Heaven's gates won't open up for me

With these broken wings I'm fallin'

And all I see is you.

-Nickelback – Savin' Me

Draco groette Griffel hartelijk genoeg wanneer ze binnen stapte, alhoewel hij bijna gek werd van ongeduld. Draco had geen enkel verdomde woord van Potter gehoord. En Griffel haar brief vertelde hem dat ze laat zou zijn. Sinds ze normaal gesproken het vroeg-in-de-morgen type was, had Draco haar om 9:00 verwacht, en op het laatst om tien uur. Wanneer ze eindelijk een uur na middag binnen kwam, was Draco bijna uit zijn geest met verveling.

"Sorry, Draco, er was een crisis op het Ministerie. Zelfs wanneer ik vrij neem verwachten ze nog dat ik alles waar ik mee bezig ben laat vallen en naar ze toesnel wanneer zij het willen." Ze frommelde haar neus. "Ik neem aan dat als ik ze de gelegenheid geef ze zouden stoppen met verwachten, toch?"

Draco beet bijna op zijn tong om een bijtende opmerking te onderdrukken. Per slot had ze ingrediënten die hij nodig moest hebben, hopelijk weggestopt in de rugzak die ze momenteel in één hand had. Ze glimlachte, het blijkbaar fijn vindend dat hij de moeite nam om een opmerking in te slikken en hield de tas voor haar uit zodat hij hem aan kon pakken.

"Ik heb ook een notitie achtergelaten voor Harry om te stoppen bij de Apotheker om wat gezuurde salamander tong op te halen. Ik heb voor de rest bijna alles weten te vinden. Ik neem aan dat je de bosbes wortels had, dus heb ik niet veel tijd erin gestoken om ze te vinden. Ze zijn bijna overal te vinden dus vond ik het aannemelijk dat je ze ergens op voorraad hebt liggen. Ik heb ze zelf totaal niet meer."

Draco knipte zijn vingers en vertelde één van de huis-elven om de bosbes wortels op te halen. Hij begon de andere ingrediënten te sorteren en knikte zijn genoegen. Ze had haar werk goed gedaan. As van een levende vulkaan, eenhoorn hoef snippers, albatros eischalen, en zelfs de veren van een Nepalees Wallichs Fazant. Die waren zeker zeldzaam.

De huis-elf verscheen weer. "Meester Draco heeft geen bosbes wortels. Meester Draco heeft bosbes sap, bosbes bladeren, gedroogde bosbes, en bosbes wijn, maar er is geen bosbes wortels in Meester Draco zijn voorraad."

Draco fronste en keek naar Griffel, wie haar schouders ophaalde. "Ik denk dat ik een aantal kan halen. Er is een stuk in de royale tuinen bij Buckingham Palace."

"Is het niet bedekt met sneeuw?" vroeg Draco.

"Bij Buckingham? Verban die gedachte! De royale tuinders zouden het nooit toestaan om royale bosbessen bedekt te laten worden door sneeuw!"

Draco haalde zijn schouders op. Hij herinnerde zich vaag dat Buckingham Palace een gedeelte was van een soort maatschappelijke hiërarchie, aangezien hij nooit Dreuzelstudies had gevolgd. Dank Merlijn daarvoor, ten minste. "Is het belangrijk?"

Ze knikte en leek zich in een uitleg te gooien, zonder twijfel in detail gaande over het effect van de wortels op de toverdrank. Draco wou simpelweg beginnen met brouwen.

"Goed," zei hij. "Jij kan de verdomde dingen halen en ik begin met het voorbereiden van de andere ingrediënten."

"Kun je met me meekomen? Ik kan niet alleen de hele tuin afspeuren."

Draco gaf haar een dreigende blik. "Hoe groot is deze verdomde plek?"

"Groot genoeg dat wij tweeën lang genoeg bezig zijn met het lokaliseren van de bosbes."

"En wat stel je voor dat ik met deze doe, Griffel?" vroeg Draco terwijl zijn vleugels openklapten in onrust. "Of denk je dat de Dreuzels de aanwezigheid van een gevleugelde man niet opmerken?"

"Er zijn weinig mensen buiten in dit weer," zei ze pragmatisch. "Een simpele Kameoflagespreuk zorgt ervoor dat de ene Dreuzel ons niet ziet."

Draco fronste. Hij wilde vragen hoe goed ze was in de Kameoflagespreuk, maar herinnerde zich dat ze altijd al een spreukenwonder was. Hij moest toegeven dat het idee dat hij het huis kon verlaten hem aanstond. Zijn korte inval met Potter naar Pokeby zijn huis was een welkome respijt, maar het leek al weken sinds ze ernaartoe waren gegaan.

"Oké, Griffel. Laten we die verdomde wortels halen. Hoe denk je ons daarnaartoe te krijgen?"

"Er zijn een aantal plekken in het Paleis waar je kunt Verschijnselen. Het Ministerie wil dat de Dreuzeloverheid bereikbaar is, voor het geval dat."

"Voor het geval wat?"

Ze haalde haar schouders op. "Meningen die erg variëren, maar het dateert terug naar de tijd waar tovenaars Dreuzel heersers hielpen. Dat stopte bij Merlijn, natuurlijk."

Draco rolde met zijn ogen. Merlijn zijn liefde voor Dreuzels was legendarisch. Er waren geruchten over Merlijn zijn relatie met de Dreuzel koning, Arthur. Draco dacht altijd al dat Guinevera wegrende met Lancelot aangezien haar man seks had met zijn geliefde tovenaar…

"Zullen we?" vroeg Griffel, hem wegtrekkend van zijn historische mijmering. "Ik zal je Bijverschijnselen, als je het niet erg vind. Kunnen we vanuit hier Verschijnselen?"

Hij schudde zijn hoofd. "Niet zonder dat Moeder het doorheeft." Hij leidde haar als door een circuit door het huis totdat ze arriveerden op één van de vele balkons. Eenmaal buiten nam Griffel Draco zijn arm. Hij was plots dankbaar dat hij de tijd had genomen om een trui van kasjmier aan te trekken die morgen. Eén ding die hij niet nodig moest hebben waren visioenen – of herinneringen, of wat ze ook maar waren – van Hermelien Griffel, en al helemaal als ze van dezelfde natuur waren als die van Potter.

Terwijl ze weg Verschijnselden dacht Draco aan het beeld wat in zijn dromen rondspookte, van een bezweette Potter met een zachte glimlach. Verdomme. Hij wenste plots dat de kou hem nog deerde.

~~ O ~~

Harry was weggestuurd naar een zaak op het moment dat hij een voet in zijn kantoor zette. Het was een simpele winkeldiefstal in de Wegisweg, maar Romeo hield ervan om te bewijzen dat hij geen favorieten had door Harry zo nu en dan op junior zaken te sturen. De dader was jong, amper uit school, en werd gepakt terwijl hij probeerde een ezel te stelen uit de Magische Manage. De jongen leek wanhopig, en dun, maar iets aan zijn eerlijke gezicht herinnerde Harry aan Hagrid. Hij probeerde er niet aan te denken terwijl hij de jongen wegstuurde naar het Ministerie met een andere Schouwer terwijl hij een rapport nam van de eigenaar.

Het was een standaard zaak en Harry had niets meer te doen na zijn rapport, dus besloot hij om langs de Apotheker te gaan om de dingen op te halen die Hermelien nodig moest hebben voor de toverdrank. Haar memo had in zijn hand gefladderd wanneer hij de lift nam uit het Hoofdkwartier van de Ministerie.

Hij haalde het uit zijn zak, proberende zich te herinneren wat ze wilde. Gezuurde watersalamander tong? Hij hield de notitie omhoog en keek er kritisch naar. Salamander. Dat was het.

Hij liep bijna tegen Molly Wemel aan wanneer hij opkeek.

"Hallo, Harry! Daar ben je! Zo goed om je weer te zien."

"Um, hallo, Molly," zei hij beleefd. Ze hield een boodschappentas beet terwijl het rinkelde wanneer ze bewoog. Ze hield het omhoog en schudde het lichtjes.

"Voel je je wel goed, Harry? Je ziet wat bleekjes. Je eet vast niet genoeg, alleen levende met die vreselijke huis-elf. Zorg ervoor dat je niet verkouden raakt, lief. Ik heb net wat Pepperpeppillen gehaald bij de Apotheker voor arme Fred. Hij is weer eens verkouden, door dit vreselijke weer. Ik neem het nu mee naar de winkel voor hem," zei Molly met een vrolijke grijns.

Harry keek haar met uitpuilende ogen aan. "F… Fred?" vroeg hij stom.

Molly knikte en zuchtte. "Ik weet het, hij kan doen alsof, maar als zijn moeder moet ik de kans niet nemen. Je moet later langs Het Nest komen, Harry. We zien je niet vaak genoeg dezer dagen."

Een koude sliert van angst gleed door Harry wanneer hij zijn mond open deed om haar eraan te herinneren dat Fred dood was, maar klampte zijn kaak dicht en forceerde een glimlach. "Dat… lijkt me fijn," zei hij slapjes.

"En ik weet dat Ginny je weer wilt zien. Ik wenste dat jullie twee jullie problemen achter jullie lieten en weer een stel werden."

Harry zijn vermogen om te spreken was helemaal weggevlucht. Gelukkig leek Molly klaar met het bijpraten."

"Tot ziens voor nu, lief." Ze gaf zijn hoofd een absent klopje, liep langs hem, en zette haar weg voort naar de Tovertweelings Fopshop. Harry keek haar ongemakkelijk na en maakte een mentale notitie om langs Arthur te gaan wanneer hij terugging naar zijn kantoor.

Harry zette zijn weg voort naar de Apotheker, voorzichtig lopend met de spekgladde stoep. Voordat hij de hendel aan kon raken, opende de deur en Karel Kwast stapte naar buiten. Hun ogen hielden die van de ander voor een moment.

"Potter," zei Kwast vlak.

"Kwast," zei Harry terug.

Ze staarden elkaar naar beneden en Kwast leek iets te willen zeggen, maar hij drukte zichzelf eindelijk weg van de deurpost en liep verder de straat op in de richting van Goudgrijp. Harry zijn lip krulde. Hij zou Kwast nooit kleineren in Draco zijn aanwezigheid, maar hij zou ook nooit een goed woord over hem kunnen zeggen, ondanks het feit dat hij Draco zijn vleugels blijkbaar geaccepteerd had en een loyale vriend was.

"Aars," murmelde Harry en liep de winkel binnen.

Harry begon zijn baan te haten. Hij had Romeo zijn verdomde rapport van het incident eerder die dag net afgemaakt, plus de winkeldiefstal incident, wanneer een boodschapper binnen walste en hem commandeerde om naar Cornwall toe te gaan om een moordzaak te onderzoeken. Gelukkig waren er geen Dreuzels bij betrokken – het was een simpele zaak waar een driehoeksverhouding gewelddadig werd.

Harry had de vervreemde man opgespeurd (wie zijn vrouw zijn minnaar had vermoord in zijn woede) en immobiliseerde hem na een korte maar vermoeiende achtervolging. In het proces gleed Harry uit op een stuk ijs en landde pijnlijk, waarbij zijn dij zich verdraaide. Hij trok de man die buiten bewustzijn was naar het Ministerie waar hij opgesloten zou zitten voordat hij er werd verhoord, en liep terug naar zijn kantoor.

Hij treuzelde met zijn nieuwe rapport terwijl hij over zijn dij wreef en zijn verstuikte pols verpleegde. Hij dacht eraan om een Heler van het personeel erbij te roepen, maar elke verdomde kleine ding werd voorpagina nieuws. Het was het niet waard. Hij staarde naar het rapport zonder dat hij een woord schreef voor twintig minuten voordat hij het eindelijk opgaf en een privé Haardvuur opzocht voor Schouwers. Zijn bestemming was Villa Malfidus.

Een huis-elf beantwoordde hem.

"Mag ik met Draco spreken?" vroeg Harry beleefd.

"Meester Draco is niet thuis," zei de elf.

Harry was verrast. "Malfidus heeft het huis verlaten? Waar is hij naartoe gegaan?"

"Meester Draco heeft niks tegen Hemlock gezegd wat Meester Draco zijn plannen zijn."

Hemlock. Een charmerende naam voor een huis-elf. "Is hij alleen?"

"Hemlock weet niet. Hemlock zag Meester Draco het huis verlaten met Hermelien Griffel." De huis-elf zijn stem was dik met minachting zoals elke volbloed en Harry zijn lippen versmalden zich met irritatie. Hij vroeg bijna waar ze naartoe waren gegaan, maar wist dat de loyale wezen niks zou zeggen, al wist hij waar Malfidus was.

Hij staarde blind naar de vlammen die de huis-elf zijn hoofd omhulden. Malfidus was met Hermelien. Ze hadden de Villa verlaten. Samen. Hij forceerde een stormloop aan iets wat op paniek leek naar beneden. Zijn kaak trok zich samen en hij eindigde het gesprek voordat hij terug naar zijn kantoor liep. Malfidus en Hermelien. Waar konden ze zijn?

Harry hield zijn gezicht in zijn handen en rustte zijn ellebogen op het bureau. Verdomme, hij had geen recht om zo geïrriteerd te zijn. Hermelien hielp hem met de zaak als een gunst. En Malfidus verachtte hem.

Maar toch… de laatste keer dat ze samen waren…

Harry zuchtte. Hij las teveel in deze korte avond. Hij en Malfidus waren niet eens vrienden.

Harry staarde naar zijn papierwerk voor een uur zonder dat hij een volledige pagina had uitgewerkt. Hij kon niet stoppen met denken waar Malfidus en Hermelien naartoe waren gegaan. Vier keer greep hij zijn toverstok voor een Patronus en vier keer legde hij hem weer neer. Hij wilde hem voor een vijfde keer oppakken wanneer de deur opende en Ginny Wemel binnen kwam. Ze deed de deur achter haar dicht en slenterde naar hem toe waar ze zichzelf parkeerde op de bureau nadat ze een stapel met folders en een foto van Harry zijn ouders aan de kant had gedrukt.

"Harry," zei ze warm en ze leunde over zijn bureau. Haar blouse stond open en gaf hem een verleidelijke uitzicht op haar borsten. Harry vroeg zich af wanneer ze zich als Patty Park aankleedde. Voor een hart-stoppend moment dacht hij dat ze misschien was gekomen om hem te verleiden.

"Ginny," zei hij in een neutrale stem.

Ze glimlachte. "Harry, Mam staat erop dat je langs komt voor het avondeten vanavond, sinds je de vorige hebt afgewezen. Ze zegt dat ze geen nee als antwoord accepteert. Het begint om vier uur en ik ben al naar Romeo toe gegaan, en hij stemde toe om je eerder te laten gaan voor deze speciale gelegenheid."

"Je hebt wat? Welke speciale gelegenheid?" Harry dacht na over wat hij vergeten kon zijn. Verjaardag? Jubileum? Oude Tovenaarsfeestdag? Dicht erbij lag de herinnering van zijn ontmoeting met Molly in de Wegisweg die morgen. Had ze echt "Fred" gezegd en gedaan alsof Harry nog steeds in school was? Het leek allemaal een beetje wazig in zijn hoofd en Harry was nog niet naar Arthur geweest, zoals hij wou. In werkelijkheid was hij alles aan Molly vergeten in de drukte.

"Nou, ik heb de waarheid een beetje aangedikt. Bill zijn verjaardag is in twee dagen, maar we vieren het pas de volgende maand wanneer Charlie langskomt. We vieren allebei hun verjaardag dan. Maar Bill komt vanavond en mam maakt een taart, sinds Bill op donderdag moet werken, de arme schat. Die verdomde kobolden hebben geen zielen, aangezien ze een man geen vrij geven op zijn verjaardag." Ze zuchtte. "En Fleur neemt hem dit weekend ergens naartoe, dus we kunnen het dan niet doen. Zeg alsjeblieft dat je komt, Harry."

Harry onderdrukte een zucht, maar kon geen fatsoenlijk excuus verzinnen. Overigens mocht hij Bill daadwerkelijk en dacht dat Ron zich wel zou gedragen in zijn nabijheid, en het gaf hem een kans om met Arthur te praten.

"Oké. Ik moet naar huis om andere kleren aan te trekken, maar zeg je moeder dat ik kwart over vier er ben."

Ze leunde weer achterover met een voldane glimlach en gooide haar rode haar over een schouder. "Geweldig! Ik zie je daar." Ze sprong van zijn bureau en liep naar de deur, waar ze hem een vette knipoog gaf voordat ze de deur achter zich dichtdeed. Hij moest toegeven dat ze aanminnig was. Het was daadwerkelijk triest dat hij zich simpelweg niet tot haar aangetrokken voelde. Zijn leven zou zoveel makkelijker zijn als dat wel het geval was. En niet voor de eerste keer vroeg hij zich af of een liefdesdrankje het antwoord kon zijn. Hij kon het innemen, verliefd worden op Ginny, met haar trouwen, en een groot aantal Potter-Wemel kinderen opbrengen en lang en gelukkig met haar leven. Zou dat zo zijn? Zou het een nep soort geluk zijn, zelfs met een drankje? Of zou het echt voelen? Hij zou het Malfidus moeten vragen.

Hij zuchtte, en dacht aan witte vleugels en bleke, gladde schouders. Alles kwam terug op Malfidus deze dagen. Harry keek nijdig en focuste op zijn rapport. Romeo zou minder dan blij zijn als Harry wegging naar een verjaardag zonder dat hij zijn werk afhad.

~~ O ~~

Draco en Griffel verschenen in een donkere, kast-achtige kamer. Griffel lichtte haar toverstok en Draco keek gelijk rond. De plek leek wel op een ongebruikte opslagplaats. Lege planken lagen vol met stof, net als de vloer. Draco zijn vleugels trokken zich kieskeurig tegen zijn lichaam. Griffel was al bij de deur, opende het voorzichtig en keek naar buiten.

Ze gebaarde dat hij moest komen en glipte de deur uit. Draco volgde haar en vroeg zich af waar ze in het verdomde Paleis waren. "Hoe ver naar de tuin?" vroeg hij fluisterend. Ze maakte een sussend geluid en Draco zijn lippen versmalden zich. De verdonkerde gangen herinnerde hem aan de kerkers op Zweinstein. Er waren geen Dreuzels in zicht. Griffel draaide zich om en sprak de Kameoflagespreuk uit, eerst op hem en dan op haarzelf.

"Om veilig te zijn," zei ze. "Als ze ons überhaupt zien, dan zullen ze vast twijfelen. Gelukkig zitten deze oude Dreuzelgebouwen vol met geesten. Wist je dat Majoor John Gwynne, de Koning zijn secretaris, zichzelf in zijn hoofd schoot na beschaming na zijn schandalige–?"

"Skip de Dreuzel geschiedenis lessen, Griffel. Laten we die verdomde wortels zoeken en hier dan weggaan."

Ze keek hem nijdig aan. "Je bent net zo erg als Ron en Harry," zei ze.

"Vergelijk me niet met Griffoendoren," zei Draco met een worp van zijn kin. "Ik luister naar je wanneer je Een Beknopte Geschiedenis van Zweinstein voorleest, maar verveel me niet met Dreuzelpraat."

Ze rolde met haar ogen. "Kom nou maar," zei ze en ze leidde de weg over een groezelige trap. Echt waar, maakten die Dreuzels nooit schoon?

Ze baanden hun weg naar buiten, geen Dreuzel passerend, wat Draco zich af liet vragen of er wel iemand woonde of dat het daadwerkelijk leeg was en de andere Dreuzels alleen maar dachten dat er iemand woonde. Hij gaf er hoe dan ook niet veel om.

In de met sneeuw belaagde tuin keek Draco naar de hoopjes wit met ontzetting. Het leken allemaal witte bultjes. Geen enkele struik was zichtbaar van de ander. De paden leken sneeuwvrij, maar de begroeiing moest voor zichzelf zorgen, alhoewel Griffel eerder anders zei. Hij debatteerde om het feit dat Hermelien de Wonder Heks verkeerd was tegen haar te gebruiken, maar een waarschuwende blik hield zijn commentaar tegen.

"Hoe gaan we de bosbes struiken vinden?" vroeg hij in plaats, zeer sceptisch dat ze ergens een Bosbes Detectie Spreuk in haar arsenaal had.

Ze rolde met haar ogen. "Echt waar, Draco, door naar de planten te kijken natuurlijk. Ze groeien alleen naast pijnbomen of in zure grond, dus dat maakt het zoeken makkelijker."

"Ja, het is vast zeer simpel om vast te stellen welke grond zuur is en welke niet wanneer het begraven ligt onder een berg sneeuw."

"Kom nou maar," snauwde ze en ze marcheerde naar een waarschijnlijk uitziende set van witte heuvels die naast een groep groenblijvende bomen stonden zo zwaarbeladen met sneeuw dat er amper groen zichtbaar was.

Griffel keek om zich heen voor Dreuzels en sprak toen een spreuk uit die de sneeuw van een tak wegblies. Ze fronste. "Sneeuwbalboom." Ze bewoog naar de volgende en keek Draco veel betekend aan. "Ben je hier om te helpen of om het hier te bewonderen?"

Met veel bijna onverstaanbaar gemurmel draaide Draco zich eindelijk weg en begon met het zoeken naar een bepaalde struik in een zee van wit. Hij dacht dat het zou helpen als hij daadwerkelijk wist hoe de takken eruit zagen. Wanneer de balderen weg waren leken alle planten voor hem hetzelfde.

Natuurlijk zou hij zoiets nooit toegeven aan Griffel.

~~ O ~~

Voordat hij vertrok om naar de Wemels toe te gaan checkte hij Villa Malfidus voor een laatste keer, maar was weer teleurgesteld. Hij beet op zijn lip, zich zorgen makend. Waar kunnen ze verdomme zijn?

Hij arriveerde bij Het Nest op hetzelfde moment als Bill en Fleur – ze knalden bijna tegen elkaar aan wanneer ze op hetzelfde punt verschenen. Bill stabiliseerde Fleur, wie melodieus lachte.

"Oh, 'Arry, we Verzprokkelden bijna in elkaar!" Haar adem stootte kleine wolkjes uit in de koude lucht.

"Ja, stel je voor, we konden een avond in St. Holisto doorbrengen in plaats van hier," zei Harry droog en Bill grimaste.

"Ron is nog steeds een klootzak, dan?" vroeg hij.

Harry haalde alleen zijn schouders op net wanneer de deur opende en Ginny er stond met een stralende glimlach.

"Harry, je bent gekomen!" Ze lanceerde zichzelf in zijn armen en drukte een kus tegen zijn lippen. Fleur lachte nogmaals.

"Iek denk dat ze blij iz je weer te zien."

"Heel blij," spinde Ginny tegen Harry zijn lippen. Hij wilde plots terug Verschijnselen naar huis om zich dan te verstoppen in de woonkamer. Hij schraapte zijn keel en drukte haar zacht maar stevig weg.

Gelukkig drukte Bill zich langs hen om Arthur in een enthousiaste omhelzing te nemen. Harry volgde, alhoewel het hem niet lukte om Ginny van zijn arm af te schudden. Ze klampte hem bezitterig beet en hij gaf zich op voor een lange avond. Zijn been klopte en zijn tanden klampten zich over elkaar wanneer hij probeerde om het niet te laten merken.

"Harry, kom binnen, jongen!" zei Arthur. "Ik heb een fascinerende Dreuzel apparaat die ik je later wil laten zien. Ik heb geen idee wat het doet, maar–"

"Pap, laat Harry met rust of ik vertel Mam over de fascinerende Dreuzel apparaten die je weg gesmokkeld hebt in de tuinschuur," waarschuwde Ginny.

Arthur zette een pruillipje op en Harry lachte. "Ik kijk later wel, Arthur. Ik beloof het."

Ze liepen door naar de keuken waar Ron en George al waren. Molly groette Harry en bekeek Ginny haar bezitterige greep op zijn arm met een goedgunstige glimlach. Harry klampte zijn tanden op elkaar en vroeg zich af wat hij moest doen om allebei de vrouwen uit te leggen dat hij niet Ginny haar bezitting was. Hij stond zichzelf een korte dagdroom toe dat hij op kwam dagen met een man aan zijn arm en liet het verder gaan wanneer de man veranderde in iemand die blond was met zachte witte vleugels…

"Harry!" zei Ginny scherp, hem uit zijn mijmering brengend.

"Het spijt me," zei hij schaapachtig en George glimlachte.

"Ze heeft dat soort effect op mensen," zei George teder en Harry realiseerde zich dat er een vrouw naast George zat, wie bloosde. Harry hoopte dat ze niet geïntroduceerd was terwijl hij in zijn Malfidus dagdroom zat.

"Harry, dit is Laurie Bell. Laurie, ik weet zeker dat je Harry Potter herkend," zei George en hij grijnsde naar het rossige meisje, wie hakkelde en knikte terwijl ze naar Harry staarde.

"Maar natuurlijk herkend ze de beroemde Harry Potter," zei Ron vanuit zijn gebruikelijke plek. Zijn toon was droog maar hij klonk niet zo verbitterd als normaal. Laurie haar ogen groeiden en keken hem in verbazing aan.

"Laat het, Ron," waarschuwde Bill.

"Um, ik herken Harry van school," zei Laurie zachtjes. "Ik begon wanneer… nou, het jaar dat Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden was verslagen…"

Molly kuchte alsof ze iets verkeerd had ingeslikt en iedereen begon door elkaar heen te babbelen. Niemand bracht de oorlog omhoog bij de Wemels. Het was taboe.

"Alles ruikt lekker, Mam!" zei Bill luid.

"Laurie was in Griffoendor. Ze is het zusje van Katja Bell," legde George snel uit.

"Harry, kom bij mij zitten," zei Ginny en ze hield een stoel uit voor hem.

Fleur sprak in rap Frans en Arthur zocht zogenaamd naar zijn toverstok terwijl hij zich luidkeels afvroeg waar het gebleven was. Harry zat in de stoel, geassisteerd door de druk op zijn arm.

"Ik herinner me het," zei Harry gauw, alhoewel ze hem helemaal niet bekend voorkwam. "Heeft je moeder je niet gewaarschuwd voor mannen zoals George?"

Gelukkig leek Larie haar gegiechel door de spanning te snijden. Ze leunde dicht tegen George aan en plantte een kus op zijn wang. "Ja, dat had ze gedaan. Maar gelukkig voor George luister ik niet altijd naar mijn moeder."

Gesprekken gingen een veiliger kant op en iedereen ging zitten om van Molly haar geweldige maaltijd te genieten. Zoals gewoonlijk waren George en Bill de kwebbelkippen, wat Harry goed uitkwam. Hij voelde zich bijna ontspannen, als Ginny haar hand niet de hele tijd over zijn dij gleed. Ze vond het ook nodig om tegen hem aan te leunen en in zijn oor te spreken wanneer ze iets te zeggen had.

"Werk je nog aan een interessante zaak, Harry, lief?" vroeg Molly terwijl Harry bijna in zijn pompoen sap stikte. Hij vond het lang niet zo lekker meer als toen hij een kind was, maar Molly leek te denken dat ze allemaal permanent elf jaar oud waren, op Ron na, natuurlijk. Zijn voormalig beste vriend nipte aan zijn drank aan de hoofd van de tafel en staarde nijdig naar de rest. Harry kromp ineen bij de gedachte dat Molly deed alsof hij elf was die morgen, maar ze leek in orde nu.

"Niet echt, nee," zei Harry. "Alleen het gewoonlijke, weet je wel?" Hij probeerde een armzalige glimlach op te zetten.

"Saai oud Schouwer werk," zei Ron met een sneer.

Harry tilde zijn hand op naar zijn borst. Zijn vingers drukte in de kleine veer dat onder zijn shirt rustte. Hij was naar huis gegaan om zich om te kleden en had een paar minuten besteed om een klein gaatje door de veer te boren wat nu aan een fijne gouden ketting hing. Hij wist dat Draco zijn veer dragen lichtelijk gestoord was, maar het gevoel plaatste hem iets. Het was onzichtbaar onder zijn dikke zwarte trui, maar Ginny merkte de beweging op.

"Gaat het, Harry?" vroeg ze.

"Hoe gaat het met Hermelien, Harry?" vroeg Ron over haar heen. Zijn toon was verassend mild.

Harry schoot hem een verbaasde blik. Hij vroeg zich hetzelfde af, alhoewel voor andere redenen dan Ron dacht.

"Ik weet het niet. Ik heb haar vandaag niet gezien. Of iets van haar gehoord, om eerlijk te zijn," gaf hij toe.

"Een ruzie onder geliefdes?" snauwde Ron.

"Waar heeft Ron het over, Harry?" vroeg Molly. "Hoe gaat het met onze geliefde Hermelien? Ik mis haar best wel."

Ron schoof zijn stoel naar achteren in een gewelddadige beweging waarbij de waterglazen bijna omvielen. Molly keek hem afkeurend na, maar Ron trok zich er niks van aan. Hij keek Harry nijdig aan.

"Ron Wemel, je mag deze tafel niet verlaten totdat Bill zijn taart hier is."

"Ik wil geen taart."

"Je hebt alle taart in de wereld nodig, aars," zei Bill mild. "Het zou je rangschikking misschien zoeter maken."

"Mijn rangschikking is prima!" murmelde Ron. Harry wist dat een opmerking van wie dan ook behalve Bill Ron woest zou maken.

"Ja, je bent de ziel van geluk en blijdschap," murmelde George.

"Waar moet ik in Godsnaam blij mee zijn, George?" schreeuwde Ron, wie zich naar zijn andere broer draaide. Laurie Bell kromp ineen tegen George zijn zij, blijkbaar had ze nog nooit zoiets van Ron gezien.

"Ron, je had beloofd jezelf te gedragen!" schreeuwde Ginny.

"Dan moet je hem niet uitnodigen!" bulderde Ron en richtte zijn hand en daarna zijn vinger in Harry zijn richting. "Wanneer heb je het eindelijk eens door dat hij jou niet wilt, Ginny? Hij heeft Hermelien nu!"

"Dat is genoeg, Ron," zei Harry zachtjes terwijl hij opstond. "Het spijt me, Molly. Ik had niet moeten komen. Bedankt voor de uitnodiging. Bill, fijne vroege verjaardag."

De keuken werd een chaos. Molly smeekte Harry om niet te gaan, Arthur schreeuwde naar Ron, Ginny schreeuwde scheldwoorden, en George vervloekte Ron met een soort Striemvloek, waardoor zijn broer brulde en naar zijn toverstok zocht. Laurie schreeuwde.

Harry vluchtte.

Hij was amper buiten totdat Ginny hem vastgreep, aan zijn arm hangend om ervoor te zorgen dat hij niet kon Verschijnselen.

"Harry, wacht!" riep ze.

Harry schudde zijn hoofd en trok een gezicht wanneer haar vingers zijn gezwollen pols grepen. "Ik kan dit niet meer doen, Ginny. Ik kan hier niet terug komen. Zeg je moeder dat het heel aardig van haar is, maar Ron haat me nu en ik kan er niet tegen!"

"Dat is niet waar, Harry, je bent deel van deze familie!"

"Ik ben niet een deel van deze familie!"

"Nou, dat kan wel!" drong Ginny aan.

Harry zijn tolerantie knapte. Hij was moe van Ron en hij was moe van Ginny, en hij was moe van iedereen die hem constant anders probeerden te maken.

"Hou op, Ginny! Hou gewoon op! Wanneer stop je met jezelf te verblinden? Waarom kun je niet gewoon accepteren dat het over en uit is tussen ons?"

Ze reageerde alsof ze geslagen was en schudde haar hoofd wild. "Je weet niet wat je zegt, Harry. Je had alleen gezegd dat je ruimte nodig moest hebben! Je zei dat je tijd wou om er over na te denken."

"Ik heb erover nagedacht. Ik heb er heel goed over nagedacht." Harry schreed weg van de veranda en op de stoep die nu sneeuwvrij was door een spreuk die eerder was uitgeroepen, maar waar weer nieuwe sneeuw overheen begon te komen.

"Oh, heb je dat, of niet?" opperde ze luid en ze liep haastig achter hem aan. "En wat heb je besloten, Harry? Dat je uiteindelijk Hermelien Griffel wilt?"

Harry stopte en draaide zich boos om. "Dit heeft helemaal niks met Hermelien te maken. Niks! Dit heeft met mij te maken, Ginny. Mij! Dit gaat over hoe ik me voel, oké? Niemand heeft ooit om mijn mening gevraagd, ze gingen er alleen vanuit dat ik precies deed wat er van mij verwacht werd."

"Is dat waarom je bij mij bleef?" vroeg ze zachtjes. "Omdat het verwacht was?"

Haar stille toon maakte hem iets minder boos en hij pauzeerde om een hand door zijn haar te halen. Het was nat van de vallende sneeuw.

"Ja. Nee. Ik weet het niet," gaf hij toe.

"Je weet het niet?" Haar toon was vol ongeloof en bitter. "Heb je ooit wat voor me gevoeld?"

"Ja!" riep hij. "Natuurlijk deed ik dat. Nog steeds! Alleen niet… niet wat je nodig moet hebben."

"Waarom niet, Harry? Verdomme, wat heb ik niet? Wat is er mis met mij? Denk je niet dat je me een verklaring schuldig bent? Waarom ben ik niet goed genoeg voor jou?"

"Verdomme, Ginny! Het heeft niks met jou te maken! Het gaat om mij!"

"Jou? Waarom? Omdat je de verdomde Held bent?"

"Omdat ik van mannen hou, Ginny," gaf Harry boos toe. "Geen vrouwen. Niet jou, niet Hermelien. Mannen! Begrijp je het nu?"

Ze staarde naar hem, bevroren, alsof de ijskristallen die uit de lucht kwamen vallen haar getransformeerd hadden om stil te blijven staan. De schok in haar ogen werd overgedragen naar hem en hij gromde bijna. Verdomme, nu had hij het gedaan.

"Een verdomde homo," zei een lage stem vanuit Harry's linkerkant en hij draaide zich om om Ron te zien bij een met sneeuw bezaaide struik. "Een verdomde mietje! Hoe lang wist je het al, Harry? Sinds Zweinstein? Sinds we kamergenoten waren? Sinds we al die tijd aan het kamperen waren in het bos?" Ron zijn stem verhief zich, net als die van Ginny eerder.

Harry probeerde te spreken, maar zijn stembanden leken vast te zitten.

Ron lachte gemeen. "En hier was ik jaloers op Hermelien. Misschien moest ik jaloers zijn op mij, eh? Of waarschijnlijk niet mij, sinds je me nooit hebt benaderd, eh, maat. Of wist ik alleen niet dat je geen verdomde homo bent. Weet Hermelien het?"

Na een veelzeggende stilte lachte Ron nogmaals.

"Natuurlijk weet ze het. Zij is slim. Ik ben dom. Maar mij kon je het niet vertellen, of wel soms?"

"Hou op, Ron," kon Harry uitbrengen, terwijl hij langzaam achteruit liep. Hij had een aantal versies van een boze Ron gezien, maar deze was gewoon haast onrealistisch. Harry kon de verwondingen van zich af voelen spoelen. Ron gleed naar voren in zijn stoel alsof hij op hem af schreed.

"'Hou op, Ron,'" spotte Ron. "Het is altijd 'hou op, Ron. Stop ermee, Ron. Wees geen idioot, Ron'. Het lijkt erop dat ik daadwerkelijk stom was om te stoppen. Mijn beste vriend. Je hebt me niet al je vieze geheimpjes verteld, of wel soms, Harry?"

"Ik wist het niet," fluisterde Harry.

Ron lachte bitter. Harry keek naar Ginny, die niet bewoog van haar plek, maar wiens ogen heen en weer vlogen tussen Ron en hem.

"Je wist het niet." Ron verhief zijn toverstok plots en richtte het naar Harry. Zijn lippen draaiden zich op een manier dat Harry aan Voldemort liet denken. "Ga hier verdomme weg, Uitverkorene. Blijf uit de verdomde buurt van mijn zus en mijn familie, en blijf verdomme uit mijn buurt!"

Harry nam een enkele beverige adem en Verdwijnselde.

~~O~~

Draco zat onder de sneeuw. Griffel had slim genoeg een sneeuwbal tegen een met wit-beladen boom gegooid, wat ervoor zorgde dat het witte spul naar beneden viel. Hij keek haar nijdig aan en haalde het sneeuw uit zijn haar. Hij maakte gauw zelf een sneeuwbal met zijn blote handen en joeg haar door de tuin terwijl ze wegrende, gillend met gelach.

Ze hadden de bosbes struiken gevonden na een vermoeiende zoektocht, en hadden het gevonden in een klein hoekje van de tuin. Het leek dat ze slim gemarkeerd waren met kleine metalen bordjes waar de groeigebied, geslacht en klasse op stond geschreven, iets waar Draco veel genoegen in nam wanneer hij Griffel erop attendeerde nadat ze de vijftiende levenloze tak had bekeken.

In alle werkelijkheid was het een ongeluk. Het viel Draco op nadat de punt van zijn vleugel erlangs gleed en de sneeuw eraf viel. Maar alsnog een overwinning was een overwinning.

Zelfs met die assistentie duurde het bijna net zo lang als dat ze bezig waren met de takken onderzoeken, en al helemaal wanneer sommige struiken niet eens een bordje bevatte. De Dreuzels leken niet consistent te zijn.

Draco gooide zijn sneeuwbal naar Griffel en lachte wanneer het haar raakte aan de achterkant van haar warrige haar en haar bijna vooruit gooide de sneeuw in. Ze draaide zich naar hem toe met een boze gelaatsuitdrukking, maar giechelde. Draco had verwacht dat ze iets terug zou doen, maar in plaats daarvan haalde ze alleen de sneeuw weg, en vroeg, "Hoe moeten we de wortels krijgen?"

In antwoord richtte Draco zijn toverstok naar de bosbes en ontwortelde de plant. Aarde regende neer van de takachtige wortel en liet een donkere plek achter op de grond.

"Hey! Wat doe je daar?" schreeuwde iemand en Draco draaide zich om en zag een Dreuzel in een soort uniform naar hen toe lopen. Griffel maakte een geluidje en racete naar Draco. Ze greep hem beet en Sommeerde de bosbes. Draco had amper tijd om na te denken voordat ze hen Verdwijnselde.

Ze liet Draco los en hij knipperde zijn ogen in zijn andere omgeving. Ze stonden voor de poort van Villa Malfidus, waar het nogmaals stevig sneeuwde. Griffel lachte terwijl ze de bosbes omhoog hield, weg van haar gewaad.

"Griffel," zei Draco afkeurend. "Ik kan niet geloven dat je dat die arme weerloze Dreuzel aan kon doen. Hoe moet hij in Godsnaam uitleggen dat een geprijsde struik gestolen is door een gekke vrouw in een gewaad en een man met vleugels?"

"Alleen een gekke vrouw in een gewaad, denk ik. Ik heb ervoor gezorgd dat je Kameoflagespreuk nog op zijn plaats was. Ik heb er een hekel aan om Amnesia over ze uit te spreken."

"Ja, het is veel beter om ze te laten denken dat ze gek zijn."

"Sympathie voor Dreuzels? Van jou?" vroeg ze schalks.

Draco grijnsde. "Het is geen sympathie. Ik wijs alleen op het schokkende gedrag van de geprijsde werknemer van het Departement van Magische Wetshandhaving."

"Ik zal dat negeren. Hier, neem die verdomde struik aan." Ze hield het smerige ding voor haar uit en Draco frommelde zijn neus.

"Nee, bedankt. Kom binnen en ik zorg ervoor dat één van de elven het meeneemt."

Draco opende de poort en Griffel volgde, de plant achter haar aan meeslepend. Hij grijnsde en zwier om die herinnering in een Hersenpan te stoppen, want haar ontevreden gezicht was zeer vermakelijk. Hij moest toegeven dat haar aanwezigheid amusant was.

Draco riep een huis-elf wanneer ze de veranda hadden bereikt en Griffel dankbaar haar struik gaf zonder een tirade over huis-elf rechten.

"Ik ben vies en nat. Ik denk dat ik naar huis ga voor een heet bad."

"Oh, kom binnen en maak jezelf schoon. Ik wil nog eens langs de ingrediënten lijst gaan om te kijken of we niets hebben gemist voordat je weg kan. Je hebt ons vandaag behoorlijk onproductief gemaakt."

Griffel staarde nijdig naar hem, maar volgde Draco naar zijn kamers. "Ik ben genoeg productief geweest, dank je. Zonder mij had je de helft van de ingrediënten niet."

Hij negeerde dat en wuifde naar de badkamer en ging toen naar zijn slaapkamer om zijn natte kleding uit te doen. Hij gooide zijn natte shirt op een nabije stoel. De huis-elven hadden er een hekel aan als er natte kleding ergens rondzweefde, maar Draco vond dat ze dan ten minste iets te doen hadden. Hij gooide zijn laarzen en sokken aan de kant, voordat hij zijn broek naar beneden trok en een zachte zwarte aan deed. Hij Sommeerde een handdoek en gebruikte het voor zijn haar. Hij vond dat spreuken een drama waren voor zijn haar.

Hij verliet de slaapkamer met de handdoek half over zijn ogen en hoorde een iemand luid naar adem snakken. Hij haalde de stof weg met een sardonische grijns en wou Griffel een toespraak geven over het feit dat ze nog nooit een halfnaakte man had gezien, maar de woorden stierven in zijn keel wanneer hij Harry Potter in de deuropening zag staan, Draco aangapend alsof hij nog nooit een halfnaakte man had gezien.

Potter sprak snel. Zijn ogen schoten door de kamer, Draco ontwijkend. "Ik ben via het Haardrooster gekomen en één van de huis-elven heeft me hier naartoe gebracht. Ik hoop dat je het niet erg vind en ik weet dat ik een uil moest sturen. Um… ik moet je ergens over spreken als je niet te druk bent–" Potter zijn ogen verwijdde zich nogmaals wanneer de deur naar de badkamer openging en Griffel eruit stapte en één van Draco zijn gewaden aanhad met haar haar in de handdoek.

"Dat was briljant, Draco, ik voel me een stuk beter…" Haar woorden stierven weg wanneer ze Potter zag.

"Ik… Oh, kut. Ik, um… ik kan beter gaan," zei Potter en vluchtte.

"Shit," zei Griffel en schokte Draco. Hij had nooit verwacht dat ze zoiets zou zeggen. Ze snelde naar de deur. "Ik moet achter hem aan gaan."

"Ik doe het wel!" zei Draco snel. Zijn moeder zou een beroerte krijgen als ze een halfnaakte Dreuzeltelg door de gangen zag lopen. "Zoek iets om te dragen wat Potter niet overdonderd. Ik haal de idioot wel terug."

Hij snelde naar de Schouwer, verbaasd over Potter zijn gedrag. De gang was leeg – Potter moest zo snel zijn als dat Kwast was als er pasteitjes te koop waren. Waarom was hij zo snel weer weg als hij helemaal hiernaartoe was gekomen om met hem te praten? Hij had Griffel vast en zeker bloter gezien, aangezien ze praktisch aan de heup gebonden waren aan elkaar sinds het eerste jaar…

Halverwege de hal snapte Draco het. Hij fronste in irritatie. Potter dacht immers toch niet dat er iets tussen hem en Griffel was? Draco zou liever seks hebben met Marcel Lubbermans. Hij huiverde bij de gedachte. Misschien niet.

Potter was snel, dus speelde Draco vals door de lucht in te schieten en door de hal heen te vliegen en langs een bocht. Hij overviel Potter bij de trap en stopte voor hem, zijn ontsnappingsroute afhakend.

"Waar ga je naartoe, Potter?" zei hij terloops.

Potter zijn gezicht vertrok zich pijnlijk en hij bestudeerde de mahonie trapleuning waar één van zijn handen op rustte. Het viel Draco op dat de knokkels bijna wit waren.

"Jij en Hermelien leken druk bezig te zijn," antwoorde Potter in dezelfde toon. "Ik… um… kom later wel terug. Het was niet belangrijk."

"Wees nou geen idioot, Potter."

Om een bepaalde reden flitsten de Schouwer zijn ogen. "Ik ben vandaag al vaak genoeg een idioot geweest. Waarom zou ik nu stoppen?" snauwde hij. Hij stapte naar voren, klaarblijkelijk om Draco aan de kant te duwen en te ontsnappen, maar Draco tilde zijn vleugel op om hem te stoppen. Potter liep ertegenaan en snakte naar adem wanneer zijn vingers zich om de rand sloten, de veren stevig vasthoudend. Draco zijn hart leek bijna te stoppen bij het contact, zelfs wanneer hij vaag noteerde dat de visioenen alleen geactiveerd werden door huid op huid contact. Interessant.

Potter zijn ogen ontmoette die van Draco en hij haalde zijn handen niet van de vleugels af. Ze leken bevroren in dat moment terwijl Draco verdronk in Potter zijn ogen die altijd al intens waren, maar nu bijna straalden. Draco was verrast dat hij er pijn in zag – hij herkende pijn altijd, en er was er genoeg van in Potter zijn ogen. Er was iets gebeurt, iets waar Draco nooit iets vanaf zou weten. De Schouwer was naar Draco toegekomen om het te vergeten, maar het was Griffel die hij nodig moest hebben.

Hij onderdrukte een raar gevoel van spijt bij de gedachte en reikte naar voren en nam Potter zijn – dankbaar beklede – pols. Zijn gestaar verscherpte zich wanneer Potter naar adem snakte en zijn gezicht zich pijnlijk vertrok. Draco verhief Potter zijn hand en scheurde zijn ogen weg van de overweldigende kleur groen om zijn arm te bekijken. Hij trok aan de stof van Potter zijn trui en fronste wanneer hij de blauwe en gezwollen pols zag.

"Zorg je nou nooit voor jezelf?" opperde hij en hij zuchtte zwaar. "Kom op."

Hij liet Potter zijn arm vallen en liep omhoog. Potter bewoog niet voor een moment, Draco zijn vleugel nog steeds vasthoudend als een levenslijn, maar zijn grip verslapte zich en hij opende zijn mond om te spreken.

"Kom nou maar gewoon," snauwde Draco. Hij liep door en verwachte dat Potter hem volgde. Gelukkig deed hij dat, want Draco wist niet zeker of hij zichzelf kon dwingen om de man vast te binden wie de Heer van het Duister had verslagen.

Potter liep achter hem aan voor een korte afstand voordat hij iets sneller liep en naast Draco kwam te lopen. Gelukkig waren de hallen van Villa Malfidus groot genoeg dat Draco, Potter en Draco zijn vleugels genoeg ruimte hadden, alhoewel hij op moest passen dat ze niet langs ornamenten gleden. Het viel hem op dat Potter probeerde niet te strompelen. Wat was er gebeurt dat hij een verstuikte pols had en mank liep? Een typische Schouwer zaak, of iets ergers?

~~ O ~~

Harry liep naast Malfidus, zich stom voelend. Hij wist dat hij eigenlijk weg zou moeten gaan, maar het gevoel van Malfidus zijn zachte vleugel leek hem te ontwrichten. Wanneer Malfidus hem terugriep had Harry niet de kracht om hem niet te gehoorzamen. Hij keek zijdelings naar de blonde man en keek snel weer weg. Malfidus was bijna te knap, zelfs met zijn haar door de war van de handdoek. Harry had bijna alles tegen hem gezegd wanneer hij Malfidus nat en glimmend zag, alleen gekleed in een donkere broek. Zijn voeten waren bloot.

Harry zijn blik gleed naar Malfidus zijn voeten en keek voor een aantal stappen hoe ze naar voren liepen, eerst de één en dan de ander, over het tapijt. Blote voeten leken mensen kwetsbaar te maken. Ze maakten Malfidus alleen…

Harry sloot die gedachte af voordat hij helemaal kon vormen. Hij sloot zijn ogen en volgde het bekende pad, zich afvragend wat hij hier in Godsnaam nog deed. Hij zou terug moeten naar het Ministerie en Romeo waarschuwen tegen de waarschijnlijke shitstorm die hij had opgeroerd bij de Wemels.

De scene van de herinnering zorgde ervoor dat hij stopte. Een vleugel gleed langs hem voordat Malfidus abrupt stopte. Harry schoot hem gauw een blik voordat hij weer begon te lopen. "Sorry," murmelde hij.

Malfidus verplaatste zich niet en na een paar stappen stopte Harry en keek achter zich.

"Kijk, Potter, Griffel en ik gingen naar één of andere Dreuzeltuin om wortels te halen voor een toverdrank. We waren beide doorweekt wanneer we terug kwamen en Griffel zat onder de modder, dus heb ik haar mijn badkamer aangeboden."

"Je hoeft het niet uit te leggen," zei Harry gauw, maar zijn opluchting was als een balsem voor zijn zenuwen. Het moest op zijn gezicht te zien zijn want Malfidus zijn gelaatsuitdrukking verstrakte zich.

"Blijkbaar wel. Maak je geen zorgen, ik begrijp dat iemand zoals ik nooit geschikt gezelschap ben voor je geliefde Griffel, zelfs zonder de vleugels. Slechte Malfidus, voormalig Dooddoener en alles."

Harry knipperde zijn ogen door zijn woorden. "Wil je dat worden?"

"Wil ik wat worden?" snauwde Malfidus wanneer hij langs Harry liep, wie het opviel dat de blonde man zijn vleugels tegen zichzelf aandrukte als een soort wit schild gemaakt van veren.

"Geschikt gezelschap voor Hermelien?"

Grijze ogen leken Harry zijn ziel te doorboren en een bittere glimlach draaide Malfidus zijn lippen. "Je bent echt blind, of niet, Potter?"

Met dat liep hij zijn kamer binnen en Harry was geforceerd om te volgen of om alleen in de gang te staan.

Hij stapte naar binnen en was omhelst door een bekend persoon. "Oh, Harry! Ik ben zo blij dat je terug bent gekomen. Ik weet dat dit vast verkeerd…"

Harry zorgde snel dat ze niet verder kon praten voordat ze iets zei wat doelde op zijn aantrekking voor Malfidus, wie hen nieuwsgierig bekeek voordat hij een kam tevoorschijn haalde om het door zijn blonde haren te halen. Harry gaf Hermelien resoluut zijn volle aandacht en zei, "Laat maar. Malfidus zei dat jullie toverdrank ingrediënten aan het halen waren. Iets gevonden?"

Hermelien was uit de gewaad en handdoek gestapt en weer gekleed in haar eigen normale kleding – een licht gewaad over jeans en een Dreuzel shirt. Haar haar was nog steeds nat en leek vreemd in tegenstelling tot haar normale kapsel, alhoewel de punten al begonnen op te krullen. Ze stuiterden op en neer wanneer ze knikte en ze in haar uitleg lanceerde van die dag – een uitstapje naar Buckingham Palace op zoek naar de wortels van de bosbes.

"…en toen ontdekte Draco dat de planten gelabeld waren, van alle dingen… Harry, wat is er mis?"

Harry schrok op uit zijn mijmering. Hij keek naar Malfidus, wie zijn haar aan het kammen was, zonder de gebruikelijke hunkering, aangezien hij dacht aan de herinnering van Ginny in de sneeuw waar de witte substantie in haar haar gesmolten was en ze daar stond met horror over haar gezicht geschreven. En die van Ron. Hij speelde het keer op keer af, wensende dat het anders geëindigd was.

Harry forceerde een glimlach wanneer hij zijn aandacht van Malfidus afhaalde. "Niks. Het was alleen een zware dag."

"Ja, je kan Potter beter vragen waarom hij nu strompelt. En zijn toverstok hand zou niks meer kunnen doen als er niet iets gauw aan gedaan werd."

Hermelien snakte naar adem en greep zijn arm. Harry voelde een vloed aan dankbaarheid door Malfidus zijn argeloze opmerking. Het had Hermelien haar aandacht van zijn mentale staat afgehouden. Hij zou haar de scene tussen Ginny en Ron vertellen, maar… niet nu. Niet nu en al helemaal niet hier.

"Wat is er gebeurt?" riep ze.

"Ik was stom," gaf Harry toe. "Ik achtervolgde een verdachte en gleed uit op het ijs."

Malfidus zijn gelach zorgde ervoor dat Harry bijna glimlachte, maar Hermelien gaf hem een nijdige blik. "Het is niet grappig, Draco. Hij kon iets gebroken hebben! Harry, waarom ben je niet naar een Heler geweest? Dit is serieus! Moet je zien hoe opgezwollen het is." Ze fronste en porde Harry zijn pols.

Hij klemde zijn kaken op elkaar om geen geluid te laten ontsnappen van zijn pijn. "Au, Hermelien! Verdomme, het is een goed iets dat je geen Heler bent geworden!"

"Wees niet zo'n baby. Draco, heb je toevallig wat Nicato Zalf?"

"Natuurlijk."

Een huis-elf kwam terug met een pot vol met een paarse zalf. Hermelien opende het en smeerde de substantie over Harry zijn arm, de lidmaat pijnlijk draaiend om de onderkant te bereiken.

"Denk je dat je mijn elleboog in de kom kan laten?" vroeg hij droogjes.

"Stil, jij."

Het smeersel deed gelijk zijn werk en Harry kromde zijn hand dankbaar. Hij besloot om te investeren in de zalf zodat hij het kon gebruiken op zijn gevaarlijkere missies.

"Nou, Draco zei dat je strompelde?"

Harry gaf de blonde man een nijdige blik, wie hem een geamuseerde gaf, voordat hij weer het vuur inkeek, nog steeds bezig met zijn haar. Harry bestudeerde hem voor lange momenten voordat Hermelien hem porde. "Oh. Sorry, het is niks. Alleen een blauwe plek. Nee, ik ga niet strippen zodat je me kan helpen. Laat de zalf maar gewoon achter en ik doe het laten zelf wel." Na haar koppige blik voegde hij toe, "Ik beloof het."

Ze keek naar Draco en toen weer gauw naar Harry voordat ze opstond. "Dan ga ik maar, Draco, maar ik ben hier morgen erg vroeg om mee te helpen met de toverdraken."

Malfidus keek haar nijdig na. "Met erg vroeg bedoel je één uur in de middag?"

Ze stak haar tong naar hem uit. "Als je niet oppast ben ik hier wanneer de zon net opkomt."

Hij wuifde haar weg en ze gaf Harry een veelzeggende blik voordat ze verdween door de hal en de deur zachtjes achter zich dicht deed.

"Oké, Potter. Wat wilde je discussiëren?"

Harry plukte aan de rand van zijn mouw en probeerde niet naar de blonde man te kijken. Het was een marteling om zo dicht bij iets te zijn wat hij niet kon hebben, en al helemaal wanneer hij emotioneel een wrak was. "Um… Ik heb eerder met Romeo gesproken," begon Harry, rondtastend voor woorden en hij vroeg zich af hoeveel hij Malfidus moest vertellen. Er leek plots teveel. Teveel tussen Narcissa haar bedreigingen en Harry zijn baan, en zijn stomme aantrekking, en nu Ginny en Ron en zijn openbaring… Harry stond op en liep naar de balkondeuren. De kamer leek bedwelmend met de warmte van het vuur wat Malfidus in een groot, ontastbaar sieraad veranderde.

Harry trok één van de Franse deuren open en stapte in de licht vallende sneeuw. Hij liep naar het eind van de wit bezaaide gesteente en stopte bij de reling om om zich heen te kijken.

"Potter, wat is er?" opperde Malfidus in de deurpost achter hem.

"Ik denk niet dat ik nog langer aan deze zaak kan werken," gaf Harry toe zonder dat hij naar hem keek.

"Wat?"

Harry probeerde het geluid van verontwaardiging in Malfidus zijn stem te negeren.

"Het lijkt niet alsof ik er goed in ben, en een aantal dingen zijn recentelijk gebeurt en… en ik weet zeker dat Romeo iemand vind die mijn plaats in kan nemen, waarschijnlijk Angstrom, hij is IJslands en heeft niet eens van Voldemort gehoord, dus hij zou niet bevooroordeeld zijn–"

"Waar heb je het verdomme over, Potter? Wat voor soort dingen zijn er gebeurt? Wat je zegt slaat nergens op."

Harry draaide zich boos naar hem toe, geïrriteerd dat hij het moeilijker maakte dan noodzakelijk. Malfidus vond hem niet aardig, dus waarom greep hij de kans niet aan om zich van hem te ontdoen? Het schokte hem dat Malfidus zo dichtbij stond, nog steeds op blote voeten en hij droeg nog steeds een broek. Harry was bijna vergeten dat Malfidus immuun was voor de kou. Sneeuwvlokken landde en smolten op zijn lichte huid, het bewijs vormend van menselijke warmte ondanks de vleugels en de resistentie tegen de elementen.

"Wat is er gebeurt?" opperde hij nog een keer.

Harry zuchtte. "Dit. Dit is er gebeurt." Met dat leunde Harry naar voren en drukte zijn lippen tegen die van Malfidus.


A/N: WAT?! Is dat het einde?! Yup, das het einde mensen. Nou ja, van dit hoofdstuk natuurlijk. Anyway, ben moe, dus ik ga lekker slapen en morgen maar weer naar stage toe. Tot de volgende keer! (Gossiemikkie, ben ik vergeten het als nieuw hoofdstuk neer te zetten! Nou ja, dan maar nu XD.)