Declan Murray (16) – District 9

Ik voel mijn hart in mijn keel kloppen terwijl ik me lichtvoetig door de straten van district negen manoeuvreer. Met trillende handen houd ik het hengsel van de pot bloedrode verf vast. De duisternis van de nacht laat een constante dreiging boven mij en mijn vrienden hangen.

"We moeten hier links."

De zware, fluisterende stem van Louis weergalmt door de ijle lucht. Hoewel hij het zo zachtjes mogelijk probeert uit te spreken lijkt het als een oorverdovend kabaal aan te komen, waardoor ik hem meteen stil sus.

"Declan, doe niet zo opgefokt, er is helemaal niemand."

Geïrriteerd rol ik met mijn ogen terwijl ik de nog harder lijkende stem van Louis' broer, Isaac, negeer. Als we de hoek van de straat omlopen verschijnt het imposante vredesgebouw in mijn zicht. Gehuld in de duisternis lijkt deze nog killer, nog wreder dan dat hij er verlicht uit ziet.

Geruisloos lopen we richting het vredesgebouw, alleen onze hijgende ademhalingen zijn hoorbaar. Hoe dichter we bij het vredesgebouw lijken te komen, hoe groter deze lijkt te worden en hoe kleiner het me laat voelen. Alles in mijn hoofd zegt dat deze actie gaat mislukken, en toch loop ik stoïcijns door. Alles staat op de automatische piloot.

Ik ontwaak als het ware weer uit mijn trance als ik nietsvermoedend tegen het grote podium voor het vredesgebouw loop. Uit schrik laat ik de pot bloedrode verf uit mijn handen glippen en deze valt met een hels kabaal op de betonnen vloer. Een schok van schrik verspreid zich door mijn hele lichaam als de geluidsgolven aankomen in mijn oorschelpen. In mijn ooghoeken zie ik Louis, die al bovenop het podium staat, geïrriteerd naar me kijken.

"Is het misschien een idee dat je die pot in je hand klemt terwijl je de trap oploopt?" vraagt hij op een verwijtende toon.

Ik hoor Isaac en Luka zachtjes grinniken. Geïrriteerd grijp ik de pot verf van de grond, die gelukkig nog heel is, en storm ik het trapje op. Volgens mij zien ze dit echt als een schoolreisje. Snappen ze niet dat als we worden gesnapt, we alle drie simpelweg dood zullen zijn? Zuchtend snel ik me richting de imposante deur en zet ik de pot verf voorzichtig naast me neer.

"Laten we dit zo snel mogelijk doen," weerklinkt mijn schorre stem zachtjes door de lucht heen.

Ik steek mijn hand in mijn diepe jaszak en sluit mijn tengere vingers om de kwast daarin. Luka probeert met zo weinig mogelijk geluid de stugge deksel van de pot verf los te maken. De kleine plop die volgt betekent het begin van onze missie. Isaac en Louis dopen hun kwasten in de bloedrode verf en beginnen zonder aarzeling wild letters te verven op en naast de enorme deur.

Nadat ik voor de laatste keer angstvallig om me heen kijk doop ik uiteindelijk ook mijn kwast in de rode verf. De dikke, smeuïge, rode verf glibbert met slierten van mijn kwast af als ik voorzichtig de kwast uit de pot haal. Als ik langzaam richting de muur begin te lopen vallen er dikke klodders verf op de grond. Zo laat ik bloedrode strepen achter op het podium, alsof er hier net iemand gruwelijk is vermoord.

Als ik opkijk naar de muur zie ik dat de eerste zin al compleet op de muur staat:

'Dood aan Snow.'

Een kleine glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik die tekst lees. De aarzeling die ik eerder had verdwijnt nu als sneeuw voor de zon en vastberaden beweeg ik me naar de muur.

Met grote vegen breng ik de verf aan op de muur en vorm ik letters die geschreven lijken te zijn in bloed. Langzaam verspreid een nieuwe emotie zich door mijn lichaam. Een emotie die ik vanavond nog niet heb gevoeld, maar wel de aanleiding was tot deze stunt.

Woede.

Woede tegen Snow. Woede tegen de vredebewakers die mijn vader hebben vermoord. Maar vooral woede tegen het Capitool. Ik bal mijn linkerhand tot een vuist terwijl ik met mijn rechterhand zelfverzekerd de laatste twee letters op de muur verf. Trots zet ik twee stappen naar achter om het ontstane woord in me op te nemen.

'Verzet.'

Snel doop ik mijn kwast weer in de pot met verf en beweeg ik me weer richting de muur. De adrenaline vliegt door mijn lijf terwijl ik in een soort roes een ander woord op de muur verf. Maar mijn verstand is er helemaal niet bij. Bij het schrijven van dit woord denk ik maar aan een ding; mijn vader. Mijn dappere vader die net zoals ik vele acties heeft ondernomen tegen het Capitool. Mijn vader die het altijd voor de burgers in district negen opnam. Mijn vader die na honderd zweepslagen is doodgebloed midden op het grootste plein van district negen.

Het woord wat met grote, bloederige letters op de muur geschreven is, is dan ook erg duidelijk:

'Wraak.'

Een plotselinge luide, zware stem die door de koude lucht weerklinkt haalt mij uit mijn roes. De eerste keer is het alsof de stem gedempt en vervaagt is en draai ik nietsvermoedend mijn hoofd om richting het geluid. Als ik een vredebewaker aan de andere kant van het plein naar ons toe zie lopen en in mijn ooghoeken Louis, Isaac en Luka vluchtig weg zie rennen komt de tweede schreeuw wel binnen.

"Blijf staan, dit is een bevel!"

Alle alarmbellen in mijn hoofd lijken luid te gaan rinkelen. De situatie waar ik me al die tijd voor behoedde en me al die tijd op voorbereidde komt nu echt uit. De zenuwen verspreidden zich vliegensvlug door mijn lijf en weerhouden mij om zo snel mogelijk te vertrekken.

Met mijn ogen gericht op de aanstormende vredebewaker strompel ik mijn vrienden achterna. In een halve shock klim ik over het hekje aan de zijkant van het podium en spring ik zonder aarzelen van het podium af. Met een kleine klap komen mijn voeten neer op het harde beton van het plein waarna ik direct de klap probeer op te vangen door naar de grond te zakken. Ik voel mijn hart in mijn keel kloppen net zoals dat eerder deze avond het geval was.

"Declan, rennen!"

Isaac's stem klinkt gedempt door de afstand die tussen ons zit. Ze hebben al een flinke voorsprong op mij die ik nodig moet inhalen. Ik had nooit zo moeten opgaan in het verven. Voordat ik opsta kijk ik nog vluchtig achter me.

Mijn ogen worden groot als ik ongeveer tien meter voor me de vredebewaker zie aanstormen. Verschrikt door zijn nabijheid spring ik op en beveel ik mijn benen zo snel als ze kunnen te bewegen. Gelukkig zijn mijn benen nog jong en heb ik binnen de kortste keren een flinke voorsprong. Langzaam begin ik weer adem te halen en gaan de alarmbellen in mijn hoofd steeds zachter rinkelen tot ze helemaal uit gaan. Maar dan, net als ik besef dat ik hem ongeveer wel afgeschud heb, weerklinkt zijn lage, bevelende stem weer door de drukkende duisternis. En wat deze stem uitschreeuwt laat mijn adem stokken en mijn hart direct stoppen met kloppen.

"Ik krijg jou nog wel, Declan Murray!"

Pandora Ronan (13) - District 9

Het koude, gladde metaal van het mes dat in mijn handen ligt glimt door de binnenvallende ochtendzon. Zachtjes streel ik met mijn vingers de scherpe randen. Als ik een klein beetje meer kracht zou zetten zou de vlijmscherpe rand van het mes moeiteloos in mijn vingertoppen verdwijnen. Mijn donkerrode bloed zou van mijn vingertoppen druppelen en het schitterende mes bevuilen, wat niet de bedoeling is.

Dit mes is bestemd voor iemand anders zijn bloed.

Voorzichtig beweeg ik het mes naar mijn lippen toe. Ik druk zachtjes mijn lichtroze, hartvormige lippen ertegenaan, waarna het ijskoude metaal mijn lippen bijna laat bevriezen. Langzaam open ik mijn lippen en laat ik mijn zachte, fluisterende stem door de ruimte weerklinken.

"Niet jaloers zijn op de anderen, jouw beurt komt nog."

Met een kleine sadistische lach op mijn gezicht sluit ik mijn vingers zorgvuldig om het heft. Deze is iets warmer dan het ijzer en past perfect in mijn kleine, zachte handen. Ik voel het kleine donkergroene edelsteentje die in het heft is verwerkt in mijn handpalm prikken. Een donkergroene smaragd die precies dezelfde kleur heeft als mijn pleegmoeders ogen. Dat is ook precies waarom ik deze voor haar gekozen heb.

Ik neem een flinke ademteug en gooi in een plotselinge beweging het mes van me af. Nadat het in de lucht drie keer om zijn eigen as heeft gedraaid belandt het met een kleine klap middenin de ronde schietschijf in mijn kamer. Middenin het kleine, rode, papieren hart die ik op het schietschijf heb geprikt. Daarin moeten immers ook mijn messen als mijn slachtoffer geen schietschijf is.

Met een te grote glimlach op mijn gezicht beweeg ik me naar de schietschijf. Met een felle beweging ruk ik het mes eruit en beweeg ik het gladde metaal opnieuw naar mijn lippen.

"Goed gedaan, mijn liefste. Misschien zal jouw beurt sneller komen dan verwacht," fluister ik terwijl er door mijn hijgende adem damp op het ijzer verschijnt.

Als ik het mes weer langzaam van me af breng, raak ik lichtelijk in de ban van mijn eigen weerspiegeling in het mes. Ik zie een deel van mijn hartvormige gezicht, die lichtelijk vervormd is door de kromming in het mes. Twee lichtgrijze ogen die een zweem van groen over zich hebben kijken mij doordringend en geobsedeerd aan. De rest van de weerspiegeling is in beslag genomen door mijn donkerrode krullen. Precies mijn favoriete kleur, de kleur van vers bloed.

De cynische grijns die op mijn gezicht verschijnt zie ik terug in mijn spiegelbeeld. Als ik het mes weer beschermend in mijn beide handpalmen leg, beweeg ik me richting de grootste en meest opvallende muur van mijn sobere kamertje. De muur die compleet in beslag genomen is door mijn schatten, mijn meest waardevolle bezitten die zorgvuldig daaraan zijn opgehangen.

Alle messen zijn zorgvuldig opgehangen op de donkergrijze betonnen muur die vol met scheuren en vlekken zit. Vlekken in dezelfde kleur als mijn haar. De messen, allemaal met het heft naar boven, zijn in een vaste volgorde opgehangen. Niet op grootte of schoonheid. Nee, ze zijn nauwkeurig geordend op chronologische volgorde.

Als ik het mes in mijn handen discreet op haar plek heb gehangen, wend ik me tot het mes wat helemaal links bovenin hangt. Het doffe en verroeste metaal glimt niet zo hevig als het mes wat ik net in mijn handen had. Het is ook lang niet zo scherp als die. Toen ik zeven was had ik nou eenmaal niet beschikking tot alle luxe messen waar ik nu zo gemakkelijk aan weet te komen. Maar met een simpel keukenmes kan je net zo gemakkelijk iemands hart doorboren, zolang je maar genoeg kracht zet.

Zachtjes streel ik met mijn vingers het ruwe metaal en spreek ik mijn allereerste mes toe dat vernoemd is naar het persoon wiens hart ik er zes jaar geleden mee doorboord heb.

"Mijn lieveling," mompel ik zachtjes tegen het mes terwijl ik op mijn tenen ga staan om mijn getuite lippen dichter bij het mes te brengen, "Maak je maar geen zorgen. Ik hou nog steeds het meest van jou, Verla."

Met een sadistische glimlach op mijn gezicht denk ik terug aan het moment van mijn eerste moord. Het is net of ik de structuur van het doffe metaal van het mes weer in mijn handen voel. Alsof ik de verbijsterde, angstige blik van mijn toenmalige pleegmoeder weer zie. Alsof ik het donkerrode bloed weer aan mijn vingertoppen voel kleven.

Na Verla komt Indigo, het jongetje uit het weeshuis die ik met een gerafeld mes meedogenloos de keel heb doorgesneden. Na Indigo komen Leporis, Atlas, Thalia, Winnow, Wren en natuurlijk mijn lieftallige pleegvader wiens mes twee maanden geleden aan de beurt is gekomen.

"Oh Nimmo, wat heb ik toch plezier met jou gehad," fluister ik terwijl ik me langzaam richting het op een na laatste mes beweeg. Met een sierlijke beweging grijp ik het lange, gekromde ivoren mes van de muur af en laat ik deze met een dansende beweging in mijn hand door de lucht zwieren.

Geconcentreerd sluit ik mijn ogen en laat ik het beeld van mijn vastgebonden pleegvader voor mijn ogen verschijnen. Deze herinnering staat in mijn geheugen gegrift en zal ik niet snel vergeten.

Mijn pleegvader ligt in mijn gedachten met tranen in zijn ogen op de grond. Zijn handen en voeten zijn vastgebonden met een stevig stuk touw. Zijn smeekbedes en kreten om hulp worden zwaar gedempt door de bezwete sok die ik hardhandig in zijn mond heb geduwd. Met sluipende tred beweeg ik me naar mijn vader toe, en met een sadistische glimlach op mijn gezicht ga ik in kleermakerszit op zijn borst zitten terwijl ik mijn lichte, ivoren mes stevig in mijn handen houd.

"Zo, papa," begin ik fluisterend,"Ik had een gesprek gehoord tussen jou en mama…"

Hij schudt hevig nee met zijn hoofd terwijl de tranen over zijn wangen rollen.

"Ik weet dat het niet zo netjes is om af te luisteren, maar wat ik daar hoorde baarde mij…" Ik beweeg mijn mes langzaam naar zijn gezicht toe en druk de scherpe punt van het mes ferm tegen zijn wang aan, "...zorgen."

De punt van mijn mes verdwijnt enkele millimeters onder de rimpelige huid van mijn pleegvader. De donkerrode kleur van zijn bloed verspreidt zich over zijn wang en bevuilt zo ook het felwitte ivoor van mijn mes. En kleine druppel bloed vermengt zich met zijn traan en loopt langs zijn wang op de grond.

Als het eerste bloed eenmaal gevloeid heeft, is de rest niet meer zo lastig.

Declan Murray (16) – District 9

Mijn lompe laarzen laten kleine stofwolkjes achter boven de droge aarde bij iedere stap die ik zet. De lichte ochtendzon schijnt verwarmend in gezicht terwijl een klein briesje mijn wilde, bruine haren laat bewegen. Ik luister maar half naar de stortvloed van vragen die mijn zusje aan me stelt.

"Maar hoeveel woorden hebben jullie uiteindelijk kunnen plaatsen? Zal het er nu nog steeds op staan, of zullen er schermen voor staan of zo? Wat als ze je nu herkennen, Declan?" Mijn zusje raakt enigszins geïrriteerd als ze merkt dat ik stoïcijns voor me uit staar. "Declan!"

"Edris, ik heb vanacht drie uur slaap gehad. Kun je alsjeblieft gewoon even je mond houden? Ik heb alles verteld wat ik weet," mompel ik geïrriteerd.

In mijn ooghoek zie ik Edris met haar ogen rollen waarna ze eindelijk haar mond houdt. Ik hoef echt niet om de vijf seconden er aan herinnerd te worden dat ik tijdens de boete op ieder moment ontdekt kan worden. Daar ben ik zelf al heel goed bewust van. Misschien zelfs een beetje te goed.

Als we dezelfde straat inlopen waar ik gister bewapend met een blik verf en kwast met een bonzend hart liep, lijkt mijn ademhaling weer te stokken. De hele actie lijkt achteraf gekkenwerk. Wat wilden we er mee bereiken? Alsof het volk echt ineens in opstand komt door een aantal rebelse leuzen. Het enige uiteindelijke resultaat is de kans om ontdekt te worden en hetzelfde lot als mijn vader te ondergaan.

Een rilling loopt langs mijn ruggengraat bij die gedachten. Met mijn kaken op elkaar geklemd lopen Edris en ik de hoek om waarna het vredesgebouw in ons zicht verschijnt. Een schok verspreidt zich door mijn lijf en ik sta direct stil als ik besef dat het vredesgebouw er net zo grijs uitziet als altijd.

"Waar zijn de teksten, Declan?"

De ongeloof in mijn lichaam wordt verruilt door irritatie als Edris de zoveelste vraag op me afvuurt.

"Wat denk je zelf?" spreek ik geïrriteerd uit, "Ze hebben het overgeschilderd!"

Woedend loop ik richting de inschrijfbalie terwijl Edris roepend achter me aan rent. Hoe kunnen ze nou in vier uur tijd alles hebben overgeschilderd? We hadden zo precies uitgerekend hoeveel tijd het zou duren om alles op te knappen en hoe laat we dus actie moesten ondernemen.

Ik zucht diep terwijl ik de inschrijfbalie nader. Ik besef dat ik me er wel uren woedend om kan maken, maar dat het belangrijkste nu is dat ik me gedeisd houd. Als ik ook nog opgepakt wordt is het officieel de slechtste actie in de geschiedenis van de rebellen.

Voordat ik me zo onopvallend mogelijk tot de vredebewaker achter de balie wend, bekijk ik eerst goed of het degene van gisteravond is. Ik heb zijn gezicht maar enkele seconden gezien, dus ik moest me goed concentreren op zijn gelaatstrekken terwijl ik mijn gezicht zoveel mogelijk van de bewaker afwend. Hij zal me waarschijnlijk wel meteen herkennen als hij me ziet, hij wist immer mijn naam. Maar na enkele seconden kom ik tot de conclusie dat het hem niet is.

"Declan Murray."

Met zo min mogelijk aarzeling in mijn stem zeg ik mijn naam tegen de vredebewaker die mij vervolgens zonder enige emotie of interesse inschrijft. Een lichte druk valt van mijn schouders af terwijl ik me omdraai en Edris, die vlak achter me stond, even toespreek.

"Niemand vertellen over gisteravond," fluister ik nadrukkelijk in haar oor, "ik zie je zo."

Ik geef haar een kleine kus op haar voorhoofd waarna ik me snel door de menigte van kinderen manoeuvreer. Eenmaal aangekomen in het vak van de zestienjarige jongens zie ik al snel Luka en Isaac staan. Met een serieuze en doordringende blik snel ik me naar ze toe.

"Het is allemaal weg!" fluister ik nijdig als Isaac en Luka dichtbij genoeg zijn. "Ze hebben het allemaal overgeschilderd en ik-"

Ik word ruw onderbroken door de burgemeester die luid zijn keel ophaalt door de microfoon om alle aandacht naar zich toe te richten. Meestal zou ik gewoon lak hebben en doorpraten, maar omdat het laatste wat ik vandaag wil opvallen is, houd ik direct mijn mond en wend ik mijn blik naar onze arrogante burgemeester.

Hij draagt een verschrikkelijk kanariegeel pak die pijn doet aan ieders ogen. Zijn witblonde haar zit in een grote vetkuif naar achter gewerkt en zijn glimlach ergerlijk nep. Hij zou zo uit het Capitool kunnen komen en daarom veracht ik hem met mijn hele hart.

Met zijn nasale, irritante stem begint hij het Verdrag van Verraad voor te lezen. Twee minuten lang moet ik het harde, schelle geluid wat op een enorm volume door de boxen komt geschaterd aanhoren. In die twee minuten proberen Luka en Isaac nog een paar keer tevergeefs contact te zoeken. Ik heb steeds het gevoel dat de vredebewakers die voor het podium staan naar mij kijken en dat ik bij iedere beweging die ik maak ontdekt kan worden.

Ik probeer zo stil mogelijk te staan tijdens de hele boete, zodat ik zo snel mogelijk weer veilig terug naar huis kan.

Als onze burgemeester de microfoon verlaten heeft en weer heeft plaatsgenomen op een stoel achteraan het podium, staat het meest opvallende figuur op het podium op en beweegt zich naar de microfoon. Gemma Dinwidder.

"Wat is het toch geweldig om hier weer terug te zijn voor de 71ste Hongerspelen!"

Met een glimlach alsof ze een kleerhanger in haar mond heeft schreeuwt ze het als het ware door de microfoon. Haar verschrikkelijke Capitool-accent en overenthousiaste stem laat me bijna kokhalzen. Zij is alles wat het Capitool is. Oppervlakkig, arrogant, egoïstisch en achterlijk, maar vooral blind. Blind voor de impact die de Hongerspelen echt heeft, blind voor de tirannie die wordt uitgevoerd door haar leider, blind voor de dingen die in haar land gebeuren.

"Wat heerlijk om al jullie enthousiaste gezichten weer te zien! Maar laten we niet te lang wachten, laten we direct gaan naar het leuke gedeelte!"

Ik bal mijn vuisten van woede door haar uitspraak. Het leuke gedeelte. Een onschuldig kind uitzoeken om vervolgens met het hele land te bekijken hoe deze genadeloos afgeslacht wordt. Heel erg leuk.

Als ik merk dat ik zwaarder begin te ademen en mijn hoofd rood wordt van woede, besluit ik mijn blik af te wenden van Gemma. Geconcentreerd kijk ik naar het donkergrijze beton onder me. Ik probeer ze zo goed mogelijk af te sluiten van de buitenwereld en richt mijn focus op het puntje van mijn versleten schoenen.

Bijna hoor ik niet eens de geschifte, wanhopige lach die uit de massa achter me komt. Langzaam zakt de woede weg en vind ik de manier om mijn aandacht van het podium af te houden. Ik focus me alleen op het puntje van mijn schoenen, het puntje van mijn schoenen, het pu-

"Declan Murray!"

Pandora Ronan (13) – District 9

Net als ik in mijn gedachten mijn vlijmscherpe mes wil opheffen om met deze mijn pleegvader meedogenloos te doorboren, hoor ik de deur van mijn kamer krakend en piepend opengaan. Direct wordt ik uit mijn dagdroom en roes getrokken en doe ik mijn ogen wagenwijd open. De doodsangst van mijn vader staat nog op mijn netvlies gebrand als ik recht in de doodsbange ogen van mijn moeder, Selene, kijk. Haar vette kastanjebruine haren met grijze uitgroei hangen sluik voor haar ingevallen wangen. Alles aan haar straalt angst uit.

"Pan- Pandora, de boete begint, die begint zo," stottert mijn moeder uit terwijl ze zich met knikkende knieën al voorbereid op mijn tirade.

Langzaam sta ik op uit mijn kleermakerszit en schuifel ik langzaam richting mijn pleegmoeder. Angstig deinst ze terug als ze ziet dat ik me richting haar beweeg. Haar ogen worden groot van angst en een kleine zweetdruppel glijdt langs haar voorhoofd. Rustig open ik mijn lippen om mijn moeder toe te spreken.

"Hoe durf jij onaangekondigd mijn kamer binnen te stormen," fluister ik met een intense blik in mijn ogen waarvan ik weet dat mijn pleegmoeder daar als de dood voor is. "Heb jij wel eens gehoord van een begrip dat privacy heet?"

Mijn zachte, killestem weerklinkt door mijn kleine kamer. Hoewel ik zo zacht praat dat ik bijna onverstaanbaar ben, is mijn angstaanjagende stem toch duidelijk hoorbaar door de akoestiek van mijn kamer. Zo praat ik immers altijd, want schreeuwen haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Als ik een ding in deze al miserabele wereld haat, is het schreeuwen.

"Het spijt me, ik-"

Haar zielige praatje wordt ruw afgebroken door mijn kille, cynische gelach die galmt door mijn gehele kamer.

"Ik hoef jouw troosteloze gepraat niet te horen, Selene. Als jij niet binnen tien seconden mijn kamer uit bent, zal ik er persoonlijk voor zorgen dat de buren jou net zo zullen vinden als jij jouw lieftallige man vond. Ze zullen immers op een gegeven moment wel afvragen wat er zo ligt te rotten in dit huis."

Mijn moeder staat verstijfd van de angst roerloos in de deuropening. Maar als ik langzaam fluisterend begin met tellen is ze binnen enkele seconden met een spierwit gezicht vertrokken. Met een klein lachje draai ik me om een schuifel ik weer terug om mijn ivoren mes weer op zijn plek te leggen.

"Jij hebt je taak al gedaan, Nimmo."

Ik druk mijn lippen zachtjes op het gladde ivoor waarna ik me weer wend tot het ijzeren mes. In de donkergroene smaragd zie ik direct de angst die ik net in mijn moeders ogen zag. Het is alsof ik weer recht in haar ziel kijk.

"Zoals ik al zei, misschien komt jouw beurt wel eerder dat verwacht," mompel ik met een sinistere glimlach, "Selene."

Met een sierlijke beweging keer ik mijn rug toe naar de messen en loop ik naar het spiegel die naast mijn kledingkast staat. Mijn kuise witte jurkje loopt tot over mijn knieën en om mijn nek zijn een strakke zwarte ketting. Vluchtig vlecht ik mijn donkerrode haar in twee vlechtjes waardoor ik er ogenschijnlijk schattig uitzie. Grotendeels van mijn district zal er echter niet intrappen, want iedereen denkt dat ik vervloekt ben.

Al drie pleeggezinnen heb ik versleten en als mijn prachtige nieuwe mes het hart van mijn pleegmoeder doorboort staat de teller op vier. Niemand durft bij mij in de buurt te komen. Maar er is natuurlijk altijd een enkeling die gelooft dat ik gewoon een hulpeloos klein meisje ben, die enorm de dupe is van allemaal onzinnige geruchten.

Die mensen worden dan ook gul beloond met een vernoeming voor een van mijn messen.

Helemaal alleen sta ik in het dertienjarige meisjesvak op het grootste plein van district negen. Geïrriteerd probeer ik zo min mogelijk te luisteren naar de schelle stem van onze kanarie-burgemeester. Kalm kijk ik naar de zenuwachtige gezichtjes van de meisjes om me heen. Al mijn leeftijdsgenoten staan minstens twee meter van mij verwijderd en staan met knikkende knieën voor zich uit te staren. Ik kan moeilijk opmaken of dat is omdat ze zenuwachtig zijn voor de boete, of omdat ze als de dood zijn voor mij.

Ik hoop de tweede.

Als ik mijn hoofd naar rechts wend en een klein blond meisje met een doordringende blik in de ogen kijk weet ik het antwoord. Ze begint direct enorm hard te huilen en deinst met grote ogen achteruit het vak in. Een ander graatmager meisje dat naast haar staan durft een boze blik naar me te werpen. Haar grote blauwe ogen kijken mij nijdig aam waarna ze haar lippen opent om iets tegen me te zeggen.

"Freak!"

Haar harde stem galmt door de lucht en een rilling gaat door mijn lichaam als haar geschreeuw door mijn oor wordt opgevangen. Hoe durft ze naar mij te schreeuwen. Maar omdat ik weet dat woede niet de manier is om zo'n opperhaantje af te schrikken, verschijnt er een kleine glimlach op mijn gezicht. Die kleine glimlach maakt als snel plaats voor een grote sadistische lach, en door mijn sinistere gegiechel verschijnt er al snel een doodsbange blik op haar gezicht.

"Kom, Flora, laten we ergens anders gaan staan," mompelt een ander meisje in haar oor, waarna ze samen vlug een andere plaats zoeken.

Flora. Misschien moet ik maar eens een bezoekje brengen aan Balthar. Als ik met een mes tegen zijn keel aan hem vertel dat ik zijn pasgeboren dochtertje zal verminken als hij mij niet helpt, denk ik dat hij vast nog een mes voor mij kan regelen. Misschien deze keer met een felblauwe edelsteen, dezelfde kleur als haar ogen.

"Wat is het toch geweldig om hier weer terug te zijn voor de 71ste Hongerspelen!"

Direct grijp ik met mijn handen naar mijn oren als het luide geschreeuw van onze begeleidster zich over het plein verspreid. Als ik weer naar het podium kijk zie ik Gemma Dinwidder met de grootste glimlach die haar gezicht kan houden op het podium staan.

Wat zou ik toch graag haar bij haar witblonde grijpen, ruw op de grond smijten en vervolgens haar martelen met een gloednieuw mes. Mijn lichaam vult zich met plezier als ik haar al voor me op de grond zie. Vele tranen lopen over haar wangen. Ze zou nog hysterischer en hopelozer schreeuwen dan mijn hulpeloze vadertje. Een cynische glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik er aan denk hoe ik langzaam en pijnlijk haar lichtroze lippen, opgespoten lippen eraf zou snijden. Ik zie al helemaal voor me hoe haar donkerrode bloed nog mooier uit zou komen tegen haar lichtblauwe huid. Hoe haar compleet met edelstenen belegde jurkje helemaal onder het plakkerige bloed zou zitten als ik met haar klaar zou zijn.

Plots hoor ik haar schreeuwende stem weer door de lucht galmen en word ik verbroken uit mijn geweldige fantasie. Ik bal geïrriteerd mijn vuisten terwijl ik geobsedeerd naar de enorme glimlach van Gemma kijk.

Wat ik daar niet allemaal mee zou kunnen doen.

"Wat heerlijk om al jullie enthousiaste gezichten weer te zien! Maar laten we niet te lang wachten, laten we direct gaan naar het leuke gedeelte!"

Gemma loopt op achterlijke, schuifelende manier naar de kom om daar de eerste naam uit te trekken. Ongeïnteresseerd kijk ik naar de zenuwachtige, betraande gezichtjes om me heen, het enige wat deze dag nog enigszins spannend maakt.

De boete heb ik nooit interessant gevonden. Soms, als ik de moordscènes van de Hongerspelen bekijk, denk ik er wel eens aan om mee te doen. Als ik die hulpeloze kindjes zie krijsen om hulp en de meedogenloze beroeps ze genadeloos zie martelen.

Maar al snel bedenk ik dat ik die moordscènes gemakkelijk thuis ook kan uitvoeren en dat het helemaal niet nodig is om alle verschrikkelijke Caprioolfestiviteiten te moeten doorstaan om iemand fijn te martelen. Maar als het ooit mijn kans is en ik word getrokken, dan zal ik met plezier de keeltjes van alle kindjes in de arena doorsnijden.

Gemma heeft ondertussen een minuscuul briefje tussen haar meterslange nagels. Ze houdt haar verschrikkelijke glimlach nog even fanatiek op terwijl geïrriteerd heb briefje probeert open te krijgen. Ze knippert een paar keer overdreven met haar ogen voordat haar zich vormen naar de naam op het papiertje.

"Pandora Ronan."

Eerst glipt er een klein lachje uit mijn mond en verschijnt er een kleine glimlach op mijn gezicht. Maar als snel begin ik hysterisch te lachen, harder dan mijn normale fluisterende stem. Mijn cynische en gestoorde gesnater weerklinkt over het gehele plein en ik zie alle hoofden om me heen naar mij draaien.

Terwijl ik me giechelend naar het podium beweeg denk ik aan de kleine tribuutjes die dit jaar als hulpeloze prooi door de arena zullen rennen.

Dit kan nog leuk worden.

Declan Murray (16) – District 9

Hardhandig wordt ik de kamer binnengeleid en op een stoel geplaatst die als enige meubelstuk in de grote kamer staat. Roerloos blijf ik met een verbijsterde blik in mijn ogen op de stoel zitten.

Wat is er net gebeurd?

Verward schud ik met mijn hoofd als ik alle gebeurtenissen nog een keertje op een rijtje wil zetten. Ik werd uitgekozen. Toen liep ik compleet in shock naar het podium. Achteraan het plein zag ik een vredebewaker wiens gelaatstrekken mij na enkele seconden bekend werden. Het was de vredebewaker van gisteravond.

Zijn blik kruiste direct met de mijne, en de blik in zijn ogen zei meer dan duizend woorden.

'Ik zei het toch, ik krijg jou nog wel.'

Toen begon de verwarring op te spelen. Wat heeft de actie van gisteren er nou mee te maken dat ik toen uitgekozen werd? Hij keek naar mij alsof het gepland was, en ik begreep er niks van.

Net toen ik samen met het meisje en Gemma, wiens verschrikkelijke aanwezigheid ik nauwelijks had gemerkt door mijn shock, het vredesgebouw wilde inlopen, zag ik een klein briefje roerloos op de grond liggen. Voordat ik vertrok las ik het snel, verwachtend om een onbekende meisjesnaam of mijn naam te lezen. Maar wat ik daar las was compleet in strijd met mijn verwachting.

'Titus Ivory'

Met een enorme zwaai gaat de grote deur voor me open waarna mijn moeder en zus hysterisch door de deur komen rennen.

Voordat mijn moeder of zusje ook maar een woord kunnen uitspreken open ik direct mijn lippen om vervolgens met een wanhopige, overslaande stem een vraag te stellen.

"Hoe heette de vrouwelijke tribuut?"

De enkele seconden dat ze met tranen in hun ogen twijfelen duurt voor mij veel te lang.

"Hoe heette de vrouwelijke tribuut?!' herhaal ik op een dwingende, bijna schreeuwende toon.

"Pandora nogwat," antwoord mijn moeder vluchtig en twijfelend, "Maar wat maakt-"

Ik onderbreek haar zin ruw als ik begin aan mijn tirade. Met een rood hoofd van withete woede spring ik van de stoel af en storm ik door de kamer. Met verbaasde blikken en grote ogen kijken mijn moeder en mijn zusje mij aan.

"Ze hebben me erin geluisd! Ik ben helemaal niet uitgekozen want mijn naam stond niet op dat briefje!" schreeuw ik woedend door de ruimte terwijl mijn moeder zachtjes begint met snikken, "Op dat briefje stond Titus! Titus Ivory! Verdomme, die achterbakse leugenaars. Ik ben niet uitgekozen!"

Terwijl ik van buiten mezelf helemaal verlies in mijn tirade, en ik woest schreeuwend door de kamer storm, begin ik vanbinnen te beseffen dat het spel gespeeld is. Dat ik de mannelijke tribuut voor de 71ste Hongerspelen zal zijn, of mijn naam nou op dat briefje stond of niet.

Als ik recht in de betraande, hopeloze blik van mijn moeder kijk die in haar rechterhand een klein geweven armbandje heeft, stop ik met schreeuwen. Ik beweeg me langzaam naar mijn familie waarna ik verstrengeld raak in een omhelzing.

Als ik mijn vingers naar mijn ogen wil brengen om mijn tranen af te vegen zie ik de bloedrode kleur van de verf nog onder mijn nagels zitten. Meteen schiet er een rilling door mijn ruggengraat wetende dat deze kleur over een paar weken in een nog grotere hoeveelheid aan mijn handen zal zitten.

Alleen zal het dan geen verf zijn.

Pandora Ronan (13) – District 9

Geobsedeerd kijk ik naar de houten deur die toegang geeft tot deze kamer. Ik zit op een hoge, met rood fluweel beklede stoel. Mijn korte benen komen niet tot aan de grond, dus ik wiebel sierlijk heen en weer met mijn benen terwijl ik besef dat de deur niet open zal gaan.

Met een klein hopje wip ik van mijn stoel af en huppel ik naar het grote raam die de hele kamer licht geeft. Door het raam heb je een goed uitzicht op het plein van de boete, waarvandaan alle kindjes nu langzaam vertrekken. Mijn blik valt echter op een vrouw, die achterin het plein met een oprechte glimlach met een vriendin staat te praten.

Mijn pleegmoeder.

Woedend knijp ik met mijn ogen terwijl ik geconcentreerd naar de vrouw kijk die mijn volgende slachtoffer had moeten zijn. Ik had het mes al uitgekozen, het enige wat ik hoefde te doen was moorden.

Maar zij komt later aan de beurt, veel later dan verwacht. Voordat ik haar hart zal doorboren zal ik eerst een paar andere kindjes onder handen nemen in de arena. Daar kan ik helemaal losgaan en hoef ik geen rekening te houden met sporen en bloedvlekken. Met een kleine sadistische glimlach vraag ik me af waarom ik me eigenlijk nooit eerder heb opgegeven.

Zachtjes streel ik met mijn vingertoppen de zwarte ketting die strak om mijn nek zit. Verla's ketting, die ze om had tijdens mijn allereerste moord. Ik denk dat die ketting dan maar mijn districtaandenken wordt.

Huppelend beweeg ik me weer terug naar de grote stoel en met een klein hupje spring ik er weer op. Met een doordringende blik kijk ik weer naar de grote deur, alsof ik deze met mijn gedachten kan openen. Met smart wacht ik tot deze open wordt gezwaaid en de contouren van twee vredebewakers in de deurpost verschijnen. Dan kan het avontuur echt beginnen.

Het avontuur dat zal eindigen met drieëntwintig gemartelde kinderen die levenloos en met bloed bedekt op de grond liggen. En met mij, met mijn lichaam bedekt in het donkerrode bloed van die drieëntwintig kinderen, mijn overwinning euforisch vierend.

Dun dun dunnnn.

Dat was weer hoofdstuk negen! Goed op schema, maar twee weken, hoera voor mij! :) En nu nog maar drie hoofdstukken, aaaah! :D

Dit was voor mij echt een heerlijk hoofdstuk om over te schrijven, ik keek er ook echt al een tijdje naar uit. Ik zou echt al binnen een week hadden kunnen posten qua inspiratie, maar ik wilde het hoofdstuk perfectioneren. Ik wilde deze goed hebben! En volgens mij is dat best goed gelukt, haha!

Pandora is echte loco crazy, wat ik geweldig vind! Jullie moeten niet denken dat ik gek in mijn hoofd ben, haha! Ik heb gewoon hele creatieve gedachten gangen, muahaha! Ik heb echt zoveel plezier gehad met het schrijven over haar! Heerlijk! XD

En Declan! Ik moet eerlijk zeggen dat ik lang niet wist wat ik ermee moest! Maar toen ik uiteindelijk een idee kreeg, was ik helemaal enthousiast en ook voor hem ontbrak het niet aan inspiratie! Dat wordt nog wat met hem in het Capitool haha!

Dus ik wil ten eerste de twee mensen bedanken die deze geweldige tributen hebben ingestuurd: FF-Schwarz en Jade Lammourgy, thank you! Vervolgens wil ik Jade Lammourgy nog extra bedanken voor al haar hulp, thank you so much! En last but absolutely not least, MyWeirdWorld voor de hulp en voor het zijn van mijn awesome bèta! :D

Dan wil ik nog een korte mededeling doen! Bij Boete District 7 had ik het over een aanvullend verhaal vanuit de ogen van het Capitool. Die heb ik gepost! So be sure to check that out! :D Zoek gewoon op FanFiction op: Gekeuvel en Kaviaar!

Dan gaan we weer naar de puntentelling! :)

Weer even voor de duidelijkheid:

Je krijgt 5 punten als je in het begin een tribuut hebt ingestuurd (2 tributen telt niet voor 10 punten, dat blijft 5)
Je krijgt 5 punten als je mijn verhaal followed
Je krijgt 2 punten voor een review (hier mag van alles instaan)
Je krijgt 3 punten voor een review waarin je tips geeft
Je krijgt 3 punten als je een strijdwagenkostuum hebt ingestuurd (2 kostuums telt niet voor 6 punten, dat blijft 3)

Jade Lammourgy - 44 punten
MyWeirdWorld - 44 punten
LauraTwilightHungergamesHPfa n - 39 punten
FF-Schwarz - 32 punten
Jannaatjee - 31 punten
Kirstenav - 30 punten
Cicillia - 30 punten
Madeby Mel - 25 punten
JesseGabriel - 16 punten
zyx21 - 12 punten
miniMinaxx - 15 punten
JoyMainhood - 5 punten
greendiamond123 - 5 punten

Wat je kan sponsoren voor de hoeveelheid punten dat komt nog!

Vergeet niet een review achter te laten, daar zou je me echt enorm blij mee maken! En dan zie ik jullie voor de op twee na laatste boete, District 10!

Levi :)