Hoofdstuk 9 Het Vredeskind

Elissa opende haar ogen om ze vrijwel meteen daarna weer dicht te knijpen tegen het felle licht dat de kamer in scheen. Toen ze haar ogen op nieuw opende en aan het licht liet wennen zag ze dat ze in een vochtige harde en koude ruimte lag. Ze zag dat er een raam was waar tralies voor was gemaakt en dat de zon net op was gekomen. Ze zag Hunter voor het raam naar buiten kijken en zich nu omdraaien naar haar.

"Eindelijk ben je wakker" zei hij en knielde naast haar neer terwijl Elissa op de koude vloer ging zitten.

"Wat is er gebeurd ik heb barstende koppijn" zei ze en alles kwam terug. Het volgen van de Dooddoeners, de kus, de ruzie, het gevecht en de vreselijke pijn die ze tegen haar slaap had gevoeld.

"Weet je het weer?" vroeg Hunter en Elissa knikte.

"Ja, jammer genoeg herinner ik me alles" zei ze en stond op om naar het raampje te lopen. Haar handen sloten zich om het koude ijzer terwijl ze naar buiten keek. Er zat geen glas in en dus kwam er een zacht briesje binnen die met haar lange witblonde haren speelde.

Ze zag een prachtig uitzicht, ver van de stad vandaan met veel weiland en een riviertje.

"Weet jij waar we zitten?" vroeg ze aan Hunter die naast haar ook naar het uitzicht keek en voelde hem rillen.

"In ieder geval hoog" zei hij, "maar dit is vroeger een huis geweest, het is niet als een gevangenis gebouwd kijk maar naar de muren" vervolgde Hunter en Elissa zag dat de muren ooit behangen waren geweest en de vloer ooit prachtig was geweest want er lagen nog plinten aan de zijkant van de cel.

"Vreselijk" was het enige wat ze uit kon brengen en liep door de cel heen of ze een uitweg kon vinden, de deur was van ijzer en zat een kattenluikje in en een klein raampje aan de bovenkant nu wel met glas er in.

"Hoe ben jij hier eigenlijk terecht gekomen?" vroeg Elissa en ging op de grond zitten waar ze net had gelegen en Hunter kwam tegenover haar zitten.

"Ik zag dat jij op de grond viel, ik vocht met die Dooddoener maar er kwamen er steeds meer bij, uiteindelijk hadden ze mij ook te pakken en werd hier wakker net als jou" vertelde Hunter.

"Wat moeten ze toch van jou?" vroeg hij en keek haar diep in de ogen aan alsof hij wilde zeggen: kom nu met de waarheid naar boven.

Elissa wist natuurlijk wel waarom ze steeds gevangen genomen werd. Zij was het vredeskind van de vorige oorlog en het volgende vredeskind was nog niet geboren volgens hun bronnen, en die waren groot.

Al sinds ze klein was werd ze gewaarschuwd dat ze moest uitkijken met het feit dat ze een vredeskind was. Ze mocht het nooit tegen iemand zeggen behalve als ze diegene vertrouwde en ook moest ze uitkijken met haar krachten te gebruiken. Maar af en toe was het moeilijk om haar krachten niet te gebruiken omdat ze het best vaak deed, ze was er mee opgegroeid

"Ik weet het niet" loog ze en keek naar beneden, ze was altijd heel erg slecht geweest in liegen en wist niet Hunter haar wel geloofde.

"Zeg het nou maar, ik vertel het niet door" zei Hunter.

"En word ook niet boos" voegde hij er kalm aan toe en legde zijn hand op haar knie. Met een ruk ging de deur open en kwam een Dooddoener binnen. Hij pakte Elissa bij haar arm en trok haar naar buiten. Ze kon nog net de blik van Hunter op vangen die met zijn prachtige ogen haar bezorgd aan keek. Maar de deur werd al met een knal weer dichtgegooid en ze kwam op een vrij lange gang terecht.

Ze kwam in de enige knusse kamer van het huis aan en daar stond Balthazar uit het raam te kijken. Hij stuurde de Dooddoener weg en liet Elissa staan. Het was hier veel behaaglijker dan in de cel waar zij en Hunter zaten. Balthazar draaide zich om en ze zag dat hij er gelukkig veel vermoeider uit zag en een stoppelbaardje had gekregen.

"Crucio!" schreeuwde hij voordat ze er erg in had en er ging een verschrikkelijke pijn door haar heen. Voor haar gevoel duurde het wel een uur en ze schreeuwde het uit van de pijn. Uiteindelijk stopte hij en lag ze bezweet op de grond. Ze ademde zwaar, dit zou ze nooit lang vol kunnen houden.

"Vredeskind sluit je bij ons aan en word de machtigste heks van heel de wereld" zei Balthazar en hield zijn stok op haar gericht.

"Nooit zal ik me bij zo een smeerlap als jou aansluiten!" schreeuwde Elissa en spuugde op de grond voor zijn voeten.

"Avada Kedavra!" gromde hij en Elissa kon de groene straal maar net ontwijken door opzij te rollen.

"Dacht je mij zomaar te vermoorden?" vroeg ze en duwde hem met zijn telekinese naar achteren en viel op een tafel die door tweeën brak. Meteen kwam de bewaker binnen om te zien wat het geluid was en hield haar handen vast. Hij was veel te breed en te dik om tegen te werken anders had ze hem zeker van zich afgeduwd.

"Wat moet ik met haar doen meester?" vroeg de Dooddoener en zijn greep om haar polsen werd steeds steviger.

"Breng haar maar terug" zei hij en Elissa werd ruw overeind getrokken en werd letterlijk en figuurlijk teruggesleept naar haar cel waar Hunter zenuwachtig heen en weer liep.

Toen de deur dicht was liep hij naar haar toe en knielde weer op de grond neer net als hij net had gedaan.

"Wat is er gebeurd?" vroeg hij en raakte haar bezwete voorhoofd aan met zijn koude handen.

"Ik ben zo bang" hoorde ze zichzelf opeens zeggen en omhelsde hem. Ze voelde een traan over haar wangen glijden al wist ze niet of dat van de pijn, geluk of verdriet was. Ze voelde zichzelf veilig bij Hunter.

"Het gaat wel over" zei hij en legde haar weer neer op de grond. Het was of de Cruciatusvloek nog steeds werkte. Ze voelde in haar hele lichaam pijn, vooral in haar benen.

"Dank je Hunter" zei ze en keek hem aan.

"Waarvoor?" vroeg hij en ze zag hem wat brood pakken, zo te zien was er net eten gebracht.

"Dat je mijn steun en toeverlaat bent" zei ze en voelde haar stem trillen en Hunter gaf haar een stuk brood dat ze op at al was het zo droog als gort.

"Daar heb je vrienden voor" zei Hunter en nam zelf ook een hap brood.

"Ja, vrienden" zei ze en sloot haar ogen om de pijn te laten weg zakken.

"Nee, iedereen behalve hen" mompelde Rachel de hele tijd terwijl het groepje rebellen om de tafel zat, het was de dag na het gevecht en Kit had alles gezien wat er gebeurd was met Elissa en Hunter.

"Alsjeblieft je doet net of ze dood zijn" zei Kit die er ook niet erg prachtig uitzag. Ze zag er lijkbleek en erg bezorgd uit.

"Nou misschien zijn ze dat ook wel, Elissa is het vredeskind van de vorige oorlog en…" het werd stil en Rachel sloeg haar handen voor haar mond. Dit was iets dat Elissa haar in vertrouwen had verteld en nooit door mocht vertellen aan wie dan ook. Iedereen keek haar met open mond aan of staakte waarmee ze bezig was

"Is Elissa een vredeskind?" vroeg Mimi met een verbaasde blik.

"Ja, natuurlijk dat verklaard waarvoor ze de krachten van de lucht heeft" zei Kiki.

"Wat is een vredeskind precies, ik heb er veel voer gehoord maar weet nou nog steeds niet wat het is" zei Kit.

"Dat is een kind die in elke oorlog word geboren en de krachten heeft van lucht. Het is niet zomaar een kind, het is een kind dat tussen goed en kwaad geboren is en als het gedood word is de hoop weg dat de oorlog stopt. Dus is het belangrijk dat een vredeskind nooit gedood word anders is de hoop weg" legde Kiki uit die Mimi voor was.

"Dan moeten we haar als de gesmeerde bliksem gaan redden" zei Kit.

"Dat probeer ik jullie al een tijdje wijs te maken, maar het enige probleem is dat we net weten waar ze is" zei Rachel en zuchtte, hoe kon Elissa toch altijd zo erg in de problemen komen?

Heel erg bedankt voor alle reacties die ik heb gekregen! Ik heb er echt heel veel aan D Maar ook mijn excuses dat ik een tijd niet heb gepost '( maar ik heb het erg druk met school. Maar natuurlijk zal ik in de kerstvakantie wel veel posten! Want ik heb nu ook tentamenweek ( maar toch post ik een stukje. En later komt er meer D

Xx Gm