Hoofdstuk 9 Een Onverwacht Geschenk
Harry begroette professor Anderling hartelijk. Het was fijn om haar in de vertrouwde omgeving te zien waar ze in zijn belevenis thuishoorde, in plaats van op een begrafenis, ook al zag die omgeving er minstens even verwoest uit als in zijn herinnering. Hij zag een paar mannen in oranje kleding lopen, die allerlei materialen droegen.
'Wordt er al aan het kasteel gewerkt?' vroeg hij een beetje voor de hand liggend, maar professor Anderling schudde haar hoofd.
'Die mannen van Reparo Inc. zijn vandaag alleen gekomen om de schade op te nemen zodat ze een offerte kunnen maken. Ik heb geen idee wanneer er daadwerkelijk gestart kan worden met de heropbouw, Potter.'
Inmiddels liepen ze door de hal. Door de openstaande deuren van de Grote Zaal zag hij een paar mensen aan een van de afdelingtafels zitten. Hij herkende professor Stronk in het midden, die omhoog wees en de anderen om haar heen iets uitlegde. Toen hij hun blikken volgde, stond hij geschrokken stil. Het speciale, betoverde plafond was flink beschadigd. Het liet nog steeds fragmenten zien van de werkelijke buitenlucht, maar op de manier waarop je in een gebroken spiegel kijkt. Recht boven de tafel van Huffelpuf was zelfs een heel gedeelte verdwenen.
'Potter?'
Hij keerde zich snel om en liep naar professor Anderling die bij de trap stond te wachten.
'Het plafond! Kan dat nog wel gemaakt worden?' vroeg hij bezorgd. Hij dacht aan de Zegevlier die veilig opgeborgen lag bij zijn eerdere Meester. Als die zijn onherstelbaar gebroken toverstok had kunnen maken, zou hij dan ook dat plafond niet kunnen repareren?
'Ga je nu al overstag, Harry Potter?' vroeg een irritant, belerend stemmetje in zijn hoofd, dat hem een beetje aan Percy Wemel deed denken. 'Eerst je staf, dan het plafond. Wat volgt? Hoe lang zal het duren voor je hem gebruikt met het excuus dat het voor het algemeen belang is?'
Harry fronste geërgerd om het greintje waarheid dat die bewering bevatte. Het was verleidelijk om de staf voor goede dingen te gebruiken, maar als zelfs Perkamentus die verleiding niet had kunnen weerstaan, wie dan wel? In gedachten verzonken volgde hij professor Anderling langs de waterspuwers de draaitrap op.
Het kantoortje zag er grotendeels uit zoals hij het zich herinnerde. Automatisch gingen zijn gedachten terug naar afgelopen zaterdag. DeHersenpan!Sneepsherinneringen. Hij keek snel om zich heen, maar de stenen kom met de ingegraveerde runen was nergens te bekennen.
'Professor Anderling? De laatste keer dat ik hier was, stond daar een –'
'Een Hersenpan,' vulde professor Anderling aan. 'Ik heb hem in de kast gezet.' Voor hij verder kon vragen, ging ze verder: 'Ik heb de herinneringen, zonder ze te zien, teruggedaan in de flacon. Eigenlijk is dat de reden waarom ik je gevraagd heb te komen, Harry.'
'Om de Hersenpan?' flapte hij eruit. Hoewel hij zijn hersens gepijnigd had over de reden achter de uitnodiging, had hij geen seconde aan de Hersenpan gedacht. Zelfs niet aan de privéherinneringen van Sneep, die hij zo onzorgvuldig had achtergelaten. Toegegeven, op dat moment had hij wel iets anders aan zijn hoofd gehad, maar toch, Sneep zou dat absoluut geen excuus hebben gevonden.
Had je geen minuut kunnen wachten voordat je heldhaftig je dood tegemoet zou snellen, om eerst die herinneringen veilig te stellen? Of hoopte je dat je mede-griffoendors een duik in mijn privéleven zouden nemen?
Professor Anderling knikte. 'Ik wilde je sowieso de herinneringen teruggeven.'
'Ze zijn niet van mij, ze zijn van professor Sneep,' onthulde hij en vervloekte gelijk zijn openhartige mond.
De ogen van professor Anderling werden drie keer zo groot achter haar vierkante brillenglazen en ze herhaalde zwakjes: 'Van professor Sneep?'
Harry beet op zijn lip, maar knikte.
'Ik begrijp het,' zei professor Anderling, 'en ik veronderstel dat hij ze jou op één of andere wijze gegeven heeft?'
Hij knikte opnieuw.
'Dan zijn ze van jou. Het is aan jou om te bepalen wat je er mee doet,' zei ze bruusk.
'Oh!' Harry dacht even na. 'Is het mogelijk om een gedeelte van de herinnering af te zonderen als je ze aan iemand wilt laten zien?' vroeg hij tenslotte. Ze legde uit dat dat zeker mogelijk was en dat hij die herinneringen zelfs als het ware kon dupliceren, zodat hij ze kon afstaan.
'Ah, dat is helemaal handig. Dan kan ik die aan Romeo geven als bewijsstuk,' zei hij opgelucht. Op dit moment geloofden de mensen – de kranten – hem op zijn woord, maar ervaring had hem geleerd dat de pers wispelturig kon zijn. De herinneringen zouden Sneeps onschuld officieel bewijzen. Het idee dat hij de oudere herinneringen van Sneep – en die van zijn moeder – zou moeten openbaren, had hem echter een vervelende bijsmaak gegeven.
Professor Anderling leek een beetje verbaasd door zijn opmerking en hij vroeg nieuwsgierig: 'Had u een ander idee, professor?'
Ze keek hem even strak aan en zei toen langzaam: 'Ik dacht aan de moeder van professor Sneep, als de herinneringen tenminste niet te heftig zijn.'
Met grote ogen keek hij haar aan. 'Sneep had een moeder? Ik bedoel, natuurlijk had hij een moeder, maar … ik bedoel … ik wist niet dat ze nog leefde …' hakkelde hij ongemakkelijk.
Professor Anderling keek hem een beetje meewarig aan. 'Professor Sneep was net achtendertig, dus ja, zijn moeder leeft nog, zoals je daarstraks hebt kunnen aanschouwen.'
Harry voelde zich nu helemaal in de war gebracht. HijhadnetdemoedervanSneepontmoet?Hij wilde bijna Rons favoriete uitspraak lenen, maar vermoedde dat dit niet de meest geschikte gelegenheid was voor een 'Sodeknetter!'.
'In de Grote Zaal?' vroeg hij in plaats daarvan.
Ze schudde haar hoofd. 'Je passeerde haar buiten,' verklaarde ze. Buiten? Hij groef in zijn geheugen en herinnerde zich de lange magere vrouw die hem zonder iets te zeggen voorbij gelopen was. Hij had wel vermoed dat haar gebogen hoofd haar emoties had moeten verbergen, maar Sneeps moeder? Hoe had Hermelien ook alweer gezegd dat ze heette? Halfbloedprins.Prins.
'Ellen Prins,' flapte hij er uit.
Professor Anderling knikte verrast. 'Dat is haar meisjesnaam inderdaad. Ze kwam het één en ander regelen en afscheid nemen van haar zoon.'
Harry kreeg een hol gevoel in zijn maag. Ook Sneep had een moeder gehad, die om hem zou rouwen, net als Fred en Tops en Kasper en al die anderen. In een opwelling zei hij: 'Is hij ...? Mag ik …?'
Hij had al spijt van zijn woorden op het moment dat ze zijn mond verlieten. WatbezieldeheminGodericsnaam?Hijhaddemanalzienstervenenzijnprivéherinneringenbekekenennuwildehijooknog … ja,wateigenlijk?
Professor Anderling vroeg ietwat verrast: 'Je wilt nog even afscheid nemen?'
'Nee, nee, nee!' schreeuwde het van binnen. 'Zeg nee!' Maar zijn hoofd was dit keer sneller dan zijn mond en bewoog al op en neer.
'Prima,' zei professor Anderling. 'Dat moet geen probleem zijn, denk ik. Ik zal je er straks even heen begeleiden voor je vertrekt. Maar eerst nog even dit.'
Ze stond op en liep naar de kast, waar hij drie jaar geleden voor het eerst had kennisgemaakt met een Hersenpan. Ze haalde de flacon met zilverachtige substantie tevoorschijn en overhandigde die aan hem.
'Als je hulp nodig hebt, met het dupliceren, laat je het me maar weten, Harry!' Vervolgens pakte ze de Hersenpan, liep weer om haar bureau heen en zette hem voor Harry neer, voordat ze zelf ging zitten. Hij keek haar vragend aan. Wilde ze nu zijn herinneringen zien?
'Ik denk dat professor Perkamentus zou willen dat jij hem kreeg,' zei ze kort.
Harry was perplex.
'Maar,' begon hij.
'Ik heb het al met Desiderius overlegd en hij is het met me eens. Bovendien heeft hij er geen belangstelling voor. Zelf heb ik een kleine Hersenpan voor persoonlijk gebruik. Dus in dit kantoor hoeft hij ook niet te blijven staan.'
Bij het zien van zijn gezicht verzachtte haar uitdrukking en ze verklaarde: 'Misschien zijn er herinneringen die je liever niet dagelijks meedraagt. Een beetje rust in je hoofd kan soms een weldaad zijn.'
'Oh Merlijn, dat zou veel meer dan een weldaad zijn,' dacht Harry plotseling opgetogen. 'Misschien – misschien helpt het ook wel voor mijn nachtmerries?'
Hij realiseerde zich niet dat hij dat laatste hardop had gezegd totdat professor Anderling beaamde: 'Dat is heel goed mogelijk.'
Ze legde hem uit dat het lichter maken van een Hersenpan wel kon, maar verkleinen mogelijk de werking kon beïnvloeden.
'Misschien kan juffrouw Griffel wat informatie voor je bij elkaar rapen,' zei ze met een veelbetekenende blik, die hem gelijk in de schoolbanken deed belanden.
Hij grinnikte een beetje schaapachtig, maar zei niets anders dan: 'Hoe is het met de schade aan de binnenkant van het kasteel?'
Professor Anderling vertelde over de slaapzalen die nog niet te gebruiken waren. Het tekort aan klaslokalen, de kapotte kassen, die tegelijk ook een tekort aan toverdrankingrediënten opleverden. De noordzijde was het minst beschadigd, afgezien van de torens. De kerkers waren er relatief goed vanaf gekomen, maar daar was lang niet genoeg ruimte om leerlingen uit andere afdelingen te plaatsen. Een aantal bewegende trappen was op hol geslagen en een flink aantal gangen waren dusdanig ingestort dat het niet veilig was daar leerlingen te laten passeren.
Harry dacht even aan Fred.
'En je hebt zelf de Grote Zaal gezien,' besloot ze op vermoeide toon.
'Hoe kan dat ooit allemaal hersteld worden voor september?' riep hij uit.
'Ik heb geen idee, ik weet niet of dat überhaupt gaat lukken.'
Wat? Harry staarde haar ontsteld aan. 'Zweinstein niet open in september? Dat kan niet. Dat mag niet. Denk eens aan al die kinderen die in het afgelopen jaar misschien enkel Zweinstein als lichtpuntje zagen. En aan degenen die vol opwinding uitkijken naar hun eerste jaar.' Hij ging steeds sneller praten. In zijn opwinding onthulde hij meer van zijn gevoelens dan hij normaalgesproken deed tegen zijn afdelingshoofd. 'En wat betreft degenen die hun opleiding willen afmaken en degenen voor wie Zweinstein hun thuis is?'
Hij zweeg abrupt. Professor Anderling keek hem vol begrip aan, maar reageerde niet op zijn laatste woorden.
'Professor,' zei hij dringend, 'Zweinstein moet open. Dat moeten we voor elkaar krijgen. Is er geld nodig? Dan houden we een inzamelingsactie en anders kan ik ook...' Hij stopte even toen ze haar hand opstak. 'Zijn er mensen nodig? Dan doen we een oproep voor vrijwilligers. U kunt een interview doen of desnoods doe ik het' – hij vertrok even zijn gezicht bij dat gruwelijke vooruitzicht – 'of we doen het samen. Zolang het maar publiciteit oplevert en mensen komen helpen, toch?'
Hij gaf haar een smekende blik.
'Misschien wil Loena's vader een oproep plaatsen?' stelde hij hoopvol voor. 'Of...?'
'Harry,' stopte professor Anderling zijn monoloog. 'Haal even adem, alsjeblieft. Ik zal een stafvergadering beleggen en nog eens kijken welke mogelijkheden we hebben.'
Hij volgde haar advies en ademde diep in. Hij wist niet waarom het idee dat Zweinstein niet open zou kunnen hem zo'n paniek aanjaagde. Gegeneerd vanwege zijn uitbarsting staarde hij naar zijn schoenen. Professor Anderling trok zijn aandacht en zei: 'Ik zal je nu naar beneden begeleiden. Er is niet zo veel tijd meer voor iedereen weg moet.'
o~0~O~0~o
'Fleur, er komt bezoek!' riep Bill naar boven.
'Bezoek? 'Oe ies dat mokelijk?' hoorde hij Fleur reageren. Blijkbaar was het iemand die hun adres gekregen had of hier ooit eerder geweest was. Toen de persoon dichterbij kwam, herkende Bill haar aan het lange blonde haar.
'Het is Loena,' riep hij.
Hij liep naar de deur en opende die wijd. Hij was benieuwd wat ze kwam doen. Ze was nog maar een paar dagen geleden vertrokken. Net als Daan Tomas en meneer Olivander. Grijphaak was al eerder weggegaan.
'Hallo, Loena.' Hij omhelsde haar hartelijk. Haar aanwezigheid was als het oog van de storm geweest de afgelopen weken, waarin ze eerst overspoeld waren met gasten en daarna waren mee gesleept naar Zweinstein toen Loena en Daan hun munten van de Strijders van Perkamentus plotseling hadden voelen gloeien.
'Hoi, Bill.' Hoewel haar stem warm klonk, bleef ze stil staan met haar armen wijd uitgestoken opzij. In elke hand had ze een bosje … onkruid? Meer kon hij er niet van maken.
Hij glimlachte terwijl hij achteruit stapte en vroeg: 'Wat heb je voor gevaarlijke planten bij je?'
Achter zich hoorde hij Fleur de trap afkomen.
'Allo, Loena,' groette ze het blonde meisje. 'Oe kaat et met jou?'
'Hallo, Fleur,' klonk het zweverig. 'Ik wilde jullie nogmaals bedanken dat ik zo lang mocht blijven als ongenode gast. Ik heb een bos bloemen voor jullie meegebracht. Ik heb ze zelf geplukt want de meeste winkels verkopen geen Stoffersnuiters. Terwijl die net zo goed zijn voor het verjagen van Zandduffeltjes.'
Ze wees naar een dikke stengel die eruitzag als een prei die iets te lang in de koeling had gelegen.
'Zandduffeltjes?' herhaalde Fleur zwakjes.
Loena knikte en haar radijsjes zwaaiden vrolijk mee. 'Zandduffeltjes zijn een plaag in huizen die aan zee staan want ze ondermijnen niet alleen je fundering, ze strooien ook elke avond zand in je bed.'
'Oh,' zei Fleur. Dank je wel, Loena.' Ze pakte de bos met gestrekte armen aan. Bill vermoedde dat ze bang was dat er iets uit zou druipen of kruipen. Hij probeerde ernstig en natuurlijk dankbaar te kijken.
'Als je ze eerst een nacht in vers zeewater zet, krijg je trouwens ook geen last van
Milfebers,' zei Loena behulpzaam.
'Ik … ' begon Fleur en gaf Bill een stiekeme duw omdat ze waarschijnlijk in de gaten had dat hij zich maar met moeite goed hield. 'Ik weet niet wat ik moet zeggen,' zei ze hulpeloos.
'Oh! Dat heb ik ook wel eens,' zei Loena opgewekt, 'maar dan begin ik gewoon te praten en dan komen de woorden vanzelf.'
Bill grinnikte nu hardop en besloot zijn vrouw te redden. 'Dank je wel, Loena, dat is erg attent van je. Ben je al weer een beetje gewend bij je vader?'
Ze keek hem stralend aan en reageerde: 'Oh ja, hij had me erg gemist, denk ik. Hij is alleen nogal overstuur over de hoorn die ontploft is. Dat had toch niet mogen gebeuren. Binnenkort wil hij op reis om een nieuwe hoorn te vinden.'
'Maar is jullie huis dan al gerepareerd?' vroeg Bill verbaasd. Van wat hij van Ron gehoord had, was het halve huis ontploft.
'Nee, maar dat is niet erg hoor. Nu kan ik, als ik ga slapen, de sterrenhemel zien en dat doet me denken aan het plafond in Zweinstein,' zei ze sereen.
Fleur liep ondertussen naar de keuken, terwijl ze verklaarde dat ze de bloemen in het water ging zetten – ondanks Loena's opmerking dat er een Eeuwigfrisbezwering over uitgesproken was.
Hij gebaarde naar het boeketje in haar andere hand en vroeg nieuwsgierig: 'Moet je nog meer bezoek afleggen?'
Ze knikte en zei: 'Deze zijn voor Dobby.' De bos was iets kleiner en de stelen waren wat korter, maar verder zag het er praktisch hetzelfde uit.
'Zit hier geen Stoffersnuiter bij?' vroeg Bill, die de prei miste.
Ze keek hem met haar grote blauwe ogen aan en zei: 'Natuurlijk niet! Zandduffeltjes mijden grafstenen altijd!'
'Aha,' zei hij met een uitgestreken gericht. 'Dat wist ik niet.' Hij riep naar Fleur dat hij even met Loena meeliep naar het graf en hield de deur voor haar open.
'Dat geeft niet hoor,' zei ze beleefd. 'Heel veel mensen weten dat niet. Daarom staat er volgende maand een groot artikel over de leefomstandigheden van Zandduffeltjes in DeKibbelaar.'
Ze liepen samen naar de rand van het klif. Bill keek af en toe opzij en vroeg zich af hoe het zou zijn om Loena's gedachtewereld te hebben en door zo veel mensen vreemd aangekeken te worden. Ze leek er in ieder geval niet ongelukkiger door.
De plaats waar Dobby was begraven, lag er netjes bij. Hij wist dat Fleur bijna elke dag eventjes langsliep en dan het zand en de aarde van de steen veegde, al praatte ze daar niet over. Er bloeiden kleine, paarse bloemetjes, die de aarde voor een groot deel bedekt hadden. Loena bukte zich en plaatste het bosje bloemen schuin voor de steen. Een bescheiden plaatsje, als een muurbloempje. Ze stond op en staarde naar de steen. Hij besloot haar alleen te laten. Hij legde even een hand op haar tengere schouder en liep terug naar De Schelp waar Fleur bezig was een lunch voor drie personen te verzorgen.
o~0~O~0~o
'Ze noemde me Mema. Als kind, omdat Andromeda zo'n mond vol was, en later gebruikte ze het als koosnaampje in haar brieven.'
Harry staarde voor zich uit terwijl de woorden van Andromeda steeds meer naar de achtergrond verdwenen. De begrafenis van Lupos en Tops was zo mogelijk nog moeilijker dan die van Fred.
Hij zat tussen Ginny en Hermelien in. Voordat hij Ginny's hand in de zijne had genomen, had hij even betekenisvol naar de verstrengelde handen van Hermelien en Ron gekeken. Dat had hem een geamuseerde blik van Hermelien opgeleverd en een nieuwsgierige van Ginny. Ze zaten achter meneer en mevrouw Wemel en hun twee oudste zoons. Percy zat naast Ron en George was niet aanwezig, iets wat Harry niet verbaasde. De rest van de twee rijen voor hen werd opgevuld met Ordeleden, docenten van Zweinstein, Schouwers en andere medewerkers van het Ministerie. Hij herkende Banning en Stronk en zag Hecuba Jacobs en Dedalus Diggel naast Poppy Plijster zitten.
Hij was opgelucht dat Teddy er niet was. De baby was bij een buurvrouw had hij mevrouw Wemel tegen Ginny horen zeggen.
'… Dora was altijd trots op het feit dat ze een Huffelpuf was …' zei Andromeda.
Vandaaralhetgeel. Over de kist van Tops lag een geel kleed gedrapeerd dat fel afstak tegen het scharlakenrood op de andere kist. Hij begreep dat iemand – Andromeda waarschijnlijk – de kleuren van Griffoendor voor Lupos had gekozen. De boeketten die op de kisten lagen en de bloemen die er in de glazen vaasjes boven zweefden, hadden dezelfde kleuren of waren een mengeling van rood en geel. Tussen de uitbundige decoraties op Tops' kist lag een bescheiden boeketje van ivoorkleurige rozen, opgevuld met kleine roomwitte bloemetjes waarvan hij de naam niet wist. Nieuwsgierig staarde hij naar het zijden lint, maar de letters waren vanaf die afstand niet leesbaar.
Inmiddels was Andromeda gaan zitten, naast een echtpaar van middelbare leeftijd. De vrouw legde haar hand op Andromeda's arm en fluisterde haar wat toe.
Romeo Wolkenveldt liep naar voren en nam plaats achter de katheder. Zijn diepe, donkere stem klonk warm toen hij over zijn vriendschap met Tops vertelde. Hij zag kans om wat glimlachjes te ontlokken toen hij vertelde over zijn tijd met Remus als de verslaggevers Don Juan en Romulus. Harry's gedachten dwaalden weer af toen meer van Tops' collega's naar voren kwamen. Pas toen hij professor Anderling leunend op haar wandelstok naar voren zag lopen, keerde zijn aandacht terug.
Uiteindelijk bleek de dienst minder zwaar dan hij had gevreesd, hoewel het vermelden van de kleine Teddy telkens weer veel emoties opriep bij de aanwezigen. Pas toen iedereen verzocht werd op te staan, kwam het moment waar hij het meest tegenop had gezien.
In een lange rij liepen de mensen langs de kisten om hun laatste eer te bewijzen. Vervolgens liepen ze naar de plaats waar Andromeda gecondoleerd kon worden. Samen met Ginny sloot hij aan in de rij. De mensen staarden naar hem toen hij langs kwam lopen. Hij trok aan zijn haar in een poging zijn litteken te bedekken. Hij wilde dat hij weer als Barny Wemel aanwezig was, al was het alleen maar om Andromeda te kunnen ontlopen. Zijn voeten voelden aan als lood. Hij was bang dat Hermelien, die achter hem liep, hem nog zou moeten voortduwen. Oneindig traag schuifelde de rij mensen voort om hem schrikbarend snel voor de kisten te brengen.
Hij wist niet goed wat hij verondersteld werd te voelen toen hij naar die met geel- en roodbedekte kisten keek. Remus en Tops waren hier niet meer. Hij had Remus tenslotte nog na zijn dood gezien. Waar dat ook was, hij hoopte dat Tops hem vergezelde. Zijn blik viel weer op het boeketje met rozen en zijn ogen zochten naar een naam op het zijden lint. Ze verwijdden zich toen hij in kleine, bescheiden letters 'Cissy' zag staan.
Terwijl hij automatisch voortschuifelde, werkten zijn hersens op topsnelheid. Cissy. Dat moest Narcissa Malfidus zijn! Het toeval zou te groot zijn als het een ander was. Maar sinds wanneer hadden ze weer contact?
Voor hij er erg in had, stond hij voor Andromeda Tops. Ze bedankte Ginny en daarna was het Harry's beurt om zijn deelneming te betuigen. Hij hakkelde en haperde, maar ze keek hem met een waterig glimlachje aan.
'Dank je, Harry. Ik weet dat jij vooral Remus ook zult missen. Dora en hij gaven veel om je.'
Hij slikte.
'Kom je gauw eens langs om kennis te maken met je peetzoon? Je bent altijd welkom, Harry.'
Ook na twee keer slikken bleef het obstakel in zijn keel stug zitten. Hij was opgelucht toen ze na een laatste glimlachje haar aandacht op Ron en Hermelien richtte.
o~0~O~0~o
Volgende keer hoofdstuk 10: Spruitjes met Ukkepulk
