Weet je dat het vervelend is als er zeven vampiers (niet allemaal even geïnteresseerd) zitten toe te kijken hoe je zit te eten? Vooral Aro zat naar me te kijken alsof ik hem vertelde hoe je de wereld veroverde in drie stappen.
Ik zat op het trapje van de verhoging met een zilveren bordje op schoot. Stokbrood. Ik had een hekel aan stokbrood sinds onze zomervakantie van vorig jaar: zes weken alleen maar stokbrood eten. Maar ik had natuurlijk geen keuze. Als je maar één keer in de twee dagen wat te eten krijgt, moet je niet kieskeurig zijn. Ik probeerde zo beschaafd mogelijk te eten, want ik had publiek, weetje.
Wat me tijdens mijn verblijf was opgevallen, was dat alle vampiers om me heen naarmate de dagen voorbij waren gegaan, steeds prikkelbaarder en norser werden. Dat verschil was vooral bij Aro te merken. Ook werd ik door elke vampier in mijn aanwezigheid aangekeken alsof ik een coupe Mont Blanc met een waterval van chocoladesaus was.
Toen ik klaar was met mijn eenvoudige maaltijd, moest ik mijn eetgerei naar het kleine keukentje in Felice's kantoortje brengen. Daar aangekomen probeerde ik haar vuile blikken en gemene opmerkingen te negeren. Ik zag dat ook zij nog onder de blauwe plekken zat, vooral een hele grote op haar slaap. Net toen ik terug naar de troonzaal wilde gaan, werd ik bijna omver gelopen door Demitri. Hij was alle deuren naar de troonzaal aan het openen, en mijn hart leek even stil te staan toen ik erachter kwam waarom. Van buiten kwam een bloedmooie vrouw (die ongetwijfeld een vampier moest zijn) met een hele stoet mensen achter haar aan naar binnen lopen. Toeristen. Mannen, vrouwen, oudere mensen, volwassenen, tieners, kinderen… Allemaal verwachtten ze een exclusieve rondleiding te krijgen op plekken waar je anders nooit kon komen.
Ik aarzelde geen moment toen ik zag hoe een jongetje van een jaar of vijf door de vele volwassen benen met de stoet werd meegesleurd. Ik schoot naar voren, pakte zijn kleine handje en trok hem naar me toe.
"Waar zijn je papa en mama? Zijn ze bij die mensen?" Ik wees op de groep.
Het jongetje schudde zijn hoofd. "Nana en Dada zijn in de winkel met de piestoren. Ik mocht met de mooie mefouw mee. Haar ogen zijn mooi paas, hè?"
Ik knikte. "Papa en mama waren naar je op zoek, zullen we naar ze toe gaan?"
Dat vond het kleine ventje goed en hij wilde al weglopen, maar ik trok hem achter een plant.
Toen alle toeristen en vampiers weg waren, bracht ik het jongentje naar de deur.
"Je moet teruggaan naar de winkel waar je papa en mama zijn, en dan krijg je een ijsje, goed? Ik kan niet met je mee…"
"Moet jij ook naar je nana en dada?"
Ik zuchtte. "Zoiets…" Toen deed ik de deur open en duwde hem zachtjes naar buiten.
Voor zover ik wist, had niemand iets van mijn actie gemerkt. Ik had het geluk dat de ouders van het ventje niet bij de ongelukkigen hadden gezeten, want die had ik nooit overgehaald.
"Welkom gasten, welkom in Volterra!" Dat was het teken. Nu zouden ze beginnen. Ik had geen tijd te verliezen. Ik gooide mijn hakken uit en sprintte op mijn blote voeten naar de troonzaal. Het gegil begon toen ik de deur open deed. Zwarte figuren flitsten door de zaal, terwijl ze de doodsbange mensen aanvielen. Mijn oog viel op een meisje van ongeveer mijn leeftijd, die ineengedoken in het midden van de zaal zat. Ik kon haar met geen mogelijkheid bereiken zonder min eigen leven op het spel te zetten. Als vampiers eenmaal begonnen zijn met drinken, is er geen stoppen meer aan. Opeens stond er een jonge vrouw voor me. Ze duwde een baby in mijn armen.
"Cornelia Johnson, London." Zei ze snel voordat een zwarte flits haar op de grond gooide.
Ik rende de zaal uit en liet de gillende mensen achter me. Ik zou dit onschuldige kindje redden, dat beloofde ik de baby en zijn dode moeder.
Gelukkig voor mij had Felice nu pauze, die was vast even de stad in gevlucht voor deze afgrijselijke gebeurtenis.
Ik ging op de bureaustoel achter de balie in de hal zitten en legde het kindje op mijn schoot. Koortsachtig klikte ik op Felice's computer Internet aan. Na een paar keer klikken was ik al op een site waarop je elk adres en telefoonnummer in Engeland kon opzoeken.
Johnson, Londen. Typte ik in. Er verschenen talloze Johnsons op het scherm, maar ik pikte de enige C. Johnson eruit.
Toen pakte ik de telefoon en toetste het nummer in. Ik drukte het toestel tegen mijn oor. Hij ging over.
"Neem op, neem ALSTJEBLIEFT op!" Smeekte ik.
"Met miss Johnson." Klonk het aan de andere kant van de lijn.
"Bent u Cornelia Johnson?"
"Dat ben ik. Wie met wie spreek ik?"
"Mijn naam is volstrekt onbelangrijk. Is er recent iemand van uw familie of vrienden naar Italië gegaan?"
De stem aan de andere kant van de lijn klonk verward.
"Nou, mijn dochter Sarah en haar man en zoontje…"
"Ik bel over hun zoontje. Mevrouw, er is een ongeval gebeurd, ik heb geen tijd om het uit te leggen en u zult me toch niet geloven, maar als u het leven van uw kleinzoontje wilt redden smeek ik u per direct naar Italië te komen!"
"Wat is er met Sarah?!" Klonk het paniekerig.
"Mevrouw, luister naar mij. U MOET DIRECT NAAR ITALIË KOMEN OM HET LEVEN VAN UW KLEINZOON TE REDDEN! Boek voor vanavond nog een vlucht naar Pisa en ga vandaar gelijk naar Volterra. V-O-L-T-E-R-R-A!"
"Is dit een grap? Waar is Sarah?!"
"Uw dochter is vermoord mevrouw, maar ze heeft me net op tijd de baby kunnen toevertrouwen. Ik wil gewoon dat hij veilig is! Geloof me! U weet niet waar u mee te maken heeft! Als u in Volterra bent, draag dan een rode jas met een witte hoed en een zwarte tas, zodat ik u kan herkennen. Ik draag een oranje sjaal! Haast u nu!"
Toen hing ik op. Op dat moment kwam Felice binnen. Ze leek te hebben gehoopt dat ik lunch was geworden.
"Felice, je moet me helpen!" Riep ik smekend.
"Waarom zou ik? Jij hebt mij en mijn familie in gevaar gebracht!"
Ik liet haar de baby zien. Ik zag dat ze schrok.
"Deze baby heb ik gered. Zijn oma komt hem zo gauw mogelijk halen. Het enige wat je hoeft te doen is morgen met een oranje sjaal op het plein te staan. Ik schrijf een brief voor haar waarin ik alles uitleg."
"Maar dan breek je de regels! We moeten het bestaan van vampiers geheim houden!"
"Ik zal het in grote lijnen vertellen, zodat ik niets over hun soort vertel."
"Maar wat als de meester erachter komt?!"
"Aro? Hij zal weten dat je onschuldig bent, dat ik het gedaan heb. Wil je dit alsjeblieft doen?
Ze knikte terwijl tranen over haar wangen stroomden. Ik gaf haar de baby.
"Ik zal het beschermen alsof het één van mijn eigen kinderen is…" Fluisterde ze.
"Dankje, Felice…"
Toen trok ik mijn hakken weer aan en liep langzaam richting de troonzaal, waar het gegil inmiddels gestopt was. Ik vroeg me angstig af wat me nu weer te wachten stond…
Zo, pfoe. Weer een hoofdstuk. Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben… Vandaag wil ik er als het lukt nog een doen. Alvast de beste wensen voor 2010!
xx
