Hoofdstuk 11

Ik keek in paniek om me heen. Mijn blik viel op de één van de verlamde dooddoeners op de grond. Hij had zijn toverstok nog in de hand. Zonder aarzelen trok ik het uit zijn slappe hand, en richtte hem op Daan.

"Het spijt mij ook!" Siste ik woedend naar hem. Naast mij hoorde ik Draco's geschokte ademhaling. Hij wist natuurlijk dat ik een dreuzel was, en alleen maar blufte.

Ik bleef naar Daan staren. "Jij laat nu je toverstok zakken, of ik vervloek je!" Dreigde ik. Ik hoopte dat het geloofwaardig overkwam. Draco hief nu ook zijn toverstok op. "Komaan, het is twee tegen één. Je weet best dat je geen schijn van kans hebt!" Riep hij.

Daan keek vertwijfeld van mij naar Draco. Toen zuchtte hij en liet zijn toverstok zakken. "Goed dan."

Ik haalde opgelucht adem en liet ook mijn geleende toverstok zakken. Maar Draco bleef wantrouwend naar Daan kijken. "Geef me je toverstok." Beval hij hem. "Nu!"

"Nee, dat zal ik je niet geven!" En zonder enige waarschuwing richtte hij zijn toverstok weer op mij. "Ik was er bijna ingetrapt.." Daan glimlachte bijna. De rode lichtflits schoot op me af. "Nee!" Ik hoorde Draco in paniek schreeuwen. Ik gilde en liet me vallen op de grond. Maar het was te laat. Het zwart kwam op me af, en overspoelde mij meedogenloos.

Het zwart werd grijs, toen wit, en toen was het weg. Ik knipperde verdwaasd met mijn ogen maar zag niets. Ik wilde rechtkomen, maar mijn hoofd gilde het uit van de pijn. Wat was er gebeurd?

Plots kwam alles weer op me af. Daan die ons wou verlammen, of doden. Draco! Zou hij ook…? Ik verbeet de pijn en ging rechtop zitten. Voor mij zag ik een vuurtje branden. Daan zat me aan te staren. Ik zag dat hij weer vastgebonden zat.

"Je bent wakker!" Draco kwam met een opgelucht gezicht naar me toe. "Eindelijk! Elke spreuk die ik toepaste werkte niet! Ik begon al het ergste te vrezen…" Hij knielde naast me neer en keek me bezorgd aan.

"Wat is er gebeurd?" Mijn stem klonk schor.

"Weet je dat niet meer?" Draco keek me verbaast aan. Toen draaide hij zich om naar Daan. " Zie je nu wat je gedaan hebt? Ze is haar geheugen kwijt!" Hij stond woedend op.

"Draco!" ik moest stiekem lachen. "Draco, ik weet alles nog. Ik bedoelde alleen maar, wat er gebeurd is, na Daan mij verlamd had." Legde ik vlug uit.

"Oh, oké dan is het goed!" Hij ging opgelucht weer zitten. "Wel, dat stuk verdriet daar, " Hij wees naar Daan. "Wilde mij toen ook aanvallen, maar dat is hem niet gelukt, zoals je ziet. En nu blijft hij bij ons, tot hij gelooft dat we het goed bedoelden."

Ik knikte instemmend. "En geloof je ons al?" Riep ik naar Daan. Hij haalde zijn schouders op en keek de andere kant op.

"Hij wil niet meer praten, sinds ik hem heb overmeesterd." Fluisterde Draco luid. "Maar dat geeft mij niet hoor, ik vond hem altijd al een irritante stem hebben."

Onwillekeurig moest ik toch een beetje grinniken. "Awaw…" van dat grinniken was mijn hoofd meer pijn gaan doen. "Waarom doet mijn hoofd zoveel pijn?"

"Dat komt doordat je met je hoofd op de grond bent gevallen. Je hebt een wond aan de zijkant van je hoofd. Het is beter als je nu nog wat rust. We kunnen verder trekken, wanneer jij beter bent."

Ik knikte en ging langzaam weer liggen. Ik sloot mijn ogen, en viel weer vlug in slaap.

Toen ik voor de tweede keer wakker werd was het alweer licht. Ik ging rechtop zitten, en was verbaasd dat mijn hoofdpijn over was. Daan zat niet meer aan het, nu uitgedoofde, vuur. Ik keek geschrokken rond. Straks was hij weggelopen! Ik ging langzaam rechtop staan en keek de omgeving rond. We zaten op een kleine open plek, omringd door hoge, donkere bomen. Ik liep naar het midden van de plek en keek rond. Mijn rugzak lag er nog, samen met die van Daan.

"Ha! Goed dat je weer kunt lopen!" Draco kwam aanlopen vanuit het bos, met een mokkende Daan achter zich aan. Hij zag me kijken en legde het vlug uit. "We waren op zoek naar wat hout, voor het vuur te laten branden… We dachten dat je zeker nog een paar uur zou slapen." Hij liet de takken vallen, pakte de rugzakken en smeet ze naar mij en Daan. "Oké, we moeten even overleggen denk ik, maar dat doen we beter al lopend. Het is niet goed lang op dezelfde plek te blijven."

Ik deed mijn rugzak aan en geeuwde. "Waar zijn we eigenlijk? Eén van jullie een idee?" Ik keek de beide tovenaars aan. "In het verboden bos. Als we zo verder lopen, gaan we naar Zweinstein." Het was het eerste dat Daan zei na een lange tijd. Hij wees naar Draco, die al tussen de bomen doorliep. Hij draaide zich nu om en wenkte ons. "Komen jullie nog?"

Ik zuchtte en keek naar Daan. "Zullen we dan maar?"

Hij antwoordde met een nog diepere zucht en samen gingen we achter Draco aan. Op weg naar Zweinstein…

Ja, het is niet zo'n lang hoofdstukje, maar het vervolg komt nog

Bedankt voor jullie reacties!

Xx

-StudentOfHogwarts-