District 10 - David Curtis (18) POV. Boete Dag.

De fluweel zachte druppels van de douw voelde ik door de puntjes van mijn handschoenen heen. De lichte mist die overal rond om mij hing, gaf mij de bescherming die ik nodig had.

Ik moest onzichtbaar zijn.

Met mijn sjaal over mijn mond heen getrokken en mijn capuchon tot ver over mijn ogen, zat ik op één knie in het natte gras te wachten op het perfecte moment. Het perfecte moment om door het ijzeren hekwerk te gaan wat voor mij een barrière vormde.

Ik spitste mijn oren en hief mijn hoofd wat hoger op in de lucht zodat ik elke geur zou kunnen ruiken. Mijn capuchon viel van mijn hoofd af, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Elke beweging van mij kon me mijn positie te kijk geven. Ik moest geruisloos maar vooral onmerkbaar zijn.

Mijn aarde donker bruine haar ruiste zachtjes in de koele wind en werd vochtig door de mist die nu ook door de lange lokken kon gaan. Het hing tot net iets over mijn oren waardoor het horen van geluid iets lastiger werd. Mijn elektrisch blauwe ogen probeerde elke minuscule beweging waar te nemen, maar ze zagen niks.

De strakke riemen die kruislings over mijn borst heen hingen, konden mijn volle harde ademhaling niet in toom houden. Mijn spieren spande zich aan en ik kon elke pees horen schreeuwen van de plotselinge beweging. Maar ik negeerde de pijn die het met zich meebracht.

Mijn voeten ruisten als snelle hazen over het natte gras en met een zachte stomp van mijn voet tegen de bedekte aarde aan sprong ik door het gat heen dat zich boven in het hek had gevormd.

Het gevoel van lichte euforie toverde een glimlach op mijn gezicht. Ik was door het hek heen gekomen en had er geen schrammen op na gehouden. De Vredesbewakers en het Capitool moesten daarvoor toch echt meer hun best doen.

Lang bleef ik niet op dezelfde plek staan. Ik had nog geen beschutting van de bomen wat betekende dat ik nog steeds in gevaar was van ontdekking. Ik trok mijn capuchon weer over mijn hoofd heen en het tempo van mijn hart daalde gelijk toen de schaduw die de capuchon mij gaf over mijn ogen heen viel.

Snel ruiste ik naar voren om de beschutting van de bomen te zoeken. Natte varens en klamme bloemen plakte aan mijn kleding vast. Ik duwde de meeste zachtjes aan de kant, maar het geluid ervan irriteerde mij. Stil zuchtend liep ik het pad af wat ik met mijn ogen dicht nog kon bewandelen. Het leidde namelijk naar mijn meest waardevolle bezitting. Een bezitting die ik nu hard nodig zou moeten hebben.

Ik stopte voor een grote oude rottende boom. Zijn stam kraakte zachtjes terwijl ik er op leunde om bij de binnenkant van de boom te komen. Mijn handen sloten zich om het klamme, maar gladde hout van mijn wapen. En met een vloeiende beweging haalde ik grijnzend de donkere kruisboog uit de boomstam. Met mijn andere hand greep ik de koker met kleine pijltjes en maakte deze vast aan mijn riem die over mijn borst heen liep. De andere riem maakte ik los en bevestigde ik aan mijn kruisboog zodat ik deze op mijn rug kon hangen.

De sjaal over mijn mond trok ik strakker aan en met een glimlach die er door werd gemaskeerd begon ik verder het bos in te lopen met mijn kruisboog in hand. De zon begon zachtjes door de boomtoppen en de bladeren te schijnen en ik hoorde hoe vogels fluitend wakker werden.

Beekjes die kabbelde maskeerde het geluid van mijn voetstappen op de natte mossige grond. Ik wist dat dieren door de beekjes zouden worden aangetrokken. Ik zakte weer in mijn positie van vanochtend en plaatste geruisloos een pijl op de kruisboog die ik al gespannen had.

Het geruis van bladeren liet me opkijken en stil duwde ik wat varens aan de kant om een goed overzicht te hebben bij het meer. Maar wat ik zag had ik niet verwacht.

Haar as blonde haar zat in een rommelige vlecht. Haar donkere ogen leken gefixeerd te zijn op haar handen die kommetjes maakte in de beek. Ze dronk vluchtig, maar gretig. Haar roze lippen maakte een slurpend geluid waarvan ik wist dat ieder dier het zou horen. De boog om haar schouder hing er nonchalant bij en koker met pijlen lag naast haar voeten.

Zij. Zij was het die het geluid maakte. Zij was het meisje die ik de afgelopen drie maanden elke week tegen kwam in het bos. Kennelijk jaagde ze net zoals ik stiekem 's ochtends vroeg om dieren te vangen en ze door te verkopen of op te eten.

Maar ze was er niet bijster goed in. Haar geslurp en achteloosheid hadden de dieren vast weg gejaagd en dat betekende dat ik weer een kilometer moest gaan lopen of dat ik vandaag niks zou hebben.

Maar toch was haar schoonheid een kwaliteit die me even stil liet staan. Ik lette niet op mijn handen en bleef naar haar kijken. Zonder dat ik het doorhad duwde ik de varen zo ver door tegen een struikje aan dat de takken van het struikje knakte.

Als een schichtig dier schoot ze overeind en greep ze haar pijl en boog. Klunzig legde ze er een pijl op en begon rondjes rond haar as te draaien. Ik dook terug in mijn positie en liet de varen terug vallen in zijn positie voor mijn gezicht.

'Wie is daar?' Hoorde ik haar bevend zeggen. Ik sloot mijn ogen en zuchtte bij haar domheid en haar onnozelheid. De dieren zouden nu wel meer dan 3 kilometer verder weg zijn. Dat zou dus geen prooi zijn voor vandaag.

Ik wachtte totdat ik haar niet meer hoorde roepen en keek daarna opnieuw op over de varens heen. Ze stond met haar rug naar mij toe gekeerd terwijl ze haar boog had laten zakken. Ik rolde met mijn ogen en zuchtte zachtjes. Ze was echt een domme gans. Als ik een aanvaller was geweest, was ze nu dood geweest.

Mijn vingers zochten de grond af naar een steen. De wind die plots opstak blies mijn kap van mijn haar af en ik vloekte zachtjes. Ik wilde hem goed trekken, maar ik voelde hoe mijn vingertoppen over een hard object heen gleden. De natte steen greep ik stevig vast in mijn hand en ik keek weer op naar het meisje wat nu weer bij het beekje zat gebukt.

Mijn spieren spande zich aan en met een felle harde gooi smeet ik de steen tegen de bomen aan die aan de andere kant van haar zaten dan ik. Het harde geluid liet haar opnieuw opkijken en ze struikelde waardoor ze in het beekje viel.

Ik bekeek haar niet langer, maar maakte gebruik van haar moment van zwakte om weg te rennen uit mijn schuilplaats. Ik hoorde haar nog een keer roepen, maar mijn bonkend hart en vlugge voetstappen overstemde haar woorden.

Met een vlugge sprong die niet goed was gecoördineerd ging ik door het hek heen. Maar mijn arm bleef achter het prikkeldraad hangen en trok een stuk van mijn vel mee. Ik viel met een harde klap op de grond en greep mijn bovenarm vast. Plots hoorde ik varens en takken bewegen en ik trok met een ruk mijn capuchon over mijn hoofd en rende zo vlug ik kon weg van het hek.

Mijn arm voelde warm aan en ik wist dat het van het bloed afkwam wat over mijn arm heen liep. Met pijnscheuten in mijn arm en zij racete ik door de verlaten straten heen op weg naar mijn huis. Mijn hart bonkte in mijn borst terwijl de riem van mijn koker strak tegen mijn jas aan zat geplakt. En toen sloeg het in.

Mijn kruisboog.

Ik bleef doodstil staan in de straat die naar het plein toe leidde waar mijn huis was. Mijn kruisboog. Mijn grootste en belangrijkste bezit. En ik had het laten liggen bij het hek waar het meisje nu hoogstwaarschijnlijk ook zou zijn.

Ik kon niet terug gaan en hem ophalen.

'Nee...' Mompelde ik zachtjes en verslagen. Ik stak mijn handen in mijn haar en negeerde de pijn van mijn bovenarm. Dit kon niet waar zijn. Met open mond en een verslagen blik in mijn ogen draaide ik me om richting de straat waar ik net uit was weg gerent.

Ik was mijn kruisboog kwijt. Voor altijd.


District 10 - Melissa Crejak (15) POV. Boete dag.

Met een luide klap en het geluid van kapot geslagen glas werd ik wakker. Gedesoriënteerd richtte ik mijn licht grijze ogen op het dichtstbijzijnde raam. De zon scheen vlak en zonder warmte naar binnen. Nog steeds draaide de kamer lichtjes en moest ik me aan mijn bedrand omhoog trekken.

'Ik zei nu! En als je het niet doet dan zwaait er wat!' De ruwe mannen stem die mijn huis vulde kon ik niet thuis brengen. Ik kende de stem niet, maar de zware gevaarlijke onderklank erin liet mijn nekhaar overeind staan.

De lakens van mijn bed lagen als een prop aan het einde en de twee kussen waar ik en mijn zus op sliepen lagen er achtloos bij. Mijn kussen voelde nog warm aan, maar die van mijn zus had niet langer haar hoofd afdruk erin staan en voelde koud en afstandelijk.

'Breng hem naar binnen!' De brute stem die van de woonkamer afgalmde schreeuwde weer wat. Ik keek de kamer verwoed langs, opzoek naar enige teken van Lily mijn zus. Maar ik zag haar nergens.

Half struikelend rende ik naar mijn deur waar mijn kamerjas aan hing. De korte koude jas trok ik stevig aan met de band rond mijn middel. Ik deed geen moeite om mijn warrige zwarte schouder lange haar goed te krijgen. Dat lukte me bijna nooit en laat staan als ik net uit bed was.

Ik schoof in het eerste het beste paar schoenen wat ik kon vinden en hierna bleef ik plots met ingehouden adem stil staan voor mijn kamer deur. Ik wist niet wat zich daarachter afspeelde en de angst die nu zijn greep over mij kreeg liet mijn gehele lichaam trillen. Ik wilde eigenlijk niet weten wat er achter de deur aan de gang was, maar het kon zijn dat mijn moeder en zus in gevaar waren. En dat wilde ik nooit meemaken.

Dus ik opende mijn slaapkamer deur zachtjes. De lichtstreep die over mijn gezicht heen viel verblindde me even, maar al snel waren mijn ogen gewend aan het plotselinge licht. En wat ik zag liet mijn adem opnieuw in mijn keel stokken.

Drie vredesbewakers stonden in mijn huiskamer waarvan er één zwaar gewond was. Het bloed droop over zijn witte uniform, zijn helm had hij niet op. Zijn gezicht was in zijn geheel een groot gapend gat waar het bloed uitstroomde. Hij was duidelijk buiten bewustzijn, want de twee andere bewakers moesten hem overeind houden.

Mijn moeder stond met een gehard gezicht voor ze en keek ze zonder een emotie aan. Ik zag haar zelden zo. Dit was haar werk gezicht. En als ze die op had dan had ze geen gevoel. Voor niemand niet.

'Ik kan hem niet helpen, dat heb ik u al gezegd. Ik heb hier geen medicijnen en geen spullen om hem te behandelen. U moet naar het ziekenhuis gaan.' Haar stem klonk lijzig en koud. Hij verschilde zoveel van de stem waarmee ze mij altijd liefdevol en warm aansprak.

Mijn zus Lily stond wit weggetrokken naast mijn moeder. Ze trilde van top tot teen en ze kon haar ogen niet van het gelaat van de gewonde vredesbewaker af houden. Ze was compleet het tegenovergestelde van mijn moeder. Ze was altijd afstandelijk en koud tegen mij en kon er absoluut niet tegen om bloed te zien of gewonde mensen. Iets waar mijn moeder met haar zusters baan al lang aan was gewend. En ik wilde in haar voetsporen volgen.

'Het ziekenhuis is dicht heb ik al verteld! Vanwege de Boete!' Schreeuwde de vredesbewaker boos terug. Het spuug vloog uit zijn mond en ik zag dat er verschillende spatten op mijn moeder terecht kwamen. Maar ze veegde ze niet weg. Ze besteedde er geen aandacht aan. Het enige wat ze deed was haar armen over elkaar heen vouwen en haar ogen samen knijpen.

'Wel, komt dat dan niet even mooi uit? Misschien hadden jullie dan maar geen Boete moeten houden.' De vredesbewaker keek haar aan en er kwam een hoog piepend geluid uit mijn keel, maar niemand merkte mij op. Toch sloeg ik mijn handen voor mijn mond en staarde met grote ogen naar mijn moeder. Haar gewaagde opmerking maakte de vredesbewaker er niet vrolijker op.

Hij liet de gewonde bewaker los en in een beweging die zo snel was greep hij mijn moeder bij haar keel en drukte haar tegen de keukentafel aan.

'Ik ben hier niet voor wat gelul en gezeur mevrouwtje! Ik ben hier voor uw arbeid en nergens anders voor. Dus u zult hem opereren of u zult zijn leven betalen met uw eigen.' Hij greep zijn slag stok uit zijn riem en mijn zus sloeg een klein kreetje. Ik kon het niet aanzien hoe hij de stok in de lucht hief en hoe hij mijn moeder zou straffen voor haar moed en standvastigheid.

'Nee!' Mijn stem veraste mijzelf. Ik had het niet eens door dat ik de woonkamer binnen was gekomen en dat ik was gaan gillen. Mijn zus keek me met enorm grote ogen aan. Mijn moeder daarentegen liet nog steeds geen enkele emotie zien, maar de vredesbewaker liet haar los en zette een paar dreigende stappen mijn kant op.

'Nee?' Vroeg hij en ik hoorde de toon van ongeloof en sarcasme in zijn stem.

'Nee,' Zei ik en mijn stem klonk bibberend in mijn oren, maar ik wist dat mijn uitdrukking sterk was. ' ik opereer hem wel. Haal wat water.' Hij bleef me even aankijken waarna hij zich omdraaide en de eerste de beste kom van het aanrecht afgriste en hem vulde met water.

Intussen liep ik met vaste voeten maar met een plotseling gevoel van moeheid naar de tafel waar de andere vredesbewaker de gewonde bewaker had opgelegd. Met een harde klap werd de kom met water naast hem neergezet en deed de bewaker afwachtend en met een boos gezicht zijn armen over elkaar. Ik keek hem niet aan maar depte een zachte doek in het water en begon het gezicht van de gewonde bewaker schoon te maken.

Zijn gezicht bleek lang niet zo erg toegetakeld te zijn als ik in het begin dacht. Er zat gewoon heel veel bloed over zijn gezicht, omdat hij onder de kleine sneetjes zat. Zijn lip was verder nog gespleten en zijn neus gebroken. Ook was een stuk vel op zijn voorhoofd compleet weg, maar hoe meer bloed ik weg haalde hoe beter hij eruit ging zien. Ik merkte dat hij nog behoorlijk jong was, hij kon niet ouder zijn dan twintig en iets binnen in me begon vervelend aan mijn maag te trekken.

Ik zuchtte boos en pakte per ongeluk het verkeerde doekje. Mijn moeder hield me al snel tegen en keek me even dwingend aan. Ik moest opletten. Jongens mochten mij niet afleiden.

Maar dat deden ze wel. Bijna elke jongen eigenlijk. Ik kon er niks aan doen, ik had een soort van zwak voor ze. En als ik bij ze in de buurt was leek het net of ik op elk van hen verliefd was. Mijn maag begon dan vreemd samen te trekken en ik begon onnodig te lachen. Ook leek het als of ik plots een stuk van mijn hersenen miste aangezien ik altijd domme dingen deed in de buurt van leuke jongens.

'Lieverd, ik neem het wel over. Jij en Lily moeten je klaar gaan maken.' Mijn handen zaten nog onder het bloed toen mijn moeder de doek van mij over pakte. Lily keek me niet aan, maar liep zonder een woord resoluut naar onze kamer toe. De vredesbewakers die nog steeds naast de tafel stonden volgde elke beweging die ik maakte. Ze hadden nog steeds niet verteld wat er was gebeurd met hun collega. Maar iets binnen in me zei dat ik dat ook helemaal niet wilde weten.

Met zachte kleine passen liep ik naar de wasbak toe waar ik mijn handen onderdompelde in koud water. Bloed ging er moeilijk af, maar rondlopen met vieze handen was ook niet iets wat ik graag wilde.

'Wat is er eigenlijk met hem gebeurd?' De luchtige toon van mijn moeder werd gemaskeerd door haar harde blik. Haar handen gingen vakkundig over het gezicht van de jongen heen terwijl ze al zijn wonden zo goed mogelijk behandelde.

'Dat is niet uw zaak.'

'Oh dat denk ik wel. Aangezien jouw collega hier op mijn keukentafel ligt en mijn dochter hem net heeft verzorgd. Ik vind dus heel erg dat dit ook mijn zaak is.' De bewakers keken vreemd op van haar snauwende toon. Ze waren het duidelijk niet gewend om zo aangesproken te worden door vrouwen en met een glimlach realiseerde ik me dat ze zich een beetje geïntimideerd voelden.

'Hij was aangevallen door een misdadiger. Meer hoeft u niet te weten.' Bromde de bewaker die de hele tijd nog niks had gezegd. Mijn moeder bleef hem even aankijken waarna ze haar blik naar mij verplaatste.

'Lieverd, aankleden, hup. Ander kom je te laat.' Ik knikte en liep met een snelle pas mijn slaapkamer in. Ik sloot de deur zachtjes achter me en merkte dat mijn moeder opnieuw tegen de vredesbewakers aan het praten was.

'Je ziet er niet uit.' Mijn zus haar gemompel liet me opkijken, maar ik negeerde haar opmerking. Ze liep er bij in een kort jurkje met lage hakken terwijl ik voor haar stond in mijn ochtendjas en warrige zwart haar.

Ik zei niks terug, maar begon in plaats van dat mijn Boete kleding uit mijn kast te halen en deze aan te trekken. Het zacht gele rokje viel in kleine plooien tot boven mijn knieën terwijl er op mijn middel een grote pastel kleurige strik zat. Ik had er enkel een beige blouseje boven gedaan. Mijn haar kreeg ik niet echt getemd dus ik liet het maar gewoon los hangen. Voor make-up hadden we geen geld, dus ging ik zonder door het leven.

'We moeten gaan...' Mompelde mijn zus zenuwachtig, maar ik wist dat ze niet de woonkamer binnen durfde te gaan nu de bewakers er nog waren. Daarom opende ik maar met een zucht de deur en keek de woonkamer binnen, maar er was niemand meer op mijn moeder na die de tafel aan het schoonmaken was.

'Ah lieverd, kom op we moeten gaan.' Ze kuste me op beide wangen en duwde mijn lok haar achter mijn oor.

De Boete maakte deze dag al vreemder dan normaal, maar door de gebeurtenissen van vanochtend was het er niet beter op geworden.

Vandaag zou ik niet snel vergeten.


David Curtis (18) POV.

Het water in de wasbak kleurde rood door de washand die ik erin liet zakken. Ik kneep hem uit en probeerde hem wat schoner te maken waarna ik hem weer op de wond in mijn boven arm legde. Het deed geen pijn meer. Het enigste wat nu nog pijn deed was de herinnering aan mijn kruisboog en dat ik hem voor altijd kwijt zou zijn.

De klop op de deur liet me schrikken en ik liet het washandje met een plons in het water vallen.

'David? Ben je in de badkamer?' Ik slikte even en probeerde mijn normale stevige stem naar voren te krijgen. Maar toen ik antwoordde klonk het onvast en bibberend in mijn oren.

'Ja! Ik ben even met wat bezig.' Het was even stil aan de andere kant van mijn deur waarna mijn moeder zachtjes de deur open deed.

'Wat heb jij nou gedaan?' Vroeg ze stilletjes en ze liep naar me toe en pakte mijn boven arm vast. Haar koude vingers voelde fijn aan op mijn warme ruwe huid.

'Ik was beneden in de slagerij even bezig met wat konijnen. Maar er ging wat fout.' Mijn moeders donkere ogen die altijd vreemd leken vergeleken bij die van mij, keken me argwanend aan. Ze wist dat ik goed was in het handelen van messen en het kwam dan ook nooit voor dat er iets mis ging waardoor ik gewond raakte.

Desalniettemin zei ze niks. Ze pakte alleen maar het washandje uit het water en depte de wond er nog even mee waarna ze er verband omheen wikkelde. Hierna legde ze haar hand op mijn borst en keek me even aan. Ze was een stuk kleiner en tengerder dan mij, maar toch zag ze er sterk en zelf verzekerd uit.

'Kleed je om. We moeten gaan.' Ze kuste me op mijn wang en draaide zich daarna zonder me nog aan te kijken om.

Ik trok een donker groene losse broek aan en een zwart shirt met een grijs overhemd. Mensen hoefden niet te weten van mijn wond dus ik toverde een glimlach op mijn gezicht en deed als of er niks aan de hand was.

Mijn vader en moeder zaten beneden zachtjes te praten, maar keken niet op van hun gesprek toen ik binnen kwam. De winkel voor het huis was stil en leeg. Dat was het de laatste tijd bijna altijd. Het ging slecht met mijn vaderslagerij, omdat hij geen geld had om goede dieren in te kopen. Ik ging dus jagen om hem te ondersteunen.

Ik kon nog net wat eten naar binnen werken waarna de bel van het stadshuis ging. Ik voelde mijn vaders blik op mij gericht en ik wist wat hij dacht. Dit zou mijn laatste Boete zijn. Hierna kon ik hem altijd helpen in de winkel en kon hij op mij rekenen. Hierna zou ik mijn familie steunen. Maar zonder mijn kruisboog zou dat best wat moeilijker gaan.

Stil stond ik op en de grimas die op mijn gezicht was gekomen ging niet weg terwijl ik naar het plein toe liep. Mijn moeder gaf me opnieuw een kus op mijn wang en mijn vader klopte op mijn schouder.

'Ik zie je zo zoon.' Ik knikte zachtjes naar hem en ging me daarna inschrijven waarna ik als snel tussen de massa verdween in het 18 jarige vak van de Jongens. Niet veel later verstormde het gemompel van de mensen en kwam de Burgemeester oplopen samen de Begeleidster en mentor.

Hij hield zijn duffe praatje en ik hield mijn blik gericht op zijn gelaat. Maar mijn gedachte was er niet bij. Ik vroeg me af of het meisje nu ook hier op het plein stond en of ze me zou herkennen als ze me zou zien. En vooral vroeg ik me af wat ze met mijn kruisboog had gedaan. Zou ze hem hebben verbrand, verborgen of misschien zelfs wel hebben verkocht. Of zou ze me gaan aangeven bij de vredesbewakers? Ik wist het niet en de gedachtes aan mijn kruisboog gaven mij hoofdpijn.

'Goedemorgen iedereen!' De vrolijke zangerige stem van de Begeleidster die plots voor de microfoon stond klonk misplaatst. Pelham Kaplony stond weer in al haar glorie op het podium met een brede glimlach. Haar krullende blonde haar had zwarte strepen erin zitten en het was opgestoken in een kegel vorm. Haar gele ogen hadden als oog make-up de print van een tijger er overheen lopen net zoals haar lippen hadden. Ze had een strak kort mantel pakje aan van zoveel verschillende soorten bond dat ik de geur er bijna van kon ruiken. Haar knal rode nagels staken fel af teken haar bleke handen. Ze zwaaide en zwiepte er enthousiast mee terwijl ze haar verhaal hield.

'Vandaag zullen we dus weer voor de 68ste keer twee Tributen kiezen om te strijden voor District 10!' Ze klapte vrolijk in haar handen en trok zich er niks van aan dat niemand van het publiek mee klapte.

'Wel, dames eerst!' Ik keek hoe haar lelijke nagels de bol in zakte en vroeg me af hoe ze zich van binnen voelde. Of ze er echt plezier in had om kinderen naar hun dood te sturen. Of ze nog steeds een glimlach op haar gezicht droeg als er voor de zoveelste keer iemand werd afgeslacht in de arena.

Of ze nog steeds klapte als er iemand werd afgemaakt voor haar plezier.


Melissa Crejak (15) POV.

Met een dubbel gevoel van angst en energiekheid stond ik in het vak van de 15 jarige meisjes. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk hier weg en mijn moeder ondervragen over wat er was gebeurd toen ik en Lily weg waren uit de woonkamer. Maar aan de andere kant durfde ik geen vin te verroeren.

'Wel, dames eerst!' Bij het woord dames schoot mijn hoofd omhoog en keek ik naar Pelham die in haar achterlijke outfit naar de bol met mijn naam erin toe liep.

Ik had me niet meerdere keren ingeschreven, omdat we het door mijn moeders werk best konden redden. Maar toch zat mijn naam erin en had ik de kans om getrokken te worden.

Mijn ogen volgde Pelham terwijl ze op haar hakken met kleine pasjes terug liep naar de microfoon. Het briefje hield ze hoog in de lucht, als of ze er trots op was dat ze dit elk jaar mocht doen.

Met een misselijkmakend gevoel keek ik toe hoe ze het briefje openscheurde en een grote adem teug nam.

'Melissa, Crejak!' Ze zei het zo vrolijk en zangerig. Maar haar stem echode door in mijn hart als een ijzig koud prikkend mes. Mijn mond vormde zich langzaam in een O terwijl meisjes in mijn vak begonnen te smoezen en me aankeken.

'Melissa Crejak? Kom maar naar voren!' Pelham had me ondertussen ook opgemerkt en stond met een brede glimlach naar me te kijken. Ze had haar hand naar me uitgestoken ook al wist ik dat ik hem nooit kon grijpen.

Met bibberende benen en een adem die vast gestoken zat in mijn keel liep ik naar het midden van het plein toe waar de vredesbewakers mij verder begeleidde. Ik had mijn moeder niet gehoord en Lily die in het 18 jarige vak stond wilde ik niet zien. Ik wist dat ze zich nooit voor mij vrijwillig zou aanbieden, maar enig geluid van verdriet had ik wel van haar verwacht. Ze deed me pijn, omdat ze zich niet als mijn zus gedroeg.

Met stroeve passen liep ik het podium op en kwam Pelham naar me toe getippeld. Ze pakte mijn pols vast en vol trots trok ze me naar de microfoon.

'Onze vrouwelijk Tribuut dames en heren! Geef haar een daverend applaus!' Opnieuw klapte alleen zij, maar ze trok zich er nog steeds niks van aan. Kennelijk was ze het na zoveel jaar wel gewend dat er niemand enthousiast was op de Boete dag.

'En nu ons mannelijke Tribuut!' Ik kon het niet aanzien hoe ze naar de andere bol toe liep. Ik wilde niet weten wie mijn mede Tribuut en hoogstwaarschijnlijk ook tegenstander zou worden. Ik wilde niks meer zien of horen. Ik wilde alleen nog maar de liefelijke stem van mijn moeder horen en haar warme armen die zich om mij heen zouden slaan.

Maar ik stond hier alleen op het podium. Als Tribuut.


David Curtis (18) POV.

Het meisje op het podium stond niet te bibberen of was wit weg getrokken. Ze keek alleen maar met een emotie in haar ogen die ik niet herkende naar de verte. Maar lang kon ik mijn aandacht niet op haar vestigen, want Pelham trok het mannelijke briefje. Misschien wel mijn briefje.

Ze ging weer naast het meisje staan en glimlachte breed naar ons vak.

'Ik hoop op een sterk Tribuut dit jaar!' Haar zangerige stem was wel het irritantste wat ik ooit had aangehoord. Dat ze zich zo vrolijk kon opstellen, voor een evenement als deze was ondenkbaar voor mij. Ik walgde dan ook van haar. En ik walgde er nog meer van toen ze het briefje extra langzaam open maakte.

'David, Curtis!' De pijscheut die door mijn arm heen stroomde toen ik mijn naam hoorde was enorm. Ik dook dan ook ineen en mensen rondom me heen keken me vreemd aan. Vredesbewakers merkte mij gelijk op en ik probeerde me te verzetten tegen hun grijperige klauwen, maar ik wist dat het nutteloos was.

Met een zwaar hart gaf ik het gevecht op en liet me mee sleuren over het plein naar het podium toe. Toen ik erop liep rook ik de geur van bond des te sterker en het liet me herinneren aan mijn vaders slagerij. Aan mijn moeders dierenhuiden die ze altijd verkocht op de markt. Het liet me herinneren aan mijn familie die ik nu voorgoed kwijt zou zijn.

'En onthoud: Moge de kansen immers in je voordeel zijn!' Ik had de hele toespraak van Pelham niet meegekregen, omdat haar geur me zulke sterke gevoelens gaf. Ik had het niet door toen ze mijn hand vast pakte en die in mijn mede Tribuut haar hand legde. Toen pas merkte ik hoe klein haar hand nog was en hoe jong ze dus nog wel niet moest zijn.

Ik draaide mijn hoofd en wilde haar aankijken, maar ze werd al meegenomen door twee vredesbewakers en ik even later ook.


'Hier.' Met een zachte dwang kreeg ik de ketting van mijn vader in mijn hand gedrukt. Het zachte leren koord voelde een beetje ruw aan tussen mijn vingers. Er hingen drie ijzeren kraaltjes in het midden van verschillende grote en vorm. Ik wist niet of ik de ketting wel om wilde doen. Of ik wel de gehele tijd aan thuis wilde worden herinnerd. Het zou mijn zwakte continue laten zien en dat moest ik absoluut niet doen.

'Kom veilig en heel terug lieverd.' Mompelde mijn moeder schoor, maar haar blik was anders. Ik kon het niet goed plaatsen. Als of ze al langzaam het feit omhelsde dat ik tegen 24 andere Tributen moest strijden om leven en dood. Dat ik hoogstwaarschijnlijk pijnlijk en snel dood zou gaan. Dat ik nooit meer terug zou komen.

Ze trokken me nog in een omhelzing die naar mijn mening wel een uur duurde. Maar de vredesbewakers kwamen al binnen en namen ze mee. Ik wist al dat ik nu naar de trein zou worden geleid dus liep ik al naar de achterdeur toe om weg te gaan.

'Stop. Je hebt nog een bezoeker.' Mompelde de vredesbewaker verveeld en pakte mijn arm vast en sjorde me mee terug naar het midden van de kamer.

Nog een bezoeker? Ik had niet echt veel vrienden die nu afscheid van me zouden komen nemen. En mijn familie was al geweest. Ik fronste mijn wenkbrauwen en sloeg mijn armen over elkaar. De vredesbewaker deed de deur krakend open en het meisje wat binnen kwam lopen zou ik herkennen uit duizenden.

Haar as blonde haar zat in dezelfde vlecht als vanochtend, maar haar donkere ogen keken mij niet aan. Ze staarde naar de vloer terwijl ze zenuwachtig aan haar jurk zat te plukken. Ik keek haar verwachtingsvol aan maar merkte toen dat de vredesbewaker nog in de kamer stond.

'Kun je ons even wat tijd geven?' Ik keek hem dwingend aan en het leek eerst als of hij me zou negeren, maar hij opende de deur na een tijdje en verdween erachter.

'Wat doe je hier?' Stak ik gelijk van wal. Ze wilde opkijken, maar keek al snel weer naar de grond en begon nog zenuwachtiger aan haar jurk te prutsen.

'Ik heb je kruisboog gevonden.' Mompelde ze schoor. Mijn hart sloeg een bons over en er kwam zowaar zelfs een glimlach op mijn gezicht.

'Ik kan je hem nu moeilijk terug geven. Dus misschien als ik het naar je ouders breng?' Ze keek plots op. Haar grote donkere ogen hadden iets droevigs en plots kreeg ik een gevoel van medelij met haar, maar ik wist niet waarom. Ik kende haar amper.

'Nee.' Tot mijn verbazing sprak ik dat woord uit. Diep van binnen wist ik dat mijn ouders er vrij weinig aan zouden hebben en de gedachte aan mijn kruisboog die thuis op me zou wachten terwijl ik waarschijnlijk niet terug zou komen deed me meer pijn dan wat voor nieuws ik vandaag dan ook had gehoord.

'Hou hem maar tot dat ik terug kom.' Maar ik zou niet terug komen. Misschien zou ze er mee gaan oefenen en zou ze zich niet meer voor doen als het domme gansje van vanochtend.

'En oefen er wat mee, want je bent vreselijk in jagen.' Ze kon lachen om mijn grapje en knikte daarna zachtjes. De vredesbewaker deed op dat moment de deur weer open en deelde mee dat het tijd was. De glimlach die nog steeds op mijn gezicht stond voelde niet misplaatst.

Ik had nu vrede met mezelf.


Melissa Crejak (15) POV.

De gouden ketting die om mijn nek heen hing draaide ik langzaam om mijn vingers. Ik had hem al sinds mijn 5e en had hem in die 10 jaar nog nooit afgedaan. En in de arena zou ik hem ook niet afdoen. Het zou mijn Districts aandenken zijn en het zou mij kracht geven om te winnen.

Als ik kon winnen.

De omhelzing van mijn moeder gaf me meer energie en zowaar zelfs wat moed. Lily stond er een beetje onhandig bij terwijl ze op mijn rug klopte. Ik wist niet wat ik er van moest denken. Ik wist niet wat ik van het gehele gebeuren moest denken.

Ik was een Tribuut. Eén van de 24. En er kon er ook maar één uit komen. Ik wist niet zeker of ik dat wel zou zijn. Of ik überhaupt de eerste dag zou overleven was me al een raadsel.

'Let goed op jezelf. Je kunt jezelf redden lieverd. Je hebt kennis die meeste mensen niet hebben.' Ik knikte en probeerde het maar in positief licht te zien. Ik zou nieuwe mensen ontmoeten. Nieuwe jongens.

De glimlach die ik op mijn gezicht probeerde te krijgen voelde meer aan als een depressieve grimas. Ik wist niet wat ik moest doen en advies van mijn moeder kon ik niet meer vragen, want ze werd meegenomen samen met mijn zus die me bleef aanstaren.

En toen vielen de zware deuren dicht en was ik weer alleen. Ik wist niet wat ik moest denken.


Nog maar twee Boetes te gaan! En dan is het eindelijk zover, dan beginnen de Spelen!

Ik ben zo blij op dit moment. Ik was Donderdag terug gekomen van Intro Kamp en ik was zo vreselijk moe dat ik de gehele dag en nacht heb geslapen, maar ik wilde toch heel erg graag updaten voor jullie. Dus heb ik de hele vrijdag en vandaag de vroege uurtjes besteeds aan District 10! Ik hoop dan ook dat jullie het een leuk hoofdstuk vinden. Hij is volgens mij iets langer dan de vorige, maar dat maakt niet zoveel uit toch?

Ook vraag ik me af of jullie het hadden zien aankomen dat het meisje van het bos nog afscheidt zou komen nemen van David. Een paar mensen die wat kleine stukjes van te voren al hadden gelezen die dachten namelijk dat het meisje misschien zijn mede Tribuut zou zijn, maar dat vond ik nogal cliché. Dus vertel me wat je ervan vind dat ze David nog is komen opzoeken.

Ook bij het stuk van Melissa met de vredesbewakers wilde ik wat spannends laten gebeuren, aangezien David het mysterieuze meisje had. Ik ga er waarschijnlijk niet verder op in wat er met de vredesbewakers was gebeurd. Het is gewoon zo dat wat ze hadden verteld ook echt was gebeurd. Ze wilde alleen niet op detail ingaan, omdat het dan zou overkomen dat ze zwak en breekbaar zijn.

Goed, nu de punten nog even! We zijn al over de 100 reviews, wisten jullie dat? (:

LaFlorine - 23 Punten.
Greendiamond123 - 24 Punten.
MyWeirdWorld - 23 Punten.
SirWalsingham - 12 Punten.
FF-Schwarz - 12 Punten.
MadeByMel - 11 Punten.
EllaTaglof - 11 Punten.
JoyMainhood - 8 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 16 Punten.
Sharonneke95 - 6 Punten.
Cicillia - 14 Punten.
Leakingpenholder - 22 Punten.
Florreke - 14 Punten.
LeviAntonius - 5 Punten.

Ik wil jullie nog om een gunst vragen (Zoals ik zowat bij elk hoofdstuk doe haha!) Om iets doortesturen van een scene, quote, handeling of iets in die richting wat jullie goed bij jullie eigen personage vinden passen en wat jullie ook wel in de Spelen/Capitool zouden willen terug zien. Ik wil namelijk graag weten hoe jullie denken dat jullie personage zich daar gaat gedragen of hoe zijn karakter zich gaat ontwikkelen.

Ik zal vandaag nog gaan beginnen aan D11! Merken jullie trouwens dat het in de Boetes steeds wat kouder wordt naarmate we bij District 12 aankomen (Het sneeuw District). Eigenlijk kan het dan helemaal niet sneeuwen, aangezien de Boetes plaats vinden in Mei toch? Maar ach, het is een fanfiction en ik heb jullie toestemming (:

Hopelijk beantwoorden jullie mijn vragen en laten jullie een review achter waar ik wat aan heb met veel tips, ideeën en kritiek zowaar nodig. ;)

Liefs,
Jade