Verdriet
Een paar gangen verder vluchtte Sam een leeg lokaal binnen. Ze liet zich op de vloer vallen en bleef roerloos liggen. Haar lichaam schokte en ze huilde. Minutenlang bleef ze liggen. Alles was stil. Ze hoorde alleen het gesnik van zichzelf.
Ze bleef liggen, langzaam werd ze wat rustiger. De tranen stopten, af en toe gleed er nog een langs haar wang. Het drong tot haar door wat er was gebeurd. En ze moest het maar accepteren. Er was niet tegen te doen. Het was nou eenmaal gebeurd.
Ze wist dat ze niet zo stom moest doen. Haar ouders waren er nooit voor haar geweest, ze had geen echte reden om verdrietig te zijn. Ze zou het toch niet merken, dat hoopte ze. Ondanks dat ze er niet waren, ze waren toch een belangrijk deel uit Sam 's leven. En dat deel leek nu opeens uitgedoofd, verdwenen.
Met een bonkend hoofd draaide ze zich op haar rug en staarde naar het plafond. Het was gewoon zo raar. Dit alles. Er kwamen twee dingen tegelijk. Haar ouders die stierven, en Remus. Ze had het nooit gemerkt dat hij een weerwolf was. En toch kende ze hem goed.
Nee, het was eigenlijk niet waar dat ze het niet had gemerkt. Ze had wel degelijk opgemerkt dat er een weerwolf op Zweinstein rondliep. Toen, die eerste avond op Zweinstein. Remus had die avond toen ook raar gedaan. Ze had er nooit meer aan gedacht. Maar toen James en Sirius er zo geheimzinnig over deden. Ze had het kunnen weten.
Met ene zucht draaide ze zich weer op een zij en staarde naar de muur. De grond was hard en koud. Maar ze had geen zin om op te staan, of te gaan zitten. Ze maakte zich eigenlijk druk om niets. Maar toch, binnen in haar voelde ze een koude leegte. De leegte die haar ouders ooit hadden gevuld toen ze nog leefden.
De deur kraakte, Sam draaide haar hoofd, maar ze kon niet zien wie er binnen was gekomen. Het maakte haar ook niet uit. Het kon haar even niet meer schelen.
'Kijk eens wie we daar hebben, ik zocht je al'
De stem drong tot Sam door.
'Wat moet je Severus' Vroeg Sam.
Voetstappen kwamen dichter naar Sam toe. Ze bleef liggen en luisterde gespannen naar de voetstappen. Een klein stukje bij haar vandaan hielden ze stil.
'Ik moet niets, Ik wil weten waarom je tegen me loog.'
Sam keek verbaasd en kwam overeind. Ze keek Severus aan.
'Hoe bedoel je?' Vroeg Sam.
'Je loog, je zei dat je in Zwadderich zat.' Antwoordde hij.
Sam knikte naar hem.
'Moet je me daar nu mee lastig vallen?' Vroeg ze.
Ze keek Severus doordingend aan. Ze zag dat hij zijn toverstok steviger vastgreep en op haar richtte. Hoewel hij haar angst aan joeg vertrok ze geen spier.
'Ik wil weten waarom je loog.' Zei hij nog eens.
'Ik heb niet gelogen.' Zei Sam rustig.
Sneep deed een stap naar voren. Sam stond op en ging voor hem staan.
'Ik heb niet gelogen.' Zei Sam nog een keer.
Severus keek haar boos aan en greep haar vast. Zijn toverstok drukte hij tegen Sam 's keel.
'Waarom deed je dat?' Vroeg hij Dreigend.
'Ik heb nooit gezegd dat ik in Zwadderich dat, dat nam jij gewoon aan.' Zei Sam.
Ze rukte zich los en liep het lokaal uit. Kon ze nooit een ergens rustig zitten.
'Wacht!' Schreeuwde Severus.
Sam draaide zich woest om en keek boos naar Severus.
'Wat moet je?' Vroeg ze.
Severus keek haar even aan. Toen draaide hij zich om. Sam keek hem boos na. Wat dacht hij wel, haar zomaar ergens van beschuldigen terwijl de fout bij hem lag.
Zonder doel liep Sam door de gangen. Ze was weer rustig. Haar woede op Severus had haar alles doen vergeten. Even dacht ze niet meer aan haar ouders en aan Remus.
'Sam?'
Sam keek om, Remus kwam aanrennen. Hij keek bezorgd.
'Gaat het met je?' Vroeg hij.
'Waarom zou het niet gaan?' Vroeg Sam.
Remus zweeg en ontweek Sam 's blik even. Sam hield haar hoofd schuin zodat ze weer in Remus ogen kon kijken.
'Wat is er?' Vroeg ze nieuwsgierig.
'De hele afdeling praat over jou.' Zei Remus.
Sam keek hem stil aan en wachtte af.
'Over de dood van je ouders, en over jou gedrag. Dat je het niet wilde vertellen. Dat jij gisteravond de hele tijd weg was.'
Sam knikte. Remus keek haar verbaasd aan.
'Je blijft Rustig?'
'Ja, het is net tot me doorgedrongen dat het nou eenmaal zo is. En daar kan ik niets aan veranderen. Ze zijn dood.' Zei Sam onverschillig.
'Vanochtend reageerde je er nog heel anders op.' Zei Remus.
'Ik weet het, maar ik heb nagedacht. En het is gewoon zo. Ik voel nog wel de plek die ooit van mij ouders was. Die is nu leeg en uitgestorven. Maar daar wen ik wel aan.'
Remus knikte.
'Goed, maar ik ging je dus even zoeken. Want er zal wel een hele vlaag van vragen op je gestort worden als je in de leerlingenkamer komt.' Zei Remus.
'En hoe weet jij dat?'
'Omdat ik mijn mond voorbij heb gepraat.'
'Je mond voorbij gepraat?' Vroeg Sam.
'Ik heb per ongelijk tegen James eruit geflapt dat ik het al wist, vanochtend. En een van de 3e jaars meiden hoorde dat. Zij heeft het meteen de leerlingenkamer rondgegooit. Ze begonnen toen vragen aan mij te stellen, maar ik antwoordde niet en ben op zoek gegaan naar jou. Ze zullen zo meteen dus alles aan jou vragen.' Zei Remus.
'Heerlijk, dat kan er ook nog wel bij.'
'Het spijt me echt.' Zei Remus welgemeend.
Sam sloeg haar arm om Remus heen.
'Ik weet het, ik vergeef het. En nu wil ik nog even met je praten.' Zei Sam.
Ze trok Remus een leeg lokaal binnen. Hij keek haar afwachtend aan.
'Ik wil een ding weten, en graag eerlijk antwoorden. Die eerste avond op Zweinstein, jij deed toen raar. Was dat ook omdat…' Vroeg ze.
'Ja, dat was inderdaad om dat ene ja.' Antwoordde Remus.
'Ik heb toen een … zien lopen vanuit het raam. Dat was jij dan. Maar er liepen nog twee beesten met jou mee. Wie waren dat?' Vroeg Sam.
'Tja, ik zou hem graag willen beantwoorden, maar dat moet ik eerst even overleggen met die personen.' Zei Remus.
Sam knikte en ging op een tafel zitten. Remus volgde haar voorbeeld en ging op de tafel tegenover haar zitten.
'En…euhh…Ik ben er nu ook een, maar moet ik dat nog melden bij iemand?' Vroeg Sam.
'Misschien wel. Maar niet aan Wafelaar, hij wilde mij al niet eens toelaten, maar Professor Perkamentus heeft hem overtuigd. Dus misschien moet je het aan hem vertellen. Ik wil wel meegaan.' Antwoordde Remus.
'Oké, en over vanochtend, ons, je weet wel…'
Remus kreeg een blos op zijn wangen.
'euhmm, ja… Misschien kunnen we dat maar beter niet aan iedereen vertellen.' Zei hij.
'Misschien wel beter aan niemand.' Zei Sam.
Remus knikte.
'misschien ook wel een goed idee.'
Het drong opeens door bij Sam hoeveel ze om Remus gaf. Nog nooit was ze met een jongen…Nog nooit had ze zo een lieve jongen ontmoet. Ze hield van hem. Nog meer dan van haar ouders. Sam keek Remus in de ogen, ze voelde de liefde die tussen hen straalde. Het was een speciale band. En die lag er al veel langer dan vandaag, gister of Vorig jaar. Ze waren al voor elkaar bestemd vanaf hun geboorte. Misschien daarvoor zelf.
'Sam''Remus' Begonnen ze op hetzelfde moment.
Ze lachten naar elkaar.
'ik wil je…' Begonnen ze weer allebei.
Weer moesten ze lachen. Sam knikte naar Remus dat hij mocht zeggen wat hij wilde zeggen.
'euhh… Sam…Ik euhh… ik heb al eens gezegd dat je een bijzonder meisje was. En dat is nog steeds zo. Je betekend heel veel voor me…en…Ik… wil je…'Stamelde hij.
'Ja, Ik wil… verkering.' Fluisterde Sam.
Ze liep naar hem toe en gaf hem een zoen.
Ze stonden nog even tegenover elkaar toen de deur oen vloog. Sam en Remus keken geschrokken naar de deuropening. Professor Adminta keek het tweetal geschrokken aan.
'Wat moeten jullie hier?' Vroeg ze bazig.
'Nou… euhh.' Stamelde Remus terwijl hij Rood werd.
'We… we wilden even rustig praten' Stamelde Sam.
Adminta keek van de een naar de ander. Sam kromp ineen en wist dat ze nog roder werd dan ze al was geweest.
'Kunnen jullie dan nu weg gaan, want ik, wil vast wat voorbereiden voor morgen.'Zei ze.
Remus en Sam knikten en verlieten zwijgend het lokaal.
Zwijgend liepen ze verder door de gangen van Zweinstein. Naar de leerlingenkamer. Tijdens het lopen vroeg Sam zich af wat ze zo meteen moest gaan antwoorden. Ze had geen flauw idee wat iedereen wilde weten. En hoe ze zelf moest reageren.
Ze keek met een schuin oog naar Remus. Maar hij leek zo te zien ook in gedachten verzonken. Ze nam het hem niet kwalijk dat hij eruit had geflapt dat hij het al wist. In zo een geval zou ze het zelf ook moeilijk hebben gevonden haar mond te houden. Hij had dus helemaal geen schuld. De enige schuld die er was lag bij Heer Voldemort.
Sam balde haar vuisten toen ze aan Voldemort dacht. Als die vent er niet was geweest was er niets aan de hand geweest. Dan had ze dit stomme gedoe niet hoeven doormaken. Dan was ze zelfs geen weerwolf geweest. En… Misschien ook niet de vriendin van Remus. Ze zuchtte, dat was het enige positieve effect geweest. Haar band met Remus was hechter geworden en uitgegroeid tot de liefde.
Voor het schilderij stonden ze even stil. Ze keken naar elkaar. Remus gaf een bemoedigend knikje aan Sam. Ze knikte terug en gaf het wachtwoord aan de Dikke Dame. Het portretgat zwaaide open. Sam aarzelde nog eventjes, wierp nog een blik op Remus en stapte naar binnen.
Alle gezichten richten zich opeens op haar, en de mensen zwegen. Een onheilspellende stilte. Zo goed als het kon negeerde Sam het. En liep ze naar Lily en Mandy, die ze aan de andere kant van de Leerlingenkamer zag staan.
Toen ze dichterbij kwam, kwam Lily haar tegemoet.
'Het spijt me heel erg Sam, Ik heb me stom en vervelende gedragen. Ik had je niet mogen slaan en niet door moeten zeuren. Het spijt me heel erg.' Zei Lily.
Ze keek naar haar voeten terwijl ze dit zij. Sam nam haar op, ze meende het echt. Sam glimlachte.
'En ik had het gewoon meteen moeten zeggen.' Antwoordde Sam.
Lily keek haar aan, haar ogen waren vochtig. Sam stak haar hand uit.
'Zand erover en we vergeten de toestand.' Zei Sam.
Lily knikte en pakte de hand aan. Sam merkte dat de hele afdeling toekeek.
Toen Sam en Lily weer loslieten ontstond er veel gemompel in de leerlingenkamer. Mandy was ondertussen bij hen komen staan. Sam keek rond, maar ze kon Remus niet meer vinden. Daisy kwam ook aanlopen vanuit de menigte. Ondanks alles was ze toch blij om haar vriendinnen weer te zien.
'Waarom vertelde je het niet meteen aan ons wat er was?' Vroeg Lily.
'Omdat ik het niet kon verwerken. Ik wilde eerst mijn eigen verdriet de baas zijn voor ik erover ging spreken.' Antwoordde Sam.
'Maar waarom vertelde je het dan wel aan Remus?' Vroeg Lily.
Sam glimlachte.
'Dat zou je wel willen weten, net als de rest van de afdeling.' Zei Sam.
'Je bent al irritant genoeg geweest, vertel het nou maar' Zei Mandy nieuwsgierig.
'Oké, toen ik gisteravond wegrende uit de grote zaal, toen botste ik tegen Remus aan. Hij merkte dat ik helemaal overstuur was. Hij wilde weten wat er was. Ik kon toen ook niet praten, maar ik heb hem de brief toen gegeven die ik had ontvangen. Dus wist hij het wel.'
Lily knikte, evenals Mandy en Daisy. Sam merkte dat alle aandacht weer op haar was gericht en mensen nu doorgaven wat zij had gezegd.
'Maar waarom gaf je mij die brief dan niet.' Vroeg Lily.
'Goede vraag, ik had hem niet bij de hand. En ik wilde het toen zelf verwerken. En ik wist dat jij vragen zou gaan stellen. Die kon ik op dat moment niet beantwoorden.'
Lily keek haar aan, Sam kreeg een blos op haar wangen. De echte reden kon ze niet aan Lily geven, dan zou ze door het lint gaan.
'Een beetje vaag, maar waar heb jij dan de hele avond uitgehangen.' Vroeg Lily.
'Jeetje, je hoort me wel helemaal uit hè. Maar ik was voornamelijk buiten.' Zei Sam.
'Waar buiten, want toen ik je riep antwoordde je niet.' Zei Lily.
'Een eind van de ingang af, ik heb eigenlijk niets gehoord.' Antwoordde Sam.
'En waar was je de hele dag?' Vroeg Lily.
'Vanochtend was ik nog buiten, tegen de middag ben ik naar binnen gegaan en heb ik liggen slapen. Dat was vannacht niet echt goed gelukt.' Zei Sam.
Lily knikte, Sam hoopte dat dit het laatste was. Ze had geen zin in nog meer vragen.
'Was Remus soms bij je? Hij was er ook de hele avond en dag niet meer.' Vroeg Lily.
Sam zuchtte, dat was dus niet de laatste vraag geweest.
'Hij was wel eventjes bij me ja.' Antwoordde Sam tegen haar zin in.
Lily, Mandy en Daisy bekeken Sam met iets te veel interesse. Snel wende Sam haar blik af en keek of iedereen nog steeds stond te luisteren.
'Owja, professor Perkamentus wil je nog spreken over jou afwezigheid vandaag. Als ik je zag moest ik dat tegen je zeggen.' Zei Lily.
'Goed, ik ga zo naar hem toe. Waren dit alle vragen?' Vroeg Sam.
Lily knikte. Sam zei hen gedag en liep de leerlingenkamer weer uit. Dan kon ze beter meteen naar Professor Perkamentus gaan en alles vertellen. Ook over het ongelukje die avond.
Voor het kantoor van Perkamentus bleef ze even staan. Ze haalde diep adem en klopte aan. Er kwam geen reactie van binnen. Zachtjes opende Sam de deur en keek door een kier. Perkamentus keek op van zijn bureau.
'Ja? Wat is er?' Vroeg hij.
Sam opende de deur verder en stapte naar binnen.
'U wilde me spreken?' Vroeg Sam.
Perkamentus knikte en gebood haar verder te komen. Sam sloot de deur en ging op de stoel aan de andere kant van het bureau zitten.
'Heeft u een idee waarom ik u wilde spreken?' Vroeg hij.
'Over mijn afwezigheid van vandaag.' Zei Sam.
Hij knikte en keek afwachtend naar haar.
'Nou, waar wacht u op. Geef een verklaring. Een goede graag.' Zei hij rustig.
Sam knikte en slikte even. Ze had het idee dat ze al eerder aan Perkamentus had moeten opbiechten dat ze een weerwolf was, maar dat was gewoon onmogelijk.
'Nou, ziet u. Gisteravond kreeg ik een brief. Deze was van mijn buurvrouw. Daarin stond dat Voldemort…'
Perkamentus gezicht vetrok.
'Spreekt u zijn naam uit?' Vroeg hij.
'Ja, altijd al. Het jaagt me geen schrik aan.'
Perkamentus knikte.
'Ga verder.'
'Euhh, in die brief stond dus dat Voldemort op het ministerie was binnengevallen en mijn ouders daarbij waren omgekomen'
Sam slikte, maar Perkamentus zei niets en bleef stil luisteren.
'Ik rende de grote zaal uit, want daar was ik toen ik de brief kreeg. Ik rende naar buiten. Daar botste ik tegen Remus. Hij wilde weten wat er was, ik vertelde hem het verhaal. Over mijn ouders…'
'Maar was de dood van jou ouders de reden dat je er niet was, want dan hoef je niet verder te gaan.' Onderbrak Perkamentus haar.
'Nee, ook, maar er komt nog meer, en dat moet ik ook vertellen.'
'Goed, ga dan maar door'
'Oké, ik vertelde het dus. Hij probeerde mij een beetje te troosten, maar vergat de tijd. De maan kwam op. Hij rende weg, zei dat ik niet moest volgen. Maar ik was koppig en volgde. Toen was het te laat. Ik…'
Sam haperde. Perkamentus keek naar haar. Hij knikte.
'Het is goed, Een goede reden waarom u afwezig was, Samen met de heer Lupos, dat was niet helemaal onopgemerkt gebleven. Maar het is vooral goed dat u het aan mij verteld.'
'Remus had mij gezegd dat ik het aan u moest vertellen.' Zei Sam
'Dat was dan een goed idee van hem, ik denk dat hij je ook wel wil uileggen wat er eigenlijk iedere Volle Maan dan moet gebeuren. En ik zal Madame Plijster inlichten, verder hoeft niemand het te weten. Ga nu maar, alles is en komt goed.'
Sam knikte en verliet het kantoor, het viel allemaal gelukkig nog mee. Maar ze had ook geweten dat Perkamentus het allemaal wel zou begrijpen.
Met een goed gevoel liep Sam terug door de gangen. Alles was toch nog goed gekomen voor haar gevoel. Het was allemaal toch wel meegevallen. Het leek haar bijna onwerkelijk dat ze de dood van haar ouders in een dag had verwerkt. Het was haar eerste zwaar gevallen, maar het viel allemaal wel mee.
Aangekomen bij het schilderij van de Dikke Dame stapte ze zonder angst naar binnen. Weer keken alle leerlingen naar Sam. Maar deze keer voelde ze de angst niet meer. Meet een goed gevoel stapte ze de andere negeerden verder. Ze besloot meteen naar de slaapzaal te gaan om nog wat te slapen voordat het avondmaal was.
Na een paar dagen was Sam weer helemaal uitgerust. En ze had de dood van haar ouders nu echt helemaal verwerkt. Alles was veel sneller gegaan dan ze had gedacht, maar ze voelde zich nu weer goed. Ze was weer haar vrolijke zelf.
Samen met Lily en Daisy wandelde ze door de gangen. Het was bijna tijd voor de avond maaltijd. Ze waren verwikkeld in een best wel hevige discussie, Lily probeerde toch steeds weer uit Sam te krijgen wat ze de hele avond had gedaan. En waarom ze Remus nou wel alles had verteld. Het eerste antwoord wat ze had gegeven vond Lily duidelijk niet genoeg.
'Nee Lil, er is geen andere reden, dat heb ik je al tig keer verteld' Zei Sam geïrriteerd.
'Kom op Sam, ben je echt niet een beetje…' begon Lily.
'Ik heb toch gezegd van niet.'
Ze versnelde haar pas, maar Lily liet zich niet afschepen en kwam weer naast Sam lopen.
'je hoeft je er niet voor te schamen hoor, je zei zelf dat het heel normaal is.' Zei Lily.
'Weet ik, ik schaam me niet. Er is gewoon niets.' Antwoordde Sam.
Ze namen plaats aan de tafel. Ze keek naar de andere kant waar Remus zat. Doordar Lily haar steeds in de gaten hield had ze nog geen tijd gehad om weer met Remus te praten. Alleen tijdens de les Bezweringen had ze hem heel even gesproken. Maar Professor Adminta had de hele les gepraat, dus had ze geen tijd gehad goed met hem te praten.
Iedereen werd stil toen Professor Wafelaar opstond. Sam keek naar hem, het gebeurde niet vaak dat hij iets wilde zeggen voordat het eten werd neergezet.
'Goedenavond allemaal, voor we gaan eten heb ik nog een paar mededelingen. Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Ik zal met het goede beginnen. De week voor kerstmis komen de Uitwisselingsleerlingen van beauxbatons. Zij zullen de hele week voor kerst hier op Zweinstein verblijven. In Februari zullen dan ook een aantal van onze leerlingen naar Beauxbatons toegaan. Mensen die willen, kunnen zich nog opgeven bij Professor Perkamentus, want er zijn nog een aantal plaatsen vrij.'
Hij zweeg, iedereen was begonnen met fluisteren.
'Ik zou dus nooit daarheen willen, hier op Zweinstein is het best.' Fluisterde Lily.
Sam draaide zich om naar haar.
'Mij lijk het wel cool, ik ben het eigenlijk helemaal vergeten, maar ik denk dus wel dat ik me ga opgeven.'
'moet je zelf weten.' Antwoordde Lily.
'Stilte graag, dan kan ik verder' Zei Wafelaar.
Iedereen werd meteen weer stil.
'Goed, dan wil ik ook even vertellen dat er dit jaar weer een kerstbal zal zijn voor iedereen in het vierde jaar of hoger. Oudere leerlingen mogen uiteraard wel een jonger persoon meenemen. Het is verplicht om in een galagewaad te komen, maar dat lijkt me verder brij logisch'
'Ik zei het toch, ik zei toch dat we een kerstbal kregen.' Zei Lily opgewonden.
'Ja dat weet ik, maar Volgens mij wil Wafelaar nog even verder.' Antwoordde Sam
Lily zweeg meteen, in de zaal was weer wat gefluister losgebroken, maar na een minuutje verstomde alles weer.
'Dan moet ik nu nog het slechte nieuws vertellen.'
Professor Wafelaar keek ernstig de zaal rond.
'Misschien hebben sommige het al gehoord of hebben het gelezen. Maar dat lijkt me sterk. Afgelopen week is het Ministerie aangevallen door "Hij die niet genoemd mag worden" Daarbij zijn verschillende doden gevallen. Ook bekenden van hier, van deze school'
Iedereen bleef stil, sommigen keken rond om te zien of er iemand miste. Sam kreeg een brok in haar keel. De dood had ze verwerkt, maar het greep haar wel aan. Ze wist dat alle leerlingen van griffoendor naar haar keken. En misschien ook nog wel andere mensen. Het was ondertussen al bij veel mensen langsgekomen dat haar ouders waren vermoord
'Daarom moet ik helaas vertellen dat het alleen nog is toegestaan aan de 6e en 7e jaars om naar Zweinsveld te gaan. Om de rest ook te laten gaan vinden wij onverantwoordelijk. Het spijt me voor de anderen.'
Wafelaar zweeg weer, Sam vond al die pauze 's nu toch wel vervelende worden, ze wilde dat hij gewoon meteen zei wat hij allemaal wilde zeggen.
'Ik snap dat er nu mensen in de problemen komen voor het kerstbal, omdat ze nog geen galagewaad hebben. Maar ik kan hen geruststellen. Over twee weken komt Madame Mallekin met haar collectie Galagewaden hierheen, zodat de mensen die er nog geen hebben er eentje aan kunnen schaffen. Dat was het dan voor nu. Eet smakelijk allemaal'
Professor Wafelaar ging weer zitten. Het eten verscheen op tafel. Sam schepte haar bord vol. Maar ze keek daarna alleen nog naar haar eten. Ze wist niet waarom. Maar nu bleek dat het misschien toch nog niet helemaal was verwerkt. De dood van haar ouders had misschien meer invloed dan ze had gedacht.
Ze staarde nog even naar haar eten, maar stond toen op.
'Sam waar ga je heen?' Vroeg Lily.
Sam keek even om, Lily schrok. Sam sloeg haar ogen neer.
'Ik ga vast naar de slaapzaal.' Zei ze.
Ze draaide zich om en liep de grote zaal uit.
In de slaapzaal liet ze zich op haar bed vallen. Er liepen weer kleine tranen over haar wangen. Zolang er niet echt over gesproken werd, dan kon ze het wel houden. Maar nu, toen Wafelaar het erover had. Het leek wel of hij gewoon haar ouders bedoelde die waren omgekomen. En helemaal verder op niemand anders doelde, hij het gewoon over haar had. Maar haar naam niet wilde noemen.
Zacht snikkend bleef ze liggen. Het voelde raar, op een of andere manier leek het wel of ze niet huilde om de dood van haar ouders. Maar gewoon… Om… Ze kon het niet beschrijven. Ze had gewoon een onbeschrijfelijk gevoel op dit moment. Het enige wat ze wist was dat het haar verdriet deed.
Zoals het nu voelde miste ze nog veel meer dan alleen haar ouders. Er was nog een oningevuld stuk. Dat stuk was samen met haar ouders verdwenen. Sam sloot haar ogen, ze kon er verder niets mee. Ze miste delen, maar ze had geen idee waar ze thuishoorden. Ergens was ze een deel van zichzelf verloren. Maar waar?
Sam draaide zich weer op haar zei. Ze dacht na, wat kon er op die lege plek horen. Er waren er twee. De ene was bestemd geweest voor haar ouders. Deze was altijd al een beetje leeg geweest, maar nog nooit zo leeg. De andere plek was ook voor iets geweest. Waarschijnlijk wisten haar ouders wat dat was. Alleen was dat geheim samen met heer ouders gestorven, en voelde ze die plek daarom nu pas.
Sam gaapte, ze was moe. Ze schopte haar schoenen uit en trok de dekens over zich heen. Ze sloot haar ogen. Nog eventjes dacht ze na over de toestand. Maar zo snel als de bui was gekomen was hij ook weer verdwenen.
Opgelucht draaide ze zich op haar zij. Ze gaapte nog eens. Ze was echt moe. Ook al was het pas… Ze opende haar ogen… Half acht. Naja, als je moe was moest je slapen. Sam sloot haar ogen voor de zoveelste keer en binnen een paar minuten was ze in dromenland.
