Hoofdstuk 10 Spruitjes met Ukkepulk

Op weg naar buiten werd Harry in de hal staande gehouden door een lange, pezige man van een jaar of vijfenveertig. Hij had kort, donker haar dat al grijs begon te worden en een dito snor en sikje. Zijn ogen keken continu oplettend om zich heen. Harry zag aan zijn gewaad dat hij een Schouwer was, maar hij kon zich niet herinneren hem eerder ontmoet te hebben. De man stak zijn hand uit en gaf hem een stevige handdruk.

'Meneer Potter,' begon hij. Zijn stem klonk al net zo zakelijk als zijn handdruk was. 'Mijn naam is Gustaaf Rinkelbom. Zou ik een minuutje van uw tijd mogen?' De naam kwam Harry wel bekend voor, maar hij kon hem op dit moment niet plaatsen. Waarschijnlijk had het betrekking op de processen, dacht hij. Hij keek even vragend naar Ginny, die gebaarde dat ze buiten op hem zou wachten. Hij draaide zich om naar Rinkelbom en knikte bevestigend.

De man wees op een deur bij de ingang van de zaal en Harry volgde hem enigszins op zijn hoede. Hij had inmiddels te veel ervaring met Wisseldrank om iedere werknemer van het Ministerie automatisch te vertrouwen. Met zijn hand losjes op zijn toverstok, in de zak van zijn gewaad, stapte hij de kamer in. Zijn ogen scanden snel de ruimte, voor ze die van Rinkelbom ontmoetten. Die keek goedkeurend.

'Prima, meneer Potter,' complimenteerde hij. 'Waakzaamheid hoeft u niet meer geleerd te worden.'

Harry wilde dat de man gelijk tot de kern van de zaak zou komen.

'Meneer Rinkelbom, kunt u mij vertellen waarom u mij wilde spreken? Het is een lange dag geweest,' zei hij verontschuldigend.

'Natuurlijk, meneer Potter,' zei de Schouwer. Hij leunde tegen een groot, houten bureau en pakte een papier uit de binnenzak van zijn gewaad. Tot Harry's verbazing herkende hij het logo van Zweinstein.

'Ik heb vernomen van professor Anderling, het nieuwe schoolhoofd vanZweinsteins Hogeschool voorHekserij en Hocus-Pocus, dat u mogelijk interesse zou hebben in een opleiding tot Schouwer.' Rinkelbom eindigde de laatste woorden met een vragende klank.

Harry knikte sprakeloos. Dit ging niet over de processen?

'Ik heb ook begrepen dat u uw vakkenpakket daarop hebt afgestemd,' ging de Schouwer verder en wierp een vluchtige blik op het perkament in zijn hand.

Harry hervond zijn spraak en reageerde: 'Ja, maar ik ben vorig jaar niet naar Zweinstein geweest dus ik heb geen PUISTen.'

De man begon halverwege zijn woorden al te knikken.

'Dat is ons natuurlijk bekend,' hij glimlachte flauwtjes, 'maar met uw staat van dienst, uw cijfers tot nu toe, plus uw ervaring in het onderwijzen van Verweer tegen de Zwarte Kunsten, lijken die PUISTen ons in uw geval overbodig.'

Onderwijzen van Verweer tegen de Zwarte Kunsten? Het duurde een moment tot het tot hem doordrong dat de man het over de Strijders van Perkamentus moest hebben. Al was het hem een raadsel hoe hij dat wist. Zou Anderling …?

'Het doet mij dus genoegen,' de stem had een iets plechtigere klank gekregen, 'om als Hoofd van het Schouwershoofdkwartier, u het aanbod te doen om in september aan de opleiding tot Schouwer te beginnen. Als u geïnteresseerd bent,' voegde hij eraan toe, maar het klonk niet alsof hij daaraan een seconde twijfelde.

'Ik … eh,' begon Harry, totaal overdonderd. 'Ik wilde samen met mijn vriend, Ron Wemel, de opleiding gaan doen.' Het was het eerste dat in hem opkwam. Prompt vervloekte hij zijn onvermogen om een samenhangend antwoord te geven.

'Natuurlijk geldt het aanbod ook voor meneer Wemel als u besluit in september te komen,' zei de man minzaam. Het was niet moeilijk om tussen de regels door te lezen; Ron was welkom als, maar alleen als, Harry Potter kwam.

De Schouwer keek hem afwachtend aan toen Harry niet gelijk reageerde.

'Kan ik daar nog even over nadenken,' vroeg hij, 'en u mijn besluit laten weten?'

Rinkelbom keek half verbaasd en half teleurgesteld, maar knikte.

'Ik zal u in ieder geval het informatiepakket voor de opleiding toesturen zodat u zich kunt oriënteren.' Hij kwam overeind en stopte de brief weer weg. 'Natuurlijk kunt u altijd contact met mij opnemen als u nog vragen hebt, meneer Potter.' Zijn glimlach leek gemaakt. Hij gaf Harry een hand en liep naar de deur.

'Ik hoop snel wat van u te horen,' waren zijn laatste woorden voor hij vertrok en Harry wat overrompeld achterliet.

o~0~O~0~o

'Zit die jongste dochter van Peter Goedleers niet twee jaar onder jou in Zwadderich?' vroeg Lucius. Hij prikte een beetje geërgerd tussen de spruiten op zijn bord. Die elf kon ook niets, waardeloos geval! De ene spruit was zo hard als een Beuker en de ander zo taai als Kieuwwier.

Zijn zoon keek verbaasd op. 'Astoria?'

"Dat kan wel, hij heeft twee dochters, dacht ik.'

Narcissa trok een wenkbrauw op.

'Ja, Daphne zit in mijn jaar. Zat. En Astoria was vijfdejaars.' Draco uitdrukking weerspiegelde die van Narcissa.

Lucius probeerde een beetje puree. Daar viel toch weinig aan te verpesten?

'Heeft Peter voor allebei zijn dochters al een huwelijkscontract?' De onschuldige toon van zijn vrouw hield hem niet voor de gek en hij wierp haar dan ook een nijdige blik toe. Jammer genoeg was zij één van de weinige mensen die nooit bang was geweest voor zijn satanische blik, zoals die vaak genoemd was. Een feit dat ooit zijn bewondering had opgeroepen.

'WAT?' riep Draco opeens. Lucius kromp ineen. Waarom moest die jongen altijd zo ordinair schreeuwen aan tafel? 'Astoria Goedleers? En Patty dan?' Hij keek om bijval naar zijn moeder.

'Kom, Draco, laten we eerst eens rustig verder eten, voor we ons opwinden over je vaders zakelijke beslommeringen. Na het eten kan hij ons vertellen wat voor een aantrekkelijke partij je volgens de familie Goedleers bent.'

Draco klapte zijn mond dicht en staarde een moment naar zijn moeder. Lucius was ervan overtuigd dat ze ongemerkt een signaal gaf, want het volgende moment knikte Draco en at rustig verder. Narcissa draaide haar hoofd en gaf hem een glimlach. Het soort glimlach waarmee ze de leden van de Eerste Club voor Tovenaarsvrouwen in haar zak stak. Hij sneerde terug, maar dat deerde haar natuurlijk niets.

Protesterend krasten de tanden van de zilveren vork over het porselein, om te blijven kleven aan een viezig, bruin vodje. Vol afschuw tilde Lucius zijn vork op, er op lettend dat hij hem op gepaste afstand hield.

'Wat is dat?' vroeg Draco.

Lucius wierp hem een minachtende blik bij die domme vraag om niet te laten merken dat hij zelf ook geen idee had. Uit volle borst riep hij bevelend: 'JUVIE!' De gehate huis-elf, die hem net zo ordinair als zijn zoon had laten roepen, landde aan het andere einde naast de tafel en keek hem met grote ogen aan. 'Kun. Je. Me. Dit. Verklaren?' vroeg hij tussen opeengeklemde kaken. In plaats dat de elf naar achteren deinsde, klaar om zichzelf te kastijden als hij het beval, sprong ze enthousiast op en neer en neuriede – neuriede nota bene! – 'Mijn Ukkepulk! Meester heeft mijn Ukkepulkpleister!'

En alsof hij nog niet genoeg vernederd was ten aanschouwe van zijn gezin, zei ze vrolijk: 'Kijk!' waarna ze pontificaal haar rechtermiddelvinger naar hem opstak.'

o~0~O~0~o

Het aanbod van Rinkelbom hield Harry de rest van de avond bezig. Het was een goede manier om niet over Lupos en Tops na te denken. Of over Andromeda en Teddy. Zelfs gedachten aan Sneep en zijn moeder verdwenen op de achtergrond. Hij had er nog met niemand over gepraat.

Ginny had, net als hijzelf eerder, de conclusie getrokken dat de Hoofdschouwer iets met hem wilde bespreken in verband met de processen. Iets waarover hij niet mocht praten. Hij voelde zich een beetje schuldig dat hij haar in die waan liet en vroeg zich opnieuw af of dat te maken had met die gelijkwaardigheid tussen hen. Ontkennend schudde hij zijn hoofd. Tenslotte had hij ook nog niets tegen Ron en Hermelien gezegd, praatte hij het voor zichzelf goed.

De grote vraag was natuurlijk waarom hij het ook nog niet tegen zijn beste vrienden had gezegd. Vooral tegen Ron. Hij wist dat Ron een gat in de lucht zou springen. Niet meer naar school. Niet meer studeren. Geen PUISTen! Hij zou verbijsterd zijn dat Harry überhaupt om bedenktijd had gevraagd. Hij zou hen al ingeschreven hebben voor Harry de spreekwoordelijke Snaai zou kunnen vangen.

'En dat is het, hé?' zeurde het irritant in zijn hoofd. 'Dat is de reden dat je het nog niet gezegd hebt. Omdat jij nog twijfelt en weet dat Ron niet zonder jou kan gaan. Ga jij je opofferen als je zelf niet wilt?'

Hij fronste terwijl hij door het raam naar buiten staarde. Achter zich hoorde hij de geluiden van mevrouw Wemel die bezig was om het een en ander voor de volgende dag klaar te zetten. Percy zat met zijn vader aan de keukentafel en praatte zachtjes over zijn werk. Aan de andere kant van de lange tafel speelden Ron en Ginny een spelletje Knalpoker. Hermelien zat op de bank bij de haard en bekeek folders van Australië.

Ze had ze die ochtend meegenomen toen ze met z'n drieën naar het reisbureau waren gegaan. Een idee dat geboren was uit de behoefte om even het huis te ontvluchten. Ron had gebloosd toen Hermelien twee tickets reserveerde. Hij had de dag ervoor eindelijk de moed op kunnen brengen en Hermelien stamelend gevraagd om ze het prettig zou vinden als hij meeging naar Australië. De opgetogen omhelzing van Hermelien had Harry doen denken aan het moment met de basilisktanden.

Bij het zien van Rons blos had hij met zijn wenkbrauwen gewiebeld, wat alles behalve hielp. Ron had zijn lippen stijf op elkaar gehouden, bang om in het bijzijn van de Dreuzels een verkeerde opmerking te maken. Dus Hermelien had het woord gedaan en Harry had snel betaald, waarna hij hen achter had gelaten en naar Zweinstein was gegaan.

o~0~O~0~o

Marcel nam nog een slok van zijn hete thee en liet een nieuw houtblok de open haard in zweven. Hoewel het overdag aangenaam weer was voor de tijd in het jaar waren de avonden vaak nog enigszins kil.

De deur ging open en zijn grootmoeder verscheen in de deuropening. Ze had haar ochtendjas aan. Hij wist niet hoe de stof heette, maar het materiaal leek meer geschikt voor een verblijf bij de Yeti dan hier. Marcel onderdrukte een glimlach. Zijn grootmoeder en de Yeti; dat was een ontmoeting die hij wel eens wilde meemaken. Van een zeer veilige afstand dan wel.

'Blijf je niet te lang op, Marcel? Het was een enerverende dag.'

Marcel zuchtte stiekem. Hij was zeventien, geen zeventig, verdraaid! Maar hij knikte en zei: 'Ik wacht nog even tot dit blok opgebrand is, oma.'

Ze keek wat afkeurend naar het bijna nieuwe blok, maar zei enkel 'Goedenacht!'

'Welterusten, oma.'

De deur sloot en Marcel ontspande zich. Ook al stonden de roddelbladen vol van de meest onwaarschijnlijke heldendaden en vertelde zijn grootmoeder aan iedereen die ze sprak hoe trots ze was op haar kleinzoon, zodra ze samen waren, vervielen ze allebei weer in het vaste patroon dat ze jarenlang gewend waren. Net als vanmiddag toen ze samen naar St. Holisto waren geweest.

Marcel had weinig kunnen zeggen door de constante woordenstroom van zijn grootmoeder. Toegegeven, haar woorden tegen zijn ouders over hun zoon klonken ietwat positiever deze dagen, maar verder was er niet veel goed.

'Waarom zijn de bedden nog niet opgemaakt? Lagen er geen andere broeken in Franks kast? Ik had er eergisteren nog meegenomen. Waarom heb je die verlepte bloemen gisteren niet weggegooid, Marcel?'

Marcel mompelde af en toe en knikte wat en bedacht ondertussen hoe vredig hij zich gisteren had gevoeld. Abby begon ondertussen de bedden recht te trekken, al zagen ze er in Marcels ogen uit alsof er een liniaal langs gelegen had. Abby ving zijn blik en gaf hem een knipoog, voor ze uitlegde dat er 's morgens wat havermout over de broek van meneer Lubbermans gemorst was en dat ze hem daarom een andere aangetrokken hadden. Ze negeerde grootmoeders gemopper over extra was en gooide de bloemen in de prullenbak.

Toen ze langs hem liep, vroeg hij zacht: 'Zijn haar haren al geborsteld?' Maar zijn grootmoeders haviksoren hadden het al opgevangen en ze keek hem vreemd aan. 'Wat is dat voor een rare vraag? Je ziet toch dat haar haren al opgestoken zijn?' Abby keek hem begrijpend aan en toen zijn grootmoeder zich omdraaide, mimede ze ''s morgens'. Hij knikte, een beetje gegeneerd, maar hij was dankbaar dat ze begreep hoe kostbaar dat moment met zijn moeder gisteren was geweest.

Hij staarde naar de vlammen die al wat van hun felheid verloren hadden en nam zich voor de volgende morgen weer te gaan. Hopelijk was ook zijn vader er dan. Een verraderlijk stemmetje van binnen fluisterde: 'En Abby?'

De vlammen gaven toch nog best nog veel warmte af, maakte hij zichzelf wijs.

o~0~O~0~o

In de weerspiegeling van het raam keek Harry naar zijn vrienden. Hij zou ze missen. Ze waren zolang samen geweest. Toch besefte hij dat het ook een goede gelegenheid zou zijn om in de komende weken na te denken over wat hijzelf nu wilde. Het komende jaar en de rest van zijn leven. Gek, hij had nooit echt nagedacht over de rest van zijn leven. Hij had wel met Ron over de Schouwersopleiding gepraat, maar dat had zover weg geleken. Als kleuters die later brandweerman wilden worden. En hij had wel eens gedacht aan een gezin, maar niet in de verwachting er ooit één te krijgen. Want hij had nooit – niet diep van binnen – verwacht te overleven. Nu moest hij gaan nadenken. Over wat hij wilde. En of hij zijn eigen leven – dit keer figuurlijk – opnieuw zou opofferen, als dat niet overeenkwam met wat zijn beste vriend wilde.

Zijn ogen ontmoette de observerende blik van Hermelien. Hij draaide zich om en slenterde naar haar toe.

'Heb je er zin in?' Hij knikte naar de brochures die om haar heen verspreid lagen. Ze keek hem aan en antwoordde: 'Het is een beetje een dubbel gevoel. Ik kijk er naar uit om mijn ouders weer te zien, maar ik maak me zorgen dat ik iets niet goed gedaan heb toen ik hun geheugen wiste. En ik zie ook wel een beetje op tegen hun reactie. Aan de andere kant is het natuurlijk geweldig om wat van Australië te zien. Hoe vaak krijg je zo'n kans?'

Bij die laatste woorden begonnen haar ogen weer te glimmen van enthousiasme.

'Het feit dat Ron meegaat, is ook niet vervelend natuurlijk,' zei hij droog, terwijl hij in een fauteuil plofte. Ze rolde met haar ogen, maar kon niet verhinderen dat ze rood werd. Hij vond het grappig om te zien hoe zijn vrienden de afgelopen dagen met elkaar om gingen. Heel natuurlijk hadden ze de stap gezet van vrienden naar meer, maar zodra iemand er iets van zei, begonnen ze allebei te blozen.

Hij besloot haar niet langer te plagen en zei: 'Het zal wel een hele ervaring zijn om je met Ron in de Dreuzelwereld te begeven.' Ze lachte en ze keken beiden even naar Ron, die helemaal opging in het spelletje met zijn zus.

Een bos veldbloemen in het midden van de tafel riep een herinnering op.

'Heb je dat bosje witte rozen gezien op de kist van Tops?' vroeg hij. Ze keek nadenkend en antwoordde: 'Ik geloof het wel. Hoezo?'

'Op het lint stond alleen dat het van een Cissy afkomstig was,' verklaarde hij. Hermeliens ogen verwijdden zich. 'Denk je dat het van Narcissa Malfidus was?'

'Dat kan haast niet anders,' zei hij. 'Ik wist alleen niet dat ze contact hadden. Tops is nota bene door Narcissa's eigen zus vermoord.' Hij probeerde zacht te blijven praten om de anderen niet bij het onderwerp te betrekken, maar de woede in zijn stem was duidelijk hoorbaar.

'Ook Andromeda's zus,' wees ze hem op een feit dat hij even over het hoofd had gezien.

'O ja. Bellatrix had er wel een handje van om haar familieleden om te brengen,' herinnerde hij op bittere toon.

Ze vervielen in stilte, met het knappende haardvuur en de stemmen van de Wemels op de achtergrond.

'Misschien hadden ze ook geen contact,' sprak ze na een paar minuten. 'Misschien was dit een eerste gebaar van Narcissa?'

Dat zou natuurlijk goed kunnen.

'Een poging om mensen aan haar kant te krijgen voor haar proces begint?' Het klonk wrang en diep van binnen twijfelde hij daar zelf aan. Als hij inmiddels één ding geleerd had over Narcissa Malfidus, dan was het wel dat haar familie voor alles ging. Op het einde zelfs voor Voldemort.

Uit haar volgende woorden bleek dat ze die mening deelde.

'Ik denk dat Narcissa's ogen wel opengegaan zijn het afgelopen jaar. Uit wat jij vertelde, kreeg ik de indruk dat ze niet meer zo gelukkig was met de kant die haar man had gekozen. Waarschijnlijk al niet vanaf het moment dat Malfidus – Draco – die opdracht kreeg.' Ze dacht even na. 'Ze is alles kwijt. Haar man en zoon leven nog, maar hoe groot is de kans dat ze naar Azkaban moeten? Dat ze zelf naar Azkaban moet? Het is ook nog de vraag of ze hun huis en bezittingen kunnen houden.'

Harry vond het persoonlijk erg logisch dat Lucius Malfidus in Azkaban zou belanden, maar Narcissa en Draco waren misschien een ander verhaal. Hij voelde de verantwoordelijkheid van de processen weer op zich drukken.

'Haar ene zus is dood en van haar andere is ze vervreemd. Haar nichtje zal ze nooit meer leren kennen,' somde ze op. Nu ze hem zo de kale feiten presenteerde, kon hij zich wel indenken dat Narcissa met het boeketje een olijftak had uitgestoken.

Ze praatten verder over de hoorzittingen waarbij hij zou moeten getuigen. Hij verzekerde Hermelien dat ze zich echt niet bezwaard hoefde te voelen dat ze weg zouden gaan voor de processen zouden beginnen. Het was niet meer dan logisch dat ze zo snel mogelijk naar haar ouders wilde gaan.

o~0~O~0~o

Volgende keer hoofdstuk 11: Oproep voor Gerechtigheid