Hoofdstuk acht: Informatie is zinvol, muziek zingt.

Het was de eerste dag van het weekend en het zou de laatste zijn van de vakantie. Voordat zijn laatste dagen op Zweinstein zouden aanbreken. Dat was een raar idee, aangezien Nathan er zeven jaar had rondgelopen. Hij had er vrienden gemaakt; hij had er lang geleefd. Gewerkt, geleerd en ook veel plezier gemaakt. Zonder dat hij het besefte, dacht hij terug aan de eerste dag dat hij Jon en Damon leerde kennen.

Nathan lag op het bed in de studeerkamer en bekeek de twee brandende kaarsen voor zijn neus. Het ledikant waarop hij lag, rook naar de parfum waarin hij soms, badend in het zweet, wakker werd, na de nachtmerries. Soms vond hij het prettig, omdat de vrouwelijke geuren van de parfum hem weer lieten inslapen. De roos op 'zijn' – hij had de kamer aan zichzelf toegeëigend – dressoir, verwelkte nooit, hoe rot hij zich ook voelde, hoe lang hij ook weg was.
Nathan bekeek zichzelf in de spiegel en dacht terug aan zijn tweede jaar. Aan de eerste keer dat hij die twee gekken had leren kennen. Hij was nooit het populairste studentje in Ravenklauw geweest. Met Griffoendors had hij liever niets te maken en ze waren dan ook niet interessant. Huffelpuffers had hij wel graag les mee, aangezien ze vaak heel rustig waren en je er geen last van had. Met Zwadderaars was het anders. Ze waren lastig naar de meeste mensen, maar lieten de Ravenklauwers met rust. Het waren de geleerden van school, daar hield je je niet aan op. Ze waren toch niet lastig en je kon ze soms uitbuiten om hun kennis. Nathan wist dat ze zo dachten. Maar zo zou het niet gaan.

Hun eerste ontmoeting zou gebeuren op een winterse dag. Het hagelde, sneeuwde en de Zwerkbalwedstrijd zou toch doorgaan.
Alle supporters stonden rillend aan de kant en ook Nathan had zich ertussen geschaard. Op de tribunes heerste een uitgelaten stemming, maar intussen stonden de spelers drijfnat op het veld. De snaai kon elk moment worden losgelaten. Madame Voorts, de opvolgster van Madame Hooch, stond temidden van de spelers en keek ze stuk voor stuk aan.
Zwadderich tegen Ravenklauw. Het was één van de laatste wedstrijden voor de beker en Huffelpuf had zich toevallig gekwalificeerd. Hun zoeker had met veel geluk de snaai gevangen, hoewel het team van Griffoendor een stuk beter was dat seizoen. De score was toch overduidelijk 140 tegen 120 geworden voor Huffelpuf. Doordat het jaar ervoor enkele sterke spelers van Ravenklauw afgestudeerd waren, was Zwadderich een enorm sterke tegenstander. Ravenklauw wachtte met smart op enkele eerstejaars, die zich zeer sterk hadden bewezen. Het zou dus niet bijzonder worden, aangezien men al wist wat er zou gaan gebeuren. Het zou echter wel een spannende dag worden, aangezien er iets zou gaan gebeuren, wat niemand zou verwachten.

Die grillige dag, die voor iedereen raar en grillig de geschiedenis in zou gaan, bracht een spektakel met zich mee. Net op het moment dat Madame Voorts de wedstrijd wilde beginnen en met haar magische fluit de wedstrijd wilde laten beginnen, kwamen er drie mannen in zwarte gewaden binnen gelopen. Eén man trok zijn mantel uit en droeg een grijs Dreuzelpak. De twee anderen volgden hem en stonden daar in hun zwarte tovenaarsgewaden. Opmerkelijk was dat ze er maar stonden, zonder iets te doen.
De spelers waren door hun aanvoerders al van het veld afgehaald en de hoofdmonitoren waren in alle haast bezig om hun medestudenten van de tribunes af te halen. De docenten stonden tegenover de drie vreemdelingen en Nathan stond nog net buiten het gebouw, om te zien wat er aan de hand was. Een provocatie, niet meer en niet minder, van een kleine heersende groep in de onderwereld, die zich "Grijs" noemden.
Nathan keek om zich heen en zag dat hij naast twee jongens stond, die toevallig in het vak direct naast hem hadden gestaan. Hij bekeek ze van opzij. Zwadderaars. Hij hield zich stil en hoopte maar dat ze hem zouden negeren. In Ravenklauw was hij al niet supergeliefd, hij had zo zijn vrienden, maar hij was niet populair en dat waren feiten die Zwadderaars wisten! De jongens leken echter niet van hem op te kijken en gingen verder met hun gesprek over Zwerkbal. Nathan luisterde maar half en beek de linker jongen aan, hij wist de namen niet, maar hij had de twee wel al vaker gezien. Zij waren in hun tweede jaar al populair, iets wat normaal gesproken niet voorkwam. Die jongens hadden het respect van velen gewonnen, door gewoon te doen wat zij wilden.

'Ei dat je bent!' zei de een tegen de ander, terwijl hij de "i" enorm lang rekte.
'Ach, zeur toch niet!' de jongen met het langere haar keek de bredere jongen aan, 'Wat kan er nu fout gaan aan een Dzuvibelbezwering?'
Het was alsof het zo had moeten gaan. Hij kon gewoon niets anders. Hij trok zijn mond open en begon te vertellen.
'Je kunt er iemand mee pijnigen, iemand mee genezen of iemand verlammen. De opties zijn variabel, maar er is drieëndertig komma drie procent kans dat je het juiste kiest. En dan ook nog kijken dat je weet wat je doet. Veel dus.'
De twee jongens keken hem aan en grinnikten. Eentje begon zelfs hard te lachen.
'Ja, eigenlijk heb je wel gelijk ja.' De jongen met het langere zwarte haar keek hem aan en Nathan lachte moedig terug. 'Jony is de naam.''
'Nathan!'
'Ravenklauwer hè?' de andere, naamloze jongen keek hem nu aan en keek toen naar Jony die knikte.
'Hij heeft zijn bril niet op!' Verduidelijkte de Jony, 'idioot!'
'Ja, blauw staat al jaren voor Ravenklauw ja.' Nathan moest nu zelf lachen.
'Damon is de naam, maar dat wist je waarschijnlijk wel al.'
'Zo ongeveer,' zei Nathan, 'Ja, ongeveer ja.'

'Nathan!' de stem van zijn vader liet hem schrikken, uit zijn dagdroom.

Zo, mijn kinderen, zo verliep het verhaal van de ontmoeting. Je zou zeggen dat het normaal niet zo gaat en dat klopt ook. Maar Jony en Damon zijn geen gewone Zwadderaars en Nathan is ook geen gewone Ravenklauwer. Ze zijn alle drie apart. Ze hebben een eigen identiteit, in een wereld waar dat soms moeilijk is. Daarom vonden ze elkaar. Alleen daarom. En zo vertel ik nu aan jou dit verhaal

Robyn keek op van het scherm en keek schichtig om zich heen. Haar moeder had haar geroepen en ze verstopte de laptop onder haar bed en boog zich over haar perkamenten. Ze had nog een werkstuk te maken, maar het verhaal had haar gewoon meegenomen. Terug naar de geschiedenis, naar haar geschiedenis. Zij wist hoe het zou eindigen, ongeveer, maar dat interesseerde haar nu even niet. Zij wilde alleen weten wat er was gebeurd.
'Robyn, lieverd, heb je je zomerhuiswerk nu nog niet af?' Haar moeder keek haar kamer in en zag het meisje druk over haar werk gebogen, met de radio op de achtergrond. Ze zou haar maar niet storen. Even niet.