Met mijn examens en nu mijn vakantie werk ben ik redelijk druk, al poog ik dit verhaal wel af te maken, maar ik denk eraan het op te splitsen in twee delen als Samantha eindelijk is afgestudeerd. Ik weet dat mijn updates niet echt regelmatig zijn en lang duren. Sorry daarvoor! Ik hoop dat het dat toch waard is.

Hoofdstuk 12:

Na februari kwam maart en naarmate de tijd verstreek, hoe slechter het nieuws werd. Voldemort had steeds meer en meer macht en iedereen vreesde dat het ergste nog te komen was. Niemand keek dan ook nog uit naar de krant die verscheen en alleen maar meer en meer slecht nieuws drukte. Het was ook nog maar enkele dagen tot dat de vakantie begon en niemand durfde naar huis gaan, maar wilden langs de andere kant toch hun ouders zien. Er hing een donkere sfeer rond Zweinstein. Iedereen verloor het geloof erin dat ze deze oorlog konden winnen. Het leek hopeloos. Wanneer ze omkeken naar de Griffendor tafel zagen ze de beroemde Harry Potter ook lichtelijk de hoop verliezen al zou hij dat zelf nooit toegeven. Samantha schoof haar ontbijt opzij. Ze had helemaal geen honger. Ze had haar moeder geschreven dat ze op school zou blijven, maar de vrouw had dat niet aangenaam gevonden. Het verbaasde Samantha ook nog steeds dat Professor Sneep had geweigerd om de lessen voort te zetten in de vakantie. Vorige vakantie had ze toch? Ze maakte haar zin niet eens af in haar gedachten. Ze wist dat het toen helemaal anders was geweest. Dat ze het wel had moeten doen sindsdien ze anders de meerderheid van haar punten verloor.

Ze was er niet gerust in wat er zich buiten de muren van Zweinstein afspeelde. De enkele keren dat ze de krant las, las ze angstaanjagende verhalen over families die uitgemoord waren. Ze merkte ook op dat de rivaliteit met Zwadderich nog groter werd door dit nieuws. Ze had al een idee waarom, maar negeerde het grotendeels. Het enige voordeel was dat Draco zijn mond niet meer opendeed en zich stil op de achtergrond hield. Hij had in geen eeuwen een spottende opmerking over haar gemaakt wat Samantha een opluchting vond. Ze probeerde een planning te maken in haar hoofd voor wat ze allemaal moest doen vandaag en besloot dat ze best al kon beginnen plannen voor de eindexamens. Iets waarin ze waarschijnlijk zou falen. Ze wist dat plannen niet haar sterkste punt was dus besloot ze dat ze zich eerst zou ontspannen door een eind te gaan vliegen. Ze zat dan misschien niet meer in het team, niets in het reglement zei dat ze niet mocht vliegen dan, dus stond ze op van tafel en ging naar haar leerlingenkamer.

Even later buiten stootte ze af van de grond en scheurde de lucht in, maar de wind blies haar bijna van haar bezem af. Ze beukte tegen de bomen aan die haast kraakten onder hun eigen gewicht en wanneer Samantha opkeek was de lucht niet klaar, maar donker. Ze lande op het gras en merkte op hoe akelig stil het was. Ze schudde haar hoofd en wilde opnieuw afstoten tot dat ze een hand op haar schouder voelde. De kleur in haar gezicht trok weg en ze moest zich inhouden om niet te gillen. Wanneer ze zich omdraaide keek ze in een paar zwarte koele ogen. "Jufvrouw Middi," zei Sneep, hij keek haar zuur aan. "Er wordt gevraagd om binnen te blijven vandaag." Hij wees naar de lucht en de bomen die een angstaanjagend krakend geluid maakten. "Zoals u ziet of misschien niet ziet, maar het is het niet veilig buiten." Ze hield haar bezem stevig in haar rechterhand geklemd en wanneer ze geen aanstalten maakte om naar het kasteel te gaan, grimaste hij en liet hij een zucht horen. Hij naam haar vast aan haar arm en sleurde haar mee richting kasteel. Ze moest haar uiterste best doen niet over haar eigen voeten te struikelen terwijl hij naar het kasteel beende. Humeurig probeerde ze haar arm los te trekken, maar hij hield haar stevig vast. "Sinds wanneer mogen studenten niet meer naar buiten?" vroeg ze verbaasd. "Ik heb daar niets over gehoord." Eerst antwoordde hij niet, maar eenmaal binnenin het kasteel wel. "Er hangt aan het prikbord van uw leerlingenkamer een opmerking. " Daarna beende hij weg en ze zag toen dat hij lichtelijk mankte. Was hij dan gewond? En wat had hij buiten te zoeken? Geërgerd dat haar zogezegde ontspanning zo was uitgedraaid, liep ze naar haar leerlingenkamer. Ze zou het prikbord eens grondig bestuderen.

Hij had gelijk gehad. De regels waren inderdaad verstrengt doordat men vermoedde dat Voldemort plande om binnen te breken in Zweinstein. Dat waren de geruchten althans, al wist Samantha niet zeker of ze die kon geloven. De profesoren hielden de lippen stijf op elkaar en wilden er helemaal niets over kwijt terwijl de wildste verhalen natuurlijk de ronde deden in Zweinstein. Natuurlijk als iets geheim is, is het gewoonlijk dat iedereen er van wist. Ook al waren het maar geruchten, het maakte de hysterie alleen maar erger. Plotseling wilden de meeste kinderen naar huis zodat ze veilig zouden zijn als er inderdaad zoiets zou gebeuren, maar men vreesde dat de trein zou aangevallen worden als die probeerde te vertrekken. Niemand wist dus wat men moest doen en de sfeer rond Zweinstein verduisterde iedere dag meer. Het zag er maar somber uit.

Meeste probeerden zich te concentreren op schoolwerk, maar Samantha ondervond dat zijzelf zoiets niet kon. Ze moest nog steeds denken aan die dag dat professor Sneep haar erop had gewezen dat zich buiten het kasteel te begeven nu verboden was, ook had hij gemankt wanneer hij wegliep. Dat was haar pas daarna opgevallen. Was er dan iets gebeurd? Net zoals die keer met die wonde op zijn wang? Ze zou liegen als ze zei dat dit haar niet uiterst nieuwsgierig maakte. Natuurlijk kon ze er niets over zeggen tegen Bibi of Lumina, omdat ze beloofd had te zwijgen over die keer dat ze in slaap was gevallen en ze wilde helemaal niet uitleggen dat hij haar terug naar het kasteel had gesleurd. Hij had niet eens punten afgetrokken. Het zou hem verdacht maken en er voor zorgen dat het duo hem op de hielen zat om uit te pluizen wat er aan de hand was. Ze keek rondom haar in de bibliotheek en zag de meeste druk schrijven of lezen. Niemand leek afgeleid te zijn tenzij haar . Ze vroeg zich af of Voldemort echt plande om Zweinstein binnen te vallen, maar het verbaasde haar eigenlijk niet als hij dat zou doen. De man was gestoord. Ze was alleen bezorgt. De kranten gaven soms locaties waar er voor het laatst dooddoeners waren gezien en steeds meer en meer kwamen ze dichter in de buurt van Zweinstein. Ze haalde diep adem en probeerde verder te lezen wat er in haar tekstboek stond, maar ze ondervond dat ze alleen kon staren naar de letters zonder ze dan ook op te nemen, dus was haar aandacht dan ook weer snel afgeleid en staarde ze de bibliotheek rond. Ze zag een paar tafels verder Harry Potter opstaan en zonder een woord te zeggen, liet hij zijn vrienden achter terwijl zij hem ongerust aankeken. Zou hij meer weten dan hun? Of nog belangrijker, was hij klaar? De kranten beweerden dat hij hun redder zou zijn. Het moest waarschijnlijk een hoop stress op leveren om iedere dag opnieuw op het feit gedrukt te worden dat je een gestoorde man moet doden die zoveel sterker is dan jou en veel kennis bezit. Het leek haar onrealistisch dat hij Voldemort moest doden, dacht ze, maar hij had het als eens gedaan als klein kind. Zijzelf sloot ook haar boek. Ze had geen enkel woord gelezen of onthouden van het vak dat ze had proberen studeren. "Is er iets mis?" vroeg Bibi die haar veer neerlegde. Het was idioot om tegen haar te liegen of te doen alsof er helemaal niets mis was. Ze wilde haar zorgen delen, maar besloot het niet te doen. Ze wilde niet dat mensen ongerust waren om haar. "Niets wat andere mensen niet bezighoudt," antwoordde ze. Bibi leek te begrijpen wat en haalde haar schouders op. Niemand kon er iets aan doen of veranderen wat er nu, terwijl zij studeerden, gebeurde. Samantha wist dat. "Ik zou zeggen, probeer het van je af te zetten, maar ik ken je al veel te goed," zei ze en probeerde te glimlachen. Samantha knikte en glimlachte ook krampachtig. Waar ze zich eigenlijk het meest zorgen over maakte was professor Sneep. Samantha herinnerde zich nog die fragmenten die ze had gelezen en was nu bijna zeker dat hij iets te maken had met de dooddoeners. Het verontruste haar. Ze wenste dat ze die fragmenten nooit had gelezen. Dat ze zich nu hier geen zorgen hoefde te maken waarin zij geen zaken had en leefde in de valse illusie dat alles oké zou zijn. Ze wist dat het niet oké was en een akelig gevoel in haar zei haar dat er ieder moment iets ergs kon gebeuren. Uiteindelijk werd iedereen de bibliotheek uitgejaagd zodat ze zouden gaan eten. Haastig verzamelde iedereen hun boeken en verliet de zaal. "Het is zo vroeg donker," mompelde Bibi afwezig, "net alsof het nog winter is." Samantha knikte en rilde. Morgen zou de vakantie starten en ze hoopte dat ze eindelijk zou kunnen ontspannen en het akelige gevoel zou verdwijnen.

Naast haar zei Loena Leeflang met een dromerige stem: "ik hoop dat er pudding is." Het meisje glimlachte naar Samantha, maar haar blik wazig alsof ze recht door Samantha keek. Toch glimlachte Samantha terug en hoorde haar maag knorren. Bij het benoemen van pudding leek er eindelijk weer leven in haar maag gekomen te zijn en had ze opeens ontzettende honger. Ze merkte zelfs niet op dat professor Sneep ontbrak aan de oppertafel voor het avondmaal en dat Harry Potter een paar tinten bleker was dan een uur geleden.

Het was op Pasen dat er zich een onaangename verrassing zich voordeed. Ze had zich net omkleed en was klaar om naar beneden te gaan of ze zag professor Stronk in de leerlingenkamer staan. Haar handen trilden en ze sprak enkele leerlingen aan die met de seconde angstiger keken en wiens gezichten een paar tinten verbleekten. Samantha fronste haar voorhoofd en liep haastig naar het groepje toe toen professor Stronk te leerlingenkamer verliet. Wat was er aan de hand vroeg ze zichzelf af. Haar vraag werd al gauw beantwoord. "Zweinsveld wordt aangevallen door dooddoeners en het gaat niet lang meer duren vooraleer ze hier zijn,"zei een blondharige meisje die angstig uit het raam keek alsof ze ieder moment konden aangevallen worden. "We moeten hier blijven van professor Stronk," zei ze, maar Samantha kon onmogelijk hier blijven. Ze wilde Bibi en Lumina spreken en zien of de twee niet besloten hadden om het gevecht aan te gaan. Het zou haar niet verbazen dat Lumina de dooddoeners eerder zou aanvallen, dan de dooddoeners haar en ze zou ze waarschijnlijk in de pan hakte. Ze had een hekel aan hun en het pure bloedsoort die zichzelf hoger achten dan anderen. Het spijtige was dat de leerlingenkamer verzegeld was. Ze kon niet naar buiten en vloekte in zichzelf. Dacht men dat dit dooddoeners ging tegenhouden? Ze konden nergens heen als de massa hier binnenstormde. Ze zouden waarschijnlijk één voor één vermoord worden. Voornamelijk omdat de meeste vanuit Huffelpuf uit een dreuzelgezin kwamen. Nerveus beet ze op haar lip in hoop dat ze niet hysterisch zou worden. Ze was er alleszins niet ver van verwijderd. Op dat moment rolden Lumina en Bibi uit het haardvuur en kuchten luid. "Ik denk dat ik as heb ingeslikt," zei Lumina en spuugde voor het blondharige meisje haar schoenen die hun geshockeerd aankeek. "Oh hallo," zei Lumina en toen viel haar blik op Samantha. Opluchting was af te lezen van haar gezicht en ze grijnsde toen op een manier die Samantha verontruste en helemaal niet vertrouwde. "We missen alle actie," zei Lumina en dat bevestigde Samantha 's vermoeden. Ze had niet veel zin om naar buiten te gaan om tegen een grote horde dooddoeners te vechten die veel sterker waren dan hun, ze had evenmin zin om hier te blijven en te wachten tot dat het gevecht voorbij was. Dus probeerde ze zo overtuigend mogelijk terug te grijnzen en volgde Lumina en Bibi. Het was echter nog steeds een raadsel hoe die twee erin sloegen om overal binnen te vallen. Hoe sterk de magie ook was, ze doorbraken die. Ze belande in de Ravenklauw leerlingenkamer waar een heleboel andere leerlingen verzameld stonden en een bewusteloze professor Stronk lag. "Ze probeerde de ingang hier te sluiten," legde Bibi en Lumina uit terwijl ze over het bewusteloze lichaam stapten. "Wat doen al die griffendors hier?" vroeg Samantha nieuwsgierig en zag Lubbermans het woord voeren terwijl leerlingen knikten. "Perkamentus zijn leger," antwoordde Loena dromerig. "Marcel verteld juist dat de dooddoeners aan de poorten van Zweinstein staan en de professoren ze proberen tegen te houden." Het duurde een lange tijd vooraleer Loena weer sprak. "Maar de schouwers zullen waarschijnlijk niet op tijd zijn hier in Zweinstein, dus besluiten wij te helpen." Ze glimlachte en draaide zich toen om. Samantha keek haar met open mond aan, maar Lumina en Bibi grijnsden. "De Zwadderaars hun leerlingenkamer werd als eerst afgesloten," deelde Lumina mee. "Niet alle dooddoeners zitten in Zwadderich," zei Samantha wiens blik serieus was, maar er was onzekerheid in haar stem af te lezen. Vooraleer Lumina kon antwoordden weerklonk er een knal van buiten. Blijkbaar waren de dooddoeners al binnen geraakt, dacht Samantha en slikte de krop in haar keel door. De leerlingen liepen naar buiten, maar sommige bleven ook achter. Waarschijnlijk zouden zij hier wacht staan in Zweinstein. Samantha wist het niet, wat ze wel wist was dat ze werd meegesleurd door het menigte en opgelucht was dat ze vandaag gemakkelijke kledij had aangetrokken. Het zou niet makkelijk worden om tegen de dooddoeners te vechten. Ze greep haar toverstok nog beter beet en probeerde rustig adem te halen, ook al voelde ze haar hart kloppen tot in haar keel. De mannen met de zwarte mantels en maskers waren onherkenbaar en angstaanjagend, maar door hun outfit ook heel makkelijk te onderscheiden van de rest. Ze zag veel onbekende tovenaars meevechten, maar ze herkende professor Lupos en Dwaaloog hun gezichten. Ze snapte niet helemaal wat die hier deden en schudde de gedachte van haar af, het belangrijkste was dat ze niet de enigen waren.

Plots voelde ze iemand haar vest vastgrijpen en haar naar achteren trekken. Op een haar na miste de spreuk die naar haar gericht was. Ze zag dat het Lumina was die haar naar achteren had getrokken en meteen de aanval inzette tegen de dooddoener. "Waag het niet om nog zoiets te proberen!" gilde ze, haar spreuk raakte de man echter wel en hij zakte inéén. "Dankje," mompelde Samantha en wierp een spreuk naar een dooddoener die Lumina probeerde te vervloeken voor wat ze de andere man had aangedaan. "Waar is Potter?" vroeg Bibi, haar stem bijna onhoorbaar. Lumina en Samantha haalden hun schouders op. Hij was ook nergens te bespeuren. Samantha kon het niet laten om spottend te snuiven. Dit was nu hun held? Het trio rende verder en in vergelijking met Bibi en Samantha, vervloekte Lumina iedere dooddoener tot in volgende week. Samantha was er zeker van dat Lumina nog nooit zoveel pret had beleefd. "Malfidus," siste Lumina tussen haar tanden door, Bibi haar ogen werden zo groot als schoteltjes. "Welke," vroeg Bibi en wapperde met haar armen. Lumina haalde haar schouders op terwijl Samantha voor de zoveelste keer probeerde te vragen waar hij was. "Het is de oudere," zei Lumina uiteindelijk. "Oh," zei Bibi en glimlachte. "Dan is het oké." Lumina grijnsde en rende krijsend vooruit met Bibi op de voet gevolgd. Samantha wilde hun tegenhouden, maar wist dat ze geen moeite moest doen. Die twee zouden toch niet te stoppen zijn. "Voel je jou wel veilig zonder die krengen van vriendinnen bij je," zei een stem spottend achter haar. Haar handen trilden terwijl ze zich onzeker omdraaide en naar twee gemaskerde mannen keek waar hoogst waarschijnlijk een grijns te zien was achter die maskers. "Moeten jullie echt met twee zijn om iemand als ik aan te kunnen?" vroeg ze treiterend, ook al was ze doodsbang. Ze zou dat echter niet laten merken. Helaas had ze die opmerking beter voor zich gehouden want beide lachten gesmoord om haar opmerking en richtten beide hun toverstok naar haar. Ze slikte verder opmerkingen in en besloot dat als die het einde was, ze beter één hun kon vervloeken. Nog voor de twee echter een vervloeking naar haar konden werpen was er een ontzettend harde knal te horen. Harry Potter verscheen uit het niets en wierp een mantel op de grond. Een kille stem krijste het ui en bleek afkomstig te zijn van Voldemort die razend Potters richting uitkeek. Het zwaard dat Potter in zijn handen had kwam Samantha vaag bekend voor, maar ze kon het nergens plaatsen. Dat was echter niet belangrijk op dit moment. Voldemort richtte zijn toverstok naar Potter die, spijtig genoeg voor hem, sneller was en het zwaard hard tussen zijn ribben stak. Samantha besefte dat de twee dooddoeners nu waren afgeleid en zouden proberen zich zo snel mogelijk uit te voeten te maken. Ze grijnsde, hief haar toverstok op en schreeuwde een spreuk. De linker dooddoener viel slap voor de voeten van de andere neer, maar voor Samantha de andere kon vervloeken had hij al een vloek naar haar toe geworpen. Voor de tweede keer die dag werd ze naar achteren getrokken. De andere dooddoener leek nu te twijfelen wat hij moest doen en Samantha haalde verbaasd een wenkbrauw op. Waarom zou hij twijfelen? "Ik dacht dat professor Stronk iedere leerlingenkamer had afgesloten, maar natuurlijk houdt dat Montagné en Clear niet tegen." Zei een stem spottend achter haar. Samantha moest zichzelf inhouden niet te glimlachen bij het horen van zijn stem, al was er wel een kleine blos op haar wangen te zien. Een dik touw gleed rond de dooddoener die schreeuwend op de grond viel. Ze haalde opgelucht adem en draaide zich om. Een paar kille zwarte ogen keken haar kwaad en tegelijkertijd onderzoekend aan. "Ik ben niet gewond," zei ze en staarde naar het masker in zijn handen. Ze begreep eindelijk wat er precies op die perkamenten had gestaan en waarom ze het niet had mogen doorvertellen.

Hij keek neer naar de jonge huffelpuffer wiens blik op het masker viel dat hij nog steeds in zijn handen geklemd had. Hij had het echter niet meer nodig en smeet het weg. Blij verlost te zijn van het vreselijke ding. Zijn blik gleed naar Perkamentus en Potter die op de plek stonden met de laatste overblijfselen van Voldemort. De oude man legde een hand op de schouder van Potter die op het punt stond in elkaar te zakken. Het was een ontzettend lange dag geweest en het liefst wilde hij zich terug trekken naar zijn kamer, zichzelf daar opsluiten en het niet meer verlaten, maar hij wist dat ze hem hier nog nodig hadden en als ze hem hier niet nodig hadden zou hij toverdranken moeten brouwen voor Poppy die de gewonde studenten en ordeleden moest genezen. Vermoeid wreef hij in zijn ogen en keek opnieuw naar de huffelpuffer die hoogstwaarschijnlijk hem de hele tijd had aangestaard. "Jufvrouw Middi je staart mij weer aan," zei hij. Oké, dat had hij niet luidop willen zeggen, maar hij kon het moeilijk terug nemen. Hij zag haar glimlachen en haar blik gleed naar haar roosharige vriendin die een masker tegen een dooddoener zijn hoofd aanbeukte. "Kun jij me straks helpen met het brouwen van enkele drankjes?" vroeg hij. Bij het zien van het groot aantal van gewonden zouden ze meerdere dranken nodig hebben en zoiets kon hij niet alleen aan. Hij voelde opnieuw haar blik op hem en zag vanuit zijn ooghoeken dat ze hem een glimlach toewierp. Onwennig door de situatie wierp hij een laatste blik op haar en liep richting Albus uit. Hij had nog een aantal dingen met hem te bespreken.

De dagen erna verliepen langzaam en onzeker. Vele leerlingen waren gewond en sommige waren zelfs omgebracht tijdens het gevecht. De professors waren druk in de weer familie in te lichten en voor een mogelijkheid te zorgen dat de kinderen eindelijk naar huis konden. Samantha had zelf niet stilgezeten. Samen met Bibi en Hermelien hadden ze drankjes moeten maken voor de verwondingen van studenten, terwijl professor Sneep de erg gevorderde dranken voor zich nam. Het was duidelijk dat hij in een ontzettend pesthumeur was en kafferde hun uit als ze ook, maar iets verkeerd deden zoals in zijn 'weg' lopen of te hard ademhaalden volgens hem. Het vreemde was dat Bibi en Hermelien de eerste keer vanuit het niets kwamen opdagen en zelfs hadden voorgesteld om mee te helpen. Samantha had het fijn gevonden dat ze niet de enigste was, maar begreep Bibi haar overbezorgdheid niet. Telkens als Sneep dichterbij kwam om iets uit te leggen sprong Bibi voor haar, wapperde met haar armen en keek te man dreigend aan waardoor hij nog meer geërgerd geraakte en de instructies door zijn op elkaar geklemde tanden siste.

Vandaag was geen uitzondering, alleen was Samantha zelf met een gigantisch pesthumeur wakker geworden. Ze had amper geslapen en had bij het ontbijt beseft dat haar nota's voor haar klassen niet helemaal in orde waren, waardoor ze had moeten rondvragen bij mensen waar ze normaal amper tegen praatte en afkeurende blikken toegeworpen kreeg. Wat haar humeur er niet op beterde was de brief van haar moeder die melde hoe stom het was geweest van haar om zich te bemoeien in een gevecht met dooddoeners. Ze wist dat het bezorgdheid was, maar ze wist zelf wat ze had gedaan en ze was tenslotte ook geen klein kind meer. Het was ook heel moeilijk om een grote horde dooddoeners te negeren die je eigen school aanvielen. Nee, ze had geen zin in de luidruchtige grote zaal.

Ze sloeg ontbijt dus over en liep langzaam de trappen af naar beneden. Negeerde de zwadderaars hun commentaar en liep de toverdrankenklas in. Hermelien was al aan het werk met een soort zalf die een vreemde groene kleur had. Ze knikte naar Samantha als begroeting en ging verder met wat ze bezig was vooraleer er iets fout zou gaan. Severus Sneep stond gebogen over zijn eigen ketel en was enorm geconcentreerd met iets bezig. Samantha zag hem zijn wenkbrauwen fronsen. Betekende dit dat er iets mis was gegaan? Blijkbaar niet want hij knikte goedkeuren en ging verder. Het verwonderde haar al lang niet dat hij haar niet eens had opgemerkt. Zo verliep het meestal. Ze keek op de lijst van dranken die nodig waren en zag dat hij bijna afgerond was. Wat een opluchting! De rest van de vakantie zou ze nodig hebben voor te studeren sinds ze nog vrijwel niets had gedaan. Weinigen hadden eigenlijk al gestudeerd en weinigen studeerden dan ook echt deze tijd. De meeste vierden vierentwintig uur op vierentwintig feest door de dood van Voldemort. Het dodenaantal al bijna helemaal vergeten.

Ze schudde zichzelf wakker en begon met het voorbereiden van de ingrediënten. Ze kon het nu niet veroorloven om aan andere dingen te denken, zei ze in zichzelf en warmde het vuur op onder de ketel. Even later verscheen Bibi naast haar zijde en begon ook zelf met het maken van een drank. Stilzwijgend werkten ze naast elkaar en hielden conversaties tot een minimum door het vragen van een bepaald materiaal die ze nodig hadden, hun stem nauwelijks hoorbaar. "Het is beter als je het plet," zei een stem naast haar. Ze schrok zich rot en had bijna haar vinger afgesneden als ze net haar hand niet had weggetrokken. "Maar in de notities staat er dat het gesneden moet worden," zei Samantha verbaasd en keek het na in haar boek voor de veiligheid dat ze het verkeerd had gelezen. "Maar als je het plet heeft het een betere werking," zei hij en stampte het fijn voor haar. Hermelien keek geïnteresseerd toe, haar ogen zo groot als schoteltjes.Ze keek langs professor Sneep heen om Bibi 's gezicht te zien en zag haar vriendin de leraar fronsend aankijken. Raar, dacht ze. Het verbaasde haar dat niemand van hun juist wist waarom ze het moesten pletten. Uiteindelijk keek ze naar het plat gestampte ingrediënt en hoe het haar ketel in verdween. Ze wist dat ze nu de drank moest mengen door in achtvorm in haar ketel rond te draaien.

Hij leek tevreden te zijn met het feit dat ze zich dat kon herinneren en ging zonder nog iets anders te zeggen terug naar zijn eigen ketel. Ze vroeg zich af of het inderdaad een betere werking zou hebben, maar ze wist dat hij één van de beste toverdrankmeesters was en dat betekende toch alleszins iets nam ze aan. Ze werkten die dag nog de lijst af en kregen te horen dat ze niet meer verwacht werden om te komen. Hermelien liet een grote zucht ontsnappen over haar lippen wanner ze het lokaal verliet en leek blij te zijn met het feit dat ze nu helemaal zich kon inzetten voor de examens. Haar kennende had dit haar gehele planning die ze had gemaakt voor de rest van het jaar in de war gebracht. Bibi leek gewoon blij te zijn dat ze verlost was van Sneep voor de komende week, maar het was nu dat Samantha besefte dat het niet lang meer zou duren vooraleer ze afgestudeerd zou zijn. Een akelig gevoel overspoelde haar en ze had geen idee wat ze zou gaan doen. Ze had altijd aangenomen dat ze een bureaujob zou krijgen op het ministerie waar ze zich waarschijnlijk dood verveelde, maar toch aardig mee verdiende. Alleen leek dat nog saaier dan ze zich eerst had voorgesteld, had ze dan niet meer potentieel in zich? Het ergste was dat ze Zweinstein zou moeten verlaten en zo dus ook hem. Ze zou hem waarschijnlijk daarna nooit meer terug zien, tenzij misschien op reünies. "Is alles wel oké?" vroeg Bibi aan haar en fronste haar wenkbrauwen. Samantha probeerde een geruststellende glimlach naar haar vriendin toe te werpen, maar mislukte erin. "Mijn nota's zijn niet helemaal in orde," zei ze. Alsof dat zou verklaren waarom ze daarnet keek als of haar wereld in duigen was gevallen. "Je weet toch dat ik jou daarbij kan helpen," zei Bibi, ze draaide met haar ogen en keek Samantha afwachtend aan. De blondine wist dat er meer aan de hand was dan wat Samantha haar vertelde. Ze had al zo'n gedacht wat de oorzaak zou zijn, maar wist dat ze het niet uit Samantha zou kunnen sleuren. Wanneer haar vriendin dan uiteindelijk voorstelde om te gaan eten, knikte ze en besloot dat ze Samantha meer in het oog zou houden.