"Waarom?" was alles wat hij wist uit te brengen.
"Omwille van Osvald," zei Helena.
Osvald, één van de kinderen van Helga Huffelpuf en haar echtgenoot. Malcolm Smid was een smerige Dreuzel die zich op Zweinstein had binnengewurmd en de school had bezoedeld met niet minder dan vijf modderbloed-nakomelingen. Osvald was de ergste van hen allemaal. Hij was even oud als Helena, een klein dikkerdje dat nooit uit zijn babyvet was gegroeid en te stom was om ook maar iets nuttigs te doen in zijn leven. Crispin snapte niet was Osvald met hen te maken had. Tenzij… Helena zou toch niet…?
"Ben je verliefd op hem?" vroeg hij verward.
"Je begrijpt het echt niet, hé?" zei Helena spottend. "Niet dat ik dat verwacht had. Je hebt nooit iets begrepen. Osvald was smoorverliefd op mij. Altijd bezig met mij proberen te versieren. Hij wilde niets liever dan met zijn vieze poten aan mijn lijf zitten. Uiteraard moest ik niets van hem weten. Het idee alleen al maakte me ziek. Ik wilde hem straffen om het feit dat hij nog maar aan mij durfde te denken. Alsof ik me ooit zou verlagen tot zijn niveau. Ik wilde hem laten voelen dat zijn aandacht niet gewenst was. Ik wilde hem kwellen door voor zijn neus met een andere man te doen wat hij zo graag met mij wilde doen. Hij vroeg me ten dans op het bal, ik wees hem af en accepteerde nog dezelfde dans om met jou te dansen, om hem te vernederen. Uiteraard koos ik jouw kant in het gevecht; dat ging er toch om dat jij zijn zus en daardoor ook hem had beledigd? Als ik Baldrics kan koos, koos ik ook voor hem."
"En de kus?" vroeg Crispin, bang voor het antwoord. "We waren alleen toen. Helemaal alleen aan het meer. Je had geen reden om me te kussen als je niet van me hield."
"We waren niet alleen. Osvald kwam naar ons toegelopen. Jij stond met je rug naar hem toe. Ik wist dat je hem niet opgemerkt had. De geschokte uitdrukking op zijn gezicht maakte het feit dat ik jou moest kussen meer dan goed."
Crispin voelde zijn hart bloeden, terwijl de waarheid langzaam tot hem doordrong.
"Maar waarom koos je mij… als je helemaal niets voor mij voelde?" vroeg hij, in een laatste poging om de waarheid te ontkennen. "Waarom niet iemand anders? Waarom ik?"
"Is dat niet logisch? Hoe kon ik hem meer kwetsen dan door zogezegd verliefd te worden op zijn grootste vijand? Op degene die geen gelegenheid onbenut liet om hem voor het vuil van de straat uit te maken. Bij Merlijns baard, je moet toch weten hoe erg hij jou haat? Hoe erg hij jou al haatte nog voor hij dacht dat ik van jou hield in plaats van van hem? Dat is de enige reden waarom ik jou koos. En wat was het gemakkelijk om jou te verleiden. Je tuinde er met open ogen in. Je bleek nog stommer te zijn dan ik dacht."
Crispins verslagenheid en ongeloof gingen over in woede. Haar gespot maakte hem razend. Hij klemde zijn zwaard steviger vast en begon langzaam weer naar haar toe te lopen.
"Je hebt me voor de gek gehouden," beet hij haar toe. "Je hebt mij misleid. Ik hield van jou en jij hebt me gebruikt. En nu gooi je me weg als een afgedankte ketel. Maar dat zal ik niet zomaar laten gebeuren."
Hij greep haar arm vast met zijn vrije linkerhand.
"Zeg dat je van me houdt," schreeuwde hij, ziedend van woede en wanhoop. "Zeg dat je van me houdt, dat je altijd van mij gehouden hebt en dat je altijd van mij zal houden."
"Ik sterf nog liever," zei Helena.
Bloed steeg naar zijn hoofd. Hij voelde het kloppen ter hoogte van zijn slapen. Een rode waas verscheen voor zijn ogen. Verblind door razernij en emoties stak hij met een haast bovenmenselijke kracht zijn zwaard in haar lichaam. Hij drukte haar stevig tegen zich aan, waardoor het blad helemaal door haar heen ging. Pas toen hij haar voelde verslappen in zijn armen, besefte hij wat hij gedaan had.
"Nee," mompelde hij geschokt. "Helena. Nee, ik wilde niet… Helena. Helena. Wat heb ik gedaan? Helena!"
Hij trok het zwaard uit haar lichaam en gooide het vol weerzin van zich af. Toen zakte hij op zijn knieën op de bosgrond, met de stervende vrouw in zijn armen. Hij merkte niet hoe zijn kleren bevlekt raakten door haar bloed. Tranen liepen over zijn wangen, waar ze zich vermengden met het bloed van de schram die hij eerder had opgelopen. Bij elke snik die hem ontsnapte, zei hij haar naam. Onafgebroken streelde hij haar gezicht.
"Helena, waarom kon je niet van mij houden?" huilde hij. "Ik hield zo veel van jou."
Haar ademhaling werd steeds oppervlakkiger.
"Het spijt me, Helena. Het spijt me zo."
Hij dacht dat ze het bewustzijn verloren had, maar toen opende ze moeizaam haar ogen. Met een ongefocuste blik keek ze hem aan.
"Crispin, je zal boeten voor wat je gedaan hebt," zei ze nauwelijks verstaanbaar. Toen stopte ze voor eeuwig met ademhalen.
"NEEEE!" schreeuwde Crispin.
In een laatste wanhoopsdaad drukte hij zijn lippen op de hare, maar ook een echte liefdeskus kon haar niet terugbrengen naar het land van de levenden. Hij bleef nog lange tijd met haar lichaam in zijn armen zitten, niet in staat om nog te bewegen en hij huilde bittere tranen terwijl de zon langzaam onderging.