Hoofdstuk 12: Terug naar Zweinstein

Harry ontwaakte met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Hij had heerlijk gedroomd, alleen kon hij zich niet meer herinneren waarover het ging. Hij pijnigde zijn hersenen en probeerde de beelden vast te houden die door zijn vingers leken te sijpelen. Het enige dat hij zich nog kon herinneren, waren twee mooie bruine ogen die hem liefdevol aankeken en die hem een nooit gekend gevoel van vrede gaven. Ze hadden hem op zijn meest intieme plek geraakt: zijn hart. Vreemd genoeg kon hij ze niet plaatsen in een gezicht, waardoor de eigenares van die warme blik onbekend bleef.

De tiener draaide zich op zijn zij en zuchtte. Hij wilde het gevoel vasthouden. Dit moment was puur genieten; er was niets anders dan hij, de ogen uit zijn droom en de vlinders die zijn buik tot leven brachten. Hij liet de beelden zijn geest overspoelen en zijn hart meenemen naar de hemel. Over wolken vloog hij, die blik achterna.

Het was pas na een aantal minuten dat hij uit zijn heerlijk soezen ontwaakte. Het was vandaag één september. Over een paar uur zou hij op de Zweinsteinexpres zitten, op weg naar zijn favoriete plek op heel de wereld. Hij rekte zich kreunend uit, stapte uit bed en gaf Ron een por tegen zijn schouder.

'Mmm, wasser?' vroeg die mompelend.

'Opstaan, Ron. Binnen twee uur moeten we vertrekken naar het station. Ik wil de trein niet missen.' Harry trok een proper T-shirt en spijkerbroek aan die mevrouw Wemel de avond daarvoor had klaargelegd.

Ron had nog steeds geen teken van leven gegeven. Harry nam het paar sokken van de stoel en gooide het naar zijn kameraad zijn hoofd.

'Waar is dat voor?' schreeuwde Ron boos uit.

'Opstaan man, ik wil niet te laat komen.'

Harry begon in zijn hutkoffer te rommelen en controleerde dat hij alle boeken bij zich had. Bovenop de dikke stapel legde hij de laatste kleren die mevrouw Wemel hem de vorige avond nog had toegestopt. Een zachte bloemengeur verspreide zich en vulde zachtjes zijn neusgaten. Ze wist hem keer op keer te verwennen.

Vanuit zijn ooghoeken zag Harry hoe een paar sokken de lucht doorkliefde en zijn richting uitkwamen. Met zijn zoekersreflecten dook Harry opzij terwijl hij met zijn rechterhand de sokken uit de lucht wist te plukken.

'Mooie vangst! Je zou een goede wachter zijn geweest,' klonk het vanaf het bed aan de andere kant van de kamer. Ron kwam uit zijn bed gestapt en krabde in zijn haar.

'Bedankt, maar ik verkies het om zoeker te zijn,' zei Harry. Hij hield teveel van het vrije gevoel dat hem overmeesterde als hij cirkels boven het veld vloog, turend naar de Snaai. Nee, hij was niet de juiste persoon om bij die palen te wachten tot een Slurk zijn richting afkwam.

Er werd op de deur geklopt en een tel later verscheen een bos krullen in de opening.

'Hermelien!' gilde Ron terwijl hij een duik deed naar het T-shirt dat op de stoel naast zijn bed lag. Nadien volgde een onmogelijke poging om zijn bloot bovenlijf en boxershort te bedekken. 'Ik ben nog niet aangekleed!'

'Och komaan, Ron. Je hebt een onderbroek aan en voor de rest valt er niets te zien,' zei ze op luchtige toon.

Rons gezicht verraadde een heleboel ongenoegen bij het horen van die woorden.

'Wat is er?' vroeg Harry. Hij kende zijn beste vriendin genoeg om te weten dat ze 's morgens nooit zomaar zou binnenvallen, tenzij ze echt iets te vertellen had.

'Mevrouw Wemel en zowat de hele Orde willen ten laatste om tien uur naar het station vertrekken.'

'Zo vroeg al? Dat is een uur op voorhand!' riep Ron uit. Hij had zich omgedraaid en probeerde in sneltempo zijn jeans en T-shirt aan te trekken.

'Ik geef alleen de boodschap door. Professor Dolleman wil dat we in groepjes naar het station gaan. Hij wil zeker vroeg genoeg gaan, zodat we voor de drukte nog in het station zijn. De leden van de Orde zouden dan, samen met de Schouwers, instaan voor de bescherming van het station. Al die tovenaars samen zijn een ideaal doelwit.' Hermelien draaide zich om en verliet de kamer. Voor ze de deur achter zich dichttrok, zei ze nog met een heimelijke knipoog naar Harry: 'Ik wist niet dat jij van rode boxershorts hield, Ron.'

De jongste zoon van Arthur en Molly Wemel kreeg een kleur die zijn boxer ver overtrof. Hij mompelde iets onverstaanbaars en knoopte snel zijn jeans dicht.

'Weet je, ooit zet ik haar dat nog eens betaald.'

Harry keek zijn makker aan en trok zijn wenkbrauw op, maar besloot wijselijk niets te zeggen. Na een laatste blik op de inhoud van zijn hutkoffer te hebben geworpen, deed hij het deksel dicht.

'Ik ga alvast naar beneden,' liet hij Ron weten. Hij sleurde zijn hutkoffer door de kamer.

'Ik kom zo meteen. Ik ben hier bijna klaar.' Hoorde hij nog zeggen voordat hij de deur sloot.

Een klein uurtje later stond het hele gezelschap in de inkomhal. De leden van de Orde waren bezig met het bespreken van de route die ze naar het station zouden nemen. Dolleman had een kaart van Londen in zijn handen.

'We kunnen hier nog een blokje om lopen, en dan kunnen jullie,' Dwaaloog wees naar George, Arthur, Romeo en Tops, 'langs hier gaan.'

'Alastor,' zei Lupos, 'ik denk dat we er best voor zorgen dat we zo snel mogelijk in het station zijn. Hoe langer het duurt eer we daar zijn, hoe gevaarlijker. Op straat zijn we schietschijven.'

'Denk je nu echt dat we veiliger zijn in het station? Zoveel tovenaars bij elkaar-'

'Vormt een ideaal doelwit,' maakte Charlie zijn zin af. 'Ik ben heus niet vergeten wat er gebeurd is op het wereldkampioenschap Zwerkbal. Maar het station zal beschermd worden door Schouwers. Dooddoeners kunnen op de daken zitten en wachten tot wij langskomen. Volgens mij zijn we echt veiliger in het station.'

Alastor Dolleman mompelde iets onverstaanbaars, maar gaf uiteindelijk toe.

'We vertrekken met tussenpozen van vijf minuten,' zei hij. 'Als iemand in de problemen komt, dan schiet je rode vonken in de lucht en nemen jullie de Noodviavia die jullie bij je hebben. Ron, jij gaat eerst, samen met Molly, Bill en Charlie. Dan komt Harry, begeleid door mezelf, Remus, Jonas en Fred. Ginny en Hermelien, jullie vertrekken als laatste en gaan mee met George, Romeo, Arthur en Tops. Ik wil constante waakzaamheid. Heeft iedereen dat begrepen?'

Iedereen knikte. Bill stak de hutkoffer van Ron, die nog de grootte had van een luciferdoosje, in de zak van zijn jas.

Ron en zijn begeleiders verdwenen door de voordeur, maar niet voor Molly de twee meisjes en Harry één van haar befaamde knuffels gaf en hen toefluisterde voorzichtig te zijn.

Harry keek naar één van de tovenaars die hem moest begeleiden: Jonas Diependal. Hij was een nieuw Ordelid dat hij nog maar een paar keer had ontmoet. Het was een grote, magere man met kort blond haar. Zijn blauwe ogen verscholen zich achter een fijn omrande bril. Harry had hem vanaf hun eerste ontmoeting sympathiek gevonden, omdat hij de tiener als een volwassen man beschouwde. Hij erkende het feit dat hij, Harry, meer had meegemaakt dan de meeste leden uit de Orde. Bovendien bleek Jonas Diependal meester-duelist te zijn. Harry had hem tijdens zijn lessen met Remus bezig gezien en had zijn enthousiasme even goed kunnen verbergen als een kleuter die een ijsje kreeg.

De laatste van de Sluipers liep naar de overgebleven hutkoffers en begon die één voor één te verkleinen en gewichtloos te maken door middel van een Vederlicht Bezwering. Tot zijn verbazing zag Harry dat er nog vier koffers op een rij stonden. De laatste in de rij zag er oud en versleten uit. De verf brokkelde bijna af, maar toch was de naam 'Remus J. Lupos' nog leesbaar. De tiener keek de weerwolf verrast aan.

'Ga jij …?' Meer kon Harry niet uitbrengen.

'Professor Perkamentus heeft me gevraagd om mijn oude job weer op te nemen,' zei hij breed glimlachend. 'Het schoolhoofd was van mening dat een goede leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten noodzakelijk is. Ik kan hem daar alleen maar in bijtreden. Het zijn duistere tijden en een goede spreuk kan het verschil maken tussen leven en dood.'

'Het is fantastisch dat je weer leraar wordt!' riep Harry uit. 'Jij bent de beste leraar Verweer die we ooit gehad hebben. Geen belediging voor jou, professor Dolleman,' zei Harry vlug.

'Je hoeft je niet de verantwoorden. Technisch gezien heb ik nooit les gegeven,' gromde Dwaaloog. Hij keek even op zijn horloge. 'Tijd om te vertrekken.'

Hermelien vloog Harry om de nek.

'Wees alsjeblieft voorzichtig. Ik hoop dat er niets gebeurt.'

'Wat zou er kunnen gebeuren?' fluisterde Harry. Hij hoopte dat Dolleman het niet zou horen, anders hing hem een fikse uitbrander boven het hoofd. 'Ik lijk wel een heel leger rondom me te hebben om me te beschermen. Ik zie jullie straks wel.' Hij knipoogde vriendelijk naar Ginny.

Fred sommeerde Harry's verkleinde hutkoffer en stak hem in zijn zak. Voordat ze de deur uitgingen, sprak Dolleman hen nog eens aan.

'Ik ga als eerste, dan volgt Harry die langs links beschermd zal worden door Fred en langs rechts door Remus. Diependal sluit de lijn en loopt helemaal achteraan. Het belangrijkste is dat Potter het station bereikt. Als er iets gebeurt, beschermen we hem en zorgen we ervoor dat hij doel haalt.' Hij wilde zich omdraaien, maar leek zich plots iets te realiseren. 'Oh, probeer Remus ook te beschermen indien mogelijk. Ik vrees dat Albus het niet leuk zou vinden als er iets met zijn leraar Verweer gebeurd.'

'Relax,' zei Fred, 'Jeweetwel weet helemaal niet waar Harry verblijft en ik denk niet dat hij op elke hoek van de straat een Dooddoener heeft staan.'

'Constante-'

'Waakzaamheid. Ja, dat weet ik wel, maar wat ik wilde zeggen is dat Harry volgens mij wel redelijk veilig is.'

'Als je je taak niet ernstig neemt, dan kun je beter niet meegaan,' zei een duidelijk geïrriteerde Dolleman. Hij zag er woest uit en zijn magische oog staarde Fred doordringend aan.

'Volgens mij probeerde hij gewoon de sfeer wat op te krikken,' probeerde Remus hem te sussen. 'Fred wil echt wel het beste voor Harry. Nietwaar, Fred?'

'Natuurlijk! Ik verzeker je dat ik waakzaam zal blijven.'

Dolleman snoof even, maar leek daar voldoende aan te hebben. Hij knikte naar Harry en de jongen gooide zijn onzichtbaarheidsmantel over zijn hoofd.

'Hier gaan we dan,' zei Dolleman. Hij deed de deur open en ze stapten allemaal naar buiten. Fred en Remus namen meteen hun plaatsen naast hem in.

Harry was blij dat hij eindelijk nog eens buiten kon komen. De laatste maal was al een aantal weken geleden. Zijn bezoek aan de Halvemaanstraat was toen niet echt goed afgelopen. De Orde en Perkamentus hadden nog steeds geen idee waarom Voldemort juist op dat moment daar was. Waarschijnlijk zouden ze het ook nooit te weten komen.

Naarmate ze dichter het centrum van Londen naderden, werd het steeds drukker. Het was iets na tienen en de stad verkeerde nog steeds in vol spitsuur, dat dan langzaam zou overgaan in de alledaagse drukte. Het geraas van de auto's maakte een gesprek bijna onmogelijk. Bovendien hadden ze al hun aandacht nodig om hun formatie gesloten te houden. Weliswaar gingen de meeste mensen opzij bij het zien van Dwaaloog, ze hadden echter de neiging om Remus naar het midden van de groep te duwen, waardoor Harry bijna geplet werd tussen Fred en de oude vriend van zijn vader.

De tiener kon het de mensen moeilijk kwalijk nemen: hij was onzichtbaar en er liep zoveel volk op het trottoir dat er nauwelijks plaats was om mensen te passeren.

Gelukkig was Fred, maar vooral Lupos, die de kant van de straat liep, er om onaangename botsingen te voorkomen. Hoe zou je een Dreuzel kunnen uitleggen dat hij net op een onzichtbaar persoon gebotst was? Het was een opdracht die op voorhand al gedoemd was om te mislukken.

Na twintig minuten stappen, kwamen ze aan in het station. Bij de ingang zag Harry drie mensen staan waarvan hij zeker wist dat het Schouwers waren. Ze hadden weliswaar Dreuzelkledij aan, maar die was hopeloos uit de mode. Het wilde al heel wat zeggen dat Harry dat opmerkte, want hij wist evenveel van mode af als een flesje boterbier. De drie speurden de omgeving af op zoek naar iets verdachts, maar toen het groepje langskwam, was de tiener er zeker van dat ze knikten.

Ze liepen door de scheiding tussen perron 9 en 10, en bevonden zich op perron 9 ¾. Harry was nog nooit zo vroeg geweest - het was nog voor half elf - en er waren dan ook nog geen leerlingen op het perron. De glanzend rode locomotief stond vrolijk wolkjes stoom uit te blazen, wachtend op de passagiers die hij ter bestemming moest brengen.

Dolleman liet zijn blik over het perron gaan. Zijn magische oog tolde wild heen en weer in zijn oogkas.

'Oké, alles lijkt veilig te zijn. Voorlopig toch.' Zijn magische oog bleef de omgeving afspeuren, maar leek vooral de toegangspoort tot het perron in de gaten te houden.

'Doe je onzichtbaarheidsmantel maar af,' zei Remus.

Harry kwam van onder de mantel vandaan en propte het ding in zijn zak.

Vanachter één van de grote stenen pilaren kwamen Ron en zijn begeleiders op het groepje af. Uit het verslag van Charlie aan Dolleman bleek dat ook zij geen problemen hadden gekend onderweg.

'Molly, Fred, Remus en Charlie, jullie blijven hier bij dit tweetal.' Hij wees op Harry en Ron. 'Bill, Diependal en ik gaan de Schouwers versterken. Blijf uit de buurt van de toegangspoort en stap nog niet op de trein. Als er iets zou gebeuren, dan schieten jullie rode vonken. Straks sturen jullie Tops en Romeo naar mij. Arthur en George blijven bij jullie voor extra bescherming.' Harry kon aan Rons en Freds gezicht zien dat hij niet de enige was die vond dat de bescherming wat overdreven was, maar niemand durfde te protesteren.

Dwaaloog zijn houten been bonkte hard op de vloer toen hij samen met Bill en Jonas Diependal op zoek ging naar de verantwoordelijke voor de beveiliging.

Het was onmogelijk om de Schouwers niet op te merken. Ze droegen een zwart uniform met een embleem - een toverstok die paarse sterren uitspuwde – erop. Harry probeerde te tellen hoeveel er op het perron waren. Hij zag er vijftien staan, maar hij wist zeker dat er nog een paar onzichtbaar opgesteld moesten staan.

De angst voor een aanval zat er duidelijk in…

Even later kwamen ook Hermelien, Ginny en hun begeleiders aan. Buiten een paar losgeslagen Londense taxi's hadden ook zij geen problemen gekend. De hutkoffers van de tieners werden vergroot en samen genoten ze van hun laatste momenten zomervakantie.

Om kwart voor elf was het perron al goed volgelopen. Leerlingen namen afscheid van hun ouders en begroetten vrienden die ze de hele zomer niet hadden gezien. De sfeer was echter veranderd. Twee jaar geleden weerklonk er over het gehele perron gelach, nu hing er spanning in de lucht en flitsten de ogen zenuwachtig heen en weer, op zoek naar een signaal dat op onheil kon wijzen.

'Ik denk dat het nu wel veilig is om in te stappen, zo dadelijk is er geen plaats meer,' zei Remus. Hij wees op de trein waarin de meeste leerlingen zich ondertussen al geïnstalleerd hadden voor de reis.

'Ik wil dat jullie bij Remus in de coupé zitten. Voor jullie deur zal er een altijd een Schouwer staan,' zei meneer Wemel.

Harry vloekte inwendig bij het horen dat hij altijd gadegeslagen zou worden door een Schouwer. Hij had er een hekel aan dat iedereen vond dat hij steeds beschermd moest worden. Had hij al niet genoeg bewezen dat hij zijn mannetje wel kon staan in een gevecht?

Ze gingen op zoek naar een coupé die nog leeg was en vonden er eentje in de voorste wagon. De hutkoffers werden in de trein gehesen en in de bagagerekken geplaatst. Eens alles op zijn plaats stond, was het tijd om op het perron afscheid te nemen van de rest van de Wemels. Meneer Wemel was de eerste die op Harry afstapte.

'Je bent ondertussen bijna volwassen en je weet je elke keer wel uit de meest hachelijke situaties te redden, maar wees alsjeblieft voorzichtig.' Meneer Wemel streek door zijn grijzende haar. 'Jeweetwel zal alles proberen om je te pakken te krijgen. Als je iets verdacht ziet, meldt dat dan meteen aan Remus of professor Perkamentus.'

'Dat doe ik zeker. Ik ben nooit van plan om Voldemort of zijn Dooddoeners te ontmoeten, maar blijkbaar weten ze me altijd te vinden.'

'Gelukkig geeft Remus dit jaar les, dan ga je tenminste leren hoe je je moet verdedigen. Hoewel jij de zaak anders wel in eigen hand zou nemen.'

Harry glimlachte voorzichtig. Hij wist dat meneer Wemel de Strijders van Perkamentus bedoelde.

'Veel plezier dit schooljaar, Harry. Probeer je op je lessen te concentreren en laat de rest aan de Orde en de Schouwers over.'

De tiener knikte. Hij hoopte op een rustig jaar, maar hij wist dat zoiets nooit scheen te lukken.

Meneer Wemel gaf Harry een hand en klopte hem op de schouder.

'Tot met Kerst'

'Bedankt voor alles, meneer Wemel.'

Harry deed een paar stappen opzij, zodat Ron afscheid kon nemen van zijn vader, en werd meteen beetgegrepen door mevrouw Wemel die hem een dikke knuffel gaf. Harry voelde zijn gezicht gloeien. Waarschijnlijk zou hij op de plaatselijke markt niet misstaan tussen een kist tomaten.

'Oh Harry, beloof me dat je dit jaar voorzichtig gaat zijn op school.'

'Mevrouw Wemel, ik heb geen zin om problemen te zoeken, maar meestal lijken de problemen mij te vinden.'

Molly Wemel keek hem wat verontwaardigd aan.

'Ik beloof dat ik me gedeisd zal houden. Ik hoop zelf op een rustig jaar.'

Ze leek genoegen te nemen met dit antwoord en gaf Harry een afscheidskus op de wang.

'Hey Ginny.' Een jongen met een donkerbruin gezicht kwam naar het groepje toegelopen.

Ginny merkte Daan Thomas op, nam snel afscheid van haar ouders en liep naar hem toe. Ze vlogen elkaar in de armen en Harry kreeg een raar gevoel vanbinnen. Het leek alsof hij leeg liep en er een grote, holle ruimte achterbleef in zijn buik.

'Ik ga me bij Daan zetten,' zei ze en vertrok. Ze draaide zich nog eenmaal om en zwaaide naar haar ouders. Nadien pakte ze Daans hand en samen liepen ze de mensenmassa in. Haar haar danste bij elke stap op haar rug.

Veel tijd om haar na te kijken had Harry niet, want het fluitsignaal duidde het vertrek van de trein aan.

Het viertal stapte op en keerde terug naar de plaats waar ze eerder hun hutkoffers hadden achtergelaten. Ron en Hermelien haastten zich in hun gewaden en gingen naar de Klassenoudstencoupé. Met pijn in het hart zag Harry zijn vrienden vertrekken. Het was voor hem zo vanzelfsprekend dat hij de treinreis met zijn twee beste vrienden doorbracht, dat hij er niet had bij stilgestaan dat ze verplichtingen hadden als Klassenoudsten.

Harry liet zich op de bank vallen en staarde naar buiten. Hij had het al langer moeten stellen zonder Hermelien en Ron hun gezelschap, maar toen was het meestal anders geweest. Hij was het gewoon om alleen te zijn bij de Duffelingen. Bovendien had hij daar meestal zoveel werkjes te doen dat hij geen tijd had om zich alleen te voelen. Hij kon ook nog altijd een wandeling gaan maken, maar in de trein kon hij alleen naar buiten staren.

'Ze zullen snel terug zijn,' verzekerde Remus hem.

'Ik lijk wel een open boek voor je.' Harry had het gevoel dat Remus steeds precies kon zeggen wat er in zijn peetzoon omging. Het was onmogelijk om hem iets te verzwijgen, de man las het gewoon van zijn gezicht af. Op sommige momenten verdacht Harry Maanling ervan dat hij een Legilimens was.

'Ik heb het al gezegd: je lijkt veel op James, maar met Lily's zachte karakter. Ik kende ze beiden te lang om jou niet te kunnen doorzien.'

Voor de zoveelste keer in zijn jonge leven wenste Harry dat zijn ouders die bewuste Halloweennacht niet waren gestorven. Het enige dat hij van hen wist, was wat anderen over hen verteld hadden. Zijn ouders leken meer op vreemden met wie hij toevallig veel gemeen had, dan op zijn dichtste familieleden.

'Ik wenste dat ik ze beter had gekend,' zuchtte de tiener.

Remus wachtte even, maar antwoordde uiteindelijk: 'Je kent ze. Al wat je hoeft te doen is diep in jezelf kijken en je komt ze tegen.'

Harry schudde zijn hoofd en lachte.

'Wat is er?' vroeg Remus, die de tiener duidelijk niet begreep.

'Een paar weken geleden, toen we de Halvemaanstraat bezochten, zei Ginny net hetzelfde tegen mij.'

'Ze had gelijk. Juffrouw Wemel is een opmerkelijke jonge dame.' De oudere man had glinsteringen in zijn ogen.

Net op dat moment ging de deur van het compartiment open en kwamen Ron en Hermelien binnen.

'Dat was snel,' merkte Harry op. Het jaar daarvoor hadden de twee klassenoudsten zich pas na de middag bij hem gevoegd.

'In het zesde jaar moet je minder uitleg krijgen,' verduidelijkte Hermelien.

'Straks moeten we echter wel in de gang patrouilleren, maar voorlopig zijn we helemaal vrij.' Ron stak zijn handen achter zijn nek en strekte zijn benen languit. Een gelukzalige glimlach sierde zijn lippen.

Remus nam zijn editie van de Ochtendprofeet en begon te lezen. Hermelien verdiepte zich in een boek dat ze waarschijnlijk al vanbuiten kende. Ron en Harry begonnen een gesprek over hun favoriete onderwerp: Zwerkbal. Volgens de roodharige jongen hadden de Cambridge Cannons een nieuwe Zoeker die het verschil zou kunnen maken.

'Droebel zit diep in de problemen.' De woorden van Remus doorbraken het gesprek van de twee jongens en scheurde Hermeliens aandacht weg van het boek.

'Hoe bedoel je?' vroeg De Jongen Die Bleef Leven.

Remus schoof de Ochtendprofeet door naar Harry. Die hoefde niet ver te zoeken, want in grote letters stond op de voorpagina: 'Droebel zijn bezem staat klaar'.

De jongen begon de inhoud van het artikel voor te lezen, zodat ook Ron en Hermelien wisten waarover het ging.

Blijkbaar was het heel onrustig op het Ministerie, omdat de meesten mensen hun vertrouwen in Droebel waren verloren. Ze pikten het niet dat hij de terugkeer van Voldemort zo lang ontkend had. Velen waren van mening dat kostbare tijd verloren was gegaan, waarin Voldemort langzaam zijn leger had kunnen opbouwen, maar waarin er geen extra stappen ter bescherming van de tovergemeenschap waren genomen. De aanval op de Wegisweg op Harry's verjaardag lag nog vers in het geheugen en de tovenaars waren in paniek in hun huizen gevlucht. Ook daar leken ze echter niet veilig, want steeds meer gezinnen werden in hun woning aangevallen. Iedereen leek voor zijn leven te vrezen, maar het Ministerie leek niets te ondernemen. De gemeenschap schreeuwde om een Minister van Toverkunst die de mensen weer hoop in de toekomst kon geven en het geweld een halt kon toeroepen. Droebel voldeed niet aan deze wens.

Hermeliens gezicht sprak bezorgdheid uit, terwijl Ron eerder opgewekt leek.

'Denk je echt dat Droebels positie op de helling staat?' vroeg Hermelien toen Harry klaar was met voorlezen.

'Ik denk van wel,' zuchtte Remus. 'Ik vrees dat Droebel te zacht is om de juiste knopen door te hakken. In vredestijd is hij geen slechte Minister, maar hij heeft altijd moeilijkheden gekend om crisissen het hoofd te bieden. In deze donkere tijden hebben we een krachtdadig iemand nodig, maar die wijs genoeg is om zich niet te laten leiden door haat. Ik zou er niet van verschieten als we voor het einde van het schooljaar nog een andere Minister van Toverkunst zouden zien.'

'Ik denk dat mensen gaan schreeuwen dat Perkamentus zich kandidaat moet stellen,' zei Ron.

'Ze gaan nog zo hard mogen schreeuwen als ze willen, professor Perkamentus gaat zich niet verkiesbaar stellen.'

'Waarom niet? Hij is de ideale kandidaat,' merkte Hermelien op.

'Misschien wel, maar Perkamentus wil Zweinstein niet verlaten. Als hij dat doet, dan zijn de leerlingen niet meer veilig en is de kans groot dat Voldemort zal proberen om de school over te nemen. De enige reden waarom hij nooit geprobeerd heeft om de school onder controle te krijgen, is omdat Perkamentus schoolhoofd was.

Bovendien is er de Orde. We willen een geheime organisatie blijven, met Perkamentus aan het hoofd. Zonder hem zijn we een hoopje individuen, maar geen groep. Zoals we nu werken, kunnen we de Schouwers bijstaan, als Perkamentus Minister zou worden, dan lukt dat allemaal niet meer.'

'Hoe wordt er eigenlijk een nieuwe Minister gekozen?' vroeg Harry. Droebel bekleedde zijn post al toen hij voor het eerst kennismaakte met de toverwereld, zodat hij niet wist hoe iemand Minister van Toverkunst werd.

'Iedereen die afgestudeerd is aan Zweinstein kan zich kandidaat stellen. De Wikenweegschaar kiest er dan de twee, volgens hen, bekwaamste uit. Die twee nemen het in de verkiezingen tegen elkaar op. Elke meerderjarige tovenaar mag stemmen. Iedereen kan van thuis uit stemmen, want de kiesbrieven worden thuis bezorgd. Van zodra je gestemd hebt, wordt het perkament naar het Ministerie gesommeerd,' legde Remus uit.

De rest van de voormiddag ging snel voorbij en werd gevuld met speculaties over wie een goede kandidaat-opvolger zou zijn voor Droebel.

Voor ze het beseften, weerklonk het gerammeld van het etenskarretje door de gang en werden hun magen gevuld met heerlijke zoetigheden en fris pompoensap.

's Namiddags speelden Ron en Harry een spannend spelletje toverschaak. Harry was nog nooit zo dicht bij de overwinning geweest, maar zag te laat dat een vergeten paard de jacht op zijn koning had geopend.

Hermelien hoorde professor Lupos ondertussen uit over de onderwerpen en praktijklessen die hij gepland had. De paar dingen die Harry had opgevangen, waren alvast een belofte voor een boeiend jaar.

Het was al laat in de namiddag toen Harry zijn coupé verliet, op zoek naar de toiletten. Hij knikte vriendelijk naar de Schouwer die voor de deur stond en liep door de bijna verlaten gang.

Hij had nog maar een paar stappen gezet toen hij voetstappen achter zich hoorde. Hij draaide zich om en zag dat de Schouwer zijn plaats bij de deur al verlaten had en een meter of twee achter hem liep.

'Ik denk dat ik wel alleen naar het toilet kan,' zei Harry sarcastisch. Hij haatte het om gevolgd te worden, alsof hij niet voor zichzelf kon zorgen. Had hij in het verleden niet genoeg bewezen dat hij zichzelf kon redden in duels? Hij had het verdorie al vijf keer opgenomen tegen Voldemort! Hoe konden een paar leerlingen nu erger zijn dan de meest gevreesde tovenaar aller tijden én zijn Dooddoeners?

'Ik heb orders gekregen om je ten allen tijde te beschermen,' sprak de Schouwer met rustige, diepe stem.

'En ik geef je orders om mij niet te volgen. Ik denk dat ik veilig genoeg ben op de trein. Er zal heus niets gebeuren op die paar meter.'

De Schouwer bleef even bewegingsloos staan, maar knikte uiteindelijk.

'Als er problemen zijn, dan roep je maar en dan kom ik meteen ter hulp,' zei hij.

'Oké,' beloofde de tiener. Hij wist dat er anders geen ontkomen mogelijk was aan de man.

Harry vervolgde zijn weg door de gangen. Hij merkte dat mensen hem minder aanstaarden dan vroeger. Vooral het verschil met vorig jaar was duidelijk voelbaar. Overal waar hij toen langskwam, leken gesprekken stil te vallen, of juist op gang te komen. Nu draaiden de meeste koppen zich nog wel in zijn richting als hij voorbij een compartiment liep, maar de gesprekken leken hun gewone gang te gaan. Af en toe was er een eerstejaars – ze leken elk jaar kleiner en kleiner te worden – die naar hem wees, maar verder besteedden de meesten weinig aandacht aan hem.

Was dit dan hoe het was om normaal te zijn, of toch zo normaal als het voor hem kon worden? Het voelde nieuw en onbekend, maar ook leuk aan om bij elke stap niet nagestaard te worden. Het leek even alsof hij een vrij normale, zestienjarige jongen was.

Hij passeerde een coupé met zijn minst favoriete leerlingen in: een groep Zwadderaars. Hij gluurde even naar binnen en zag Korzel, Kwast, Park en Bullemans zitten. Grote afwezige was Malfidus. Waarschijnlijk paradeerde hij rond in de trein, op zoek naar een paar jongere studenten om af te snauwen.

Op de terugweg naar zijn plaats botste Harry bijna tegen Patty Park.

'Kijk waar je loopt, Potter!' snauwde ze.

'Wat ga je doen? Je vriendje op mij afsturen? Waar is hij trouwens? Ik heb hem nog niet gezien. Hij is zijn vader toch geen bezoekje gaan brengen?'

Harry zag hoe Park haar hand rond haar toverstok klemde.

'Draco had vandaag belangrijkere dingen te doen. Ik zou dus maar oppassen als ik jou was.'

Ze draaide zich bruusk om en beende nijdig weg.

Gedachten maalden door zijn hoofd op de terugweg naar zijn coupé. Waarom was Maflidus niet op de trein? Wat was die belangrijkere taak die hij te doen had. Hij was Klassenoudste. Waarom zou hij de kans laten liggen om daarover op te scheppen en zijn macht te tonen? Het was Malfidus' gewoonte niet om niet te komen opdagen.

Toen Harry aan zijn coupé kwam, deed de Schouwer de deur open. De man was gelukkig blijven staan op de plaats waar Harry hem achtergelaten had en leek niets van de aanvaring met Park gemerkt te hebben.

'Raad eens wie ik tegenkwam in de gang?' vroeg hij aan Hermelien en Ron toen hij weer op zijn plaats zat en de deur waar dicht was.

'Malfidus?' antwoordde Ron.

Harry schudde zijn hoofd.

'Juist niet. Patty Park vertelde dat Draco niet op de trein zat omdat hij belangrijkere zaken te doen had.'

'Waarschijnlijk heeft hij gewoon de trein gemist en wilde ze interessant doen,' zei Hermelien. 'Nu hebben we meteen een verklaring voor zijn afwezigheid op de briefing voor Klassenoudsten.' Ze leek er niet veel belang aan te hechten dat de Zwadderaar niet op de trein zat.

'Ik denk niet dat hij de trein gemist heeft. Ze klonk oprecht.'

Ron gaf hem een veelbetekende blik.

'Sinds wanneer spreken Zwadderaars de waarheid?'

'Voor een Zwadderaar leek ze oprecht te zijn.'

'Maar wat zou er belangrijker zijn dan vandaag de trein te nemen en naar school te gaan?' Typisch Hermelien; het belangrijkste was studeren.

Harry haalde zijn schouders op.

'Weet ik niet, maar ik vroeg het me ook af.' Hij richtte zich tot Remus. 'Is het niet verplicht om de Zweinsteinexpres te nemen?'

'Normaal gezien is het wel verplicht, hoewel er een paar uitzonderingen zijn op die regel. Je kan toch moeilijk verwachten dat kinderen uit Zweinsveld eerst naar Londen moeten om daar de trein te nemen. Als het volle maan was op 1 september of de dagen die er net aan vooraf gingen, dan mocht ik altijd met het haardvuur komen.

Meneer Malfidus zou normaal gezien dus op de trein moeten zitten.'

'Wat als je de trein mist?' wilde Hermelien weten.

'Dan kan die leerling via het Haardvuur komen of Verschijnselen, als hij oud genoeg is,' antwoordde Remus.

'Dus Malfidus zou kunnen zeggen dat hij de trein gemist heeft en later zonder problemen toekomen?' vroeg Harry.

'In principe wel,' zei Remus.

'Harry, misschien overdreef Park gewoon en wilde ze het doen lijken alsof haar vriendje iets belangrijks te doen had.' Hermelien leek Harry te smeken om haar te geloven.

'Het zou niet de eerste Zwadderaar zijn die één van hen belangrijker voorstelt dan in werkelijkheid,' viel Ron haar bij.

Harry schudde zijn hoofd.

'Tijdens mijn lessen Occlumentie met professor Perkamentus heb ik een aantal manieren gezien om te herkennen wanneer mensen tegen je liegen. Ofwel kan Park dus enorm goed liegen en is ze een sterke Occlumens, wat ik sterk betwijfel, ofwel sprak ze de waarheid. Malfidus is iets van plan.' Hij wist niet wat het was dat Draco verborg, maar hij zou het na verloop van tijd wel ontdekken.

'Wat vind jij, professor Lupos?' Hermelien keerde zich naar de man. Waarschijnlijk hoopte ze steun te vinden voor haar idee en zo ook Harry te kunnen overtuigen.

Maanling dacht even na voordat hij antwoord gaf.

'Het zou kunnen dat juffrouw Park overdreven heeft. Ik zou me ook niet kunnen voorstellen wat meneer Malfidus zo dringend zou moeten doen op deze eerste september.'

Hermelien keek Harry met een zelfgenoegzaam gezicht aan.

'Toch vind ik het op zijn minst raar dat meneer Malfidus er niet is,' vervolgde Remus. 'Ik ga dit zeker melden aan het schoolhoofd.'

Hermeliens gezicht verloor wat van haar grijns.

'Ik stel voor dat je jouw schoolgewaad aantrekt, Harry. De trein begint vaart te minderen,' zei ze tenslotte.

Ze had gelijk, de trein leek inderdaad minder snel te rijden.

Harry graaide zijn schoolgewaad uit zijn hutkoffer en trok het aan. Zijn das zat nog maar net op zijn plaats toen de trein het station van Zweinsveld binnenreed.

Overal begaven mensen zich naar de gang, klaar om uit te stappen. Het trio en Remus voegden zich bij de menigte.

Harry stapte op het perron en snoof de lucht in. Nergens rook het zo naar 'thuis' als hier.

Samen met de drie anderen zocht hij een koets uit. Net zoals vorig jaar, en alle andere jaren daarvoor, werden de koetsen ook deze keer getrokken door Terzielers. Harry staarde de beesten aan. De laatste keer dat hij ze gezien had, was op zijn trip naar Londen. Hij had zijn vrienden meegesleurd in een avontuur waarvan de afloop alles behalve positief was. Het had nog erger gekund.

Hij kneep zijn ogen dicht en bande de beelden uit zijn geest. Ze verdwenen weer naar het meest duistere en gesloten hoekje van zijn geest.

Hij voelde een hand op zijn schouder: zacht, vriendelijk en geruststellend. Verdoofd werd hij naar de koets geleid.

Drie paar ogen keken hem aan en brachten hem terug naar het heden, weg van de herinneringen die hij maar al te vaak in zijn nachtmerries had moeten aanschouwen.

'Ik ben oké,' verzekerde hij hen. 'De Terzielers brachten gewoon een aantal gebeurtenissen naar boven.'

De anderen leken maar matig gerustgesteld en de rest van de reis naar het kasteel bleef er een spanning in de koets hangen.

In de inkomhal namen de drie vrienden afscheid van Remus, die zijn plaats innam aan de oppertafel. Het trio zelf liep naar de tafel van Griffoendor en zette zich naast Marcel.

'Hey Harry,' begroette de jongen hem.

'Dag Marcel. Hoe was je vakantie?'

'Ik heb er al betere gehad. Oma wilde dat ik de hele tijd binnen bleef. Hoe was de jouwe?'

'Redelijk. Ik heb al ergere zomers overleefd, maar ook al rustigere.'

'Ik heb het in de Profeet gelezen van je verjaardag. Een gemene streek.'

Harry kreeg de tijd niet om te reageren, want professor Anderling zette een driepotig krukje neer en plaatste daar bovenop een oude, verstelde hoed.

De gesprekken verstomden meteen en alle hoofden draaiden zich naar de rij eerstejaars. Ze zagen er allemaal nerveus uit, net zoals Harry zich jaren geleden voelde toen hij gesorteerd moest worden.

Zoals elk jaar op 1 september ging er ook nu weer een scheur open aan de top van de hoed en weerklonk een lied door de Grote Zaal.

In oude tijden van wel en wee
Leefden vier vrienden samen in vree.
Ze droomden ervan om een school te stichten,
En jongeren toverkunst te onderrichten.
Griffoendor zocht kinderen vol moed,
Dapper zijn was voor hem het hoogste goed.
Huffelpuf hechtte vooral belang aan trouw,
Hard werken en geduld waren belangrijk voor die vrouw.
Zitten er een goed stel hersens in je hoofd,
Dan word je bij Ravenklauw geloofd.
In Zwadderich huizen zij die sluw zijn
Winnen en de eerste zijn vinden zij fijn.
Ruzie dreef de stichters echter uiteen
En Zwadderich stond met zijn ideeën alleen.
Op een dag verliet hij de school
En werd Griffoendors tegenpool.
Nu, na al die tijd
Is de vete nog steeds een feit.
Elke keer aan het begin van het jaar,
Heb ik weer een nieuw lied klaar.
In vier huizen breng ik jullie onder,
Maar ik geloof nog steeds in een wonder.
Hoor nu het lied van deze oude hoed,
Verdelen over afdelingen is wel goed,
Toch is vier samen sterker dan alleen,
Want zwak zijn zij met aantal een.
Reik nu elkaar de hand
Zet kleine verschillen aan de kant,
Want in tijden van hoge nood,
Kun je niet zonder bondgenoot.
Ook al vind ik die afdelingen niet goed,
Toch doe ik al jaren wat ik moet.
Zet mij dus nu maar snel op,
Dan zie ik die geheimen in je kop.

De laatste noot van het Sorteerlied galmde nog na in de oren van alle aanwezigen toen er een geweldig applaus losbarstte.

'Blijkbaar zingt hij nog steeds over een vereniging van de vier huizen,' merkte Ron op. 'Je zou denken dat hij na al die tijd toch moest weten dat zoiets onmogelijk is.'

'Het is juist die houding die een samenwerking onmogelijk maakt. Als we onze vooroordelen opzij zetten, dan is alles mogelijk, zolang je er maar in gelooft.'

'Hermelien, ik ga nooit samenwerken met Malfidus,' counterde Ron.

De sorteerceremonie was al aan de gang. Peter Bergendyck werd de eerste Griffoendor. Harry klapte even hard mee als de rest van de tafel. Hij had geen zin een zoveelste discussie tussen zijn twee beste vrienden.

'Over Malfidus gesproken.' Harry wees naar de Zwadderichtafel. 'De vogel is teruggekeerd naar het nest.'

De blonde tiener zat gezellig te keuvelen met Patty Park. Waarschijnlijk hadden enkel zijn dichtste vrienden en de drie Griffoendors gemerkt dat hij niet op de trein zat. Niemand leek het verdacht te vinden dat een leerling wiens vader de rechterhand van Voldemort was geweest, niet op de schooltrein zat.

'Harry, je zal toch nooit te weten komen waarom hij er niet was. Het is niet alsof Malfidus je zal zeggen waar hij geweest is.' Hermelien probeerde hem op andere gedachten te brengen, terwijl ze klapte voor Jason Leeuwenhart die plaatsnam aan de tafel.

Harry wist dat Hermelien gelijk had en dat Malfidus het hem nooit zou vertellen. Toch liet de gedachten hem niet los dat de Zwadderaar iets van plan was.

Nadat Watervliet Femke als laatste bij Huffelpuf werd ingedeeld, dwong Harry zichzelf om aandacht te schenken aan professor Perkamentus.

'Het is alweer 1 september, het begin van het nieuwe schooljaar. Ik zou zoveel kunnen zeggen, maar jullie knorrende magen gebieden mij om te zwijgen. Smakelijk.' Hij klapte in zijn handen en de tafels stonden plotseling vol met grote schalen vlees, groenten en aardappelen.

Harry besefte pas nu hoeveel honger hij had. De snoep die hij op de trein had gegeten mocht dan wel heel lekker zijn, het kon niet tippen aan een echte maaltijd.

Hij greep de schaal kippenboutjes en bediende zichzelf.

Naast hem had Ron zichzelf al volop op het hertengebraad gestort. Hij genoot zichtbaar van het gevoel van een propvolle mond.

'Professor Lupos is terug onze leraar Verweer zeker?' vroeg Marcel.

Harry slikte zijn worteltjes door en knikte.

'Eindelijk iemand die zijn vak kent!' riep Daan Thomas uit. Ginny zat tegen hem aan gevleid en knikte.

'Ik snap niet waarom hij niet kon blijven na ons derde jaar,' zei Simon.

'Jullie weten toch van zijn euh… maandelijkse probleempje?' vroeg Hermelien zacht.

'Natuurlijk weten wij daarvan, maar we hebben daar nooit problemen mee gehad. Hij kon het best lesgeven van alle docenten Verweer samen,' zei Marcel.

'In deze donkere tijden moeten we iemand hebben die ons kan leren hoe we onszelf kunnen beschermen. Professor Perkamentus had niemand beter kunnen kiezen,' beaamde Simon.

De lege schalen verdwenen en werden vervangen door nieuwe die afgeladen waren met toetjes: pompoenpasteitjes, wafels, cakes, muffins en nog veel meer.

Harry nam een muffin van de schotel en beet erin. Hij was nog lichtjes warm vanbinnen, zodat de stukjes chocolade nog zacht waren; net zoals hij ze het liefst at.

'Het enige nadeel aan Lupos als docent Verweer is dat we één keer per maand opgescheept zitten met Sneep als vervanger,' gromde Ron tussen twee happen van een pompoenpasteitje door.

'Dan nog verkies ik Lupos boven elke andere docent Verweer die hier ooit één voet heeft binnengezet!' Simon klonk heel overtuigend en de anderen mompelden instemmend.

De schalen met de resten van het dessert op verdwenen.

Perkamentus stond op uit zijn stoel en heel de zaal verstomde.

'Het is stilaan een gewoonte geworden om op 1 september een nieuwe docent Verweer tegen de Zwarte Kunsten voor te stellen. Ook dit jaar moeten we die traditie in ere houden, hoewel het dit keer iemand is die op vraag van mij terugkeert. Professor Remus Lupos zal zijn oude job weer opnemen en jullie wapenen tegen de terreur die Heer Voldemort buiten deze schoolmuren creëert.'

Bij het horen van Voldemorts naam leek de hele zaal naar adem te happen, maar toen Remus even recht stond en knikte, barste er een hevig applaus los. De meeste studenten herinnerden zich de lessen van Remus nog en waren zichtbaar verheugd dat hij opnieuw docent was geworden. De enige tafel die ontevreden leek, was die van Zwadderich. Slechts een paar leerlingen klapten zacht in de handen, maar de meesten hadden hun armen voor hun borst gekruist en keken nors. Malfidus keek naar Lupos alsof hij een stuk vuil was. Harry voelde zich echter te blij voor zijn peetvader om er zich iets van aan te trekken.

Perkamentus gebaarde dat hij weer wilde spreken en nam het woord.

'Dank jullie voor jullie hartverwarmende welkom. Zowel ik als professor Lupos zijn verheugd om jullie enthousiasme te merken.' Perkamentus pauzeerde even. 'Maar dan nu over naar een aantal minder opgewekte zaken. Meneer Vilder heeft me er weer eens op gewezen dat het verboden is om in de gangen te toveren en nieuw dit jaar is dat ook de producten van Wemels Tovertweelings Fopschop verboden zijn.

Voor alle nieuwe leerlingen, en voor oude studenten die het nog niet weten–,' hij keek even naar Harry, Hermelien en Ron, '- wil ik herhalen dat het Verboden Bos door de leerlingen niet betreedt mag worden.

Vanaf dit jaar mogen studenten hun leerlingenkamer na negen uur 's avonds niet meer verlaten zonder de toestemming van een leerkracht.'

Er klonk gezeur van alle leerlingen.

'Het kasteel heeft extra bescherming gekregen, maar we willen geen risico nemen. Jullie veiligheid gaat boven alles. Laat mijn woorden jullie echter niet van je slaap beroven; Zweinstein is nog steeds de veiligste plaats in het gehele land.

En nu is het tijd om naar jullie zachte bedden te gaan en je mee te laten voeren naar het geweldige land waar dromen wonen.'

Het geschraap van banken weerklonk en duizenden voeten zochten hun weg naar de leerlingenkamers.

Harry lachte nog een keer naar Remus en volgde Hermelien en Ron.

In de leerlingenkamer aangekomen liep hij meteen door naar zijn slaapzaal waar nu 'zesdejaars' op de deur prijkte. Hij opende zij, hutkoffer, zocht tussen al zijn bezittingen en nam er een paar dingen uit. Zijn pyjama smeet hij op bed. De twee fotoalbums die hij nu bezat – het eerste album had hij gekregen van Hagrid, het twee had hij gevonden in een kast in de Halvemaanstraat – legde hij in zijn nachtkastje.

Hij trok zijn nachtkledij aan, zette zijn bril af en kroop onder de lakens. Hij was moe en wilde lekker lang kunnen slapen, zodat hij uitgerust zou zijn voor zijn eerste schooldag. Voordat hij in slaap viel, bouwde hij, steen voor steen, weer de muur rond zijn geest op.


Dit was een iets trager hoofdstuk, maar het was wel nodig; Harry moest tenslotte op Zweinstein geraken. Bovendien zitten er een paar kleine dingetjes in die later belangrijk zullen worden. Aan jou om te puzzelen!

Anna, bedankt voor het snelle bètawerk!