Hoofdstuk 11
Ik draaide me om en kreeg te zien waar ik al bang voor was. Ik vloekte binnensmonds en ging rechtop staan.
"Oeps, dit had je niet verwacht, hè?" zei de man die voor me stond met en venijnige stem.
"Ik wist het," zei ik met ingehouden woede. Fred stond in de kamer met een lange man met lange blonde haren achter zich. Lucius had zijn stok tegen de slaap van Fred aangedrukt, maar Fred scheen heel kalm en gecontroleerd, hij toonde geen spoortje angst.
"Oh Lucius, wat ben je toch een zielig persoontje. Ik heb altijd gedacht: zo vader, zo zoon en andersom, maar nu zie ik in dat dát niet altijd geld… Draco is niet zoals jij bent, Draco is vele malen beter," zei ik simpel. Als ik nu ook maar een foute beweging maakte, dan was Fred er geweest en dat wilde ik niet hebben. Misschien hielp het als ik inspeelde op zijn gevoelens, al leek het alsof hij die niet had.
"Wat weet jij nou van goed en slecht? Hij heeft zijn eigen, zijn bloed eigen moeder vermoord! Dat doet geen enkel goed nadenkend mens! Hij is een schande voor onze familie en zo ben jij ook! Net als jullie vreselijke kind! Jullie zijn het niet waard om de naam Malfidus te dragen!" zei Lucius woest.
"Oh, hij heeft het ook niet echt vrijwillig gedaan, hij werd gedwongen door Narcissa zelf! Hier komt even logisch nadenken, ook al weet ik dat het moeilijk voor je is, maar als je moest kiezen tussen drie levens die nog een lange en grote toekomst voor zich hebben en een vrouw van middelbare leeftijd die toch alleen maar uit is op moorden, wat zou je dan kiezen? Realistisch, Lucius, realistisch! Bovendien houden er veel meer mensen van ons, dan van Narcissa! Draco heeft haar tenminste nog een eervolle dood gegeven, Narcissa zou te laf zijn om dat te doen!" Ik was eenmaal begonnen met schreeuwen en kon niet meer stoppen. Ik wist dat het fout was wat ik deed en er begon ook een bel te rinkelen in mijn achterhoofd, steeds luider en luider, maar ik negeerde het. Ik wist dat het kind op sterven lag en dat het Fred's hoofd kon schelen, maar het lukte me niet om te stoppen. Uiteindelijk was ik helemaal buiten adem van het schreeuwen en met een woedende blik keek ik naar Lucius, wiens ogen kil en vreselijk kwaad stonden.
"Pas op, je hoeft nog maar één ding te zeggen en je vriendje hier gaat eraan," zei ik zachtjes en ik slikte.
"Hoe wilde je dat dan doen?" vroeg ik bits, oeps… het was eruit voor ik er erg in had en Lucius keek me kil aan.
"Te laat," zei hij fijntjes en in een flits zag ik voor me hoe hij Fred zou vermoorden.
"NEE!" gilde ik en greep zo snel als de wind mijn stok en schreeuwde: "EXPILIARMUS!"
Lucius had daar in tegen Fred snel omgedraaid en naar achter geduwd zodat hij genoeg ruimte had om zijn spreuk uit te spreken.
"SECTUMSEMPRA!" schreeuwde hij op hetzelfde moment als ik. Ik zag niet precies wat er gebeurde, maar ik had van Draco gehoord dat dat een zwaar duistere vloek was.
Lucius vloog naar achteren door de kracht van mijn spreuk en verloor zijn stok, Fred vloog ook naar achteren en verloor daarbij ook een heleboel bloed.
"FRED!" gilde ik en met grote ogen keek ik naar waar hij landde. Ik rende er struikelend naartoe en zag nu waarom Draco liever niet over die spreuk sprak. Fred had diepe sneeën in zijn gezicht en buik, bloed spoot eruit en met schokkende ogen keek ik toe hoe Fred schokkend op de grond lag.
Twee minuten lang wist ik alleen maar naar het tafereel te staren en vreselijk misselijk en duizelig te worden. 'Doe wat, Mel! Doe wat!' riep een stem achterin mijn hoofd en met een schok kwam ik uit mijn trance.
Mijn ogen flitste naar Lucius die nog steeds versuft op de grond zat.
"Petrificus Totalus" zei ik en wees met mijn staf op Lucius, hij bewoog niet meer. Snel liep ik naar Fred toe en bekeek zijn wonden. Het bloed gutste eruit en er lag een grote plas bloed op de grond, hopelijk was ik niet te laat!
"Ferula," zei ik geconcentreerd en ging met mijn staf over de wonden. Het bloeden stopte en na nog een paar keer de spreuk te herhalen heelde de wonden zich.
"Fred?" vroeg ik zachtjes en tikte tegen zijn wang, buiten bewust zijnde. Ik moest hem en dat kind hier weg zien te krijgen, maar hoe? Dom, ik kon gewoon een viavia maken.
"Orchideo," zei ik zacht en er verscheen een bosje bloemen uit mijn stok. "Portus," zei ik daarna er wees op de bloemen en concentreerde me op de plaats waar ik heen wilde, ik kon niet naar het Grimboudplein, ik moest ze eerst genezen en dat kon ik daar niet. Dan maar naar huis, daar had ik wel de genezende spullen en kruiden zoals essenkruid.
Ik hoorde voetstappen en keek verschrikt op. Het waren zware voetstappen en iets in me zei dat ik zo snel als het kon weg moest. Een persoon met een zwarte cape kwam binnen en daarachter nog iemand, verschrikt keek ik op en ze keken van mij naar Fred naar Lucius.
"Finite Incantatem," zei de een en ik schrok. Ik wees met mijn staf op een stoel en mompelde:
"Gommibommi," en de stoel schoot naar hen toe. Het was een flauwe spreuk, maar het eerste wat in me opkwam. Ze moesten wegduiken en dat gaf me de tijd om het kind op te pakken en het in mijn armen te nemen.
"Avis!" zei ik nog snel en een aantal vogeltjes vlogen naar de mannen toe zodat ze weer weg moesten duiken. Snel pakte ik Fred bij de hand vast en toen zo snel mogelijk het bosje bloemen. Ik zag nog net een rode straal op me afkomen, maar hij kon me niet raken omdat ik op dat moment een bekende ruk achter mijn navel voelde en verdween.
Met een plof kwam ik neer op mijn bed en rolde om. Ik moest zo snel ik kon het kind en Fred helpen. Ik sprintte naar mijn tas die al die tijd gewoon op mijn bureau had gestaan en haalde er essenkruid uit. Ik pakte een glaasje water en liet het kruid erin oplossen.
Ik liep weer naar Fred en hield hem half omhoog en gaf hem een slokje. Hij proestte het gelijk uit en begon te hoesten.
"Rustig, ssstt, je moet het drinken, het is goed voor je, kom op, drink het maar," zei ik alsof ik tegen een kind praatte en ging met mijn hand door zijn haar om hem te kalmeren.
Voorzichtig probeerde ik hem weer drinken te geven en dit keer slikte hij het wel door. Nadat Fred wat had gedronken ging ik naar het kind met een glaasje water. Zijn pols was erg zwak en hij ademde nog weinig, ik wist niet of hij het zou redden, maar proberen kon geen kwaad.
Voorzichtig probeerde ik hem te laten drinken en met heel kleine slokjes lukte het, hij mocht niet te veel, om het halve uur een klein glaasje en dan zou het hopelijk werken.
Af en toe keek ik naar Fred die al kleur begon te krijgen en na nog een paar slokken van de drank deed hij algauw zijn ogen weer open. Die drank was geweldig!
"Waar ben ik?" vroeg Fred toen hij weer bijzinnen was.
"In mijn huis, je bent aangevallen en bent een tijd buiten westen geweest, hoe voel je je?"
"Moe, duizelig, zwak… wie is dat?" vroeg hij terwijl hij naar het jongetje wees.
"Weet ik niet, we hadden hem gevonden en hij is ernstig ziek."
"Wat doet hij dan nog hier? Waarom is hij niet naar het St. Holisto?"
"Omdat ik niet weet of hij een tovenaar is en omdat ik Heler ben en ik had geen zin in lastige vragen," zei ik. Fred knikte. "Denk je dat je naar het Grimboudplein kan verdwijnselen?"
"Ja, ik denk het wel, moeten we daar nu heen dan?"
"Ja, anders worden de andere misschien ongerust en ik begin me vreselijk misselijk te voelen."
"Oh, oké, als je even helpt met opstaan." Ik knikte en hielp hem overeind, daarna pakte ik het jongetje in mijn armen en met z'n drieën verdwenen we.
Binnen een aantal minuten klopte we aan bij het huis en George deed open.
"Fred! Mel! Wat is er gebeurd en -"
"MEL! Wat is er gebeurd? Kom snel binnen, wie is dat en waarom zie je zo vreselijk bleek, het lijkt wel of je elk moment van je stokje kan gaan!" riep Rosa geschrokken uit en nam snel het jongetje uit mijn armen en George nam Fred van me over.
Vermoeid en vreselijk misselijk en draaierig volgde ik hen naar de woonkamer en plofte neer in en stoel.
Lara begon gelijk te gieren van het lachen toen ze me zag en stak haar handjes naar me uit. Ik glimlachte licht, het was fijn om haar weer gezond en vrolijk te zien, maar zodra ik zat begon ik over te geven.
Catie die vrolijk bij Lara zat en blij naar me zwaaide keek geschrokken naar me toen ik over de leuning boog.
"Is mama Lara ziek?" vroeg ze zacht terwijl ze aan kwam lopen en aaide lief over mijn been. "Ik oppas Roos halen," zei ze en waggelde vervolgens weg. "Roos, oppas Roos! Mama Lara is ziek," riep ze.
Rosa kwam gelijk de kamer in gesneld en bleef op veilige afstand van me staan toen ze zag dat ik moest overgeven.
"Gatver, wat heb jij nou Mel? Ben je ziek? Wacht even, ik haal wat water," zei ze en liep weg om een glas water te halen.
Samen met George kwam ze terug en gaf het glas water aan me. George ruimde met een simpele spreuk de troep op en keek me daarna bezorgd aan.
"Wat is er?"
"Ik weet het niet, het kwam heel opeens en… ik voel me zo slecht opeens en heb zo een buikpijn," zei ik en nam een slok water.
"Hoe kan dat komen? Heb je iets raars gegeten? Was het een bepaalde geur? Heb je een voetmassage gehad?" vroeg Rosa, maar ik haalde mijn schouders op.
"Voetmassage? Wat heeft dat er nou weer mee te maken?" vroeg George verbaasd.
"In je voeten komen zenuwknooppunten van heel je lichaam bij elkaar. Door voetmassages kun je plotseling heel ziek worden en vreselijke leveraandoeningen, om maar even een voorbeeld te nemen, krijgen. Maar je kunt er ook juist beter ervan worden!" legde Rosa uit en George knikte begrijpend.
"Oh, vandaar dat ik die ene keer doodziek was!"
"Huh? Welke ene keer?" vroeg Rosa niet begrijpend.
"Nou, ik ging naar Frankrijk op vakantie en liep door een straat en opeens hield iemand me tegen vanuit een massage winkel ofzo… iets dreuzelachtigs. In ieder geval, ik begreep geen woord van wat die vrouw zei en werd toen plotseling de winkel in getrokken en kreeg een voetmassage, waarna ik ook nog moest betalen terwijl ik het helemaal niet wilde! Maar, die avond heb ik de hele nacht doodziek in bed gelegen! En ik wist maar niet waardoor het kwam, ik dacht door het eten en heb toen de kok aangeklaagd," zei hij met een scheve grijns en Rosa barstte in lachen uit.
"Echt iets voor jou, maar het gaat nou even om Mel, wat moeten we met haar doen? En dat jongetje, wat is daarmee?"
"Fred moet naar een dreuzelziekenhuis. Hij moet aan een bloedtransfusie, want hij heeft teveel bloed verloren en gaat zodadelijk weer van z'n stok. Dat jongetje moet om de vijf minuten een glaasje water krijgen en hij moet straks wat pap of yoghurt hebben en dan vanavond nog een keer," zei ik en probeerde tevergeefs een nieuwe braakaanval tegen te houden.
"Mel, vertel me eerst wat er is gebeurd," zei Rosa rustig terwijl George mijn troep weer opruimde.
"Ik, we gingen naar die herberg en toen naar boven en daar lag hij. Toen kwam hij en raakte Fred en toen bloed en -" Ik probeerde wat woorden eruit te gooien, maar het draaide vreselijk om me heen. Ik probeerde me vast te grijpen aan de leuning, maar had niet genoeg kracht en zakte naar voren met de bedoeling van de stoel af te vallen als George me niet snel op ving.
Rosa:
"Mel, vertel me eerst wat er is gebeurd," zei ik rustig en keek bezorgd naar Mel's lijk bleke gezicht, het zat echt fout.
"Ik, we gingen naar die herberg en toen naar boven en daar lag hij. Toen kwam hij en raakte Fred en toen bloed en -" zei ze en hield op, ik begreep er helemaal niets van en wilde door vragen, maar ze begon te draaien met haar ogen en probeerde zich uit alle macht aan de stoel vast te houden.
"George! Wat is er met haar, waarom doet ze zo, het gaat mis!" zei ik paniekerig en op dat moment viel ze voorover en ik gilde. Ze viel nog net niet doordat George haar nog kon opvangen, vanwege zijn zwerkbalreflexen.
Met een bonzend hart in mijn keel keek ik naar hoe George Mel oppakte en naar de bank droeg.
"Haal Lara daar eens weg," zei hij rustig en snel pakte ik Lara op en legde haar in haar box.
"Moeten we haar niet in bed leggen?"
"Nee, we kunnen haar het beste even hier leggen zodat we haar in de gaten kunnen houden."
"Oké, ik ga Draco even bellen, hij heeft toch wel een telefoon op zijn werk?"
"Ik weet het niet, maar als hij dat heeft dan moet zijn nummer daar bij de telefoon liggen," zei George en ik liep snel naar de telefoon toe. Er lagen een aantal nummers en verwoed zocht ik naar de naam Draco en hij stond er niet bij.
"Shit, hij heeft er geen!" zei ik met trillende stem. Ik had het gevoel dat ik elk moment in tranen uit kon barsten, dit was gewoon teveel voor me.
Met trillende handen ging ik de namen nog eens na en een trillende zucht kwam er over mijn lippen. Mijn blik gleed naar mijn linkerhand die langs de namen ging en daarna omhoog, naar mijn pols. Een lelijk litteken zat er dat precies over mijn ader liep. Ik kreeg waterige ogen en beelden vlogen gelijk voorbij: het krantenartikel waarin stond dat mijn beide ouders waren vermoord, het krantenartikel waarin stond dat mijn broer, Nick, vermist was en hoogst waarschijnlijk ook vermoord was en toen het beeld van het lijk van Nick en het bleke gezicht van Mel in het bed van St. Holisto.
De beelden verdwenen doordat een hand het litteken afschermde en mijn linkerhand naar beneden duwde. Tranen waren intussen over mijn wangen gaan rollen en ik keek van wie de hand was. George keek me aanmoedigend aan.
"Het komt goed, echt waar, ze is er niet zo slecht aan toe, het was gewoon even teveel voor haar," zei hij zacht en vriendelijk en ik begon te snikken.
"Maar wat als het nou wel fout gaat en ze dood gaat en Lara en ik heb dan niemand meer en -" ik kon mijn zin niet afmaken omdat ik begon te huilend.
"Sssst, ze gaat niet dood, echt niet, dat beloof ik, oké?" zei hij en sloeg een arm om me heen en wiegde me zacht heen en weer. Ik maakte me klein en drukte me tegen hem aan zodat mijn gezicht in zijn schouder verdween.
Ik bleef huilen en snikken en George bleef maar zeggen dat het goed kwam en troostte me. Na een tijdje snikte ik alleen nog na terwijl de tranen langzaam opdroogde. George leidde me naar de keuken en gaf me een glas water dat ik dankbaar aannam.
"Zo, voel je je wat opgeluchter?" Ik knikte een beetje beschaamd en nam snel een slok water om het te verbergen.
"Wat bedoelde je eigenlijk met 'dan heb ik niemand meer'?" vroeg hij aarzelend en ik keek verlegen naar mijn schoenen.
"Nou, ik bedoelde het niet zo van dat ik dan niemand meer had die om me gaf, maar… Mel heeft me opgevangen na de dood van mijn broer en mijn ouders. Ze was er ook helemaal kapot van, mijn broer was haar beste vriend en ik zag haar altijd als een soort zus. Ze was erbij toen hij vermoord werd en is toen zelf zo vervloekt dat ze bijna zelf ook dood was, alleen maar omdat ze naar mijn broer rende toen hij vermoord werd. Maar ze is er weer bovenop gekomen en heeft mij toen zo gezegd geadopteerd en me verder opgevoed zo gezegd. Ik woonde bij haar en ze was mijn tweede moeder.
En net, oude herinneringen, die ik diep had verstopt, kwamen weer naar boven. Mijn ouders, mijn broer en Mel die gewoon voor dood in het ziekenhuisbed lag en ik was bang dat ze nu echt dood ging en dan had Lara geen moeder en ze is al zo vaak aan de dood ontsnapt en eens moet de laatste keer zijn en, en, en…" ik begon weer snel adem te halen en tranen kwamen weer ik mijn ogen. Ik kreeg een brok in mijn keel en het slikken ging moeilijk.
"Rustig, diep adem halen en neem een slokje," zei hij terwijl hij me rustgevend over mijn haar aaide. "Laten we Draco samen gaan halen."
"Nee, ga jij maar, ik blijf even bij Mel, Catie en Lara."
"Oké," zei George en liep naar buiten waar hij snel verdween.
"Is oppas Roos verdrietig?" vroeg Catie met een pruillip en een kleine glimlach gleed over mijn lippen terwijl ik het kleine meisje optilde. Catie sloeg haar armen om mijn nek en drukte zich stevig tegen me aan.
Ik liep naar de woonkamer en ging even zitten. Het jongetje lag op de andere bank en ik pakte snel een glaasje water en probeerde hem, met hulp van Catie, wat te drinken te geven.
Na tien minuten kwamen Draco en George binnen. Draco keek met een bleek en bezorgd gezicht naar Mel die slapend op de bank lag en keek daarna naar het jongetje, toen naar mij en naar George. Een zwijgende stilte hing er tussen ons en Catie was degene die hem verbrak.
"Hij doet ogen open! Oppas Roos! Oppas Roos! Hij doet ogen open!"
