A/N
Hoi hoi, ik ben weer een beetje aan het terugkomen. Heb eigenlijk veel te lang niets gedaan, maar heb mezelf er toch toe gezet om jullie te plezieren met een nieuw hoofdstuk. Heb mijn eindexamens gemaakt, daarna de varkensstal die mijn kamer heet opgeruimd en nadat ik gisteren officieel geslaagd was voor mijn VWO heb ik midden in de nacht mijn laptop (die van mijn moeder, maar goed) gepakt en heb ik in een razend tempo hoofdstuk 9 geschreven.
Ik ben er achter gekomen dat ik de meeste inspiratie 's nachts krijg en dan ook het beste schrijf, dus vandaar.
Nog één puntje voor we weer verder gaan. Je zult merken dat sommige dingen niet helemaal overeenkomen met wat ik eerder heb vertelt. Dit komt omdat ik een ingeving kreeg en het daarin verandert heb. Ik ga binnenkort ook de andere hoofdstukken daarop aanpassen, maar dat zul je dan wel merken.

Warnings: niet veel, alleen een kleine dosis vloeken.

Hoofdstuk 09

"Ik weet dat je me niet mag, en ik mag jou waarschijnlijk nog minder, maar we zitten nou eenmaal met elkaar opgescheept. We kunnen alleen maar het beste er van maken". Harry en Draco waren na een helse schreeuwpartij, toch maar de kamer in gegaan. Harry was gefrustreerd en had geen behoefte aan een ijdeltuit als Draco. Het was zelfs weer bijna uit de hand gelopen tot één van de ouderejaars tussenbeide was gekomen en ze uit elkaar had gehaald. Hij had gedreigd ze meteen bij het schoolhoofd af te leveren voor één van de vele mogelijke straffen, als ze niet onmiddellijk ophielden met vechten.

"Nou als je maar weet dat ik dit bed neem". Draco had zijn hutkoffer al op het verste bed bij het raam neer gezet. "Ik wil niet dat je me stoor 's nachts en ik zorg er ook niet voor dat je 's ochtends op tijd je bed uit komt. Daar moet je zelf maar voor zorgen". Hij boog zich voorover en begon zijn hutkoffer uit te pakken. Verschillende dingen verdwenen in de kastjes, laatjes en op de schappen aan zijn kant van de kamer.

Harry was naar het andere bed gelopen en had daar zijn spullen neergezet. Hij had er geen behoefte aan om meteen al uit te pakken. In plaats daarvan bekeek hij de kamer waar ze het komende jaar zouden verblijven.

Het was ruim opgezet, met voor hen beiden een groot bed om in te slapen. De lakens waren zacht en fris. Ieder had z'n eigen bureau en een aantal kastjes en schappen om de spullen in en op te bewaren. Tegenover de ingang en tussen de twee bedden in was een groot raam met lange donkerblauwe gordijnen. Vanaf daar had je een mooi uitzicht over de binnenplaats beneden en met een beetje moeite kon je de rest van de school overzien en het meer wat er omheen en tussendoor liep.

Afgezien van de ingang was er nog een deur in de kamer. Harry bedacht dat die wel eens naar de badkamer kon leiden. Wat zijn humeur enigszins ten goede kwam, aangezien hij dan niet meer in de rij hoefde te staan als hij naar de wc ging of een douche wilde nemen.

Hij nam plaats aan zijn nieuwe bureau en bekeek één van de boekjes die voor hen waren klaar gelegd. Direct op de eerste pagina was een kaartje toegevoegd. Hierop was het complete schoolterrein uitgelegd. Er was een groot overzicht van het meer met de daar omheen liggende bossen. Door de verschillende gebieden aan te raken kreeg je de informatie te zien over wat zich daar bevond. In het meer zelf was de school afgebeeld. Op verschillende eilanden stonden de gebouwen, allemaal door bruggen met elkaar verbonden. In elk van de gebouwen werden andere dingen gedaan. Zo was er één waar men zich richtte op de praktische magie; spreuken, bezweringen, transfiguraties en anderen. Op een ander eiland hielden ze zich vooral bezig met de natuur, hier werd onder andere kruidkunde gegeven. Het eiland in het midden was het grootst. Hier stond het hoofdgebouw en Harry leerde al gauw dat dit ook de plek was waar ze die avond gingen eten.

Hij legde het kaartje aan de kant en wilde net aan het boekje beginnen toen hij een luid gevloek hoorde vanaf de andere kant van de kamer. "Auw! Shit, shit, shit!" Harry zag dat Draco's linkerhand rood begon te kleuren en dat hij in zijn rechterhand een mes droeg. Snel legde hij zijn spullen aan de kant stak de kamer over.

"Wat deed je nou? Je moet dit nu gelijk onder de kraan houden om ervoor te zorgen dat het niet gaat ontsteken." Hij stak zijn hand uit om hem mee te nemen naar de badkamer, maar Draco trok zijn arm snel weg. "Nee!", snauwde hij. "Blijf van me af en raak me niet aan". Behalve de overbekende walging die de blonde jongen altijd in zijn ogen had als hij Harry aankeek, meende Harry deze keer ook een spoor van angst te zien.

"Waar ben je toch zo bang voor?" Harry keek hem onderzoekend aan. "Al sinds de school is begonnen is het enige wat je gedaan hebt, me hardnekkig proberen te ontlopen. En als we elkaar dan treffen dan doe je wel naar en irritant, maar is de angst in je ogen af te lezen. Ik bijt echt niet hoor". Even leek het erop dat Harry's woorden tot Draco doordrongen, maar al snel was zijn normale gezichtsuitdrukking weer terug.

"Laat me met rust en bemoei je niet met zaken waar je geen verstand van hebt". Hij keerde Harry de rug toe en liep de badkamer in. Harry hoorde een klik, wat betekende dat de deur op slot zat. Met een zucht liet hij zich achterover op het bed vallen. Zijn armen over zijn vermoeide ogen geslagen. Het was pas dag één en hij had nu al ruzie met zijn kamergenoot. Nee echt, zijn leven kon niet beter. Hopelijk hadden zijn vrienden wat meer geluk dan hij. Voor nu was het misschien beter als hij nog wat ging rusten voor hij straks nog een hapje ging eten.

Even verderop in de gang, in een andere kamer waren Ron en Blaise neergestreken. Ze hadden sinds ze er achter kwamen dat ze bij elkaar op de kamer sliepen nog geen woord tegen elkaar gezegd. De stilte die er heerste was dan ook op z'n zachtst gezegd; ongemakkelijk.

Terwijl Ron aan de ene kant van de kamer zijn spullen aan het opbergen was, had Blaise alleen zijn koffer onder zijn bed geschoven nadat hij er een stapeltje boeken uit had gehaald. Vervolgens was hij met zijn rug tegen het hoofdeinde op het bed gaan zitten en had hij zijn neus in een boek gestopt. Als het gerommel van Ron hem afleidde, dan liet hij het in ieder geval niet merken.

Ron werd er een beetje nerveus van. Hij was aan drukte gewend geraakt. Bij hem thuis hoorde je altijd wel wat geluid. Mensen waren altijd aan het praten, zeker nu de Orde het Nest tot hoofdkwartier had gemaakt.

Zodra zijn spullen waren opgeruimd, keek hij eens goed rond. Het feit dat Blaise nog steeds aan het lezen was, maakte dat hij wat ongemakkelijk heen en weer schoof. Als hij even zat, moest hij weer staan. Hij ijsbeerde constant door de kamer heen. Het was alsof de kamer hem probeerde te verstikken.

"Als je wat frisse lucht wilt, dan raad ik je aan om het raam open te zetten". Zonder zijn blik van het boek af te wenden, wees Blaise naar het raam tussen de twee bedden. "Misschien dat je daar wat rustiger van wordt. Je werkt me namelijk een beetje op mijn zenuwen."

Ron draaide zich om vanaf de plek waar hij stond. Zijn mond ging open om iets te zeggen, maar sloot daarna weer zonder geluid uitgebracht te hebben. In stilte liep hij naar het raam en deed het open. Hier bleef hij even staan om van de frisse lucht te genieten.

"Hoe kun jij daar nou zo zitten, zonder nerveus te raken?" Ron's vraag was onverwachts. Zo onverwachts zelfs dat Blaise zijn boek neerlegde om hem aan te kijken. "Wat bedoel je daar precies mee?". Hij keek oprecht verbaasd. Ron draaide zich weer van het raam af en keek Blaise recht aan. "Je moet toch toegeven dat er een zekere spanning tussen ons in hangt. We zijn gezworen vijanden en jij zit hier gewoon rustig en boek te lezen alsof er niet aan de hand is. Dat is toch raar?".

Blaise leek even na te moeten denken. "Ja, er hangt inderdaad een zekere spanning tussen ons in, dat zal ik niet ontkennen. Deze spanning is echter alleen door jou gecreëerd. Ik heb daar niets mee van doen. Ook dat hele gezworen vijanden gedoe vind ik een tikkeltje overdreven. Ja, ik mag jullie Griffoendors niet, maar dat is niets nieuws. Wij mogen elkaar al eeuwen niet. Bovendien, ik hou van lezen en ik dacht dat ik nog wel een paar hoofdstukken zou kunnen lezen voor we straks gaan eten. Wie weet wanneer ik er nog tijd voor ga krijgen." Hij pakte zijn boek weer op en wilde verder gaan. "Je zou het ook eens moeten doen, het is vrij ontspannend." Hierna bleef het stil.

Ron keerde zijn gezicht weer op de buitenwereld en overdacht wat Blaise hem zo juist vertelt had. Was hij echt alleen zelf verantwoordelijk voor die spanning die hij voelde? Nu hij er over nadacht kon dat best wel eens kloppen. Er was niets gebeurd. Blaise had niets geprobeerd en had alleen maar op het bed gezeten. Ze hadden geen ruzie gehad of elkaar blikken des doods toegeworpen. Eigenlijk was er niets aan de hand.

Met een zucht liet hij zich op bed vallen en keek naar links. "Wat lees je?", vroeg hij plotseling. Blaise keek op van zijn boek. "Een thriller van ene James Patterson. Het is een Dreuzelschrijver, maar hij is erg goed. Ik heb er nog wel meer van bij me, wil je er één?" Hij reikte al naar zijn hutkoffer om er daar eentje uit te halen. Ron twijfelde even, lezen was nooit echt zijn sterkste kant geweest. Vaak teveel woorden en te weinig plaatjes. "Oké, geef me er maar een. Ik zal het eens proberen." Tenslotte leef je maar één keer en hij kon altijd Blaise de schuld nog geven als het tegen zou vallen.

Zo wil het dus dat ze de rest van de tijd, elk in hun eigen bed een boek zaten te lezen. Dat was totdat er een luidde bel door het gebouw schalde ten teken dat het avondeten zou worden opgediend.

Als hordes mieren liepen alle studenten in de richting van het hoofdgebouw. Druk pratend en overleggend over de ervaringen die ze hadden gehad. Harry zag dat sommigen nog schoolboeken mee hadden genomen en nam aan dat ze dat onder het eten nog zouden gaan afmaken. Hij vroeg ze ook af wat ze eigenlijk te eten zouden krijgen. Hij was het eten van Zweinstein gewend, wat er altijd goed hij zag en ontzettend lekker smaakte. Hij dacht niet dat ze er hier aan zouden kunnen tippen. Maar aangezien de meesten er redelijk gezond uitzagen en hij nog niet veel dooien had gezien, nam hij maar aan dat het eten van dusdanige kwaliteit was dat ze het zonder problemen konden eten.

"Harry! Wacht op mij!". Harry rolde met z'n ogen. Ginny kon heel lief zijn, maar de laatste tijd was ze meer een blok aan zijn been geweest. Ze probeerde zijn aandacht ten alle tijden op te eisen. Vooral op de momenten dat hij het eigenlijk niet zou willen. Om haar tegemoet te komen, draaide hij zich dan toch maar om.

Met een geïrriteerd gezicht kwam ze aanrennen. Haar rode haar in een ingewikkelde staart gezet. "Harry, ik moet je iets verschrikkelijks vertellen", ze keek hem met een gekwelde blik aan. "Het is echt een complete ramp." Het werd Harry nog niet heel erg duidelijk. Hij keek vragend in de richting van Hermelien die ook aan was komen lopen. Deze zuchtte eens diep en antwoordde toen. "Ginny heeft Patty Park als haar kamergenote gekregen en dat schijnt volgens haar nog al vreselijk te zijn." Harry's mond maakte een begrijpende 'oh'.

"Maar Hermelien, begrijp het dan toch, het is vreselijk. Ik kan haar niet uitstaan en zij haat mij ook. Wat heeft het voor zin om ons op dezelfde kamer te zetten?" Hermelien duwde haar in de richting van de brug, ze moesten tenslotte nog wel even bij de eetzaal zien te komen. "Ik denk dat het bij het hele idee van harmonie hoort, waar Perkamentus het aan het begin van het jaar over had. Door ons bij onze ergste vijanden op één kamer te zetten, zouden we nader tot elkaar komen."

"Oh ja, en met welke vijand zit mevrouw zelf dan op een kamer?", antwoordde Ginny snibbig. Hermelien werd een beetje rood. "Met Loena, maar dat is niet mijn ergste vijand. Bovendien kun je niet iedereen bij z'n nachtmerrie op de kamer zetten."

"Ja, ja, zo'n antwoord had ik wel verwacht van jou. Jij hebt makkelijk praten, terwijl wij allemaal moeten lijden. Nou, ik zie jullie wel weer". Ze draaide zich om en stampte de brug over.

"Sorry Hermelien, echt sorry. Normaal gesproken gedraagt ze zich echt niet zo." Ron keek Hermelien verontschuldigend aan. "Het is al goed Ron, jij hoeft je niet voor haar excuseren." Ze streek haar kleren nog eens recht. "Kom we gaan ook maar eens die kant uit, ik heb best wel trek gekregen."

Gedrieën liepen ze naar het hoofdgebouw, waar de deuren al waren geopend om de mensen binnen te laten. Ze liepen door de hal naar de deur van de eetzaal. Op de drempel bleven ze staan om hun ogen, oren en neus eens goed de kost te geven.

A/N R&R... please