19:06 Steve
We staan een tijdje stil, zeggen niets. Ik doorbreek de stilte met een verontschuldiging, ik weet niet wat Tony komt doen, en dit lijkt me de beste oplossing, 'Could we please just forget what happened? It never happened ok? I was just, tired, I won't do it aga-' 'no.' onderbreekt Tony me resoluut.
Ik weet niet wat me overkomt, hij leunt naar voren en ik voel mezelf hetzelfde doen. De tijd lijkt te stoppen, alles is goed en alles is voor ons. Voor ik het weet, kussen we.
Het duurt maar heel even, maar ik beleef het als het gelukkigste moment van mijn leven. Nog voor we opbreken hunker ik naar meer. Maar ik weet me in te houden, dit is niet het moment.
Alle magie is vervallen zodra we stoppen. Alle magie, op één na.
Tony laat zich langzaam naast me neer zakken, we zitten, een beetje ongemakkelijk, in stilte naast elkaar. Ik kan het slecht hebben. Ik besluit dat ik de volgende ben die iets moet doen. Het is al met al, nu of helemaal niet.
Ik draai me richting Tony en ook hij richt zijn blik op mij. Even zijn mijn gedachten gevuld van liefde voor hem, van de realisatie dat dit geluk is, dat ik het nu gevonden heb. En zonder er verder doekjes om te winden kus ik hem nog een keer.
Deze kus duurt langer dan de vorige, is intenser dan de vorige en zegt veel meer dan de vorige. Deze kus legt alles uit, maakt alles goed, en doet alles vergeten.
Als we opbreken is alle spanning tussen ons verdwenen, als sneeuw voor de zon, als druppels inkt in vuil water.
Alles om ons heen begint weer te leven. Het laatste geluid van vogeltjes vrolijkt ons moment iets op.
We spreken, puur met onze ogen, en luisteren naar elkaar door onze gedachten. Niks is in de geschiedenis zo vredig geweest.
Het is pure liefde, op een open plek in een bos.
