Vragen gaan altijd weer naar haar,
Soms raken ze een gevoelige snaar,
Dan weigert ze antwoord te geven,
Hoe kan ze met zichzelf leven?
Een masker van pijn op haar gezicht,
weer wat haat op haar gericht.

Want het is altijd ruzie,
Met die kleine Suzie!
tranen om haar heen,
niet dat ik snel ween!
maar 'k heb weer ruzie,
met die kleine Suzie!

Ze slaat een jongen, hard, nog een keer,
Daar, een leraar, ze slaat haar ogen neer,
"Nee meneer, echt, het gebeurt niet weer."
Ze liegt tegen de volwassenen, keer op keer.
"Ik heb niets gedaan, echt waar, meneer!
Hij schold me uit en dat deed wel zeer!"

Want het is altijd ruzie,
Met die kleine Suzie!
tranen om haar heen,
niet dat ik snel ween!
maar 'k heb weer ruzie,
met die kleine Suzie!

Maar wie heeft het meeste last van haar?
Leraren hebben meteen een antwoord klaar.
Wie dit allemaal het vervelendst vind,
Elke nacht huilt in haar slaap, dat arme kind,
Het meest baalt van elke grote ruzie,
Heb medelijden met die kleine Suzie!