XII De bootreis
De boot kwam in beweging en vaarde langzaam uit. Cloud stond in een de laadruimte. Hij wachtte nog even voordat hij zijn vrienden ging zoeken. Hij moest uitkijken naar 3 Shinra soldaten en twee matrozen. De Shinra soldaten zou niet zo moeilijk zijn vanwege dat er niet zoveel zijn op dit schip. Alleen degene die de president bewaakten en een paar die vrij over het schip rondliepen. De matrozen waren dan wel in grotere hoeveelheid maar hoeveel matrozen gingen nu vrouwelijk of zwart zijn. Hij moest wel de president voor één ding dankbaar zijn. Dat nieuwe zwaard zag er echt goed. Hij vroeg zich echt af wat de president zou zeggen als hij een goed wapen gegeven had aan zijn vijanden. De gedachte alleen aan hoe hij zou reageren vond Cloud gewoon amusant.
Genoeg gewacht, dacht hij bij zichzelf. Hij kwam vanaf een doos waarop hij zat en ging verder de laadruimte in. Hij kwam een paar matrozen tegen die bezig waren met kisten en alles na te checken en het kuizen van de vloer. Toen hij verder ging hoorde hij opeens een vreemd geluid, iemand dat aan het kokhalzen was. Hij zag links van hem een matroos staan die achter een kist zat over te geven.
"Yuffie", vroeg hij stil.
"Ja...ugh...Ik haat boten", zei ze met een groen gezicht.
"Zeg, Cloud heb je iets voor de maag een kalmeringmiddel?"
"Het spijt me maar nee", zei Cloud.
"Oké, tenzij het een noodgeval is blijf maar beter uit mij buu...", zei Yuffie en gaf dan weer over. Cloud kon maar net opzij springen.
"Je, weet toevallig niet waar iedereen is", vroeg hij toen ze weer rechtstond
"Weet ik weel, ze staan wat overal denk ik", zei ze.
Hij ging weer verder en kwam in het tweede deel van de laadruimte. Hier zag hij ook over kisten maar ook voor hem een deur die naar de machine kamer ging en een trap die naar het dek ging. Naast de trap stonden drie soldaten.
"Hey, zullen we is uitgaan als we aanmeren",zei één van de drie.
"Ja, we weten een leuk clubje in costa Del Sol", zei de tweede. De derde bleef stil maar je zag dat de armen beefde en dat de handen tot vuisten waren gebald.
"Heb jij al eigenlijk van vrouwen in het leger gehoord?"
"Niet dat ik weet. Maar het zal wel iets nieuws zijn van die Scarlet of zoiets"
"Moeten jullie twee niet een ronde maken of zo", zei Cloud opeens met ene luide officiële stem.
"Ja, meneer. Direct meneer", riepen de twee tegelijk en liepen direct weg zonder achterom te kijken.
"Bedankt Cloud", zei de vrouw.
"Aeris?"
"Ja, wat is er iemand anders verwacht"
"een beetje wel, het was de eerste keer dat ik u geïrriteerd zag", zei hij.
"Je zou voor minder, als die twee gasten zo de hele tijd tegen je praten. Maar zeg heb je dat luchtschip gezien op de luchthaven", vroeg Aeris.
"Ja, ik was ook verbaasd toen ik het zag. Het was enorm", zei Cloud enthousiast.
"Ja, het zeker iets. Denk je dat ik ooit er is op kan?"
"Op een dag zal het wel is gebeuren, gewoon blijven hopen", zei Cloud met een glimlach.
"Wow, ik kijk er dan echt naar uit?"
"oké, ik ga de rest is eerst zoeken", zei Cloud en ging dan verder.
In de machine kamer dacht Cloud dat niemand ging zijn en daarbij die werd streng bewaakt. Dus ging hij de trap omhoog naar het dek. Wanneer hij boven blies een frisse wind over hem. Hij liep over het deck en zag een paar matrozen het deck schrobben en twee Soldaten die naar de horizon waren kijken.Hij liep wat verder en zag links van hem een verhoogd platform waar nog een andere soldaat op de uitkijk stond. Toen hij beter keek zag een zwart haar uit de hel steken. Dat kon maar één persoon zijn dacht hij. Hij ging naar de metalen ladder en klom omhoog.
"Alles inorde soldaat", zei Cloud met een officiële stem.
"Ja, meneer! Alles is rustig, meneer", riep de soldaat proberende zijn stem wat zwaarder te laten lijken.
"Hey, Tifa", zei Cloud stilletjes.
"Cloud? Hm, ik moet precies wat aan mijn vermomming doen. Maar weet je wat ik haat dit uniform", zei Tifa nu met een haar normale stem.
"Uniformen, soldaten, oorlog, ik haat ze allemaal. Ze nemen alles weg waarvan je houdt, dingen en mensen. Ik wou gewoon dat ze allemaal verdwenen."
"Het zou misschien een beter wereld zijn als het allemaal weg zou zijn, het zou een stuk veiliger zijn", zei Cloud.
"Ja, je hebt gelijk, bedankt", zei ze stil.
"Heb jij de andere gezien, Aeris en Yuffie heb ik al gevonden"
"Wel voor Red zul je boven de brug van het schip vinden, je kunt hem niet missen maar Barret weet ik niet", zei Tifa.
"Oké, bedankt",
"Ja, meneer. Ik zal verder op de uitkijk staan, meneer", zei Tifa maar weer proberend haar stem wat zwaarder te maken.
Cloud ging de lader weer af en liep over het dek richting de brug. Hij zal al direct een ladder waarop hij klom. Toen hij omkeek was er weer een verhoog waar een een soldaat op wandelde of beter gezegd wiebelde. Hij leek precies zat. Toen de soldaat zich met de rug naar Cloud draaide zag hij waarom hij zo wiebelde. De soldaat had een staart met een vurig vlammetje op het einde. Cloud liep het verhoog op naar de soldaat.
"Hey, Red."
"Hey, Cloud. Sorry maar ben een beetje duizelig van het gewiebel. Maar ik denk dat ik niet gepakt zal worden zolang ik hier blijf", zei Red.
"Een daarbij ik zou nog een goed als mens kunnen zijn"
"euh, ja", zei Cloud hakkerig.
"Ik ga nog voor Barret zoeken blijf jij vooral hier."
Cloud ging terug naar beneden een keek nog rond. Hij ging nu naar de andere kant van het deck maar daar was niemand. Hij vroeg een paar matrozen of ze geen zwarte matroos gezien hadden maar niemand wist waar hij was. Toen hij terug naar de laadruimte ging vond hij Barret ook niet. Aeris en Yuffie hadden geen flauw idee waar hij kon zijn.
Opeens dacht hij aan iets. Hij kon toch niet daar zijn dacht hij bij zichzelf. Hij liep direct terug naar het deck en dan naar de brug. Hij bleef laag langs de grond toen hij aan de ramen kwam want Heidegger en Rufus zaten allebei binnen en zouden het verdacht vinden als er een soldaat voor hen wat kwam rondwandelen. Toen hij aan het punt van de brug was zag hij een matroos gehurkt aan een ventilatie kokertje zitten. Cloud vloekte in zichzelf omdat Barret zo'n risico zat te nemen.
"Barret, wat in hemelsnaam doe je hier, wil je gevangen worden of zo', zei Cloud stil.
Barret gromde wat voordat hij iets zei.
"We zijn zo dicht en we kunnen niets doen", zei Barret stil maar je kon de haat in zijn stem horen. Ookal zat hij aan een ventilatie kokertje je kon niet horen van wat er binnen gezegd werd. Heidegger begon precies om iets te lachen binnen waardoor Barret nog meer begon te grommen.
"Hoe kan hij nu zo zitten te lachen? Het is door hem dat…Biggs,Wedge,Jessie."
Barret liep van het raam weg en balde zijn ene vuist. Gelukkig kon hij zijn geweer aan zijn andere arme eraf doen wanneer hij wou of anders waren ze direct gepakt.
"Ik kan dit gewoon niet aan, Ik ga dit hier en nu regelen", zei hij en wou precies echt naar binnen gaan maar hij stopte toen opeens het alarm afging.
"Alarm, Er zou een verdacht persoon gezien zijn. Iedereen die niet op uitkijk of wacht staan doorzoek het schip. Meld als je iets gevonden hebt. Ik herhaal. Een verdacht persoon is gezien. Iedereen die niet op uitkijk of wacht staan doorzoek het schip. Meld als je iets gevonden hebt", riep een stem uit een luidspreker.
"Wat, hebben ze ons ontdekt", riep Barret.
"Ik weet het niet maar laten we naar het midden van het dek daar hebben we afgesproken als er problemen waren", zei Cloud.
Barret knikten en volgde hem.
"Iedereen in orde", riepen Barret en Tifa tegelijk toen ze aankwamen.
"Hm, iedereen is hier zo te zien", zei Cloud.
"Maar wie is dan de vedrachte persoon", vroeg Red die terug op zijn vier poten liep.
"Je zou toch niet denken dat het…", begon Barret.
"Sephiroth", maakte Cloud af.
"Denk je echt", vroeg Aeris.
"Hoe moet ik dat nu weten", riep Barret.
"Laten we gaan zoeken", zei Cloud koel.
Iedereen keek hem verbaasd aan en ook een beetje met angst. Ze hadden gehoord wat Sephiroth allemaal heeft gedaan.
"Het is het meest logische om te doen, maar ik dnek niet dat we allemaal moeten gaan. We zouden dan opvallen", zei Red.
"Oké dan, 2 gaan er met mij mee de andere blijven hier en houden zich gedeisd", zei Cloud.
"I, ik niet. Ik ken die Sephiroth vent nog niet eens en daarbij ben ik nog altijd niet go…", begon Yuffie en liep achter een paar dozen, dat bovenaan stonden.
"Hm, Red en Tifa jullie komen met mij", zei Cloud.
Tifa en Red knikte beiden en gingen hun spullen halen. Ze kleedde zich ook rap om want als het moet uitkomen op een gevecht konden ze zich beter bewegen in hun eigen kleding.
Toen de drie hun materia, wapens en kleding hadden, vertrokken ze naar het de laadruimte. Als een verdacht persoon op het dek zou rondlopen zouden ze het wel gezien hebben dus het moest ergens beneden zijn. Wanneer ze beneden waren zagen ze al de twee lijken van de soldaten die de deur naar de machinekamer bewaakte op de grond liggen bedekt in hun eigen bloed.
"Ik denk dat we wel weten waar die persoon is", zei Red.
Cloud ging langzaam naar de deur en dee het open. De deur ging langzaam en piepend open. Ze stapte voorzichtig binnen en zagen nog drie lijken liggen. Twee van een matroos en één van een soldaat. De ruimte was redelijk groot en leeg met alleen voor hun een reusachtige motor die de boot aandrijft.
Voor de motor stond nog een soldaat in rood kledij.
"Ben je in orde", vroeg Cloud toen ze dichterbij waren. De soldaat draaide zich om waardoor ze zagen dat de ma doorboord was door een lang zwaard. De soldaat viel na een tijd neer op de grond zonder te bewegen.
"Na een lang slaap is de tijd eindelijk gekomen", riep opeens een stem vanuit het niets.
"Cloud kijk daar", riep Tifa wijzend naar het plafond van de machinekamer.
Een man zweefde in de lucht maar het was geen gewone man, Cloud zou hem overal kennen. Het was Sephiroth met zijn lang zwaard in zijn hand. De man daalde langzaam neer voor hem.
"Sephiroth! Je leeft nog!", riep Cloud direct.
"…Wie ben jij?"
"Herken je me niet? Ik ben Cloud!"
"Cloud…"
"Sephiroth! Wat ben je in hemelsnaam allemaal van plan!"
"…De tijd…is nu…"
"Wat ben je brabbel je allemaal", begon Cloud maar Sephiroth negeerde hem en vloog gewoon over de drie heen maar liet wel iets vallen op de grond. Het was een soort van grijze arm. Opeens begon de arm te bewegen en begon te groeien. De arme werd langzaam groter en groten en op de rug ontstonden allemaal tentakels.
Voor de drie vechters stond nu een grijs wezen dat drie koppen groter was dan hen met tentakels op zijn rug. Zelf leek het niet mobiel te zijn maar dat zou het niet tegenhouden om met zijn tentakels uit te halen.
"Jullie weten wat je te doen staat", riep Cloud terwijl hij zijn zwaard nam.
Tifa en Red knikten zetten zich ook klaar voor de strijd. Cloud vloog op het wezen af en begon met zijn zwaard uit te halen maar het wezen gebruikte zijn tentakels om het zwaard te blokkeren. Red maakte een aanloop en sprong op het wezen om zo het aan flarden te verscheuren met zijn scherpe klauwen. Toen hij op het wezen was werd hij direct weggeslagen door een tentakel tegen de muur. Tifa nam ondertussen een materiabol en begon te concentreren. De bol lichte meteen groen op waarna rond het wezen een cirkel van vuur verscheen. De cirkel van vuur veranderde opeens in een zee van vuur die het wezen gevangennam. Cloud had zich nog op tijd terugtrokken om ook niet in de cirkel van vuur te zitten. Toen de cirkel van vuur weg was keken de twee lijkwit vanwege er nog geen één schrammetje aan het wezen was. Cloud nam weer zijn zwaard vast en haalde uit deze keer samen met Tifa. Het wezen blokkeerde met gemak de aanvallen met zijn tentakels. Toen de twee strijders achteruit gingen bracht het wezen een tentakels omhoog die begon op te lichten. Er vloog een blauwe straal uit die over de hele ruimte ging waar de twee stonden. Er ontstond een ontploffing die twee naar achteren liet vliegen. Re kwam door de schok van de ontploffing terug wakker en zag dat Cloud en Tifa tegen de grond vlogen. Hij begon diep te grollen en werd omring door een vuurachtige gloed. Hij begon ter plekke te rennen en de gloed begon sterker en sterker te worden tot het bijna een schild leek te worden rond Red. Opeens vloog Red recht op het wezen af, zo snel dat het wezen het niet zag aankomen. Hij vloog gewoon recht door het wezen waardoor er een groot gat in het midden van het wezen ontstond. Het wezen bleef even staan en viel dan neer. Het verkleinde weer e nam zijn oorspronkelijke vorm aan.
"Dat is wat er van Shinra hoofdkwartier is verdwenen", zei Red nadat iedereen weer terug bij zijn positieve was.
"Jenova. Het is een stuk van Jenova", zei Cloud.
"Jenova? Hij draagt dat ding rond?", riep Tifa met afschuw.
De arm spatte opeen in slijm uit elkaar.
"Zo het was Sephiroth"
"Wat zou hij bedoelen met 'de tijd is nu'?", vroeg Red.
Cloud boog zijn hoofd en liet de woorden door zijn gedachten vliegen.
"Iedereen aandacht graag, we arriveren over 5 minuten in Costa del Sol", riep een stem uit de luidspreker.
"We zullen ons best weer gaan verbergen", zei Tifa waarna Red en Tifa terug naar buiten gingen. Cloud volgde maar bleef dan bij de deur staan.
"Sephiroth…is nog in leven…Het beloofde land zou het echt bestaan", zei hij stil.
Hij ging verder en deed weer terug de vermomming aan.
Voor de rest van de tijd totdat ze aanmeerde was er geen probleem. Ze gingen direct van de boot af voordat de rest afging direct de stad in. Na even te hebben gerust van het gevecht tegen een deel van Jenova zette ze hun reis voort in achtervolging van Sephiroth.
