10. Remember

Ginny hoorde een knal. Nog een gil, eentje die kippenvel over haar armen deed glijden. Toen geschrokken stemmen.

En daarna niets meer.

Verdwaasd draaide ze zich om.

Wat haar ogen aantroffen, was verbazingwekkend. Ron, met zijn arm om Hermeliens gebogen schouders heen. Fred, die zwaar ademend tegen een boom leunde en duidelijk heftige pijnen onderdrukte. Striemen doorkruisten zijn gezicht. En Draco, wankelend op zijn benen, met een blik die schichtig heen en weer schoot. En allen met hun rug naar haar toe, kijkend naar een schouwspel verderop wat Ginny pas later zag

Lichtflitsen. Dooddoeners. Een glanzende schildspreuk.

En Carlo.

Hermelien leek zich weer te kunnen bewegen. 'Ginny, snel!' Het geluid van haar stem raakte een koppigheid die Ginny nog niet eerder van haar had gezien. Snel sprong Hermelien langs haar vriendin heen, het bootje in dat bijna kapseisde onder het plotselinge gewicht. Ron volgde, van streek met woedende ogen. Hij trok Ginny mee en werd hiermee geholpen door een strompelende Draco. Zijn harde hand duwde in haar rug en ze sprong in de boot. Onhandig, van streek en gekwetst.

Draco keek geschrokken weg toen haar donkere blik dezijne ving.

Haar ogen leken zwart. Als verlamd beef ze in het bootje zitten, terwijl Fred Loena erin hielp, haar blik onafgebroken gericht op Carlo, die zich dapper verweerde en de Dooddoeners afleidde van hun vertrek. Niemand vroeg haar iets, terwijl ze naar Carlo keek en bad dat ze hem ooit nog terug zou zien. Niemand zij iets, terwijl ze Carlo en Ron als gekken begonnen te roeien, bijgestaan door Hermeliens behulpzame spreuken.

Langzaam dreef het bootje weg, uit het zicht van de dooddoeners. Het laatste wat Ginny van Carlo opving, waren zijn ogen, die heel even de haren zochten. Héél even, toen zag ze zijn kleine gedaante weer naar zijn aanvallers kijken.

En ze huilde.

Zachtjes.

Tot haar ogen leeg waren.

Toen Ginny eindelijk opkeek, was dat recht in Freds ogen. Een minuut hield hij zijn bezorgde blik aan, toen keek hij beschaamd de andere kant uit. Ook de rest tuurde nu over het water, afwezig alsof ze de hele tijd al daarnaar hadden gekeken.

Vanbinnen voelde ze zich verscheurd onder de waakzaam bezorgde blikken van de anderen.

Carlo. Hij was weg.

Waarom keken ze allemaal zo? Alsof hij zojuist was overleden?

'Hij is niet dood,' mompelde ze, maar haar woorden hadden geen stem. Niemand ving haar woorden op. Eenzaam 'Dat kan niet, dat mag niet,' protesteerde ze.

De pijn brak haar hart.

Het tergende schuldgevoel herinnerde haar eraan dat ze hem niet eens had gewaarschuwd, geen enkele poging had gedaan om hem nog te redden.

Ginny wist dat Carlo dat niet had geaccepteerd. Zoals hij daar stond, met zijn toverstok voor zich uitgericht en met iets van kracht in zijn houding, had ze onmiddellijk begrepen wat zijn wens was. "Red me niet" Somber staarde ze naar de mist die hen het zicht op het wateroppervlak ontnam. Niemand kon haar verwijten dat ze tegen Carlo's wil in was gegaan. Het enige wat ze haar kwalijk konden nemen, was dat ze klakkeloos had aangenomen wat zijn wil was.

Diep van binnen vlamde het vermoeden dat haar gevoel juist was geweest, dat hij zijn eigen leven had willen geven voor dat van hen. Maar ze wist, met een brekend hart, dat ze het nooit zeker zou weten, tenzij Carlo het zou overleven. 'Je moet het overleven,' fluisterde Ginny tegen de wind, hopend dat haar woorden Carlo op één of andere manier zouden bereiken. Want niemand anders zou haar woorden zonder klank kunnen horen.

Verzet tegen het innerlijke verdriet was hopeloos. Langzaam maar zeker voelde ze hoe haar hart leeg weer, haar ogen leeg werden, en toen pas begreep ze hoeveel Carlo voor haar had betekent…

Draco was altijd al koelbloedig geweest. Carlo leek hem niets te deren, maar Ginny's volwassen, vermoeide uitdrukking raakte iets in hem wat ze zou begrijpen. Er sprak zoveel pijn uit die ogen, maar daar keek hij niet naar. Het was de leegte in haar ogen die enkel nog een zwakke moed en vastberadenheid vertoonden.

'Hield je van hem?' vroeg Draco ruw. Ginny keek op, verstoord alsof ze druk bezig was geweest. Maar het antwoord bleef uit.
Zijn hart bonkte trager.

'Hield je van mij?'

Een nieuwe stilte en nog meer kalmte binnen in zijn ziel.

'Hou van me, Ginny,' vroeg hij zachtjes. De angstige glans in zijn ogen was nieuw voor Ginny.

'Hou van me, alsjeblieft. Als jij niet van me houdt, kan ik niet… Moet ik.. '

Zijn stem stierf weg en Ginny keek de andere kant uit, verdoofd. Ze kon nu niet met Draco praten,. Ze kon het niet opbrengen de keus te bevestigen die voor haar gemaakt was.

Voorzichtig zocht ze Hermeliens blik en ze zag hoe diens bruine ogen zich ter plekke vulden met een spijt die niet in woorden uit te leggen was. Daar zat ze, zwijgend aan de andere kant van het kleine roeibootje.

'Hij wilde persé achterblijven,' mompelde ze en geen van beide meisjes sloeg nog acht op Draco. 'We trokken, we duwden en we hebben hem bijna vervloekt om hem mee te krijgen in de boot, maar hij schreeuwde dat zijn leven het onze wel waard was. "Zes tegen één," riep hij…'

Fred keek om, behoedzaam luisterend naar Hermeliens schorre woorden.

'Hij schreeuwde nog iets wat niemand kon verstaan, voordat hij ver genoeg was om de Dooddoeners tegen het lijf te lopen die we al hadden zien aankomen.' Mistroostig keek Hermelien Ginny recht aan. 'Zijn we weerloos?' vroeg ze zacht, aan niemand in het bijzonder. Draco stond op, maar Ginny zocht naar de woorden om te antwoorden.

'Nee, we hebben elkaar nog… en Carlo hoeft niet dood te zijn,' zei ze uiteindelijk.

Maar de stilte zei genoeg. Ze waren niet langer met zijn zevenen. De groep was uiteengevallen en of Carlo nog leefde, was een vraag die ieder voor zich al had beantwoord, diep vanbinnen.

Nee.

Langzaam stond ze op en ging naast Hermelien zitten, bewegingsloos, afgezien van een koude hand die zich in Hermeliens trillende vingers schoof.

De boot dreef voort, met een noodvaart die niemand voor mogelijk had gehouden. Het water week zachtjes uiteen met een stilte alsof het mee rouwde.

Een stilzwijgen van verdriet, eeuwig durend in ieders oren. En de bossen om hen heen leken donkerder te worden, alsof het symbool stond voor de zwarte deken die de wereld in het Duister leek te hullen. Ze voelden hem naderen en wisten dat Voldemort hen op de hielen zat. Dat wisten ze, stuk voor stuk.

Het bladerdek boven hen liet steeds minder zon door. Tot hen uiteindelijk een schemerdonkerte overviel.

Draco wilde rust houden, maar iedereen keek hem aan met een blik van ongeloof. Als ze nu stopten, stond dat gelijk aan een overgave aan de Dooddoeners. Ze kwamen steeds dichterbij en naarmate de stank van gevaar hun steeds dichter achtervolgde, leek het groepje langzaam uiteen te vallen. Loena, doodziek en eenzaam aan de voorkant van de boot. Fred, met nog steeds een grimas van pijn op zijn gezicht. Hij zat gebogen naast haar en zei geen woord.

Tegenover haar Draco, die giftige blikken van Ron kreeg toegeworpen en zijzelf had een verzwegen wapenstilstand met Hermelien.

Ze besefte niet dat ze een kloof over het hoofd zag die later cruciaal zou zijn.

Loena's fragiele woorden drongen tot haar door.

Zachte woorden, over een verlies dat ze allen voelden. Ginny luisterde, ademloos en neuriede zachtjes het liedje dat Loena eerder had gezongen. Hermelien keek op en ook Fred en Ron rechtten hun rug om naar Loena te kijken.

Ze zat met haar rug naar hun toe, het blonde, verwarde haar sluik over haar schouders hangen. De sierlijke kraag van haar mantel stond omhoog en ondanks haar verwondingen zat ze waardig rechtop, met een houding alsof ze een godin was. Er leek een gouden aura om haar heen te hangen, terwijl de zacht vertelde woorden aanzwollen. Zwijgend luisterden ze naar Loena.

'We weten niet of je zegeviert, of dat je overleden bent in je moed ons te beschermen. We weten niet waar je bent nu, of waar je straks zult zijn. We weten niets van wat we niet konden meemaken, niet konden zien. Het enige waar we zeker van mogen zijn, is dat je in onze harten zit. En daar blijf je voorgoed. Je vormt voor mij een herinneringen die getuigt van moed, van ongekend veel liefde en de kracht om optimistisch en sterk te blijven wanneer weinigen dat nog kunnen. Goede reis, Carlo, waartoe die ook mag leiden.'

Loena keek over haar schouder met een zwakke glimlach om haar bleke lippen getrokken. De blik in haar ogen raakte Ginny en ze kon niet anders dan even verdrietig terug lachen. De rest leek haar voorbeeld te volgen en een zacht afscheid werd gefluisterde, terwijl Loena vanuit het niets een bloem toverde en de waterlelie voorzichtig op het water legde. De boot dreef voort en langzaam zag Ginny hem kleiner worden tot hij uiteindelijk verdwenen was.

'We zijn op de goede weg,' zei Loena zwakjes toen de stilte te zwaar werd. 'Kijk, daar.'

Loena wees, en afgezien daarvan zat iedereen doodstil. Loena had het weer veel eerder opgemerkt als hen allemaal.

Recht voor hun uit, nauwelijks zichtbaar boven de dikke mist hing de zon boven de horizon. Hun rivier baande zich een kaarsrechte weg door het oerwoud. Met aan het einde de horizon. Het zag ernaar uit dat ze spoedig uit dit regenwoud zouden zijn.

Fred verbeet de pijn en spoorde het bootje nog meer aan en Ginny keek weer opzij. De bomen, die rustig aan hen voorbijgleden, waren hoog en donker. Maar het dreigende ervan was verdwenen. De bladeren hingen hoog in de toppen en waren felgroen in het hervonden zonlicht. Stralen zonlicht drongen tussen de bomen door en horizontale bundels licht deed de mist goud kleuren.

Het effect was magisch.

De avond viel. De zon was nu verdwenen in de mist en de hemel eromheen leek een kroon op de zon. Het goud ervan vermengde zich met de helblauwe hemel erboven, waaraan geen wolkje te zien was.

Het was fris buiten de beschutting van de bomen. De brede boomstammen hadden ongemerkt alle wind tegengehouden die nu kalm hun mantels liet wapperen in de wind.

Het bootje strandde zachtjes tegen de oever en werd met dikke touwen vastgebonden aan dikke boomwortels. Voorzichtig klommen ze eruit, Loena en Fred beiden met een bleek gezicht.

'Fred, gaat het wel?' Een stilte viel, plotseling wachtte iedereen zijn antwoord af. Draco bleef ongestoord aan de touwen sjorren.

'Ja hoor,' glimlachte Fred, maar niemand was gerustgesteld. Hij was geraakt door een verdwaalde striemspreuk van één van de dooddoeners en de striemen over zijn gezicht waren rood en geïrriteerd. Ginny zuchtte en wendde haar blik af. Fred was te koppig om toe te geven dat het zeer deed.

Het landschap dat zich voor hen uitstrekte was overweldigend toen ze naast elkaar toekeken. Waar het oerwoud langzaam afstierf begon een wilde, lage begroeiing van struiken en hier en daar bloemvelden of grasvlaktes. De heuvels om hen heen waren stuk voor stuk lager als die waar ze nu op stonden. Ze stapten naar voren als één persoon en ontkwamen zo aan de bescherming van de bomen om hen heen. Staand op het randje van de rots waarop het oerwoud zich bevond, konden ze de dieptes onder zich zien. Draco's krukken tikten op de harde grond onderhen terwijl hij nog net iets dichter naar de rand liep. De wind zwaaide zijn mantel opzij en de schrammen op zijn armen werden zichtbaar. Ginny schrok en keek weg, voor ze zijn armen beter kon bekijken.

'Een vallei,' mompelde Ron en Loena keek op.

'Lupos had het over de Vallei van het Licht,' reageerde ze. 'Maar ik denk niet dat het een werkelijke vallei is.'

'Als het een vallei heet, ís het toch een vallei.' Hermelien keek nijdig in Loena's ogen en hield toen haar mond.

'Ik weet dat jullie hetzelfde denken als mij: áls het een werkelijke vallei zou zijn, is het deze. Recht voor ons. Het lijkt alsof we hier het laatste stukje leven op aarde hebben gevonden dat zich niet hoeft te verstoppen voor Voldemort. Hier heerst geen sfeer van vergane glorie,' zei Loena en ze stapte naast Draco om zich om te draaien naar de groep. Draco keek kritisch naar haar.

'Hier heerst de sfeer van geluk dat wij niet meer kennen. Ongedwongen, dat is het. Maar ik weet dat jullie het met mij eens zijn als ik zeg dat het te makkelijk zou zijn.' Loena's ogen stonden dof, maar kracht te putten uit de aanblik om hen heen.

'Dit is de vallei die we zoeken niet,' besloot ze en de rest zweeg. Het was duidelijk dat ze gelijk had.