Hoofdstuk 10
Ontsnapt
"Hunter" zei Elissa, ze zat tegen de muur in de cel en rilde. Ze zaten al meer dan twee weken gevangen en Elissa werd met de dag zwakker, als het nog lang zo door ging was ze bang dat ze op een geven moment er dood bij neer zou vallen. Ze werd de eerste dagen vaak gehaald en vervolgens gemarteld. Om de een of andere rede wilde Balthazar haar niet vermoorden maar pijn doen en dat lukte hem goed.
Ze had het gevoel dat haar hele lijf open lag en had pijn als ze liep. De enige die ze had was Hunter die goed voor haar zorgde. Hij werd ook af en toe opgehaald om gemarteld te worden maar gelukkig voor hem niet zo vaak als Elissa. Hij had dan ook nog kracht en het leek dat hij haar ook af en toe kracht gaf om terug te vechten. De laatste vijf dagen was echter geen van beide gehaald en was Elissa aan de verbeterende hand. Het nadeel van dat ze zo zwak was dat ze haar krachten niet kon gebruiken en ze op dat moment niet kon terugvechten noch ontsnappen.
"Wat is er?" vroeg hij en kwam aangelopen en knielde naast haar neer.
"Ik vind je leuk" zei ze en keek hem met samengeknepen ogen aan, de twee weken dat ze hier opgesloten zaten was ze Illias vergeten en gevoelens gaan ontwikkelen voor Hunter. Als het 's avonds koud was geweest hadden ze tegen elkaar aan gelegen en gister had hij uiteindelijk gezegd dat hij verliefd op haar was. Elissa moest nog steeds aan Illias denken toen maar als ze zo dacht had ze meer gevoelens voor Hunter dan Illias op dit moment. Ze had na moeten denken en nu was het er uit, ze had er over nagedacht en het nu eindelijk gezegd.
Hunter lachte blij en ging nu ook tegen de muur aan zitten.
"Ik wist het wel" zei hij meer in zichzelf dan tegen Elissa.
"Wat?" vroeg ze maar dat had ze beter niet kunnen doen want ze kreeg een hap kille koude lucht binnen en kreeg een hoestbui.
"Elissa doe mijn jas aan" zei Hunter en deed zijn jas uit die hij op de dag van zijn gevangenneming aan had gehad en deed die om Elissa heen.
"Dank je, heb jij het niet koud dan?" vroeg ze toen de hoestbui over was.
"Ik kan wel ergens tegen" zei hij en haalde zijn schouder op. Daarna keken ze allebei op want ze hoorde sleutels rammelen.
"We zijn in dagen al niet gehaald, ontsnap als je kan" zei hij want steeds als Elissa opgehaald werd fluisterde hij haar dat toe. En niet veel tijd daarna werd ze van de grond opgetild en werd naar de 'martelkamer' gebracht.
"Ik weet wel dat je dit niet meer lang vol houd" zei Balthazar en Elissa lag voor de zoveelste keer bezweet en pijnlijk op de grond. Ze had net de Cruciatusvloek op haar gehad en dacht niet dat ze het nog lang vol hield. Ze wilde weer terug naar Hunter.
"Dat zien we nog wel" zei Elissa die moedig overeind kwam maar al snel weer een Cricuatusvloek te pakken had.
Al eerder dan ze verwacht had stopte de aanval en toen ze haar ogen open deed zag ze dat ze alleen in de kamer was. Ze stond moeilijk op en liep langzaam de kamer uit die niet eens op slot was. Ze hoorde verschillende knallen en je hoefde geen professor te wezen om te weten dat er een gevecht gaande was.
Toen ze op de gang was zag ze rebellen die ze maar al te goed kende vechten. Van de trap zag ze alle gevangenen rennen. Geen van alle kende ze en de enige gevangene die ze wilde zien zag ze niet. Ze besloot te leviteren boven iedereen uit te vliegen. Niemand lette op haar iedereen was veel te druk met het vechten voor hun leven en daarbij vloog Elissa ook erg hoog en viel weinig mensen haar op. Ze landde op de bovenste verdieping en liep door de gang waar ze zo vaak doorheen was gesleept. Door haar benen kon ze niet hard rennen maar liep ze rustig door de verlaten gang. Ze keek hier en daar in wat cellen en zag dat het niet veel verschilde met die van haar en Hunter. Uiteindelijk werd haar oog door iets getrokken, bewusteloos lag Hunter op de grond en snel liep ze naar hem toe.
"Word wakker" fluisterde Elissa maar Hunter deed niks. Hij was onder de voet gelopen toen iedereen hier bevrijd werd.
Ineens viel haar oog op iets nog anders, een einde verder lag een toverstok. Ze liet hem naar haar toevliegen en verdwijnselde met Hunter.
Met een knal verschijnselde ze en zoals verwacht was het Meerpond leeg. Ze sleepte Hunter naar boven en bracht hem naar zijn kamer en legde hem in zijn bed. Ze pakte een glaasje water en zette die naast zijn bed neer voor als hij wakker werd. Zelf liep ze naar de douchecel terug en nam een douche. Haar, haar was vet en ze zat onder de blauwe plekken en verwondingen. Toen ze uiteindelijk klaar was met zichzelf te verfrissen en andere kleren aan had getrokken ging ze naar beneden. Toen ze de huiskamer goed bekeek zag ze dat Kit haar zin had gekregen en de muren een andere kleur hadden gekregen. De meubels stonden er echter nog op de zelfde plek. Ze grinnikte in zichzelf, het uiterlijk van Rachel en Kit leek erg op elkaar maar hun innerlijk en smaak botste tegen elkaar op.
Ze had dat nog niet gedacht of er kwamen een stuk of 10 mensen binnen. De helft was gezond en sterk en bovenal humeurig. De rest was gewond en was of buiten bewustzijn of schreeuwde het uit van de pijn. De rebellen wisten precies waar ze moesten wezen en brachten de gewonden naar boven waar ze ook goed verzorgd werden en konden aansterken.
"Elissa!" schreeuwde twee stemmen tegelijk en voordat ze het wist voelde ze twee paar armen om haar heen slaan. Het ene paar waren van Kit en de andere van Rachel.
"Ik heb je zo gemist" zei Rachel en liet haar los.
"Iedereen heeft je gemist" zei Kit en liet haar ook los en ze werd begeleid naar de bank.
"Bedankt dat jullie de gevangenis aanvielen waar Hunter en ik zaten" zei Elissa.
"Het heeft een hele tijd gekost om er achter te komen waar de schuilplaats van Balthazar was maar we hebben een nieuwe rebel en die wist het ons te vertellen" zei Rachel maar voordat ze meer uit kon leggen kwam er een meisje aanlopen met zwart haar en bruine ogen die beter bekend was onder de naam Jenny Bath.
"Jenny, heb jij ze naar de schuilplaats gebracht?" vroeg Elissa verbaasd. Jenny knikte en kwam bij het gezelschap zitten.
"Ik kon ze je niet laten vermoorden, ik heb je vaak horen schreeuwen" zei Jenny en Elissa slikte.
"Nou ik ben oké, alleen mijn benen zijn wankel doordat ik vaak gemarteld ben" zei Elissa die niet te heldhaftig wilde overkomen en daardoor maar niet had gezegd dat ze een Cruciatusvloek op haar had gehad.
"Dat gaat wel over als Kiki er naar heeft gekeken" zei Kit en klopte op haar schouder.
"Oma, Opa!" schreeuwde Elissa en gelijk toen ze het grote huis was ingestapt kwam haar oma zoals gewoonlijk de trap half af rennen.
"Elissa" schreeuwde haar oma en aan haar gezicht kon je zien dat ze erg bezorgd was.
"We dachten dat je dood was, waar ben je geweest?" vroeg haar oma.
"Ik heb bij Rachel en Jenny gelogeerd, ik wilde je per uil bericht sturen maar ik was bang om ontdekt te worden in het verband dat ik een vredeskind ben enzo en ze waarschijnlijk achter me aan zitten" legde Elissa uit al wankelde ze wat op haar benen, Jenny en Rachel die achter haar stonden vingen haar op zodat ze niet zomaar achteruit kon vallen.
"Oké" zei haar oma en leek alles te slikken.
"Mogen we nu hier logeren?" vroeg ze wat bijna altijd wel mocht omdat er ruimte genoeg was.
"Ja, is goed ik zal de huiselven een opdracht geven dat ze twee extra kamers moeten inrichten" zei Narcissa en liet het drietal alleen.
"Even dacht ik dat het niet goed ging" zei Elissa die Jenny aan keek ze had haar helemaal vergeven over dat gedoe met Illias en gingen weer als vroeger met elkaar om, ze had toch haar leven gered.
"Ik ook" zei Rachel en Elissa pakte een fototoestel tevoorschijn.
"Voor altijd vriendinnen" zei ze, ze zette het fototoestel op de kast neer en plofte naast haar vriendinnen op het bed neer waarna de foto werd genomen met een felle flits.
