De wolf liep een paar meter voor mij uit en keek af en toe om naar me om te kijken waar ik bleef. We liepen en liepen. Het leek wel een eeuwigheid maar dat maakte mij niet uit. Ik was nog steeds verbaast over het feit dat ík word geleid door een wolf. Elk uur dat voorbij ging kwamen er meer dieren om ons heen lopen. Ik merkte het pas laat op, omdat ik zo gefocust was op de wolf. Op een gegeven moment liepen er andere wolven, herten, vossen maar ook konijnen om ons heen. De dieren liepen in vrede langs elkaar in plaats van op elkaar te jagen zoals je zou denken.
We kwamen bij een grasveld uit (Hetzelfde grasveld waar jullie per ongeluk omhoog werden gehaald door een grijs ruimteschip), het grasveld stond vol met prachtige bloemen en de bekende blauw met groen gestipte paddenstoelen. We waren niet de enige op het veld, er waren wel honderden, misschien wel duizend dieren, en ze stonden allemaal in een cirkel. Toen wij aan kwamen lopen, met de groep die behoorlijk groot was geworden, liepen een paar dieren naar achteren zodat ik kon zien wat er zo belangrijk was. In het midden van de cirkel was iets wat ik totaal niet verwachtte. Er stond een mevrouw in een lange witte jurk, ze had prachtig lang donkerbruin haar en ze had een krans van bloemen op haar hoofd. Als je haar in de stad zou zien, zou je denken dat ze een hippie was. Maar hier in het bos met alle dieren om haar heen, kon je duidelijk zien dat zij hier de baas was.
Ik wist niet goed wat ik moest doen, maar een klein hertje gaf mij een duw in de rug als teken dat ik naar haar toe moest lopen, dus dat deed ik. Maar dat was misschien achteraf niet zo'n goed idee geweest. Want toen ik een paar stappen naar voren liep keek de vrouw, die mij voorheen volgens mij niet eens had opgemerkt, naar mij. Ik zag dat ze schrok van mijn onaangekondigde aanwezigheid. De zette een paar stappen achteruit terwijl ze mij met afschuw aankeek, draaide daarna om en liep weg.
Ik wist niet goed wat ik moest doen, moet ik achter haan aan lopen? Die blik op haar gezicht was een duidelijk teken dat ze niet met mij te maken wilde hebben. Ik draaide me om om terug te lopen naar mijn eigengemaakte groepje met dieren. Maar toen ik me omdraaide waren alle dieren weg. Fijn dit. Ik ben helemaal hierheen lopen voor niks. Ik werd er een beetje emotioneel van Laten de dieren mij hier gewoon in de steek?. Ik liep naar een boom en ging er tegen aan zitten.
'Hee, waarom dat lange gezicht?'
Ik draaide me om een keek naar de boom, is dit een grap? Is er nog een boom die kan praten? Wij bomen hebben allemaal van deze namen, onze namen reflecteren de dingen waar we bekend om staan. Ik hoor de lage stem van Plotavius weer in mijn hoofd. Ik had het kunnen weten dat er meerde bomen zouden zijn die konden praten.
'Ben jij een vriend van Plotavius?'
'Plotavius? Ken jij Plotavius? Wij zijn allemaal vrienden met de grote Plotavius, hij is de boom der bomen, het leven van de natuur, hij houd ons bij elkaar en toch gescheiden. Hij is de alwetende boom, hij is ons voorbeeld. Hoe ken jíj hem?'
'Oh gewoon...ik maakte een praatje met hem...hij heeft mij verteld om met de dieren mee te gaan, zo ben ik hier gekomen. Maar ik weet niet goed wat ik nu moet doen. Ik dacht dat misschien die mevrouw mij zou kunnen helpen.'
'Die mevrouw is niemand minder dan onze beschermer! Zij heeft geen tijd voor vragen, en al zeker niet de vragen van mensen! Ze houd mensen liever uit haar buurt.'
'Maar..ze is zelf ook een mens? Waarom houd ze hun dan liever uit hun buurt?'
'Dat komt omdat, mijn kind, de mensen de natuur verpesten. Zij horen niet meer thuis in de natuur en dat weten ze, daarom verwoesten ze het maar. Ze eten onze dieren voor hun vlees, halen bomen naar beneden en verbranden ze voor licht, omdat ze bang zijn in het donker. Een groot deel van de aarde is weggevaagd door de mensheid, het zal niet lang duren voordat ze ook aan dit bos beginnen. Wat zeg ik? Ze zijn al begonnen. Ze hebben vallen neergezet voor onze konijnen,hazen en herten. Suojella. Haar naam zegt het al, de beschermheilige is de persoon die je net zag. Ondanks dat zij een mens is, is haar ziel puur. Ze heeft zich vrijwillig afgekeerd van de mensheid om de natuur om haar heen te beschermen. Suojella zoekt vallen op die de mensen hebben neergelegd en verwijderd ze, ze helpt gewonde dieren en planten.'
'Ik snap het.' Dit keer snap ik het ook echt, ik moet alle informatie die ik net heb gekregen gewoon even laten bezinken. Ik wilde iets terug zeggen tegen de boom, van wie ik de naam nog steeds niet wist, toen ik opeens een schreeuw hoorde. En niet een gewone schreeuw, maar een schreeuw vol met pijn. 'Suojella!' zegt de boom met een trillende stem. Ik sta op en ren naar het geluid toe, ik struikel nog over een paar takken maar er is geen tijd te verliezen. Iemand in zo veel pijn moet geholpen worden.
Ik ren zo hard als ik kan en uiteindelijk kom ik bij de bron van het geluid uit. Het is daadwerkelijk Suojella zoals de boom voorspelde. Ze zit vast in iets wat lijkt op een berenklem maar ik kan het niet helemaal plaatsen. Maar dat is niet het enige, Suojella bloed hevig. Wat zeg ik? Ze bloed dood! Er ligt al een grote plas bloed om haar lichaam heen en ze ligt in een, wat voor mij lijkt, niet prettige positie, ze ligt op haar rug maar toch half gedraaid. De klem heeft haar vast rond haar middel en ik kan zien dat ze zich heeft proberen te verzetten. Grote, diepe vleeswonden zijn te zien om haar nu bijna bewegenloze lichaam. Haar jurk is niet meer mooi wit maar helemaal rood. Ik ren naar haar toe en zak op mijn knieën in een grote plas bloed die nog redelijk warm is. Ik pak haar schouder en schut haar zachtjes heen en weer. Ai, geen goede keuze, ze kreunt van de pijn en ik laat snel haar schouders los. Suojella! Blijf bij me, het komt goed. Ik kijk op en om me heen om te zien of er misschien iemand staat. 'Iemand, wie dan ook HELP!' maar ik krijg geen reactie. Ik focus me weer op Suojella. Ik ga wat naar onder zitten en pak de klemmen met mijn handen vast. Ik probeer ze te openen met al mijn kracht. Ze gaan een beetje open, maar wanneer ik mijn grip verlies en zelf mijn handen opensnijd gaat de klem weer strakker zitten. Suojella kreunt van de pijn dat ze klem terug haar wonden in gaat. 'Hou vol. Ik krijg je hier wel uit!' zeg ik, maar ik kan het niet overtuigend brengen.
Suojella legt haar hand op de mijne wanneer ik net wil beginnen met een vierde poging om de klem open te maken. Ik merk nu pas dat mijn eigen handen ook helemaal onder het bloed zitten, en ik ook diepe wonden heb opgelopen.
'Waarom wil je mij redden? Haar stem klink prachtig, zacht en vredelievend.
'Geen tijd voor vragen, ik krijg je hier wel uit!'
'Alsjeblieft, waarom deze moeite voor mij?'
Ik kijk haar aan en zeg ' Je bent te belangrijk voor dit bos, de dieren en de bomen. Ze kunnen niet zonder je. Dus hou nog even vol, de klem is bijna open!'
'Het gaat je niet lukken...En al zou het je wel lukken, ik heb al teveel bloed verloren. Ik zal dit niet overleven.'
'Ik breng je wel naar een ziekenhuis!'
'Nee...als ik sterf, wil ik hier sterven. In de natuur.' Ze zucht 'Wat is het nut van leven als je de dood niet accepteert? Mijn tijd hier is voorbij, en dat accepteer ik.'
Tranen rollen over mijn wangen en vallen op haar hand.
'Waarom tranen voor mij?'
'Iedereen verdient het om te leven'
Ze lacht 'Je weet pas dat je hebt geleefd, wanneer je leven bijna ten einde komt. Jij bent niet zoals andere mensen Chantalle' Hoe weet zij mijn naam? 'Je bent net als ik. Ik heb je verkeerd beoordeeld, en dat spijt me.'
Wat probeert ze te zeggen?
'Chantalle, als je het wilt, kan jij mijn taak overnemen. Bescherm dit bos. Maar vergeet nooit te leven.'
'Ik hoef je taak niet over te nemen, want jij gaat hier gewoon uitkomen!'
'Het is al te laat. Je hoeft niet bang te zijn voor wat er komen zal. Plotavius en Ik zullen bij je zijn om je te helpen, net als alle andere dieren.'
'Nee alsjeblieft, wacht!'
'Het is nu aan jou.' zegt ze met haar laatste adem. Ze kijkt vredig omhoog.
Ik kijk naar haar gezicht en kijk dan ook omhoog, de lucht is blauw en er valt een zonnestraal precies op ons. Wanneer ik weer naar beneden kijken is haar lichaam weg.
Wanneer ik terug naar het grasveldje loop om alles even te laten bezinken, staan daar alle dieren weer in een cirkel, net zoals bij Suojella. Net zoals eerder op de dag lopen dieren naar achter en maken een opening in de cirkel zodat ik erdoor kan. Toen ik eindelijk in het midden stond gingen opeens alle dieren naar beneden. Ik dacht dat ze gingen liggen, maar toen ik beter keek zag ik dat ze allemaal knielde. De knielden allemaal, voor mij?
'Tja en dat is dus zo'n beetje mijn verhaal' zegt Chantalle tegen Danielle. 'Is het verhaal nu al afgelopen?'. 'Ja nadat ze allemaal knielde en daarna weer opstonden was ik heel verbaast natuurlijk. Maar daarna ging ik terug na Plotavius en die leerde mij de rest van de dingen die ik moest leren. En verder kan ik denk ik niet echt meer vertellen '.
'Maar dat maakt ook niet uit, want we zijn er!'
(Sorry voor eventuele spelling en/of taal fouten :D)
