AN:

We beginnen even met een AN! Sorry dat dit hoofdstuk zo lang duurde! Ik heb het de afgelopen weken zo verschrikkelijk druk gehad met proefwerkweken, profielwerkstuk en nog veel meer dat ik echt nauwelijks tijd heb gehad! Ik ben in het begin van deze week pas begonnen! Maar gelukkig ging het hoofdstuk snel!

Ik hoop dat het het wachten waard is! Het is het langste hoofdstuk tot nu toe, dus jullie hebben tenminste genoeg te lezen! Ik zelf vind het een heel leuk hoofdstuk, het is iets lichter dan het vorige hoofdstuk maar er zitten nog steeds zware stukjes in!

Veel leesplezier!


Elora Rae (17) – District 10

Aandachtig kijk ik naar alle wazige, kleine puntjes in de diepzwarte lucht, opzoek naar het enige sterrenbeeld dat ik ken. De sterren steken duidelijk af tegen de duistere, wolkeloze lucht waardoor het waarschijnlijk niet lang gaat duren totdat ik het kleine groepje sterren gevonden heb. Terwijl ik op de achtergrond het knisperen van ons kampvuur en het zachte smoezelen van Melissa en Pip hoor, speur ik de hemel af naar het kleine steelpannetje.

"Pip, stop!" Het gegiechel van Melissa galmt duidelijk door de ijle lucht. Direct compleet afgeleid door het kleffe gedrag van mijn twee beste vrienden geef ik het zoeken op. Ik beweeg mijn liggende lichaam langzaam op naar een zittende positie terwijl de lange grassprieten kietelend langs mijn lichaam wrijven.

"Ik ben er ook nog, hè," mompel ik met een kleine glimlach op mijn gezicht.

Melissa en Pip maken zich enigszins geschrokken los uit hun verstrengelde positie. Als Melissa verwijtende blik dan de mijne kruist kan ik in haar lichtblauwe ogen lezen wat ze tegen me zou willen zeggen:

'Lora! Waarom verpest je dit nou weer? Laat ons lekker!'

Maar natuurlijk, omdat Pip erbij is, zijn de woorden waarna haar lippen zich vormen een stuk aardiger.

"Oh, sorry! We dachten dat je sliep," mompelt ze, gevolg door een kleine gniffel. Ik schud grinnikend met mijn hoofd waarna ik mijn vingers sluit om een dun stokje dat naast me ligt. Voorzichtig begin ik in het zwakke kampvuurtje te prikken. Alles om mijn blik niet te laten kruisen met de zijne.

Als ik de lage stem van Pip hoor, hef ik mijn blik dan toch op en kijk ik recht in de diepbruine ogen van Pip.

Het licht dat van het kampvuur komt lijkt zijn gezicht op de mooiste manier te belichten. Enkele sproetjes steken lichtjes af tegen zijn prachtig getinte huid, die nog gebruinder lijkt in het zwoele licht. Zijn donkere haren hangen warrig voor zijn gezicht, en toch lijkt het altijd in model te zitten. En tenslotte zijn ogen. Zijn diepe, donkerbruine, grote ogen die van nature een liefkozende uitstraling hebben.

"Elora?"

Nogmaals hoor ik zijn stem waarna ik lichtjes opschrik uit mijn kleine trance. Gegeneerd door dat verschrikkelijke staren wend ik mijn blik naar de grond en schuif ik mijn haar achter mijn oor.

"Sorry, wat zei je?" mompel ik zenuwachtig.

"Ik vroeg of je zenuwachtig was voor de boete," vraagt hij nogmaals met een kleine glimlach op zijn gezicht, "maar blijkbaar zit jij met je gedachten heel ergens anders."

Een zenuwachtig lachje glipt uit mijn mond. "Nee, ik ben niet zenuwachtig," zeg ik waarna ik de aandacht weer aan Melissa probeer te geven en mezelf te redden uit deze benarde situatie, "Mel, ben jij zenuwachtig?"

Gelukkig begint Melissa uitgebreid met kletsen en focust Pip zijn aandacht weer volledig op haar. Pff, dit is precies waarom ik altijd de blik van Pip probeer te ontwijken. Ik mag echt nooit meer zo verschrikkelijk opvallend gaan staren, nooit. Pip is Melissa's vriendje en Melissa is mijn beste vriendin. Het kan niet en mag niet en ik ben niet verliefd op hem.

"Dus ja, de kans dat je uitgekozen wordt is gewoon uitermate klein omdat-"

"Melis, ik ga naar huis, loop je mee? Ik ben best wel moe."

Ik zie Pip me in mijn ooghoeken enigszins dankbaar aankijken, waarschijnlijk omdat ik hem verlost heb van dat schijnbaar tergend saaie verhaal. Maar ik verbied mezelf om naar hem te kijken.

"Is dat goed, Pippeldijntje? Dan zie ik je morgenochtend voor de boete weer, je hoeft me niet te missen," zegt Melissa met getuite lippen op een hoge, kinderlijke toon terwijl ze zijn wangetjes vastpakt.

Ik kan het niet helpen om met mij ogen te rollen. Pippeldijntje? Ik kan me echt onmogelijk voorstellen dat Pip die bijnaam ooit leuk zal vinden, laat staan het kinderlijke gepraat en geknijp in zijn wangen. Als ik zie dat Pip een beetje vervreemd naar Elora kijkt en dat hij op een uiterst normale toon antwoord geeft merk ik voor de zoveelste keer dat hij hier inderdaad geen fan van is.

"Is goed, ik zie je morgen, Mel."

Hij geeft Melissa en vluchtige kus en heft zijn lange lichaam op. Omdat ik weet dat hij mij binnen enkele seconden ook gedag zal zeggen wend ik me weer tot het kampvuur. Ik kijk aandachtig naar de dansende vlammen wachtend tot de lage stem van Pip weer door de lucht weerklinkt. Als dat uiteindelijk ook gebeurt, vervult een warm gevoel mijn gehele lichaam.

"Tot ziens, Elora."

Ik heb mijn ogen op dat moment niet meer onder controle en als ik deze voorzichtig omhoog wend tot ik recht in de ogen van Pip kijk, ben ik me niet meer bewust van de dingen om me heen. Ik hoor het knisperende haardvuur niet meer en zie niet eens het licht dat er vanaf komt. Ik zie de lichte puntjes in de donkere lucht niet meer en voel ik de lichte bries niet meer door mijn haren. Ook Melissa is compleet weggevaagd uit mijn blikveld.

Ik zie alleen nog maar de diepe, donkerbruine ogen van die jongen die recht voor me staat. Het enige wat ik hoor is mijn hakkelende, stotterende stem die antwoord probeert te geven op Pip.

"T-tot morgen, Pip."

Enkele, luttele seconden kijk ik hem na met dezelfde starende, kwijlende gezichtsuitdrukking als net terwijl hij wegloopt. Het is gedaan, ik kan er niks meer aan doen.

Ik ben verliefd op Pip.


Pip Rosswald (18) – District 10

Met ruime stappen razen we door het idyllische boerenlandschap van district tien. Meer dan het gebries en de hoeven van Arad hoor ik niet, aangezien het hele district nog in diepe slaap is. De koele wind vliegt door mijn haren en laat mijn slobberige ruitenblouse wapperen. Het geeft mij een gevoel van geweldige en oneindige vrijheid. Een vrijheid waarbij ik overal naar toe kan en overal kan zijn waar ik wil, terwijl ik weet dat ik uiteindelijk opgesloten zit in het district.

Zonder zadel en met een stuk touw als teugels vlieg ik als het ware langs het vlakke land. Het touw schuurt langs mijn handen, maar gelukkig heb ik al een aardig laagje eelt opgebouwd tijdens al die ritjes zonder fatsoenlijke teugels. Met een kleine polsbeweging reageert Arad al, of het nu een teugel van mooi leder is of van ruw touw.

Rustig beweeg ik mee met de diepzwarte fries en voel ik de spieren onder zijn warme huid bewegen. Het zit goddelijk, aangezien mijn paard een brede rug en een dikke laag vet heeft.

Bij een lang zanderig pad aangekomen, breng ik mijn linkerbeen iets naar achteren, span ik mijn kuit aan en trek bijna direct de teugels iets terug zodat Arad niet onmiddellijk ervandoor zal schieten. Arad vloeit gemakkelijk over in een rustige galop. Ik laat me meevoeren met de golfbewegingen en vanzelf schiet er een glimlach op mijn gezicht. De hoeven van Arad denderen over het pad heen en vogels vliegen weg uit struiken, maar de nuchtere fries reageert nauwelijks.

Arad strekt zijn hals uit, op zoek naar meer vrijheid, en voorzichtig vier ik de teugels en leun ik naar voren zodat we een klein beetje harder kunnen. Arads benen strekken zich en de bomen flitsen voorbij. De kleine glimlach op mijn gezicht verbreed zich nu tot een grote grijns en ik verstrengel Arads manen in mijn vingers voor steun en druk mijn kuiten nog wat extra aan.

Als ik zie dat voor ons een lang, uitgestrekt pad ligt sluit ik langzaam mijn ogen. Voorzichtig laat ik mijn vingers die stevig om Arads manen geklemd zijn verslappen. Als ik de manen compleet heb losgelaten beweeg ik langzaam mijn armen naar de flanken van mijn lichaam en spreid ik deze uit.

Voor enkele seconden geniet ik van het ultieme gevoel van vrijheid. De wind die mijn halflange haren door de lucht laat dansen en langs mijn uitgespreide armen waait. Het golvende gevoel van het zitten op een galopperend paard. Maar vooral het gevoel dat je de hele wereld tegemoet komt, dat de hele wereld voor je openstaat. Voor enkele seconden laat ik al mijn zorgen ver achter me, al mijn angsten.

Na een paar seconden neemt het tempo af en hijgend komt hij terug tot een rustige galop. Vluchtig open ik mijn ogen en grijp ik snel weer de teugels vast. Ik leun iets naar achteren en trek de teugels iets naar mij toe. Langzaam gaat Arad over van galop terug naar een snelle draf en vervolgens van een draf weer terug naar een stap.

Ik geef hem een klopje op de schouder en laat de teugels helemaal vieren zodat hij zijn manen eens goed door elkaar kan schudden. Hij briest tevreden terwijl zijn donkere haren wild door de lucht bewegen. Als ik links wil afslaan verplaats ik enkel mijn gewicht en beweeg ik mijn linkerbeen iets naar achter, zonder de teugels te gebruiken.

Terug gekomen bij huis laat ik Arad stilstaan en nadat ik mijn rechterbeen met een zwaai over zijn brede rug beweeg spring ik van hem af, om daarna vlekkeloos op de bal van mijn voet op de grond terecht te komen. Ik klop dankbaar op zijn schouder waarna ik appreciërend over zijn neus aai.

Nadat ik Arad heb teruggeplaatst in zijn stal schuifel ik langzaam over een zigzaggende paadje die mij vanaf de enorme paardenschuur naar ons sobere huisje brengt. In tegenstelling tot de meeste andere mensen uit ons district heeft mijn familie het best goed. Er staat iedere dag genoeg eten op tafel en we wonen in een goed onderhouden huis. Bovendien heb ik de luxe van het hebben van een eigen paard, iets waarvan ik zeker weet dat niemand in district tien heeft. Maar wij zijn dan ook de enige paardenfokkers in ons district.

Stofwolkjes verschijnen langs mijn voeten als deze voortbewegen in de droge grond. Meestal is dit paadje drabbig en modderig maar door het warme weer is lijkt alles in district tien wel droog en verdord. Hoewel het lente is lijkt het wel een hete, droge zomer. Het heeft al weken niet geregend en de temperatuur lijkt niet onder de vijfentwintig graden te komen. Behalve dan 's avonds, 's nachts en 's ochtends. Daarom kies ik er ook voor om vroeg een ritje te maken, maar ook omdat dit misschien wel mijn laatste ritje zou kunnen zijn.

"Pip, niet aan denken, zet het uit je hoofd," fluister ik tegen mezelf terwijl ik steeds dichter bij het huis kom. Ik merk meteen dat al mijn zorgen en angsten direct bij me terug komen als ik van het paard afgestapt ben, zo ook de gedachten over de boete.

Als ik het huis nader zie ik door het kleine raampje mijn moeder al staan. Ze heeft een kleine glimlach op haar gezicht, die nooit lijkt te verdwijnen en haar donkere, lange haren, die ik zo overduidelijk van haar geërfd heb, glanzen door de binnenkomende zonnestralen.

Ik sluit mijn vingers om de koperen deurknop waarna ik direct iemand van de trap hoor aflopen als ik de deur opensla.

"Pip, waar was je? Mam maakt zich zorgen!" zegt mijn broer op een verwijtende toon. Ik slaak een kleine zucht terwijl ik mijn mond al open voor een weerwoord.

"Misschien moet je eerst even goed nadenken. Pip is weg en Arad is weg, een echte hersenbreker, Kolt!"

Ik zie een kleine grijns op mijn broers gezicht verschijnen terwijl ik me al langzaam richting de keuken beweeg. Mijn moeder is zorgvuldig boterhammen aan het smeren terwijl mijn schoonzus met haar en mijn broers kleine zoontje aan de grote kersenhouten tafel zit. Carby en paardrijden zijn de dingen die mij echt oprecht gelukkig maken. De rest doet er nie-

"Goedemorgen!" Ineens galmt er een schelle stem door de keuken die vanaf de voordeur lijkt te komen. Als ik na enkele seconden de stem herken slaak ik onbewust een diepe zucht. Meteen besef ik me dat het meisje dat me toch gelukkig zou moeten maken niet in het rijtje heb opgenoemd. Ik zet de gedachte toch maar snel aan de kant, ik heb immers andere, belangrijkere dingen aan mijn hoofd.

Melissa komt met een hoge snelheid op me afgestormd en voor ik het weet liggen haar armen strak om mijn nek en wordt mijn hele gezicht hevig gekust. Voor ik het weet heeft ze mijn wangen te pakken en trekt ze deze heen en weer. Met grote ogen kijk ik toe hoe ze met getuite lippen me toespreekt alsof ik Carby's leeftijd heb.

"Goedemorgen Pippeldijntje, heb je lekker geslapen, ben je nog steeds niet zenuwachtig voor de boete, mijn poepje?"

Terwijl alle koosnaampjes die ooit zijn verzonnen in heel Panem als een stortvloed uit haar mond komen verzinken mijn gedachten naar het aankomende evenement. De Boete.

Mijn allerlaatste jaar. Ik zou eigenlijk alleen moeten uitkijken naar het moment dat mijn naam niet getrokken wordt, en ik voor altijd verlost ben van die ellende. Maar daarentegen ben ik zenuwachtiger dan ooit, en kan ik me beter dan ooit inbeelden hoe er een briefje uit de grote kom wordt gepakt die mijn naam bevat.


Elora Rae (17) – District 10

De brede, gespierde rug van de donkerharige jongen voor me is duidelijk te herkennen. Als hij de capuchon van zijn donkere, bevlekte trui afdoet, en ik zijn glanzende haren zie die als manen warrig langs zijn hoofd hangen, weet ik precies wie er voor me staat.

Langzaam draait hij zijn lichaam naar mij toe tot we recht in elkaars ogen kijken. Anders dan normaal verlies ik mezelf niet in zijn donkere ogen maar beweeg ik me langzaam richting hem. Met lichte tred loop ik zelfverzekerd naar hem toe en als ik dichtbij genoeg ben beweeg ik mijn mond sierlijk naar zijn oor die verstopt zit achter zijn donkere haarbos. Zachtjes fluister ik de woorden in zijn oor die ik nooit had verwacht te zeggen, en zeker niet tegen hem.

"Ik ben verliefd op je."

Nadat ik mijn hoofd een stukje heb teruggebracht kijk ik hem enkele seconden aan in zijn diepbruine ogen. Hij ziet er perfect uit, een porselein witte huid, donker haar en donkere wenkbrauwen en ogen. Er is geen vlekje op zijn huid, terwijl hij meestal wel een paar moedervlekken op zijn gezicht heeft.

In een plotselinge beweging trekt hij me naar zich toe en drukt hij zijn sterke maar zachte lippen tegen de mijne aan. Ik voel zijn lippen en de korte stoppels op zijn wangen tegen me aan wrijven, proef de smaak van zijn lippen door heel mijn mond, maar zie niks omdat ik mijn ogen gesloten heb.

Nieuwsgierig naar mijn blikveld open ik langzaam mijn ogen. Tot mijn allergrootste verbazing en schrik zie ik Melissa in de uithoek van mijn blikveld staan. Een schok verspreidt zich vanuit mijn hersens door mijn hele lichaam als ik besef dat ik met haar vriendje sta te zoenen. In een vlotte beweging duw ik hem van me af en wend ik me direct tot Melissa. Pip is nu niet meer belangrijk.

Met haar grote, bruine ogen kijkt ze me geschokt aan. Haar hele lichaam is gespannen en ze staat stokstil naar me te kijken. Ik zie een kleine traan zich vormen in haar ooghoek terwijl ik mijn lippen van elkaar haal om iets tegen haar te zeggen.

Voordat ik ook maar enig geluid uit mijn keel kan krijgen zie ik dat ze haar hand achter haar lichaam beweegt. Als deze weer in mijn blikveld verschijnt zie ik tot mijn grote schrik dat haar vingers geklemd zitten om een lang, scherp mes. Onmiddellijk stopt mijn hart met kloppen en stokt mijn adem in mijn keel. Vol ongeloof kijk ik naar het glimmende, metalen blad van het mes in haar hand en deins ik langzaam voor haar terug.

"Melis, wat-"

De zware, drukkende stem van Pip doorklieft de dreigende stilte. Voordat hij zijn zin af kan maken komt Melissa in actie, alleen richt ze het mes niet naar ons, maar naar zichzelf.

In een scherpe beweging strekt ze haar armen uit en houdt ze het mes stevig in haar handen De verwarde, wanhopige blik in haar ogen veranderd in een zelfverzekerde terwijl ik in mijn hoofd probeer te bevatten wat ze gaat doen. Op het moment dat ze haar ogen langzaam sluit lijk ik op de grond vastgenageld te zijn. Ik ben niet in staat mijn lichaam te bewegen en kan alleen met grote ogen naar mijn beste vriendin kijken die met het scherpe mes in haar tengere handen vastberaden haar hart doorboort.


"Ik ben weg, mam!" roep ik richting de trap als ik de deurklink van de voordeur vastgrijp.

Niet wachtend op een antwoord sla ik de deur achter me dicht en begin ik mijn korte tocht richting het plein van district tien waar de boete zal plaatsvinden. Maar dat is het laatste waar ik op dit moment aan denk, ik kan maar een ding niet uit mijn hoofd zetten sinds vanochtend. Dat is het feit dat ik vanochtend badend in zweet wakker werd met het beeld van een doodgestoken Melissa op mijn netvlies.

Direct schiet er weer een rilling langs mijn ruggengraat en krijg ik kippenvel als ik het lugubere beeld weer voor me zie. Ik krijg het maar niet uit mijn hoofd. Maar nog erger vind ik het dat ik me niet de rest van de droom kan herinneren. Welke droom eindigt er nou met mijn beste vriendin die dood op de grond ligt?

Half rennend baan ik me een weg door het vlakke, landelijke landschap van district tien terwijl ik in de verte het centrum van het district al zie naderen. Het centrum wat precies vijf winkels, een paar groepjes huizen en het vredesgebouw met het grote plein bevat. Het grote plein waar dadelijk twee kinderen naar hun dood worden gezonden, en de mogelijkheid dat ik een van die twee zal zijn is er wel degelijk. Gelukkig heb ik me nooit hoeven inschrijven voor bonnen, dus is de kans enorm klein dat ik daadwerkelijk wordt uitgekozen. Daarom ben ik persoonlijk ook niet zenuwachtig en ben ik dat ook nooit geweest.

Ik vertraag mijn pas als ik het centrum in loop en ik omgeven wordt door zenuwachtige kinderen. Als ik de inschrijfbalie nader kijk al ik om me heen op zoek naar Melissa. Gisteravond, op weg terug naar huis, hadden we afgesproken voor de inschrijfbalie. Om me heen zie ik een aantal onbekende, zenuwachtige gezichten, maar geen Melissa. Ik slaak een kleine zucht.

Dan zie ik niet ver me vandaan een beeld die me verschrikkelijk bekend voorkomt. Ik heb deja-vu's altijd vreemd gevonden, maar deze lijkt echt van een heel ander niveau. Een gespierde jongen met een donkere trui staat met de rug naar me toe en als hij zijn capuchon afdoet en ik zijn donkere, warrige haren zie val ik bijna achterover van verbazing.

Meteen komt mijn gehele droom bij me terug; Pip die met de rug naar me toe staat, mijn rechtstreekse woorden, de hartstochtelijke zoen en Melissa's dood. Als Pip zich net zo omdraait als in mijn droom sta ik net zo stevig aan de grond genageld als toen.

Melissa verschijnt met een grote glimlach achter Pip vandaan en komt zwaaiend naar me te gerend. Ik kan het niet helpen dat het beeld van het bebloede mes die uit haar hart steekt weer op mijn netvlies verschijnt.

"Elora, daar ben je! Kom, we gaan ons snel inschrijven voor het begint!" Haar schelle stem haalt mij direct uit mijn trance waarna ze me bij mijn hand pakt en me meesleurt naar de inschrijfbalie. Terwijl we ons snel inschrijven en Melissa met Pip nog op de gebruikelijke manier afscheid neemt kijk ik alleen stoïcijns voor me uit. Ik ben nooit de slimste geweest maar nu hebben mijn hersenen toch wel erg lang de tijd nodig om alle radertjes aan het werk te zetten. Het enige waar ik aan kan denken is mijn droom, het enige wat ik kan zien zijn de verschillende verschrikkelijke beelden die op mijn netvlies gebrand staan.

Voor ik het weet sta ik tussen allemaal zenuwachtige zeventienjarige meisjes met Melissa naast me. Ze is me druk aan het vertellen over van alles en nog wat en heeft totaal niet in de gaten dat ik er niks van binnen krijgt. Ik kan de droom maar niet loslaten en steeds meer delen komen bij terug. De droom herhaalt zich meerdere keren in detail in mijn hoofd.

"M-mag ik even jullie aandacht alsjeblieft?"

Even wordt mijn aandacht getrokken door onze nieuwe begeleider die met knikkende knieën achter de microfoon staat, onze aandacht proberend te krijgen. Zijn zwarte haar is in een strakke boblijn langs zijn hoofd verwerkt, bovenin zijn voorhoofd heeft hij een verschrikkelijk lelijke, veel te korte pony. Zijn wenkbrauwen zijn veel te recht en horizontaal en zijn felwitte huid contrasteert enorm met zijn zwarte haar en zwarte lippen. Verder draagt hij een simpel zwart pak, wat een normale outfit zou zijn als hij er geen verschrikkelijke kraag bij om had. Een kraag die gemaakt lijkt te zijn van gigantische vleermuizenvleugels siert zijn nek en neemt bijna een hele vierkante meter om hem heen in beslag.

"Mijn naam is, uuh, Phox S-Spectral en ik zal jullie, ik zal jullie begeleider zijn voor d-dit jaar en misschien ook wel volgend jaar en d-dat jaar erop," stottert hij met een piepend stemmetje door de microfoon heen, "L-laten we beginnen met d-de meisjes."

Na enkele seconden verliest hij mijn aandacht al. Ik weet toch al hoe dit zal gaan, er wordt een meisje uitgekozen die ik niet ken en een jongen uitgekozen die ik niet ken en dan kunnen we allemaal weer naar huis. Dit jaar zal niet anders zijn. Ik heb wel andere dingen aan mijn hoofd dan me zorgen maken over de miljoenste kans dat ik uitgekozen wordt voor de Hongerspelen. Ik kan me op dit moment niet voorstellen dat er iets belangrijker kan zijn dan mijn situatie met Pip en Melissa, maar vooral mijn droom.

"Elora Rae!" De zenuwachtige stem van de begeleider galmt over het enorme plein heen en laat mijn adem stokken in mijn keel.

Behalve dit dan.


Pip Rosswald (18) – District 10

"Maar vindt ze me niet aardig dan?"

Ik zie dat Melissa lichtelijk geïrriteerd begint te worden door mijn overvloed aan vragen, maar ik kan het gewoon niet hebben als mensen mij om geen goede reden niet aardig vinden. En om een of andere reden vind ik het bij Elora nog vervelender.

"Pff, Pip, ik heb toch al gezegd dat ik het niet weet! Vraag het aan haar als je het zo graag wilt weten," mompelt Melissa knorrig terwijl we steeds dichter bij de plaats van de boete komen.

"Je bent haar beste vriendin, dit soort dingen zou je toch moeten weten!" Als ik merk dat ze geen antwoord meer geeft op mijn vragen besluit ik maar op te houden. Ik heb op dit moment toch ook belangrijkere dingen aan mijn hoofd. Mijn laatste Boete overleven bijvoorbeeld.

Mijn huis staat helemaal aan de rand van district tien en het is een enorm pokkeneind lopen naar het centrum. We zijn al bijna een halfuur onderweg en iedere stap die mij dichter naar de plaats van de Boete brengt, brengt weer wat meer zenuwen mee. En omdat we nu bijna bij het plein zijn, kun je voorstellen dat ze zenuwen op dit moment best aanwezig zijn.

Maar nog steeds zit het me niet lekker, ik heb toch nooit iets verkeerds tegen haar gezegd? Of haar op een of andere manier beledigd?

Ik besluit het maar te laten gaan, voor nu dan. Melissa heeft eigenlijk wel gelijk, als ik het echt graag wil weten moet ik het aan haar vragen.

Als we langs de eerste paar winkels in de buurt van het plein lopen denk ik er al helemaal niet aan. Langzaam begint mijn hart sneller te kloppen en voel ik de spanning zich opbouwen. Melissa lijkt nergens last van te hebben, met een grote glimlach op haar gezicht loopt ze naast me en begroet iedereen die ze tegenkomt. Ze zegt altijd dat de kans dat ze uitgekozen wordt simpelweg heel klein is, en Elora is het daarmee eens. Maar ik kan gewoon niet begrijpen dat je niet zenuwachtig bent. De kans is weliswaar klein, maar hij is er wel en als je uitgekozen bent ben je gewoon dood.

Als we aangekomen zijn om het plein zijn we omgeven door zenuwachtige kinderen en ouders. Omdat ik een aantal bekenden zie, en ik geen zin heb om gezellig een praatje te maken, doe ik vlug mijn capuchon op terwijl we richting de inschrijfbalie lopen.

Hoewel het plein gigantisch is staat het toch helemaal vol met kinderen die keurig in de aangegeven vakken staan. Alleen bij de inschrijfbalie staan alle kinderen slordig door elkaar heen, zoekend naar vrienden of familie of zenuwachtig wachtend op de inschrijving. Aan de randen van het plein mogen de ouders toekijken hoe hun kinderen de dood in worden gestuurd. Mijn ouders hebben dit nooit gedaan, ze denken hetzelfde over de boetes als Melissa en Elora.

"Ohja, bijna vergeten! We moeten Elora vinden, ik had met haar afgesproken bij de inschrijfbalie!" schreeuwt Melissa ineens en begint vervolgens hysterisch om zich heen te kijken. Ik kan het niet helpen met mijn ogen te rollen door haar dramatische gedrag, maar gelukkig heeft ze Elora al snel gevonden, blijkbaar ergens achter me.

Als ik omdraai zie ik Elora een paar meter verderop met grote, verbaasde ogen naar me kijken.

"Elora, daar ben je! Kom, we gaan ons snel inschrijven voor het begint!" schreeuwt Melissa naar Elora waarna ze direct naar Elora rent om haar hand vast te pakken alsof ze een driejarige is. Maar Elora blijft alleen met grote ogen en een overdonderde blik naar me kijken, zo lang dat ik er ongemakkelijk van wordt. Voor dat ik er erg in heb staat Melissa al weer voor me en grijpt ze me bij mijn wangen.

"Veel succes, Pippeldijntje, en vergeet niet: moge de kansen immer in je voordeel zijn!"

Ik geef haar snel een vluchtige kus op haar mond waarna ze samen met Elora naar de inschrijfbalie vertrekt. Om de zoveel seconden zie ik Elora met een verblufte gelaatsuitdrukking naar me kijken.

Enigszins ontdaan besluit ik mezelf dan ook maar in te gaan schrijven en naar me vak te gaan, de burgemeester is immers al begonnen met het voorlezen van het Verdrag van Verraad. Maar toch krijg ik Elora niet uit mijn hoofd, ik kan zo moeilijk hoogte van haar krijgen.

Als ik me een weg door de menigte kinderen heb gebaand en ik uiteindelijk in mijn vak terecht ben gekomen, voel ik de zenuwen die enigszins waren weggeëbd door het rare gedrag van Elora, weer helemaal terugkomen . En als ik zie dat onze begeleider al bij de bak van de meisjes staat voel ik al helemaal de spanning zich over mijn hele lijf verspreiden.

De begeleider scheurt onzorgvuldig het briefje dat precies dezelfde porseleinwitte kleur als zijn huid heeft open. Hij neemt even kort de naam op het briefje in zich op waarna hij mond opent om de naam uit te spreken.

"Elora Rae!"

Mijn kaak valt bijna open van verbazing. Enkele seconden gaat er helemaal niks door mijn hoofd en kijk ik met open mond naar de begeleider die verwachtingsvol het publiek in kijkt.

Elora? Elora moet naar de Hongerspelen? Elora gaat dood?

Ineens lijken al mijn probleempjes heel klein. Waarom Elora mij niet aardig zou vinden en waarom ze net ze raar tegen me deed. De gedachte dat Elora over een paar weken dood en waarschijnlijk ook gemarteld in de arena zal liggen laat een rilling over mijn rug lopen en al mijn eigen zorgen en problemen vergeten. Eigenlijk net zoals paardrijden, maar dan precies het tegenovergestelde.

Dan zie ik Elora met neergeslagen hoofd het podium oplopen. Niet meer met grote ogen en een verblufte blik als net, maar een beschadigde blik. Ik sta net dichtbij genoeg bij het podium om een kleine traan over haar wang te zien rollen.

"Hallo j-jongedame!" stottert onze begeleider net iets te enthousiast, "welkom in de 71ste Hongerspelen!"

Hij grijpt nog een beetje twijfelend haar hand vast en heft deze ver boven hun hoofden, alsof ze de Hongerspelen al gewonnen heeft. De blik in Elora's ogen in gewoonweg hartverscheurend.

Als de begeleider vervolgens zonder iets te zeggen naar de bak met jongensnamen loopt ga ik op mijn tenen staan om op zoek te gaan naar Melissa. Zij stond waarschijnlijk naast Elora toen haar naam geroepen werd en het valt me alles mee dat bij het uitroepen van Elora's naam niet een hysterische gil vanuit Melissa's mond over het plein weerklonk.

Na een tijdje heb ik Melissa's betraande gezicht gevonden. Ze staat te midden een groepje meisje van haar leeftijd die haar allemaal met grote ogen aankijken, zijzelf kijkt met een wanhopige blik naar Elora, huilend.

Als ik me vervolgens omdraai lijken de volgende gebeurtenissen zich in slow-motion af te spelen. Ik kan nog net meekrijgen dat onze begeleider het briefje met de jongensnaam net zo roekeloos openscheurt als net, alleen lijkt het deze keer drie keer zo langzaam te gaan. De begeleider lijkt uren naar de naam op het briefje te kijken terwijl spanning in een grote vlaag zich over mijn lichaam lijkt te verspreiden, en groter is dan ooit. Hij beweegt zijn lippen langzaam van elkaar en ik zie een kleine seconden enkele slijmdraadjes zich in zijn mond vormen. Dan vormen zijn lippen zich naar de naam die ik op dit moment als laatste zou willen horen.

"Pip Rosswald!"

Alle zenuwen zakken in een keer weg en maken plaats voor andere, ergere emoties. Als je zoiets overkomt dan raak je niet in paniek of begin je direct hard te huilen. Enkele seconden voel je niks, maar als je dan weet dat je naar het podium moet lopen slaat de twijfel toe. Enkele minuten zit je vol ongeloof en kan je de situatie niet bevatten. Als je dan eenmaal op het podium staat en de begeleider pakt je hand vast om deze vervolgens boven je hoofd te heffen, en je hebt uitzicht over het hele publiek die je met grote ogen aankijkt, dan voel je alleen uitzichtloosheid. Je geeft op, vanaf dan stop je eigenlijk met leven. Vanaf dan ben je geen persoon meer, maar een pion in de spelen van het Capitool. En zo zal je ook sterven.


Melissa's armen zijn zo strak om me heen geslagen dat ik geen kant op kan. Mijn schouders begint langzaam doorweekt te worden door de stortvloed van tranen die uit Melissa's ogen komen. In mijn ooghoeken zie ik dat mijn moeder, vader, broer en schoonzus met mijn kleine neefje in haar handen nog bij de deur van de kamer met tranen in hun ogen naar mij staan te kijken. Eigenlijk wil ik gewoon naar hen toelopen en mijn familie omarmen, hun troostende woorden aanhoren en Carby nog voor de laatste keer in mijn armen nemen. Maar ik zit opgesloten in Melissa's omhelzing.

Ik raak een klein beetje in paniek, het gevoel dat ik geen kant op kan is voor mij verschrikkelijk benauwend. Sommigen noemen het claustrofobie, ik noem het gebrek aan vrijheid. Waarschijnlijk zal ik genoeg van dat verschrikkelijke gevoel krijgen in het Capitool en in de arena.

"Melis, ik ga heel even mijn familie omhelzen, oké?" fluister ik op de aardigste toon die ik kan creëren met mijn stem waarna Melissa mij twijfelend loslaat.

Dan beweeg ik me langzaam naar mijn familie toe en wordt ik als eerste in de armen gesloten van mijn moeder wiens tranen als regendruppels van haar wangen lopen. Ze zegt niks, logisch. Wat moet je zeggen in zo'n situatie?

Vervolgens voel ik ook de sterke armen van mijn broer en vader om me heen. Ik hoor gesnik en ik voel dat sommige plekken van mijn trui nat worden, maar ikzelf huil niet. Ik voel me alleen leeg. Alsof alle gelukkige momenten in mijn leven, die er veel zijn, weggevaagd worden door deze ene gebeurtenis. Ik kan niet meer lachen, ik kan niet meer huilen, ik voel me alleen leeg. Alsof mijn lichaam alleen maar beweegt onder gezag van mijn hersenen, en mijn ziel overleden is op het plein.

Als ik voel dat de omhelzing van mijn familie enigszins verslapt beweeg ik me naar mijn schoonzus, die met een trieste gezichtsuitdrukking mijn kant op kijkt. Ik geef haar een vluchtige kus op haar wang waarna ik Carby uit haar armen overneem. Hij lijkt te voelen dat we allemaal verdrietig zijn want ik zie dezelfde trieste gezichtsuitdrukking die ik zag bij mijn familie op zijn kleine gezichtje.

Hoewel Carby mij meestal intens gelukkig maakt voel ik me nog steeds hetzelfde, leeg. Op dat moment weet ik ook honderd procent zeker dat het afgelopen is met Pip. Hij is al dood.

Als ik Carby een kusje op zijn zachte, porseleinwitte voorhoofd heb gegeven, geef ik hem weer terug aan mijn schoonzus en draai ik me om. Mijn moeder staat voor me en pakt met haar tengere hand de mijne vast.

"Hou deze bij je, je districtsaandenken," mompelt mijn moeder met een gebroken stem terwijl ze een klein, dun, leren bandje om mijn pols heen wikkelt. Precies op dat moment zwaaien de grote deuren van de afscheidskamer open en stormen de vredebewakers weer naar binnen. Ik geef mijn moeder een laatste knuffel en kijk hoe al mijn familieleden mij de laatste paar troostende blikken sturen. Dan voel ik een beuk in mijn rug en voel ik dat Melissa weer aan mijn lichaam hangt.

"Nee! Neem hem niet mee, neem mij!" Haar schelle stem weerklinkt door de holle ruimte waarna de vredebewakers grinnikend haar van mijn rug halen en haar op hun schouders weer meenemen. Met een lege blik kijk ik na hoe Melissa tierend en schreeuwend wordt meegenomen tot de grote deur van de kamer weer dichtvalt.

En dan ben ik weer alleen, opgesloten in deze kleine kamer. Ik kijk even vluchtig rond en bedenk me dat de volgende keer dat ik hier zal terug komen de kans één op vierentwintig zal zijn dat ik in een houten kist zal liggen.

Maar dat betekent niet dat ik alles op alles ga zetten om die ene tribuut te zijn die wel levend zal terugkeren.


Elora Rae (17) – District 10

Wanhopig en met rode, betraande ogen loop ik heen en weer door de kleine afscheidskamer. Om de zoveel seconden kijk ik geconcentreerd naar de imposante deur die toegang geeft tot de ruimte, in de hoop dat er nog iemand doorheen komt. Een specifiek iemand.

Het afscheid met mijn ouders was hartverscheurend. Mijn vader kon het niet bevatten en stormde met een tirade door de kamer heen, mijn moeder kon niet ophouden met huilen. De enige handeling die ze naast het huilen heeft verricht is het omschuiven van een klein, zilver ringetje om mijn vinger. Mijn districtsaandenken.

Mijn hart gaat enorm tekeer terwijl ik de ramen van de ruimte tevergeefs onderzoek op mogelijke uitwegen. Ik moet hier weg, dit mag niet gebeuren. Er schieten een heleboel gedachten door mijn hoofd, maar er is een gedachte die bijna alle andere overstemt.

Ik ga dood.

De tranen wellen weer op in mijn kastanjebruine ogen. Ik zal dood zijn over een paar weken, samen met Pip. Hem kan ik ook niet uit mijn gedachten krijgen. De aankomende dagen zal ik non-stop bij hem zijn, zonder Melissa. Hoewel dit natuurlijk de verschrikkelijkste situatie is die je kan bedenken, moet ik eerlijk zeggen dat dit enigszins een schrale troost is. Ik weet dat we hoogstwaarschijnlijk allebei dood zullen zijn binnen twee weken, maar het zal wel samen met hem gebeuren. En Melissa zal niet meer tussen ons instaan.

Maar waar blijft ze nu?

Ze zou toch niet naar Pip gaan? Ze kent Pip nog maar twee maanden, mij kent ze al haar hele leven! Maar als ze naar mij gekomen was, was ze toch wel samen met mijn ouders gekomen? Ik draai een paar keer twijfelend aan het zilveren ringetje aan mijn vinger. Het doffe zilver glimt zachtjes door het licht dat door de ramen binnenvalt.

Ik schrik op als de vredebewakers met groot kabaal de kamer komen binnenstormen.

"Meekomen!" schreeuwt hij met zijn lage stem waarna ik me aarzelend naar hem toe beweeg.

"Maar er moet nog iemand komen," mompel ik zachtjesen de grootste vredebewaker begint hard en cynisch te lachen.

"Er is niemand meer, dus meekomen!" Hij grijpt me ruw vast bij mijn bovenarm en leidt me de ruimte uit. Dan besef ik pas echt dat Melissa me heeft laten zitten. Als ik de kamer uit ben is het gezicht van Pip het eerste wat ik zie. Hij kijkt met een stoïcijnse blik naar de muur achter me en er is geen traan op zijn gezicht te vinden. Op dat moment, precies dat moment, gaat er een knop om in mijn hersenen. Ik weet dat ik dood zal gaan, en ik weet dat Pip dood zal gaan, en dat vind ik verschrikkelijk, maar dit laat ik me achter me. Ik zal de volgende paar dagen alleen zijn met Pip, van die dagen kan ik beter wat maken. En nu maak ik me geen zorgen meer over Melissa.

Met lichte tred loop ik zelfverzekerd naar hem toe en als ik dichtbij genoeg ben beweeg ik mijn mond sierlijk naar zijn oor die verstopt zit achter zijn donkere haarbos. Zachtjes fluister ik de woorden in zijn oor die ik nooit had verwacht te zeggen, en zeker niet tegen hem.

"Ik ben verliefd op je."


Ja ja, er komt wat liefde in het verhaal!

Ik had een heel idee uitgestippeld van hoe dit hoofdstuk zou worden, en het zou voor de verandering ook een keer een wat korter hoofdstuk worden. Maar het is helemaal anders uitgepakt, hahaha! Het is een soort driehoeksverhouding geworden, wat ik best wel leuk vind! Ik wilde sowieso graag wat meer liefde in de spelen, maar had eigenlijk nooit verwacht dat het van deze twee zou komen. Maar hoe dat gaat lopen kunnen jullie lezen in de Capitoolhoofdstukken, haha! Ik beloof dat het leuk word!

Maar ik ben erg blij met dit hoofdstuk! Na het lugubere vorige hoofdstuk vond ik het fijn om weer even over iets lichters te schrijven, hoewel sommige delen toch weer best heftig waren volgens mij! En weer een lekker lang hoofdstuk!

Nog maar twee boetes! Het einde komt echt in zicht, eindelijk! Ik ben echt toe aan iets anders, hahaha! Mijn hoofd begint al aardig vol te lopen met ideeën voor alle evenementen in het Capitool en ik ben ook al rustig begonnen met het indelen van de tributen over de hoofdstukken! Maar eerst nog even twee keer boete!

Voor dit hoofdstuk wil ik ten eerste MyWeirdWorld onwijs bedanken! Naast dat ze mijn awesome beta is heeft ze me bij dit hoofdstuk enorm geholpen! Omdat ik echt helemaal NIKS van paarden weet, en zij alles, heeft ze me geholpen met het eerste stukje van Pip! Ze heeft eigenlijk bijna de hele rit geschreven, met een paar aanpassing van mij. En natuurlijk heeft ze me, samen met Jade Lammourgy, geholpen met de rest van het hoofdstuk! So thank you! En tenslotte wil ik ook nog Cicillia en FF-Schwarz bedanken voor hun leuke tributen! :)

Dan gaan we weer naar de puntentelling! :)

Weer even voor de duidelijkheid:

Je krijgt 5 punten als je in het begin een tribuut hebt ingestuurd (2 tributen telt niet voor 10 punten, dat blijft 5)
Je krijgt 5 punten als je mijn verhaal followed
Je krijgt 2 punten voor een review (hier mag van alles instaan)
Je krijgt 3 punten voor een review waarin je tips geeft
Je krijgt 3 punten als je een strijdwagenkostuum hebt ingestuurd (2 kostuums telt niet voor 6 punten, dat blijft 3)

Jade Lammourgy - 47 punten
MyWeirdWorld - 47 punten
LauraTwilightHungergamesHPfa n - 41 punten
Cicillia - 39 punten
Kirstenav - 38 punten
greendiamond123 - 35 punten
FF-Schwarz - 34 punten
Jannaatjee - 33 punten
JesseGabriel - 28 punten
Madeby Mel - 27 punten
miniMinaxx - 18 punten
zyx21 - 12 punten
JoyMainhood - 5 punten

Wat je kan sponsoren voor de hoeveelheid punten dat komt nog!

En vergeet vooral niet te reviewen, dat zou ik echt heel fijn vinden! :) En voor nu, op naar de boete van district 11, de op een na laatste! Ik zal proberen deze weer ongeveer over twee weken te posten, daarna is de kerstvakantie dus dan heb ik meer dan genoeg tijd om hopelijk de boetes af te maken! En daarna het Capitool! Ik heb er zin in!

Levi :)