12. Guilty
Voor hen doemde achter een stel struiken een houten hutje op, half ingestort en leunend tegen de wanden van een lage berg. Ron duwde de laatste takken opzij om zich een weg te banen door de bladeren en wilde Loena erdoorheen helpen, maar ze bleef wezenloos staan, haar ogen groot en haar bleke armen slap langs haar lichaam.
Rons zachte stem sprak ieder gedachten uit. 'Wat is dit nou weer?'
'Het lijkt erop dat Gabrielle niet alleen was.' Draco wees traag op een tweede donkere mantel en het leek of de vondst van Gaby herhaald werd. Het wapperen onthulde dit keer enkel een donkerder lichaam en het haar van dit meisje was pikzwart en glanzend. Deze gedaante lag op haar zij en een knap gezicht met Chinees uiterlijk was zichtbaar. De ogen waren halfopen en Ginny zag Hermelien huiveren.
'Zat dit meisje ook bij de Orde?' vroeg ze kleintjes en Fred keek haar grimmig aan. 'Ja. Ze is een jaar ouder dan jullie en ze was niet zo geliefd. Op een gegeven moment ging ze weg, ik geloof dat ze zich wilde bewijzen.'
Een trieste stilte viel. Probeerden ze dat niet allemaal?
Enorme gaten doorboorden de houten muren. Onregelmatige planken waren onhandig tegen elkaar getimmerd met brede, stenen spijkers. Het was duidelijk dat Gaby en het Chinese meisje geen mannelijk gezelschap hadden gehad. Ginny bestudeerde lang de gaten. 'Waarom hebben ze geen toverkracht gebruikt om het hutje te bouwen?' vroeg ze zich hardop af en Hermelien glimlachte naargeestig.
'Toverkracht valt op. Een goede Legillimens kan dat van kilometers afstand voelen, iets wat opvalt in een verlaten vallei als deze. Bovendien is het sowieso zichtbaar.' Hermelien zweeg even en keek Ginny lang aan. 'Daarom gebruiken wij ook weinig toverkracht,' zei langzaam.
Ginny negeerde de opmerking. 'Maar die gaten dan,' reageerde ze opstandig en Hermelien wendde haar gezicht af.
'Dooddoeners,' verklaarde ze en Ginny zweeg. Vanuit haar ooghoeken zag ze Hermelien proberen te glimlachen. Haar poging mislukte en Ginny kon moeiteloos de gepikeerde blik in haar ogen ontdekken. Ze was het incident met Carlo nog niet vergeten.
Zuchtend liep Ginny naar Fred, die met Draco stond te discussiëren.
'Wat is er, waarom blijven we hier?'
Fred keek haar terloops aan en aarzelde even. 'Ik wil naar binnen,' zei hij en Draco's ogen leken op te lichten.
Ginny knikte langzaam. 'Snap ik.'
Verbaasd keek hij haar even aan, haalde toen zijn schouders op en ging met zijn toverstok in de aanslag polshoogte nemen. Ginny keek hem na, terwijl de wind aanwakkerde. Een houten plank die tegen het krot aangeleund stond werd onheilspellend omgerukt. Loena trok haar mantel dichter om zich heen en Ginny huiverde. Het beeld van het Chinese meisje flitste voor haar ogen.
Plotseling vielen de puzzelstukjes op hun plaats.
'FRED!'
Maar het was al te laat. Een flits, lichtbundels die door de gaten naar buiten schoten en iedereen schreeuwde. Vanbinnen klonk een kreet en een harde bonk, alsof er en iets omviel en Loena riep Hermelien terug, die naar binnen wilde rennen. Ontdaan bleef Hermelien staan en ze deinsde terug, precies op het moment dat er een lichtstraal rakelings langs haar schoot.
Daarna een verbijsterde stilte.
Ginny trilde.
'Fred?' Haar stem klonk onaangenaam onvast, maar Ginny lette er niet op. 'Fred, gaat het?'
Een zachte kreun en Hermelien sloeg verschrikt een hand voor haar mond. Ron was binnen een minuut bij haar en ze kroop weg in zijn armen. Draco en Loena bleven bewegingsloos staan en Ginny nam een besluit.
'Fred, kun je je bewegen?' Geen antwoord.
Ze maande Ron om Hermelien even los te laten. 'Hermelien, gebruik Mobilicorpus. Jij bent toch goed in zweefspreuken?'
'Ze is goed in alles,' glimlachte Draco toegeeflijk. Hij leunde zwaar op zijn krukken en zag er slecht uit. Hermelien keek hem even ontredderd aan. Ze was duidelijk niet de enige die van haar stuk was gebracht door Draco's complimentje. Ze glimlachte voorzichtig, maar toen ze Ginny aankeek bevroor haar glimlach. Ze keek aarzelend naar het hutje en zocht steun bij Ron, die haar toeknikte. 'Mobilicorpus!'
Gespannen wachtten ze af, terwijl Hermelien Fred naar buiten leek te dirigeren.
De wind deed het bladerdek ruisen, alsof de spanning in de lucht een angstaanjagend effect nodig had.
Het leek eindeloos te duren, tot het uiteindelijk onhoudbaar werd. Draco kuchte opvallend, maar Ginny negeerde het koppig. Ze wist al wat hij haar wilde vertellen, dat had ze al minuten geleden kunnen opmerken. Hij had er gewoon geen vertrouwen in, dat moest het zijn.
Loena keek haar dringend aan, maar Ginny bleef wachten met haar hart bonkend in haar keel. Hermelien greep nu haar toverstok met twee handen vast, maar de dunne gouden draad die haar toverstok met het hutje verbond leek niks uit te maken. Ron kuchte nu ook, precies tegelijk met Draco. Het geluid sneed door haar hart en ze wendde bruusk haar blik af.
Rons voorzichtige seintje dat Hermelien het mocht opgeven, ontging haar. De koude blik van Draco ontging haar.
Hermeliens gebroken zelfvertrouwen schitterde in haar bruine ogen, maar ook dat ging langs Ginny heen. Ze staarde naar de bodem onder haar voeten en zag niet hoe Hermelien haar toverstok trillend liet zakken. Ze wist het zo ook wel.
Fred was dood.
Hermeliens adem stokte in haar keel. 'Ginny…' Ron liep geruisloos naar Hermelien en sloot het verloren meisje gemoedelijk in zijn armen. Ginny keek op, maar kon geen woord uitbrengen. Ze had geloofd dat Hermelien dit zou kunnen, zoals ze altijd alles kon.
En nu ze er niet toe in staat bleek, leek het alsof Ginny haar zelfvertrouwen had gebroken. Haar ogen vulden zich met spijt en Draco's harde blik ontweek ze. Zijn gebroken hart liet een glimp van pijn achter in de grijze ogen die haar achtervolgden zodra ze haar ogen sloot.
Het was haar schuld.
De struiken ritselden en verstoorden de luguber zwijgende nacht. Het duister omsloot elk blaadje dat in de vallei te vinden was. Het licht, dat hier overdag in overvloed was, leek 's nachts verdwenen te zijn. Dood en zo angstaanjagend afwezig dat het leek alsof het nooit meer terug zou komen. Zonsopgang was op deze plek iedere dag een opluchting.
Desondanks was er met bijzonder goede ogen heel wat te zien in de nacht. De maan was nergens te bekennen en toch was er genoeg licht om te kunnen zien wat gezocht werd. Het leek alsof het wit van de smalle ogen zelf voldoende licht gaf om te kunnen zien. De verticaal ovale pupillen schoten over de weidse vallei.
Een voldaan gevoel maakte zich van hem de meester en de struiken ritselden opnieuw. De takken bogen zich weer over de plaats van waaruit hij vijf kleine gedaantes had zien staan.
Een doordringend gehuil deed de nacht opschrikken.
Ginny keek verschrikt op en zag dat de rest het geluid eveneens onmiddellijk hadden geïdentificeerd als wolvengehuil. Ze dwong zichzelf kalm te blijven, nu Hermelien nog steeds versteend en gebroken bescherming zocht bij Ron, die haar als verlamd aankeek. Ze vond in zijn ogen wat ze onmiddellijk beseft had.Ze moesten maken dat ze wegkwamen!
'Weerwolven!'
Het leek in slowmotion te gebeuren. Hermelien hervond met moeite haar kracht en maakte zich los uit Rons armen met een blik alsof ze zich voor altijd had willen verstoppen voor de vond haar ogen en glimlachte bemoedigend, maar het lukte maar half. Haar ogen vulden zich met spijt voor het feit dat ze Hermelien de taak had opgelegd om Fred te redden.
Het was mislukt.
Ze keek vluchtig naar het huisje, maar werd ruw verstoord in haar verdriet door het doordringende geluid van een volgend wolvengehuil, langdurig en angstaanjagend in de stilte van de nacht. Ze zag Rons geschrokken ogen glanzen in het licht van de volle man. 'Dat moet Fenrir zijn!'
Draco keek kort van de een naar de ander maar zei niets. Ginny herinnerde zich in een flits hoe hij had gedaan toen George was overleden.
Waarom deed hij zo kortaf? Ginny zocht vertwijfeld zijn blik, maar ze deed haar best niet om een antwoord te vinden op Draco's kortaangebondenheid. Ze negeerde het, probeerde uit alle macht het donkere vermoeden vanbinnen te verdrijven. Het kon niet waar zijn, hij gaf heus ook om haar vrienden. De woorden die Draco haar gezegd had schoten door haar heen. Hield hij echt van haar? En zij had hem afgewezen?
Ze schudde haar hoofd - er was geen tijd voor nu!
Ron keek haar voorzichtig aan. 'Ginny, die kunnen we niet… Hij is…-'
'Ik weet het,'reageerde ze kortaf en ze hervond de moed. Ze stapte vlug naar Hermelien. 'Het is niet jouw schuld. Overleden mensen kun je niet meer bezweren zonder zwarte magie..'
Hermelien zei niets en ze gaf haar pogingen om haar vriendin gerust te stellen maar op. Er was geen tijd! Ze voelde haar ademhaling jachtig scheuren in haar keel. 'Houd je toverstok in de aanslag, ik wed dat we in dit gebied niet kunnen Verdwijnselen,' begon ze snel en ze hoorde het stormende geluid dichterbij komen.
Loena knikte vaag glimlachend, alsof ze vrede had met de levensgevaarlijke situatie waarin ze zich bevonden. Ginny sloot haar eigen vingers met kracht om de toverstaf. 'Dit wordt rennen. We kunnen niet anders ontkomen als met slimheid,' voegde ze er donker aan toe. Ze keek haar vrienden recht aan.
'We zien elkaar bij de boom in het zuiden. Die enorme treurwilg recht voor ons. En nu –'
Het gehuil herhaalde zich een laatste keer, vlak voor de grijze, angstaanjagende beesten zich vertoonden in het schare licht dat de maan heb bood.
Ginny's ogen verwijdden zich. '-splitsen!'
Hermelien schoot doelbewust naar links en verdween met haar geruisloos lichte stappen in de struiken. Ron leek de drang haar achterna te gaan te onderdrukken en verdween in tegenovergestelde richting . Nog geen seconde later waren ook Loena en Draco weg, de laatste strompelend op zijn krukken met een bleek gezicht alsof hij in geen dagen uit zijn flacon gedronken had.
Ze was alleen.
Achter haar begon het aanstormende geluid te dreigen en ze voelde hoe haar hart in haar keel bonkte. De weerwolven zaten haar op de hielen.
Ze aarzelde geen moment om als laatste de plaats bij het hutje te verlaten, te meer omdat ze niet aan Fred wilde denken. Ze wilde zijn laatste rustplaats niet erkennen als zijnde dit hutje.
Doelloos schoot ze tussen de lage bomen door, het gehijg van één van de weerwolven vlak achter zich.
Hoe hadden ze hun ontdekt?
Haar zware ademhaling schuurde in haar keel. Ginny voelde dat zo langzamerhand elk restje energie zich uit haar benen verwijderden en haar gebalde vuisten trilden terwijl ze ermee gehaast takken en bladeren opzij duwden.
Ze schoot tussen de bomen door. Het leek niet te baten, de zware ademhaling van de enorme wolf achter haar bleef vlak achter haar en ze voelde haar ogen tranen door de wind.
Het ging niet meer. Onder haar voeten gleed het zand weg en het volgende moment gooide ze al haar kracht in de strijd om haar evenwicht weer te hervinden.
Ginny viel.
De grond leek met een onnatuurlijke snelheid op haar af te komen terwijl ze haar armen voor het hoofd vouwde om zich ter beschermen tegen de klap.
Haar arm was geschaafd, ze voelde hoe de wond brandde toen ze overeind wilde krabbelen. De boomwortelen naast haar hadden haar schenen pijnlijk blauwe plekken bezorgd, maar terwijl de tranen in haar ogen sprongen duwde ze zichzelf omhoog.
Haar benen leken als pudding. Met haar toverstok voor zich uit baande ze zich een weg door de natuur van de vallei, maar het maakte allemaal niets uit. Op het moment dat de harde voorpoten van het beest zich in haar rug plantten, viel ze met kracht voorover en ze was ze niet meer in staat zichzelf te beschermen.
Ze voelde hoe de vlijmscherpe tanden zich pijnlijk in haar nek boorden.
De donderende voetstappen van de weerwolven verwijderden zich van haar in een haastig tempo. De bloeddorstige ogen waren nergens meer te bekennen tegen de tijd dat Ginny overeind probeerde te krabbelen. Tevergeefs. Haar benen trilden onbedaarlijk alsof ze nooit in staat waren geweest haar gezicht te dragen, laat staan te verplaatsen.
Ginny kreunde zachtjes van de pijn, maar dat was niet het ergste. Fenrirs opvallende afwezigheid maakte haar er zeker van dat hij haar niet had willen vermoorden. De reden van zijn opzet om haar leven te sparen drong pijnlijk tot haar oor. Het bloed in haar hals kroop traag omlaag, uit een wond die geestelijk veel meer zeer deed dan hij fysiek ooit had kunnen doen.
De beet van een weerwolf.
Ginny was zich pijnlijk bewust van de stilte om haar heen. De bossen om haar heen leken zachtjes te ruisen op het ritme van de wind, maar het ontbreken van haar vrienden veroorzaakte een stilzwijgen dat een vreselijke koude in haar hart veroorzaakte en dat de wind overstemde. Ginny dacht aan Hermelien en Ron, die nog geen paar uur eerder samen hadden zitten kibbelen, zoals hun ouders vroeger hadden gedaan.
De herinneringen..
Vage beelden drongen zich aan haar op, beelden van haar ouders, samen liefdevol kibbelen alsof het een lust was. Met moeite verzette Ginny haar gedachtes naar een ander onderwerp.
Fred…
Ze zonk terug op het vochtige gras en kneep haar ogen gepijnigd dicht. Niet aan denken, nu moest ze gewoon overeind zien te komen. Als ze niet gauw vertrok, zou ze de gigantische boom nooit bereiken die ze zelf zo impulsief had aangewezen als ontmoetingspunt. Daar zouden ze elkaar weerzien, dat had ze haar vrienden zelf laten beloven…
Met haar hele hart wenste Ginny dat ze het zonder kleerscheuren had kunnen halen. Maar het was onbegonnen werk geweest om de weerwolf voor te blijven, en ze vroeg zich af waar de anderen nu waren.
Gaven die ook zachtjes aan zichzelf toe dat ze niet in staat waren te ontkomen aan weerwolven?
Ze haalde diep adem en negeerde de schurende pijn in haar keel. Het was tijd om op te staan en te maken dat ze wegkwam. Als de weerwolven zouden terugkomen, zou Fenrir misschien nog op zijn besluit kunnen terugkomen. Hoewel ze het betwijfelde, bleef de kans er dat hij haar alsnog zou vermoorden.
Niet dat zoiets lichamelijks nog nodig was. De beet in haar hals prikte een beetje, maar vanbinnen bloedde vooral haar hart. Ze had meer spijt dan ooit dat ze had voorgesteld te splitsen. Hoe had ze dat kunnen doen? Nu pas besefte ze het gevaar van alleen zijn, maar het was nu te laat.
Nu was het alleen van levensbelang dat ze zichzelf overeind hees en verder ging.
