Hoofdstuk 9

Hermelien bleef de volgende dag in haar bed liggen. Blijkbaar had Malfidus Astoria verteld dat ze zich niet goed voelde, want rond de middag stak Astoria bezorgd haar hoofd om de deur.

"Is alles in orde?" vroeg ze, terwijl ze de kamer binnenkwam. Ze had wat rode ogen, het leek wel alsof ze had gehuild.

Hermelien voelde zich nog altijd wat trillerig. Na die nachtmerrie was ze niet meer in slaap kunnen vallen, en had ze steeds moeten denken aan die steek die Malfidus haar nog had gegeven voor hij was vertrokken.

"Het gaat," mompelde Hermelien, terwijl ze zwakjes glimlachte. "Ik denk dat ik wat griep heb opgelopen."

Ze wilde Astoria niet onnodig ongerust maken, dus zei ze er nog snel achter: "Maar ik voel me nu toch al stukken beter dan dezenacht!"

"Draco heeft me verteld wat er was gebeurd," zei Astoria zachtjes terwijl ze op het bed ging zitten.

Hermelien stond al klaar om haar excuses aan te bieden vanwege het incident van die nacht, toen Astoria opeens uitriep: "Oh, Hermelien! Wat vreselijk dat je dat hebt moeten meemaken! Geen wonder dat je gisterenavond opeens zo bleek was! Natuurlijk wil je nooit meer een voet in dat huis zetten!" Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en zuchtte heel hard, daarna nam ze Hermeliens handen vast en keek ze haar doordringend aan.

"Oh, Hermelien, ik zweer het je, ik wist er echt niks van!" Astoria kreeg tranen in haar ogen. "Ik wist natuurlijk wel dat je samen met Harry Potter en jouw echtgenoot had gezocht naar die gruzielementen om Jeweetwel te verslaan, maar ik had geen idee dat jullie bij Draco's ouders werden vastgehouden! En dat die – die vreselijke Bellatrix je – je heeft gemarteld! Het moet toch ondraaglijk voor je zijn om daar nu steeds aan herinnerd te worden!"

Hermelien schrok een beetje van de heftige reactie van Astoria.

"Ik dacht dat ik het had verwerkt – maar gisteren kwam opeens alles terug," mompelde ze zachtjes.

"Ik – ik wist dat de familie Malfidus geen schone lei had tijdens de Oorlog, maar – maar Draco was zó anders dan hen toen ik hem ontmoette," zei Astoria, terwijl ze haar ogen droogdepte met een kanten zakdoek. "Hij – hij heeft hier nooit iets over gezegd," ging ze verder met zachte stem, "Tot deze voormiddag dan... Hij schaamde zich er teveel over..."

Het bleef een tijdje stil. Hermelien dacht erover na dat het voor Astoria ook niet gemakkelijk kon zijn om er na zoveel jaar opeens achter te komen. Maar wat kon ze dan zeggen?

"Het was vooral Bellatrix die het ergste was," zei ze zachtjes. Ze moest weer denken aan de vreselijke pijn die ze toen had gevoeld, en die s' nachts in haar droom zo echt had geleken.

Het bleef stil. Astoria had Hermeliens hand nog steeds vast en kneep er van tijd tot tijd in. Hermelien wist niet wat Malfidus precies had gezegd, vandaar aarzelde ze even voordat ze het volgende zei: "Er waren veel ergere Dooddoeners dan de familie Malfidus, maar Bellatrix van Detta was wel de ergste en de wreedste. Maar Mal –," Hermelien kon nog net die naam inslikken, maar Astoria leek het niet op te merken. "D-Draco's moeder heeft uiteindelijk zelfs Harry gered toen hij had gedaan alsof hij dood was, waardoor Voldemort kon worden verslaan. Dus eigenlijk is het onder andere aan haar te danken dat we niet meer onder zijn terreur moeten leven."

Astoria keek verbaasd op. "Hier heeft Draco niks over gezegd." Daarna sloeg ze haar hand voor haar mond. "En ik heb net nog zoveel vreselijke dingen tegen hem geroepen! Misschien had je dat wel gehoord. Gelukkig was Scorpius buiten bij Isaac…"

Hermelien knikte zachtjes. Ze had inderdaad wel iemand horen roepen, maar ze vond dat ze daar geen zaken mee had. Ieder koppel had wel eens ruzie waarin harde woorden vielen.

Het bleef een tijdje stil, waarna Astoria op stond en haar ogen nog voor een laatste keer depte.

"Ik moet hem gaan zoeken. Zeker nu –," Astoria viel stil en liep naar de deur. "Ik zal straks nog eventjes langskomen, goed?"

Hermelien knikte zwakjes en zag Astoria door de deur verdwijnen. Ze stond met een kreun op van haar bed en nam het boek dat ze aan het lezen was. Misschien zou het haar gedachten wel afleiden wanneer ze zich kon verliezen in het verhaal. Ze zette zich neer op haar gebruikelijke plekje bij het raam. Regelmatig keek ze naar buiten, het was opnieuw beginnen sneeuwen.

Dikke vlokken vielen uit de lucht en zorgden ervoor dat alle voetstappen van de dag ervoor verdwenen. Opeens zag ze een zwarte figuur voor de poort verschijnselen en naar het huis toe lopen. Hermelien hoorde in het huis een deur open – en dichtgaan, waarna ze een dik ingepakte Astoria zag die naar de persoon heen liep. Het daagde bij Hermelien dat de zwarte figuur Malfidus was. Astoria sloeg meteen haar armen om hem heen, Malfidus bleef met een gebogen hoofd staan. Het viel Hermelien opeens op hoeveel lasten hij met zich mee moest dragen. Voor hem kon het allemaal ook nooit gemakkelijk zijn geweest, wie weet wat hij nog allemaal had meegemaakt in de periode dat Voldemort bij hun thuis resideerde. Ze herinnerde zich nog goed hoe bleek hij die nacht was geweest voordat hij zich had hersteld en haar kamer was uitgelopen. Astoria legde haar hand op zijn wang, en pas door die aanraking kwam Malfidus eindelijk in beweging. Hij sloeg zelf zijn armen om zijn vrouw heen. Pas na enige tijd kwamen de twee dichter naar het huis en zag Hermelien dat Malfidus maar dun gekleed was. Blijkbaar was hij in pure woede naar buiten gestormd zonder zich iets aan te trekken van het weer. Toen ze dichtbij waren gekomen, trok Hermelien zich wat terug en verschoof ze de gordijnen een beetje, ze wilde niet dat haar werkgevers dachten dat ze hen aan het bespioneren was, hoewel ze dat in feite wel aan het doen was. Ze leunde met een zucht tegen de muur en besefte dat Astoria werkelijk veel van Malfidus moest houden, ondanks alle verhalen die ze waarschijnlijk voor hun huwelijk had opgevangen.

Hermelien werd een paar uur later wakker door een zacht klopje op de deur. Niet lang nadat Malfidus was teruggekomen, was ze terug op bed gaan liggen en was ze blijkbaar toch nog in slaap gevallen. Astoria kwam nog eens kijken hoe het met haar ging. Hermelien zag direct dat alles weer goed was tussen haar en Malfidus. Astoria's ogen twinkelden weer, en ze lachte ook terug meer. Ze had het niet meer over het gesprek dat ze een paar uur daarvoor hebben gehad.

"Ik kwam nog eventjes zeggen dat je twee weken vakantie krijgt, terwijl wij naar de ouders van Draco gaan," zei Astoria. "Je wilt natuurlijk ook kerst met je familie doorbrengen."

Hermelien was blij met het aanbod. Hoewel Astoria het onderwerp niet meer aanbracht, zag ze het aan haar blik dat die heel goed besefte wat een opluchting dit voor haar was.

"Bedankt, Astoria," zei ze zacht. Astoria kneep nog even in haar hand, en stond toen op. Haar blik gleed over Hermeliens nachtkastje en opeens bleef ze stokstijf staan. Ze fronste haar voorhoofd en leek ergens aan te denken. De uitdrukking op haar gezicht veranderde in een van bezorgdheid.

"Is er soms iets?" vroeg Hermelien.

Astoria schrok op uit haar gedachten, ze keek haar doordringend aan en kreeg toen een vastberaden uitdrukking op haar gezicht. "Ik moet het gewoon zeggen, ik kan niet anders," mompelde ze zacht.

"Wat moet je zeggen?" vroeg Hermelien verbaasd.

Astoria beet even op haar lip, maar begon toch te spreken.

"Weet je, toen Draco en ik op zakenreis waren, was er opeens ergens een opschudding. Blijkbaar hadden een paar tovenaars een duel gehouden, waarna een persoon snel vluchtte. Dat gebeurt natuurlijk wel vaker, maar waarom ik dit vertel is dat de persoon die vluchtte ... Oh, dit is echt te erg voor woorden," Astoria wendde haar blik van Hermelien af en ademde eens diep in. Hermelien zelf vroeg zich af waarom Astoria hier ineens over begon. Wat had dat duel met haar te maken?

"Draco vertelde mij dat ik het onder geen beding aan jou mocht vertellen, maar ik vind dat je het gewoon moet weten!"

"Wat vind je dan dat ik moet weten?" vroeg Hermelien verbaasd. Waar had Astoria het toch over?

"De man die vluchtte botste tegen ons op. Ik kon zijn gezicht duidelijk zien en ik herkende hem… Alleen wist ik niet direct waarvan," zei Astoria een beetje verward. "Pas later besefte ik waar ik hem van kende ... Oh, Hermelien, ik vind het –," Astoria stopte abrupt toen de twee vrouwen de stem van Scorpius hoorden roepen naar zijn moeder.

"Oh," zei Astoria een beetje verschrokken terwijl ze snel naar de deur liep. Ze beet nog een keer op haar lip, maar keek Hermelien niet meer aan. "We – we hebben het er later nog wel eens over. Eens kijken waarom Scorpius zo riep."

Snel deed ze de deur open en liep ze met grote passen de gang op. Ze liet een verdwaasde Hermelien achter. Wat bedoelde Astoria toch met dat verhaal? Ze vond dat ze nogal verward was geweest. Misschien was ze een beetje verschrokken van dat duel en had ze zich dingen ingebeeld? Of voelde ze zich zo schuldig over de gebeurtenissen in het verleden dat Astoria vond dat ze iets moest zeggen om haar daarvan af te leiden. Jammer natuurlijk dat net op het moment dat Astoria het wilde zeggen, Scorpius ertussen kwam.

Hermelien zuchtte eens hard en stond toen op om naar de badkamer te gaan. Een frisse douche zou waarschijnlijk wel eens goed doen.

De volgende dag had Astoria het niet meer over het gesprek, en Hermelien vroeg er ook niet verder naar. Ze bedacht dat Astoria nogal in de war was geweest, na al die emoties… Zelf voelde ze zich al stukken beter, en dus was ze weer begonnen met de lessen van Scorpius. De twee zaten in het klaslokaal en Scorpius kon het niet laten om Hermelien te smeken om mee te gaan naar de Malfidussen.

"Dat gaat toch heel leuk worden! Oma en opa hebben een heel groot huis! Ze zeggen zelfs dat het soms spookt, maar daar heb ik toch nog niks van gemerkt hoor" zei hij, een dapper gezicht opzettend.

"Op Zweinstein hebben ze ook spoken, wist je dat al?" zei Hermelien, hopend dat ze hiermee de aandacht van Scorpius kon verleggen zodat hij niet meer over het idee van een gezamenlijke kerstmis bij de Malfidussen zou denken.

Scorpius trok een verwonderd gezicht. "Wauw! Echt? Daar heeft papa of mama nog nooit iets van gezegd!"

Hermelien leek in haar opzet te slagen, en ging verder: "Ja, elke afdeling heeft een eigen spook. Bij Griffoendor is dat bijvoorbeeld Haast Onthoofde Henk."

"Haast Onthoofde Henk?" vroeg Scorpius verbaasd, "Hoe komt die nu aan zo'n naam?"

"Eigenlijk heet hij Heer Hendrik van Malkontent tot Maling, maar iedereen noemt hem Haast Onthoofde Henk want – tja, hij is haast onthoofd."

"Maar hoe kan je nu haast onthoofd zijn?"

"Henk heeft me een keer verteld dat bij zijn terechtstelling – al heel lang geleden – de beul een bot mes gebruikte. Hij sloeg wel bijna vijftig keer, maar nog zat het hoofd vast aan de rest van het lichaam met maar een heel klein stukje huid. Ondertussen was Henk natuurlijk al lang dood, dus hebben ze het zo maar gelaten," Hermelien trok haar schouders op.

Scorpius trok een heel vies gezicht. "Ieuw! Ik hoop niet dat je dat kan zien! Bah!"

"Nee hoor, Scorpius," lachte Hermelien. "Hij draagt een grote kraag om zijn nek, zodat zijn hoofd niet kan omvallen. Eigenlijk ziet hij eruit als een heel normaal persoon - naast het feit dan dat hij dood is."

Scorpius bleef nu maar doorvragen over de spoken van Zweinstein, moest lachen bij alles wat Foppe ooit had gedaan, maar zweeg al snel toen Hermelien zei dat Foppe zowat iedereen pest.

"Hij stuurt je expres de verkeerde kant op, dan kan je uren rondlopen zonder dat je weet waar je bent," zei ze. "Of hij gooit inkt op je, of soms achtervolgt hij je gewoon. Eén keer heeft hij op de eerste schooldag zelfs waterballonnen op ons zitten gooien. En dat terwijl we net blij waren dat we eindelijk binnen waren omdat het buiten keihard aan het regenen was."

Scorpius was zo onder de indruk van al die dingen dat hij een tijdje lang zijn mond hield. Hermelien ging dus maar verder met de les, zonder nog een woord van de jongen te horen. Pas toen Hermelien alles opborg, begon Scorpius terug. "Zeg, Hermelien, je maakte daarstraks toch een grapje hé? Over Foppe de klopgeest?"

"Nee, eigenlijk niet hoor Scorpius, Foppe is echt… Foppe. Heel vervelend, maar het grootste deel van de tijd laat hij je wel met rust hoor, daar hoef je je echt geen zorgen over te maken," zei Hermelien.

Scorpius keek heel opgelucht toen hij dat hoorde. Dat maakte dat hij weer begon over dat andere onderwerp: kerstmis.

"Wil je echt niet meegaan met kerstmis? Ik kan je niet missen!" zeurde hij.

"Nee, Scorpius, ik ga ook naar mijn ouders en vrienden. Dat is ook alweer een hele tijd geleden dat ik ze nog eens heb gezien. Ik kan ze toch niet in de steek laten?" antwoordde Hermelien.

"Maar dan laat je mij wel in de steek!" riep Scorpius boos. Hij stormde de kamer uit net op het moment dat Astoria binnenkwam.

"Wat was dat allemaal?" vroeg ze verbaasd aan Hermelien.

"Ach, hij wilt per se dat ik meega naar zijn grootouders met kerstmis. Ik heb hem uitgelegd dat het niet kan, maar hij wil niks anders dan ja horen."

"Ik zal wel even met hem gaan praten, hij is echt wel op je gesteld. Net als wij trouwens," glimlachte Astoria en ging daarna achter haar zoon aan.

Hermelien bleef alleen achter in het lokaal met gemengde gevoelens. Ze was hier ook graag en zag de familie graag. Zelfs Draco Malfidus begon ze steeds meer te waarderen, ondanks dat incident van een paar nachten geleden. Toch kon en zou ze niet naar die andere Malfidussen gaan. Er waren teveel herinneringen aan dat huis en die familie verbonden.

Ze bleef nog wat verder opruimen in het lokaal, en liep daarna naar haar kamer. Op de overloop kwam Scorpius haar tegemoet.

"Hermelien, sorry, ik bedoelde het niet zo!" zei hij beteuterd. "Ik weet dat jij ook graag eens naar jouw familie zou willen gaan, maar ik had altijd gedacht…"

"Wat had je dan gedacht, Scorpius?" vroeg Hermelien vriendelijk.

"Ik –," Scorpius kreeg een rode blos op zijn wangen, "Ik dacht dat je voor altijd bij ons zou blijven…"

"Ach, Scorpius," glimlachte Hermelien een beetje ontroerd. "We zien elkaar maar twee weken niet. Die twee weken dat je ouders weg waren zijn toch ook omgevlogen? Ik wed dat je veel plezier zult hebben, en mij helemaal vergeet."

"Ja, je zult wel gelijk hebben," antwoordde Scorpius, die nog altijd een beetje treurig keek. Hermelien bukte zich zodat ze hem op ooghoogte kon aankijken.

"Wat zou je ervan zeggen dat we eens koekjes gaan bakken? Dan kan je die misschien meenemen naar je grootouders."

"Maar – ik kan helemaal niet bakken," zei Scorpius, wiens gezicht toch een beetje opfleurde.

"Dat is niet erg, ik ben er toch bij?" zei Hermelien. "Jij mag kiezen welke koekjes we gaan bakken."

"Hmm," zei Scorpius serieus, hij hield zelfs zijn kin in zijn hand vast en deed alsof hij hard nadacht. Hermelien lachte.

"Ik weet het!" zei hij na een tijdje. "We kunnen speculaas bakken!"

"Oké, dat is goed," zei Hermelien, die in haar gedachten al alle ingrediënten naging. Normaal zouden ze alles wel in de keuken kunnen vinden. Ze stond terug recht. Toen ze naar beneden liepen, voelde ze hoe Scorpius' hand in de hare gleed. Hermelien glimlachte en bedacht zich dat ze zo'n geluk had dat ze aan deze jongen mocht lesgeven.

Toen het afscheid daar was, poogde Scorpius toch nog om Hermelien mee te krijgen, maar na een dreigend "Scorpius!" van Malfidus, hield hij al snel zijn mond.

"Hermelien, ik hoop dat je een geweldige vakantie gaat hebben. En alvast een vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar," zei Astoria, waarna ze Hermelien op haar wangen kuste en haar kort omhelsde. Malfidus aarzelde eventjes en gaf haar toen maar gewoon een hand. "Fijne vakantie," zei hij weinig enthousiast. Hij was duidelijk het voorval van een paar dagen geleden nog niet vergeten.

Hermelien besloot om zich hiervan niks aan te trekken en zei opgewekt: "Bedankt, en feest natuurlijk goed!" Ze keek echt uit naar haar vakantie.

Ze nam Scorpius even apart en drukte hem een klein cadeautje in zijn handen. "Pas opendoen op kerstavond hé?"

Scorpius knikte blij, en bleef in de deuropening staan terwijl Hermelien de oprit afliep. Nadat ze de poort was doorgestapt, zwaaide ze nog een keer naar de kleine figuur in de deuropening, draaide toen rond haar as en weg was ze.

Daar stond ze weer voor haar oude, vertrouwde huis. Het leek alsof ze er al eeuwen niet meer was geweest, ook al was het nog maar een paar maanden geleden dat ze de deur voor de laatste keer achter zich had dicht getrokken.

Ze opende de voordeur en meteen kwam er een vertrouwde geur op haar af. Het was een zachte bloemengeur, die Hermelien direct aan Ron deed denken. Hij had voor haar namelijk ooit een keer een bloem laten betoveren, zodat deze nooit zou verwelken. Hermelien had er niet meer aan gedacht, de bloem moest nog altijd op zijn gebruikelijke plekje in de keuken staan. Ze ademde diep in en liet de geur op haar inwerken. Meteen kwamen er allerlei herinneringen terug die ze associeerde met Ron.

Ze schudde haar hoofd eventjes, zette haar koffer neer op de grond en begon het huis door te lopen. Ze merkte dat er helemaal niks veranderd was. Dat was natuurlijk wel logisch, maar toch had ze er een vreemd gevoel bij. Haar leven ging weer verder, op een andere plaats, terwijl hier de tijd bleef stilstaan.

Toen ze bij haar oude slaapkamer kwam, bleef ze staan. Ze dacht na over alle dingen die ze in die paar maanden had meegemaakt en het besef dat ze dat nooit aan Ron zou kunnen vertellen. Voor zijn dood gingen ze s 'avonds altijd samen zitten om elkaar te vertellen over wat ze hadden meegemaakt die dag. Met weemoed dacht Hermelien terug aan die avonden. Oh, wat miste ze Ron toch. Nu ze weer alleen was kwam dat besef meer en meer terug.

Ze liep door de kamer naar de kleerkast. Hier haalde ze een sjofel T-shirt van Ron uit en rook eraan. Ron had het shirt al lang geleden willen weggooien, maar Hermelien had daar een stokje voor gestoken omdat het een speciale betekenis had voor haar. Het was het T-shirt dat hij had gedragen tijdens de Slag van Zweinstein, tijdens hun eerste kus. Hoewel het allang niet meer gedragen was, zat er nog steeds die geur van Ron in. Door eraan te ruiken en het gewoon al vast te nemen, voelde Hermelien zich wat beter. Ze liet zich op bed vallen en liet het deze keer wel toe dat de herinneringen haar geest overnamen.

Ze werd opgeschrikt uit haar gedachten toen de telefoon ging. Hermelien krabbelde verschrokken recht en liep naar de keuken. Het telefoontoestel stond op zijn vertrouwde plekje op het aanrecht en rinkelde schril. Het was al tijden geleden dat Hermelien dat geluid nog eens had gehoord.

"Hallo?" vroeg ze aarzelend toen ze de hoorn had opgenomen.

"Hey, Hermelien!" hoorde ze Harry opgewekt aan de andere kant van de lijn. "Ik had je al een paar keer proberen te bellen, maar toen was je blijkbaar nog niet terug."

Hermelien keek op de klok, het was vijf uur, ze was nog geen uur terug in haar huis.

"Haa, Harry. Ik vroeg het me al af wie het zou kunnen zijn. Ik ben eigenlijk nog niet zo lang terug, een uurtje ofzo."

"Ja, ik dacht het wel," zei Harry. "Waarom ik eigenlijk belde, ik vroeg me af of je geen zin hebt om met ons nieuwjaar in het Nest te gaan vieren."

Hermelien had nog helemaal geen plannen gemaakt, enkel met kerst ging ze een paar dagen – zoals elk jaar – naar haar ouders. Bovendien had ze wel zin om nog eens iedereen te zien.

"De rest van de familie komt ook, normaal gezien," vervolgde Harry.

"Ja, dat is goed," zei Hermelien. "Ik had toch nog niks gepland."

"Oké, geweldig! Ik ben er zeker van dat het fantastisch gaat worden!" zei Harry, die daarna vroeg hoe het nog bij Malfidus was geweest en met haar afsprak dat hij haar de avond voor oudejaar kwam afhalen bij haar thuis. Ze bleven nog wel een half uur praten, en nadat Hermelien de hoorn terug op de haak had gelegd, voelde ze zich een beetje eenzaam. Ze moest zich echt weer aanpassen aan een leven alleen in huis, zonder de constante geluiden van een heel huishouden om zich heen. Eerst en vooral ging ze naar de buurtwinkel, waar de Dreuzel eigenaar haar begroette met een "Haa, mevrouw Griffel, dat is allang geleden!" en waarna Hermelien antwoordde dat ze al die tijd voor haar werk ergens anders was geweest. Toen ze terug thuis kwam, maakte ze een eenvoudig gerecht klaar en zette ze zich daarmee voor de televisie in de woonkamer. Niet voor de eerste keer bedacht ze zich hoe blij ze was dat ze in hun huis via een speciaal apparaat toch elektriciteit konden gebruiken. Zeker op dagen als deze zorgde dat voor heel wat meer gemak in haar leven.