging open om iets te zeggen, maar toen werd er op de deur geklopt. 'Kom binnen,' zei ze in plaats daarvan, zich omdraaiend naar de deuropening.

De deur ging open en dezelfde Elf die een paar minuten geleden de kamer had verlaten verscheen in de deuropening. Hij zag Thorin vlak naast haar op het bed zitten en trok zijn fijne wenkbrauwen lichtjes op. 'Vergeef me voor de onderbreking, maar Heer Elrond verzocht mij u naar de lunch te begeleiden, vrouwe Elizabeth.'

'Ze heeft geen begeleiding nodig,' gromde Thorin naar de elf, geërgerd door zijn aanname. Gezien de manier waarop de Elf eerder tegen juffrouw Darrow had gepraat, betwijfelde hij of haar begeleiden het enige was dat de Elf van plan was. 'Zeg heer Elrond dat we spoedig zullen arriveren.'

'Uitstekend,' zei de Elf zacht. Hij liep weg en liet nadrukkelijk de deur achter zich open staan.

Er viel een lange stilte in de kamer. 'Zullen we?' zei ze uiteindelijk, terwijl ze opstond en op hem neerkeek. Hij merkte voor het eerst dat haar kleine voeten bloot waren en ze leek niet van plan te zijn de fijne vetersandalen aan te trekken die de Elven voor haar hadden achtergelaten.

Zwijgend stond ook hij op van het bed. Ze begon naar de deur te lopen maar hij hield haar tegen door zijn keel te schrapen. 'Vergeet je niet iets, juffrouw Darrow?' zei hij. Hij hield het in de schede gestoken zwaard dat hij voor haar had uitgezocht omhoog en bood het haar aan.

'Ik denk echt niet dat ik dat hier nodig zal hebben,' zei ze, en de sarcastische ondertoon keerde terug in haar stem.

Hij bleef het zwaard uitgestoken houden. Ze rolde met haar ogen en nam het aan, maar koos ervoor om het zwaard vast te houden in plaats van het te proberen vast te maken aan haar jurk, en ze liepen samen de kamer uit.


Lizzy liep op haar blote voeten naast Thorin door de gangen en wierp hem af en toe een zijwaartse blik toe. Hun gesprek was absoluut niet wat ze had verwacht – ze had gedacht dat hij veel bozer zou zijn en dat hij haar verhaal niet zou geloven, maar verrassend genoeg had hij haar uitleg klakkeloos geaccepteerd en nauwelijks op haar fantasierijke verhaal gereageerd totdat ze begon over dingen veranderen.

Nu stond zijn gezicht grimmig – hij was overduidelijk aan het piekeren over wat ze hem net verteld had.

Na een paar minuten zwijgend door het doolhof van gangen te hebben gelopen werd het duidelijk dat ze geen van beide wisten welke kant ze op moesten. Ze waren gedwongen de weg te vragen, tot Thorins groot ongenoegen, en arriveerden als laatste op het balkon waar de rest van het gezelschap al bijeengebracht was. Iedereen rook een stuk frisser dan toen ze hen voor het laatst gezien had. Thorins blik schoot onmiddellijk naar Fili en Kili, alsof hij zichzelf ervan wilde verzekeren dat ze ongedeerd waren gebleven in zijn afwezigheid.

Lizzy was verbaasd om te zien dat er een plaats voor haar was ingedekt aan de tafel van Elrond en ze glimlachte afwezig naar Lindir toen hij haar stoel achteruit schoof. Ze ging zitten en zette haar zwaard onhandig tegen de tafel. Thorin stak zijn eigen zwaard onmiddellijk uit naar Elrond, zonder rekening te houden met het feit dat de Elf aan het eten was.

'Kun je ons iets vertellen over deze wapens?' wilde hij weten, terwijl hij zelf ook ging zitten.

'Is de eettafel echt de meest geschikte plaats, Thorin?' zei Gandalf afkeurend, maar Elrond liet simpelweg zonder te klagen zijn mes en vork zakken en bestudeerde het zwaard, beginnend bij de schede.

'Geboren uit de muil der draken, ben ik altijd hongerig en dorstig,' las hij op de schede, terwijl hij zijn vingers over de runen liet glijden. Hij trok het zwaard er half uit en bekeek de kling zelf. 'Dit is Orcrist, de Goblinkliever. Gesmeed door de Hoge Elven van het Westen, mijn familie.' Hij gaf het zwaard terug aan Thorin, die het met een dankbaar knikje aannam. 'Een befaamd zwaard, moge het je goed van dienst zijn.'

Thorin keek haar aan van de andere kant van de tafel en ze glimlachte naar hem, wetend dat haar woorden bevestigd waren.

Ondanks zijn eerdere protesten overhandigde ook Gandalf zijn zwaard aan Elrond. 'En dit is Glamdring, de Vijandhamer, het zwaard van koning Turgon van Gondolin. Deze zwaarden zijn gesmeed voor de Goblinoorlogen van de eerste Era en men heeft eeuwenlang gedacht dat ze verloren waren gegaan.'

Heer Elrond keek haar verwachtingsvol aan. 'Mag ik?' vroeg hij, zijn hand naar haar uitstrekkend.

'Hmm?' zei ze vragend met haar mond vol salade – verse groenten waren heerlijk na wekenlang voedsel gegeten te hebben dat steeds meer verwelkte.

'Je zwaard,' zei Thorin nadrukkelijk.

'Oh,' zei ze. Ze pakte het zwaard en gaf het door.

De ogen van de Elf lichtten op toen hij het zwaard bestudeerde. 'De laatste rustplaats onder de sterren zal de mijne zijn, de koude steek des doods,' vertaalde hij van de runen op de kling. 'Dit zwaard herinner ik me nog goed, het werd geroofd bij de plundering van Sirion. Het is gesmeed rond dezelfde tijd als de andere twee, als geschenk voor de dochter van koning Turgon, Idril, hoewel dit zwaard geen strijd gekend heeft. Idril was de moeder van Earendil, mijn vader,' zei hij, terwijl hij haar het zwaard weer teruggaf.

'Heeft het een naam?' vroeg Lizzy nieuwsgierig.

'Naethring, de koude steek,' zei Elrond. 'De drie zwaarden vormen een set, ze zijn samen gesmeed. Hoe hebben jullie ze gevonden?' vroeg hij geïntrigeerd.

'We hebben ze gevonden in een trollenhol aan de Grote Oosterweg, vlak voordat we door Orks in een hinderlaag gelokt werden,' vertelde Gandalf.

'En wat deden jullie op de Grote Oosterweg?'

'Dat is nog steeds de veiligste weg om van Ered Luin naar de Misty Mountains te reizen, is het niet?' wierp Thorin hem voor, duidelijk niet gecharmeerd van de toon van de Elf.

'Misschien niet als jullie onderweg aangevallen werden,' zei Elrond nadrukkelijk, waarna het gesprek overging op de staat van verschillende wegen en de mate waarin aanvallen plaatsvonden.

Lizzy zweeg terwijl de drie mannen praatten en liet één hand over het handvat van het zwaard in haar schoot glijden. Naethring, de koude steek des doods. Ze keek naar Thorin – ze had met geen woord gerept over wat ze wist van zijn eigen dood nadat hij ten prooi viel aan de goudziekte. Ze dacht dat ze Fili en Kili misschien zou kunnen redden: nu Thorin net zo gretig was als zij om hen te beschermen, zou ze hem kunnen overhalen zijn neven te verbieden mee te vechten in de Slag van de Vijf Legers en dan zouden ze allebei veilig zijn, maar was er een manier waarop ze hem ook kon redden?


Fili zat zwijgend bij de rest van het gezelschap, zijn blik gefocust op de andere tafel terwijl hij toekeek naar hun gesprek. Lizzy was samen met Thorin binnen gekomen in een jurk die in hun cultuur als nogal schandelijk zou worden beschouwd, haar benen nog boven de knieën bloot en haar haar los over haar schouders. Het was waarschijnlijk goed dat Dori net bezig was Ori een preek te geven over zijn eten en haar kleren niet opgemerkt had – hij zag de oudere Dwerg haar al bedekken met zijn mantel voor wat fatsoen, wat Lizzy ongetwijfeld gehaat zou hebben en waar ze fel tegen geprotesteerd zou hebben.

Zij en Thorin moesten een of andere verzoening hebben gehad, ondanks het feit dat hij het badhuis met donderwolken boven zijn hoofd verlaten had. Geïntrigeerd had Fili toegekeken hoe ze naar de tafel waren gelopen en hoe Thorin zijn handen tot vuisten balde toen dezelfde Elf die hen begroet had Lizzy's stoel beleefd achteruit schoof.

Het was vreemd en bijzonder verontrustend geweest om te zien hoe hij haar bedreigde. Zoals hij Lizzy een paar weken geleden hadden verteld, werden vrouwen beschermd en gerespecteerd in hun cultuur. Aan de andere kant hadden ze er nooit over nagedacht wat Thorin zou denken van Lizzy en haar ongebruikelijke kennis – achteraf gezien was ze niet bepaald voorzichtig geweest, ze had er wel erg mee te koop gelopen door hen te adviseren bij hun weddenschappen.

Thorin en Lizzy keken elkaar een lang moment aan en Lizzy glimlachte flauwtjes toen Thorin zijn zwaard terugkreeg van de Elvenheer. Terwijl het gesprek voortgezet werd zag hij dat Lizzy bedachtzaam naar zijn oom staarde, haar hoofd licht schuin. Fili onderdrukte een zucht en vroeg zich af of hij Kili binnenkort tien goudstukken verschuldigd zou zijn.


Thorin stond op zodra de maaltijd en het vervelende, geforceerde gesprek voorbij was en hij stak onbewust een hand uit om ook juffrouw Darrow overeind te helpen. Ze bleef simpelweg naar zijn hand staren, een licht verraste uitdrukking op haar gezicht, en hij gebaarde nadrukkelijk met zijn hoofd naar de trap aan de andere kant van het balkon, die hen naar de tuinen zou leiden. Ze nam zijn hand aan en stond op, waarna ze achter hem aanliep, de anderen achterlatend.

'Blijven we niet bij de rest van het gezelschap?' vroeg ze terwijl ze de trap afliepen.

'Nee, er zijn nog een paar dingen die ik graag met je zou bespreken,' zei hij. Hij was oprecht verbaasd dat hij de lunch had weten uit te zitten en zelfs nog een beleefd gesprek had weten te voeren, terwijl zijn hoofd nog duizelde door haar onthulling.

'Je hebt me nog niet naar de kaart gevraagd,' merkte ze op toen ze de tuinen bereikten. In verband met haar blote voeten namen ze een slingerende route over het gras in plaats van over de grintpaden.

'Kun je me niet gewoon vertellen wat erop staat?' vroeg hij, haar vanuit zijn ooghoek bekijkend terwijl ze haar gezicht achterover kantelde om tijdens het lopen van de zon te genieten. Hij vroeg zich af hoe ze zo onbezorgd kon lijken, ondanks het gewicht van de verantwoordelijkheid die er op haar schouders rustte, maar na een poosje schreef hij het toe aan hun vredige omgeving. Ze leek zich hier op haar gemak te voelen, veel meer dan de anderen van hun gezelschap. Hij had eenzelfde soort vredigheid in meneer Baggins gezien toen ze in het badhuis waren, hoewel hij zelf voortdurend op zijn hoede was door de stank van Elven.

Ze schudde haar hoofd. 'Ik ken de precieze woorden niet en dat soort dingen zijn vaak nogal belangrijk.'

Hij knikte haar toe, haar woorden accepterend. 'Prima, dan vraag ik er later naar,' zei hij, zijn teleurstelling verbergend – nadat ze de kaart genoemd had, had hij gehoopt dat zij de tekst kon ontcijferen en dat hij de Elven niet om nog meer hulp zou hoeven te vragen.

'Welke dag is het vandaag?' vroeg ze plotseling.

'Eenentwintig juni.'

'Dus midzomeravond?'

'Ja.'

Ze knikte. 'Zorg er dan ook voor dat je het vanavond vraagt, dat is ook belangrijk.'

Hij wierp haar een blik toe maar reageerde niet – hij zou de betekenis van haar woorden ongetwijfeld begrijpen wanneer hij heer Elrond later naar de kaart zou vragen.

Ze kwamen bij een kleine, schaduwrijke groep bomen en Thorin hield haar tegen door zijn hand op haar arm te leggen. 'Juffrouw Darrow, over wat je net vertelde over mijn neven…'

Hij stopte toen hij zag dat ze afgeleid was. Haar grote ogen waren gericht op iets dat zich over zijn schouder bevond en haar mond viel open van verbazing. Hij draaide zich om om haar blik te volgen en zag een erg lange en mooie Elvenvrouw zachtjes aan komen lopen, gekleed in het wit. Haar haar glansde als puur goud in het gespikkelde zonlicht dat door de bomen filterde en haar ogen waren diepblauwe zeeën die door leken te dringen tot in zijn ziel.

'Vrouwe Galadriel,' mompelde juffrouw Darrow zachtjes, vervuld van ontzag.

De Elf glimlachte zacht naar haar en richtte haar doordringende blik op Thorin. 'Vergeef mij voor de onderbreking, ik zou graag even spreken met je metgezellin.'


Kindle-the-Stars:
Sorry, nog een (soort van) cliffhanger, maar niet zo erg als de vorige…

Wat vonden jullie van dit hoofdstuk? Er zit wat Fili pov aan het einde, wat niet gepland was, en ik ben nieuwsgierig wat jullie vinden van haar zwaard – het duurde even voordat ik een naam had!

Laat dus alsjeblieft een reactie achter, het is geweldig om van jullie te horen!

En als jullie een reactie achterlaten, geef dan ook even antwoord op de volgende vraag… je favoriete quote van Tolkien (boeken of films)?

Je kunt alle updates en sneak peeks volgen en alles vragen wat je maar wilt over het verhaal of de personages op mijn tumblr ~Kindle-the-Stars

xxMarith:
Woah, sorry voor het wachten, dat was niet helemaal de bedoeling. Anyway, hier is hoofdstuk tien, wat ik zelf eigenlijk echt een heel leuk hoofdstuk vond omdat Thorin en Lizzy zo close zijn (of nouja, zo close als het maar kan met dat koppige duo) maar goed, reacties zijn altijd welkom, en dan ben ik hier hopelijk zo snel mogelijk weer terug met een nieuwe update! (: