Hoofdstuk 12
Ik ploeterde door de ijskoude beek. We liepen nu al uren achter elkaar aan. Draco wist niet van ophouden en hield het tempo hoog. Daan liep een paar meter achter Draco, en had totaal geen last van het lange stappen. En dan kwam ik. Ik sleepte me voort, voetje voor voetje, en dacht aan eten, drinken en slapen. Ik wist dat het niet goed was, maar ik kon echt aan niets anders denken. Ik struikelde over iets en viel voorover, midden in de beek. Ik kwam overeind, en zag dat de twee anderen gewoon verder liepen. Ze hadden het niet eens gehoord! "Hé!" Riep ik verontwaardigd. "Gaan we nu eindelijk eens stoppen?"
Draco en Daan draaiden zich verbaast om. Toen ze mij daar aan de rand van de beek zagen staan, druipend van het water, barstten ze in lachen uit. Mijn humeur werd er niet beter op. ik trok boos mijn trui uit en wrong hem uit.
"Je kon ook gewoon gezegd hebben dat je moe was, en niet in die beek gesprongen zijn."
Draco vond zichzelf erg grappig. Hij lachte zelfs nog harder.
"Ha ha." Ik plofte neer op het gras. "En nu verzet ik geen voet meer!"
"Hé, dat meen je toch niet? We zijn superdicht bij Zweinstein!" Protesteerde Draco.
Maar Daan ging ook zitten. " Ze heeft gelijk hoor. We zijn al de hele morgen aan het stappen. Jij mag gerust verder gaan, maar ik blijf hier."
Draco keek van mij naar Daan en weer terug. "Oké, vijf minuten dan."
Ik legde me neer en sloot mijn ogen. Hmm, wat deed dit goed. De zon op mijn gezicht, de vogeltjes die floten… Iets hards porde tegen mijn schouder. "Je gaat niet in slaap vallen!"
Ik sperde kwaad mijn ogen open. "Draco! Stop daarmee!" Hij prikte met zijn toverstok tegen mijn schouder. Ik sloeg zijn hand weg en ging weer liggen.
"Echt, je mag niet slapen! Anders ga je nog veel vermoeider zijn, en dan zijn we morgen pas in Zweinstein, en.."
"Malfidus, hou je mond!" Gromde Daan van mijn rechterkant.
Ik grinnikte en deed één oog open. Draco keek verontwaardigd, maar zweeg. Ik stak mijn duim op naar Daan. Hij grinnikte terug en ging ook liggen.
"Komaan, leg je ook even neer!" Ik probeerde hem te overhalen, maar het hielp niet.
"Nee, iemand moet hier de wacht houden!" Draco liep enkele meters verder en bleef daar staan, en keek om de zoveel tijd naar links en rechts.
Ik haalde mijn schouders op. Als hij daar zijn tijd mee wou verdoen, mij goed.
Ik had nog maar enkele minuten mijn ogen gesloten, of er tikte weer iets tegen mijn schouder. "Draco!" Riep ik boos uit. Ik ging kwaad rechtop zitten, en keek recht in de ogen van een dooddoener. Hij grijnsde boosaardig. Draco was nergens te bekennen. Ik keek naar rechts, maar ook Daan was nergens te bespeuren.
"Komaan, rechtop meissie!" Gromde de man.
Het was maar één dooddoener, en ik zag dat hij gewond was aan zijn been. Ik ging vlug rechtop staan en keek om me heen. Het was onheilspellend stil in het bos. Zou Draco weggevlucht zijn? Of hulp gaan halen? En waar was Daan? Hij kon toch ook niet zo vlug wegrennen? Hij had vlak naast mij gelegen. Ik snapte er niets van.
"Wel, wel, je bent op de vlucht, dat is duidelijk. Er kan maar één reden zijn, je bent een modderbloedje!" De man pakte een lijst uit zijn zak, en keek me onderzoekend aan. "Je naam?"
"Ikke? Euhm … Ik ben… Hannah Albedil!" Het was de eerste naam die me te binnen schoot. "Ik ben even ingedut, denk ik." Legde ik nerveus uit. "Ik zit op Zweinstein, in Huffelpuf. Ik moest voor professor Stronk wat planten zoeken, maar ben wat te ver doorgelopen in het bos, en dan ben ik blijkbaar ingedut…."
De dooddoener keek me van onder zijn borstelige wenkbrauwen aan. "Wel, je staat inderdaad niet op de lijst… en je verhaal klinkt geloofwaardig. Goed, ik breng je dan meteen naar Zweinstein. Het schoolhoofd zal je verhaal wel kunnen bevestigen". Hij greep me bij de arm en trok me mee, verder het bos in. Ik keek paniekerig om me heen. Plots zag ik Draco's gezicht, hij had zich verstopt achter een groepje struiken. Hij wees naar zichzelf en dan naar mij. Ik keek hem vragend aan. Ik snapte niets van wat hij gebaarde. Hij haalde zijn schouders op, maar volgde op enkele meters afstand. Ik zag dat Daan bij hem was. Ik zuchtte opgelucht, en keek weer voor me uit. Draco en Daan zouden ons volgen, en ook proberen Zweinstein binnen te dringen. Ik hoopte dat het zou lukken…
Met een schok besefte ik plots dat ik geen toverstok had. Of wacht eens, had ik niet die toverstok van de dooddoener gepikt? Opgelucht zag ik de toverstok uit mijn broekzak steken.
Plots stopte de dooddoener. Hij maakte een kreunend geluid, en viel voorover op de grond. Ik draaide me om, en zag Draco en Daan op me aflopen. "Daan heeft hem geluidloos kunnen verlammen… Kom vlug, we moeten hier weg!" Draco trok me mee. Het bos werd lichter en lichter, en plots stonden we aan de rand. Het was inderdaad niet ver meer geweest. Voor mij doemde Zweinstein op. Ik was niet eens meer verbaasd dat ik het echte kasteel zag, in plaats van de ruïne, die dreuzels normaal te zien kregen. Het was nog veel groter en mooier dan in de boeken was beschreven. Ik keek met open mond toe. "Wauw!"
"Geen tijd, geen tijd!" Zei Draco ongeduldig, en trok me opnieuw mee, het grasplein op. "We kunnen zomaar het domein op?" Vroeg ik verbaasd. "Het is toch beschermd met allerlei spreuken?"
"Ja, maar we zijn dan ook nog niet bij de grens." Antwoordde Daan. "Zie je daar Hagrids huisje? Vlak daarachter is het…" Hij wendde zich tot Draco. "Hoe gaan we daardoor? Zweinstein is verschrikkelijk goed beveiligd. Er zijn dooddoeners, dementors, noem maar op…"
"Verschijnselen?" Stelde ik voor.
"Nee, dat gaat niet op Zweinstein…" Zei Draco verstrooid.
We bleven vlak achter Hagrids huis staan. "We moeten bedenken hoe we binnen geraken!" Zei Draco tegen mij en Daan.
"Ja, maar waarom? Wat hebben we daar te zoeken?" Vroeg Daan niet begrijpend.
"Wij," Draco wees naar Daan en zichzelf, " Kunnen de andere leerlingen helpen ontsnappen. Ik weet dat het er niet meer te leven valt voor degenen die tegen Hij Die Niet Genoemd Mag Worden zijn…"
Daan's mond viel open. Ik keek triomfantelijk van de één naar de ander maar zei niets. Daan had nu eindelijk ook door dat Draco goed was.
"En jij…" Hij keek me vragend aan.
"Ik moet terug naar huis geraken. Ik heb het gevoel dat me dat via Zweinstein zal lukken…" Daan keek me nieuwsgierig aan. "Wie ben jij eigenlijk? Ik weet niet eens je naam!"
"Emma. En ik kom niet van hier, ik kom van…"
"Zwijg maar! Het is beter dat je dat voor jezelf houdt!" Onderbrak Draco mij haastig. Ik haalde mijn schouders op. "Oké dan…"
Ik liep een eindje verder. Ik had even geen zin meer in Draco's gezelschap. Hij wist mijn 'geheim'. En telkens als ik erover begon, moest ik zwijgen. Hij wilde gewoon de waarheid niet horen. En ik wilde naar huis! Naar mijn ouders en zus. Ik had hier geen zin meer in.
We zaten hier vast. We hadden geen enkel idee hoe we in Zweinstein geraakten… Alle geheime tunnels werden bewaakt… Maar wacht eens… Via het krijsende kot geraakten we misschien tot bij de beukwilg! Ik zag de boom in de verte staan, zwierend met al zijn takken.
Ik liep terug. "Hé! Ik heb een idee! Ik denk dat ik weet hoe we op het terrein kunnen!" Draco en Daan draaiden zich om. "Ja? Hoe dan?"
"Via het krijsende kot natuurlijk! Daar is een geheime gang, die leid naar de beukwilg!" Ze draaiden allebei hun hoofd naar wilg. "En dan zijn we op het terrein!" Zei Daan blij. "Emma, je bent briljant!"
Draco knikte. "Ja, je bent inderdaad een béétje briljant."
Lachend ging hij achter Daan aan, die al tussen de bomen verdwenen was. Ik was blij dat we een oplossing had kunnen vinden. En als we eindelijk in Zweinstein waren, zou ik wel een oplossing vinden!
Ja, daar was ik helemaal van overtuigd.
