Tphoaa h11

Florreke: goed voornemen, lukt het autorijden al?

Greendiamond123: als antwoord op je vraag, ik ben zelf een girl ;)

Esmee POV

Je kon de ongerustheid in het huis gewoon voelen, daar had ik zelfs geen Jasper voor nodig om me dat te vertellen. Iedereen was bezorgd om Bella, die eerder vandaag weg was gelopen van de groep. Ik begrijp gewoon niet wat de kids heeft bezield om haar daar alleen te laten, zelfs niet te volgen.

Maar aan de andere kant, het is begrijpelijk als iemand overstuur is dat ze di persoon dan met rust laten, maar toch, iemand alleen achter laten in een onbekende stad, zelfs ik kan dat niet goedpraten. Dus toen ze zonder Bella terugkwamen, kregen ze de wind van voren van mij.

Nu lopen ze allemaal te mokken in hun eigen kamer, met hun zielsverwant. Opeens rent Edward langs me heen naar zijn geliefde Volvo en rijdt met gierende banden weg. Alice volgt Edward naar beneden, maar stapt niet in haar auto, maar blijft beneden wachten.

'wat is er aan de hand Alice? Waarom is Edward er in zo'n haast vandoor gegaan?' hoor ik mezelf vragen.

'Bella is in de problemen, ze is in een van de steegjes in Port Angeles, en twee mannen hebben haar in een hoek gedreven, maar ik weet niet wat er gaat gebeuren.' Antwoordt Alice angstig. En laat het me je vertellen Alice is nooit bang, tenzij ze een dode voorspelt.

Mijn moeder instincten komen weer boven, en ik sluit Alice in een omhelzing, terwijl ik geruststellende woorden in haar oren fluister. De eerste keer dat ik mijn mobiel hoor afgaan, denk ik dat het Carlisle is om gewoon even te praten, en laat ik het maar gaan, dat kan nog wel een paar uur wachten.

Maar de telefoon houdt nogal lang aan. Als hij voor de tweed keer overgaat, pak ik hem op, en frons als ik zie dat het Edward is.

'Edward, lieve schat, waarom bel je? Er is toch niets ergs gebeurt met je?'

'met mij niet, maar met Bella wel, ze is in haar schouder geschoten, en ik breng haar nu naar Carlisle toe, bij het Forks ziekenhuis.'

'oké schat, wij komen eraan.' En terwijl ik die laatste zin zeg, spring ik in Carlisle's Mercedes S600 v12 terwijl de rest volgt, en ik druk het gaspedaal in om vervolgens weg te scheuren.

Terwijl ik op weg ben naar het ziekenhuis, ben ik zo blij dat de Mercedes 267 km/h per uur kan, normaal maakt het me niet zo heel veel uit, maar nu ben ik er zo blij mee dat de rest van de familie snelle auto's wil.

In 5 minuten staan we bij het ziekenhuis.

Nu moeten we er allemaal op letten dat we op menselijke snelheid gaan.

'jongens, niet vergeten he? Nu moeten we weer langzaam bewegen.' Zeg ik met een veelbetekenende blik naar Jasper en Emmet, wetend dat zij het snel vergeten.

'wat? Waarom kijkt iedereen nu naar mij?' vraagt Emmet alsof hij de onschuld zelve is, maar binnen de kortste keren verschijnt er een kleine lach, maar ook die is snel weer verdwenen, vervangen door het schuldgevoel dat ij verantwoordelijk is voor het feit dat Bella nu in het ziekenhuis ligt.

In de wachtkamer zien we Edward verslagen met zijn handen in zijn hoofd zitten. Jasper probeert de emotie van zijn gezicht af te houden, maar ik heb het toch gezien, schuldgevoel, en niet eens die van hemzelf.

Iedereen neemt plaats op een van de plastic stoelen. Ik naast Edward en Jasper, en neem hun handen in die van mij, een gebaar om hun een beetje te kalmeren, terwijl ik zelf probeer sterk te blijven.

Een uur later komt Carlisle door de deuren van de operatiekamer naar ons toegelopen, de opluchting is van zijn gezicht af te lezen, en gelijk is het aan de reactie van mijn kids te merken dat ze het ook hebben gezien, en opgelucht zijn en zich ontspannen.

Ook Carlisle heeft de reactie gezien en er verschijnt een kleine glimlach op zijn gezicht.

'We hebben de kogel kunnen verwijderen uit haar schouder zonder enige schade te veroorzaken, ze moet vannacht nog in het ziekenhuis blijven, maar daarna mag ze naar huis.' Komen de verlossende woorden van Carlisle.

Alice, ik en zelfs Rosalie – van wie ik dit helemaal niet verwacht had – vallen in opluchting onze zielsverwanten om de hals. Even houd ik Carlisle vast, en geef dan Edward een knuffel. Hij mag dan wel groter zijn dan ik, hij is en blijft mijn eerste zoon, en hij heeft heel veel meegemaakt. Die meevaller mag dan ook wel eens.

'dankje Esmee,' fluistert Edward in mijn oor, zo zacht dat niet anders dan hij en ik het horen.

'jullie kunnen naar haar toegaan, ze kan nog een beetje duf zijn, maar de narcose moet zo uitgewerkt zijn. Probeer niet te veel lawaai te maken.' Zegt Carlisle

En iedereen knikt enthousiast, en we volgen Carlisle naar de 2e verdieping waar alle eenpersoonskamers staan.

Als antwoord op mijn ongevraagde vraag waarom zegt Carlisle: 'het leek me verstandiger als ze niet bij andere op de kamer ligt, voor als er iets onverwachts gebeurt met bijvoorbeeld haar vleugels. Tijdens de operatie gebeurde het bijna dat de vleugels zich spreidden, maar gelukkig was het bijna.'

Ik moet toegeven, soms is het gewoon eng hoe goed Carlisle me kent, en mijn gedachtes kan lezen, en dat terwijl hij niet degene met een echte gave is.

Ik hoor Edward grinniken om mijn gedachten, en ik werp hem een blik toe waaruit hij opmerkt dat hij me niet moet uitlachen, en hij houdt heel wijselijk zijn mond dicht.

Bella heeft haar ogen open als wij de kamer inkomen, op dit moment lijkt ze zo vredig, het enige wat op de operatie duidt is het verband dat om haar schouder zit.

Haar ogen beginnen te glinsteren, en er verschijnt een glimlach op haar gezicht als ze ons ziet.

Alice rent naar haar toe en omhelst haar: 'we waren zo ongerust, je mag nooit meer uit het oog verloren worden.'

'al moeten we je ervoor opsluiten in een torenkamer en die dag en nacht bewaken.' Vervolgt Rosalie, blijkbaar is ook Rosalie gevoelig voor zulke dingen en heeft ze Bella al geaccepteerd in onze familie.

Een lach breekt door op Bella's gezicht.

We blijven nog een uur zitten, bijpraten over alles – niet dat er heel veel is gebeurt dat je na de eerste keer vertellen niet al weet - en iedereen vermaakt zich, Carlisle is net klaar met zijn dienst, en is erbij komen zitten.

Bella geeuwt voor de 3e keer, en dan valt het me pas op hoe moe ze lijkt, er beginnen al wallen onder haar ogen te ontstaan, en ze heeft lodderige ogen.

'kom op jongens, het is een lange dag geweest, Bella moet slapen, ze heeft het hard nodig.' Zeg ik terwijl ik opsta.

'maar ik wil nog niet weg, het is juist zo gezellig, jammert Emmet.

Ik werp een blik naar hem, en hij houdt heel verstandig voor een keer zijn mond.

'doei Bella, morgen komen we terug, ga nu maar slapen.' En ik geef haar een kus op haar voorhoofd, om vervolgens de kamer uit te lopen. Iedereen volgt me, nadat ze gedag hebben gezegd.

We verdelen ons over de drie auto's en rijden naar huis, wachtend op de morgen, zodat we weer naar Bella terug kunnen gaan…