Hoofdstuk 12

Halverwege de week werd Harry na de laatste les opgeschrikt door een derdejaars Huffelpuf die zenuwachtig het klaslokaal betrad. 'Een briefje van professor Perkamentus, professor Sneep.'

Harry knikte de jongen kort toe, waarop de Huffelpuf naar voren liep en het briefje overhandigde. Toen de boodschapper vertrokken was, staarde Harry twijfelend naar het briefje. Het was niet voor hem. Misschien moest hij het later op de avond aan Sneep overhandigen. Maar als Perkamentus gelijk antwoord wilde, dan zou het verdacht zijn als hij pas een paar uur later reageerde.

Met tegenzin opende hij het perkament en las: Severus, ik hoop dat je me het genoegen wilt doen om na je lessen een kopje thee met me te drinken. Misschien heb je zin in een Droptoverstaf? Albus.

Merlijns zweetvoeten! Harry kende Perkamentus lang genoeg om te weten dat je zo'n verzoek niet naast je neer kon leggen, hoe gemoedelijk het ook gedaan werd. Zelfs Sneep niet, vreesde hij. Hij dacht snel na, maar zag geen uitweg. Hij kon onmogelijk nog met Sneep overleggen – tips vragen – binnen de verwachte tijd. Haastig begon hij de spullen op te ruimen van het bureau, met een zwiepje van zijn stok rolden de kaarten weer op, waarna hij nog even controleerde of alle tafels schoon waren, zoals Sneep hem steeds op het hart drukte. 'Eén ongeluk tegelijk is genoeg, Potter. Tracht te voorkomen dat leerlingen 's morgens hun ingrediënten mengen met de restanten die nog op de tafels zijn achtergebleven.'

Hij sloot de voorraadkast af, pakte zijn spullen en verliet het lokaal. Met een kordate pas stapte hij door de gangen. Sneeps mantel zwierde om zijn benen en op zijn gezicht was de bekende sneer zichtbaar. Zonder oponthoud bereikte hij de waterspuwer die opzij ging zodra Harry 'Droptoverstaf' zei. Zelden had hij zich in de laatste jaren zo weinig op zijn gemak gevoeld bij het beklimmen van deze trap dan nu hij in Sneeps schoenen liep. Letterlijk, dacht hij met opgetrokken neus.

Voor hij op de deur klopte, haalde hij diep adem. Hij hoopte dat Perkamentus zo gewend was aan de Occlumentie van Sneep, dat hij geen poging zou doen tot zijn hoofd door te dringen.

Het schoolhoofd schonk zichzelf net een kopje thee in toen Harry binnenstapte.

'Zo daar ben je, ook een kopje thee?'

Harry knikte. Hij had geen idee hoe Perkamentus en Sneep met elkaar omgingen als er geen leerlingen aanwezig waren, en besloot de kat uit de boom te kijken. Hij dronk heel langzaam van zijn thee.

'Schiet professor Sneep al een beetje op met de oplossing?' klonk het opeens. Perkamentus had zijn kopje neergezet en keek hem met twinkelende ogen aan. Wat? Harry trachtte elke uitdrukking van zijn gezicht te houden terwijl hij razendsnel nadacht. Ze zouden elkaar toch niet in de derde persoon aanspreken? Zou Sneep ... nee, dat geloofde hij niet. Sneep had zo benadrukt dat niemand buiten hen om iets mocht weten.

Perkamentus zweeg nog steeds alsof hij hem tijd wilde geven. Hij glimlachte alwetend.

Aarzelend zei Harry met de diepe stem van Sneep: 'Ik denk het.'

'En voel je je een beetje thuis in de Kerkers, Harry?'

Ongelooflijk, hoe weet hij het?

'Jawel, maar hoe kan het – ?'

'-dat ik weet van jullie Wisseltruc?' maakte Perkamentus de zin af. 'Als je al zolang op Zweinstein bent als ik, dan zijn er weinig geheimen meer binnen het kasteel te vinden. Heb je nooit gemerkt dat de trappen je richting geven, dat de muren soms tegen je fluisteren?' Hij boog zich voorover en bood Harry een zuurtje aan. Harry weigerde beleefd terwijl hij terugdacht aan de periode in zijn tweede jaar toen de muren tegen hem hadden gefluisterd. Hij dacht echter niet dat Perkamentus dat bedoelde.

Hij knipoogde even naar Harry voor hij vervolgde: 'Ik neem aan dat Severus op volledige geheimhouding stond.'

Harry knikte.

'Ja, dat is het veiligste. Zolang Voldemort hem niet nodig heeft, is het geen probleem.'

Hoewel hij het gevaar van Voldemort zeker niet onderschatte, vond Harry het nu toch nodig om te protesteren.

'Geen probleem, professor? Ik raak elke dag meer achterop met mijn eigen lessen. Ik mis mijn vrienden, Joost mag weten of ze me straks nog willen kennen nadat Professor Sneep een week in mijn huid is gekropen. Ik moet de hele dag door lesgeven in een onderwerp waarin ik faal volgens een zekere toverdrankleraar, en 's avonds kan ik me nog steeds niet ontspannen, want er komen om de haverklap leerlingen aankloppen. En Malfidus! Elke avond komt Malfidus, en als dat geen duivelse grap van het universum is, weet ik het ook niet meer,' raasde Harry die blij was zijn hart eindelijk eens te kunnen luchten. 'En dat zit dan bezorgd te zijn met van die grijze hondenogen en noemt me 'oom Sev' en –'

Plotseling realiseerde hij zich dat hij een beetje op een zijspoor was geraakt. Hij keek een beetje schaapachtig naar Perkamentus, die hem breeduit toelachte.

'Ik begrijp dat je in deze rol beter met meneer Malfidus overweg kunt?'

Harry vroeg zich af waarom het zo warm was boven in deze toren.

'Uhm….. nou….. tja,' stamelde Harry. 'Hij lijkt wel mee te vallen tussen de Zwadderaars.'

Perkamentus glimlachte fijntjes en schonk de kopjes nog eens bij voordat hij van onderwerp veranderde en vroeg naar de vorderingen van professor Sneep.

o~0~O~0~o

Met een gevoel van opluchting zag Hermelien Ron en Mandy de Grote Zaal binnenkomen. De spanning tussen Harry en haar leek sinds afgelopen zondagavond te snijden. De aanwezigheid van mede-Griffoendors maakte het er niet makkelijker op; zonder hen was Harry vast al van tafel gevlucht met een of andere smoes, zoals de laatste dagen het geval was geweest. Waar hij telkens heenging, wist ze niet; Harry ontweek haar vragen met meer gemak dan ze van hem gewend was. Ze had zelfs overwogen om Ron de Sluipwegwijzer te laten 'lenen', maar vond dat net iets te ver gaan. En ze betwijfelde of Ron dat zou doen.

Ze stak groetend haar hand op naar Mandy, die doorliep naar de tafel van Ravenklauw, en glimlachte toen Ron met een wolfachtige grijns naast haar schoof. Hij schepte meteen zijn bord vol, maar in plaats van aan te vallen zoals ze gewend was, boog hij zich voorover en vroeg Harry zacht, maar dringend: 'Hee maat, kan ik zaterdag je mantel lenen? Ik wil Mandy bewijzen dat het niet spookt in het Krijsende Krot.'

Hermelien rolde met haar ogen toen hij suggestief zijn wenkbrauwen op en neer bewoog. Harry daarentegen keek Ron een beetje onbegrijpend aan. Zijn ogen schoten naar Rons mantel die hij nonchalant naast zich op de bank had gegooid.

'Is de jouwe niet ... warm genoeg voor haar?'

Hermelien had de indruk dat hij eigenlijk een minder aardig woord had willen gebruiken, maar haar aandacht ging meer uit naar zijn ongewone antwoord.

'Gebrek aan warmte is niet het probleem tussen ons.' Hermelien hoorde dat Ron ook verbaasd was door Harry's antwoord. 'Ik ben echter liever wat minder zichtbaar als we in het donker naar buiten sluipen.'

Harry reageerde niet op die overbodige opmerking van Ron, maar liet zijn blik opnieuw over de mantel van zijn vriend gaan. Bijna alsof hij de enigszins verschoten stof in zich opnam en zich bedacht dat de onderkant misschien wat aan de krappe kant was. Hij knikte voor hij een beetje terughoudend zei: 'Oké, je kan die van mij wel lenen als je hem maar eerst schoonmaakt voor ik hem terugkrijg.'

Rons mond bewoog als die van een vis op het droge. Hij keek Hermelien aan alsof hij wilde zeggen: 'Nu is hij echt aan het doordraaien.'

Bij Hermelien begonnen er alarmbellen te rinkelen. Harry reageerde of hij nooit een Onzichtbaarheidsmantel bezeten had. Zou hij toch geheugenverlies hebben door die mislukte Wisseldrank? Wel erg selectief dan, twijfelde ze. Ze keek naar Harry die nu gebogen zat over een studieboek. En was dat ook niet erg ongewoon?

Maar als het geen geheugenverlies was, waardoor Harry niet zichzelf leek ...? Later zou ze zich schamen dat het zolang had geduurd voordat de Sikkel viel; niet zichzelf – Wisseldrank. Het was zo simpel dat ze er gewoon overheen gekeken had. Is het mogelijk….? Als in slow motion zag ze weer hoe Sneep zich voorover gebogen had over hun tafels om een haar bij haar uit te trekken, hoe Harry die haar ongemerkt van tafel had geschoven en zwarte steile haar in zijn flacon had gedaan. Er was maar één conclusie te trekken. Een logische verklaring voor Harry's gedrag. Haar ogen schoten naar de Oppertafel waar professor Sneep op dat moment erg ongemakkelijk naar zijn gesprekspartner keek, alsof ook hij niet helemaal zichzelf was. Maar als haar conclusie juist was – en had ze het ooit mis als het om Harry's vreemde ongevallen en avonturen ging? – dan zat Harry daar aan de Oppertafel, pratend met professor Banning over Joost mocht weten welk onderwerp. Ze schudde vol ongeloof het hoofd, ze kon zich niet voorstellen dat hij al bijna een week lang de plaats (bij gebrek aan een ander woord) van professor Sneep zou hebben ingenomen. En – ze maakte een ontzet geluidje toen ze weer naar de persoon tegenover zich staarde – dat Sneep al een week lang lessen gevolgd had met de Griffoendors, en in de afdelingstoren had vertoefd.

'Alles goed, Hermelien?' vroeg Ron naast haar. Vanaf de andere kant van de tafel keken donkergroene ogen haar nieuwsgierig aan. Dezelfde ogen waar ze de laatste tijd zo vaak door van slag was geraakt omdat ze iets in die donkere diepte had gezien, wat ze niet kon thuisbrengen.

Oh Merlijn!

Ze krabbelde onhandig overeind, terwijl ze Ron antwoordde: 'Ja, ik ontdek alleen dat ik vergeten ben iets na te kijken.'

Zonder een reactie af te wachten, vertrok ze uit de Grote Zaal.

Ik heb Sneep gekust!

Ze rende haastig door de gangen zonder te weten waar ze heen ging, tot ze in een verlaten gedeelte van het kasteel op adem moest komen. Helaas hadden haar gedachten haar al heel snel ingehaald en klonken als een mantra in haar hoofd: 'Ik heb met professor Sneep gezoend.'

Want ze had niet enkel hem gekust, hij had toch echt een gewillige deelnemer geleken. Ging hij zo ver om in een rol te blijven? Hermelien realiseerde zich het gevaar waarin zowel Harry, Voldemorts ultieme doel, als Sneep, de dubbelspion, verkeerden, mocht dit uitlekken.

Ze probeerde praktisch te denken. Wat is er misgegaan? Heeft Sneep al een oplossing gevonden? Maar haar gedachten dwaalden telkens weer af naar de afgelopen week. Terug naar het moment van het ongeluk met de Wisseldrank toen Harry even buiten bewustzijn was geraakt, en Sneep klaarblijkelijk in haar armen bijgekomen was. Elk moment met Harry – met Sneep dus – passeerde opnieuw. De vreemde opmerkingen af en toe, de late reacties, de gesprekken over toverdrankhuiswerk; het was achteraf zo duidelijk.

Ze herinnerde zich haar verwarring over Belinda's opmerking en haar eigen veranderende gevoelens voor –

Nee, niet voor Harry, want het was niet zijn uiterlijk dat haar hart in een sneller tempo had doen slaan. Niet de kleur van zijn ogen waar tientallen meisjes al sinds het eerste jaar over zwijmelden. Het was het inzicht, de intelligente gesprekken, de ondefinieerbare gevoelens in die ogen. En waren ogen niet de spiegel van de ziel?

Ze sloot haar ogen en leunde tegen de koele muur terwijl ze opnieuw de kus beleefde. Het voelde vreemd nu ze wist, of dacht te weten, wie ze eigenlijk gekust had, maar niet minder vreemd dan toen ze gedacht had dat die intense gevoelens veroorzaakt werden door haar jeugdvriend sinds zeven jaar.

Maar hoe ze het ook wendde of keerde, het voelde niet verkeerd of afschuwelijk om zich te realiseren wiens schouders ze gegrepen had en wiens lippen gezoend. Als ze eerlijk was – ze voelde de hitte naar haar gezicht gaan – als ze heel eerlijk was, maakte dat het enkel nog maar spannender.

Een hysterisch gegiechel ontsnapte haar keel. Ze sloeg haar hand voor haar mond, terwijl ze probeerde zichzelf weer in de hand te krijgen. Want ze moest naar de leerlingenkamer om huiswerk te maken, en het was belangrijk dat niemand iets aan haar merkte. Ze overwoog geen moment om haar ontdekking met Ron te delen; zijn haat voor Sneep was zo groot dat hij nooit in zijn rol zou kunnen blijven als Harry's beste vriend als hij wist dat hij in werkelijk zijn toverdrankleraar tegenover zich had.

Toen ze dacht aan alle keren dat Ron zijn beste vriend op de schouder had geslagen en 'maat' had genoemd, beet ze op haar lip om niet opnieuw te giechelen.